Beleidsregels schuldhulpverlening 2016 gemeente Schagen

 

 

Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Schagen:

gelet op artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening,

besluit:

vast te stellen de Beleidsregel Schuldhulpverlening 2016 gemeente Schagen, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD kop van Noord-Holland

Artikel 1 Begrippen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

    • b.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen;

    • c.

      gemeente: de gemeente Schagen;

    • d.

      inwoner: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente Schagen is ingeschreven en feitelijk in deze gemeente verblijft;

    • e.

      verzoeker: de persoon die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening;

    • f.

      belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;

    • g.

      WSNP:Wet schuldsanering natuurlijke personen;

    • h.

      diagnose-instrument: een wetenschappelijk gefundeerd assessmentinstrument op basis van een vragenlijst en een vaardighedentest die door de verzoeker worden ingevuld. Het instrument meet gedrag en vaardigheden, bereidheid tot gedragsverandering, zelfregie en overtuiging, evenals aanwezige risicofactoren en mogelijke zelfoverschatting van belangrijke vaardigheden.

    • i.

      keukentafelgesprek: een laagdrempelig gesprek waarin de verzoeker zijn of haar financiële situatie weergeeft en geïnformeerd wordt over de schuldhulpverlening en de rechten en plichten. Daarnaast wordt tijdens dit gesprek de hulpvraag vastgesteld en de zelfredzaamheid van de verzoeker getoetst. Wanneer de verzoeker tijdens het keukentafel aangeeft een aanvraag voor schuldhulpverlening te willen indienen, maakt het keukentafelgesprek onderdeel uit van de intake.

    • j.

      intake: de fase waarin de gegevens van de verzoeker, waaronder diens inkomen, uitgaven, vermogens- en schuldposities, worden geïnventariseerd. Deze geïnventariseerde gegevens, alsmede de uitkomsten van een eventueel in zetten diagnose-instrument, vormen de input voor de analyse en het advies tot het volgen van een of meer vervolgstappen in het schuldhulpverleningsproces. Dit advies moet voorzien zijn van een plan van aanpak.

    • k.

      informatie en advies: het geven van informatie en advies over het zelfstandig bereiken van duurzaam financieel evenwicht zonder gebruik te maken van de producten stabilisatie, duurzame financiële dienstverlening, schuldregeling, budgetbeheer, budgetcoaching, begeleiding naar de WSNP en crisisinterventie. Onder informatie en advies wordt ook verstaan de doorverwijzing naar derden.

    • l.

      duurzame financiële dienstverlening (stabilisatie): geheel van activiteiten met als doel het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de belanghebbende, waarbij is vastgesteld dat het bestaande schuldprobleem door bij die belanghebbende gelegen omstandigheden nog niet duurzaam kan worden opgelost (stabilisatie);

    • m.

      betalingsregeling: bij overeenkomst tussen cliënt en schuldenaar vastgestelde regeling, waarin wordt bepaald dat de vastgestelde vordering(en) volledig wordt/worden terugbetaald in een vooraf vastgesteld aantal termijnen.

    • n.

      schuldbemiddeling: overeenkomst tussen cliënt en schuldeiser(s) waarin wordt afgesproken dat de totale schuldenlast gedeeltelijk wordt terugbetaald in termijnen naar draagkracht tegen finale kwijting.

    • o.

      budgetbeheer: geheel van activiteiten in het kader van beheren van de inkomsten van de belanghebbende en het in overeenstemming met het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen;

    • p.

      budgetcoaching: geheel van activiteiten om de belanghebbende te leren op een verantwoorde wijze met zijn inkomen om te gaan;

    • q.

      crisisinterventie: het geheel van maatregelen dat noodzakelijk is om een crisis af te wenden;

    • r.

      nazorg: geheel van activiteiten, dat plaatsvindt na de succesvolle beëindiging van schuldhulpverlening en dat gericht is op het voorkomen van recidive;

    • s.

      besluit: besluit in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

    • t.

      recidive: hernieuwde aanvraag van dezelfde aanvrager;

    • u.

      schuldpreventie: is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden.

  • 2.

    Begrippen die in deze beleidsregels voorkomen en niet nader worden toegelicht, hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Participatiewet en de NEN 8048-1.

Artikel 2Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

  • 1.

    Inwoners van de gemeente Schagen van 18 jaar en ouder kunnen zich wenden tot het college voor schuldhulpverlening.

  • 2.

    Het college kan ten aanzien van inwoners van de gemeente Schagen van 12 tot 18 jaar maatregelen treffen in het kader van schuldpreventie.

Artikel 3 Aanvraag tot schuldhulpverlening

  • 1.

    Indien een persoon zich wendt tot het college voor schuldhulpverlening vindt binnen 4 weken een keukentafelgesprek plaats waarin onder meer de hulpvraag wordt vastgesteld. In geval van een bedreigende situatie of een situatie waarin minderjarige inwonende kinderen zijn betrokken vindt dit keukentafelgesprek binnen drie werkdagen respectievelijk tien werkdagen plaats.

  • 2.

    Binnen een week na het in het eerste lid genoemde keukentafelgesprek verstrekt het college aan de verzoeker een verslag van de uitkomsten van voornoemd gesprek.

  • 3.

    Verzoeker tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen 5 werkdagen wordt geretourneerd aan de contactpersoon met wie hij het gesprek heeft gevoerd.

  • 4.

    Het verslag fungeert als aanvraag, indien het is gedagtekend, voorzien van de naam, het Burgerservicenummer en de geboortedatum van de verzoeker en is ondertekend.

  • 5.

    Het keukentafelgesprek leidt tot crisisinterventie, een informatie- en adviesgesprek of tot een vervolg van de intake.

  • 6.

    Indien de omstandigheden van verzoeker daartoe aanleiding geven, kan een crisisinterventie of informatie- en adviesgesprek leiden tot een intake.

Artikel 4Aanbod van schuldhulpverlening

  • 1.

    Het college verleent aan de verzoeker schuldhulpverlening, indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. De noodzaak voor schuldhulpverlening wordt in een beschikking vastgelegd.

  • 2.

    Het aanbod van schuldhulpverlening kan bestaan uit het volgende product of producten:

    • a)

      informatie- en advies;

    • b)

      schuldhulpverleningstraject met als mogelijke onderdelen:

      • duurzame financiële dienstverlening (stabilisatie)

      • schuldbemiddeling

      • betalingsregeling (traject beheersbare schulden)

      • budgetbeheer

      • budgetcoaching

      • begeleiding naar de WSNP

      • crisisinterventie.

  • 3.

    Welk product of combinatie van producten kan worden aangeboden is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn:

    • aard en zwaarte van de schulden

    • psychosociale situatie

    • houding en gedrag van verzoeker

    • financiële vaardigheden van de verzoeker en de mate van leerbaarheid

    • eerder gebruik van schuldhulpverlening.

  • 4.

    In het plan van aanpak dat onderdeel uitmaakt van de beschikking, wordt het aanbod van schuldhulpverlening gemotiveerd.

  • 5.

    Bij de inzet van de in lid 2 genoemde producten conformeert het college zich aan de richtlijnen en voorwaarden van de NVVK.

Artikel 5 Nazorg

  • 1.

    Het college bepaalt na afloop van de schuldhulpverlening het aanbod en de duur van de nazorg.

  • 2.

    De vorm waarin de gemeente nazorg aanbiedt, is gebaseerd op een analyse van het daaraan voorafgaande traject, de onderliggende problematiek en de verdere prognose.

  • 3.

    Het college legt de wijze en de duur van de nazorg vast in een beschikking.

  • 4.

    De verplichtingen, zoals neergelegd in artikel 6 van deze beleidsregels, blijven gedurende de nazorg onverminderd van toepassing.

Artikel 6Verplichtingen
  • 1.

    Verzoeker of belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de schuldhulpverlening. Van een onverwijlde informatieverstrekking als bedoeld in voormelde zin is sprake als de verzoeker of belanghebbende binnen 10 werkdagen nadat het voor de schuldhulpverlening relevante feit en/of omstandigheid zich heeft voorgedaan het college hierover informeert.

  • 2.

    Verzoeker of belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van schuldhulpverlening. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het nakomen van gemaakte afspraken in het kader van schuldhulpverlening;

    • a.

      geen nieuwe schulden aangaan;

    • b.

      het zich houden aan alle bepalingen en voorwaarden als genoemd in het plan van aanpak en in de overeenkomsten tot schuldregeling;

    • c.

      het actief deelnemen aan een cursus of cursussen, financiële coaching en training die gericht zijn op het voorkomen van (nieuwe) schulden;

    • d.

      zoveel mogelijk afloscapaciteit creëren door het verruimen van inkomen, inzetten van beschikbaar vermogen en het minimaliseren van uitgaven, en deze afloscapaciteit te gebruiken ter delging van de schulden;

    • e.

      mee te werken aan de uitvoering van het diagnose-instrument;

    • f.

      het ondertekenen van een plan van aanpak.

Artikel 7 Weigeren verzoek

Het college weigert in ieder geval de schuldhulpverlening, indien:

  • a.

    verzoeker verplichtingen als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, niet of onvoldoende is nagekomen;

  • b.

    verzoeker meerdere keren, zonder geldige reden, niet verschijnt op een afspraak met de schuldhulpverlener;

  • c.

    er geen sprake is van een stabiel inkomen op minimaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm;

  • d.

    verzoeker niet bereid is de beschikbare aflossingscapaciteit in middelen en vermogen te gebruiken voor delging van zijn schulden;

  • e.

    verzoeker niet heeft aangetoond gemotiveerd te zijn om de onderliggende oorzaak van de schulden te willen oplossen, bijvoorbeeld door de naar het oordeel van het college benodigde hulpverlening te zoeken en te aanvaarden.

  • f.

    verzoeker zich ernstig misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;

  • g.

    verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen;

  • h.

    verzoeker zich meldt voor schuldhulpverlening binnen 3 jaar na afwijzing van de WSNP, tenzij de afwijsreden van de WSNP- aanvraag ten tijde van een nieuwe aanvraag niet meer van toepassing is.

  • i.

    verzoeker geen stabiele woon- of leefsituatie heeft en er geen zicht is op een verbetering van de situatie binnen 3 maanden;

  • j.

    verzoeker een gezamenlijke huishouding voert met een niet rechtmatig in Nederland verblijvende partner en/of kinderen;

  • k.

    verzoeker bezig is met een echtscheidingsprocedure en de echtscheiding nog niet staat opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie;

  • l.

    verzoeker in staat van faillissement verkeert dan wel de wettelijke schuldsanering van toepassing is verklaard op verzoeker.

Artikel 8Beëindiginggronden

Het college besluit in ieder geval tot beëindiging van de schuldhulpverlening, indien:

  • a.

    belanghebbende niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid;

  • b.

    er een WSNP-verklaring is afgegeven, tenzij naar het oordeel van het college budgetbeheer en/of budgetcoaching en training noodzakelijk is;

  • c.

    het besluit is genomen op grond van gegevens die nadien blijken onjuist te zijn en, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;

  • d.

    belanghebbende is komen te overlijden;

  • e.

    belanghebbende niet langer inwoner is van de gemeente Schagen en er nog geen minnelijke schuldregeling tot stand is gekomen;

  • f.

    belanghebbende zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;

  • g.

    belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat de schulden zelfstandig te beheren;

  • h.

    de geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is;

  • i.

    belanghebbende zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;

  • j.

    belanghebbende zelf verzocht heeft om het traject schuldhulpverlening te beëindigen;

  • k.

    de schuldregeling succesvol is afgerond;

  • l.

    belanghebbende zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;

  • m.

    belanghebbende meerdere keren, zonder geldige reden, niet verschijnt op een afspraak met de schuldhulpverlener.

Artikel 9Recidive
  • 1.

    Het college doet geen aanbod schuldhulpverlening, indien minder dan zes maanden voorafgaande aan het verzoek de schuldhulpverlening is geweigerd of voortijdig beëindigd:

  • a.

    op grond van artikel 7 onder a en b;

  • b.

    op grond van artikel 8 onder a, b, en/of h en er nog geen schuldregeling tot stand is gekomen.

  • 2.

    Het college doet geen aanbod schuldhulpverlening, indien minder dan drie jaar voorafgaande aan het verzoek de schuldhulpverlening voortijdig is beëindigd:

  • -

    op grond van artikel 8 onder a, b, h en er al sprake was van een schuldregeling;

  • -

    op grond van artikel 8onder e;

Het college doet evenmin een aanbod schuldhulpverlening , indien minder dan drie jaar voorafgaande aan het verzoek de schuldhulpverlening op verzoek van de belanghebbende is beëindigd en er al sprake was van een schuldregeling.

  • 3.

    In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid van dit artikel kan het college wel een aanbod schuldhulpverlening doen indien iedere vorm van verwijtbaarheid bij de beëindiging of weigering ontbrak.

  • 4.

    In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid van dit artikel kan het college wel een aanbod schuldhulpverlening doen als de verzoeker in een acute noodsituatie verkeert.

  • 5.

    Het college doet geen aanbod schuldhulpverlening, indien minder dan drie jaar voorafgaande

aan het verzoek tot schuldhulpverlening een schuldregeling succesvol is afgerond.

6 Het college doet geen aanbod schuldhulpverlening, indien verzoeker binnen 3 jaar voorafgaand aan het verzoek tot schuldhulpverlening een traject in het kader van de WSNP heeft doorlopen.

Artikel 10Inwerkingtreding
  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die waarop deze beleidsregels zijn bekendgemaakt.

  • 2.

    De Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD kop van Noord-Holland worden ingetrokken met ingang van de dag waarop deze beleidsregels in werking treden.

Artikel 11Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels schuldhulpverlening 2016 gemeente Schagen.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen op 23 augustus 2016.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,

N.Swellengrebel M.J.P. van Kampen-Nouwen

Toelichting Beleidsregels schuldhulpverlening 2016 Gemeente Schagen

Algemene toelichting

Het doel van een beleidsregel is om vast te leggen hoe een bestuursorgaan zijn bevoegdheid zal uitoefenen. Een beleidsregel draagt daarmee bij aan de rechtszekerheid. Burgers zullen er in beginsel op mogen vertrouwen dat een bestuursorgaan overeenkomstig zijn beleid zal handelen.

Een bestuursorgaan is verplicht af te wijken van beleid indien de bijzondere omstandigheden van het geval dat met zich meebrengen. Ingevolge artikel 4:84 van de Awb handelt een bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 februari 2005, in zaak nr. 200403595/1) dient het bij bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb te gaan om omstandigheden waarmee bij de totstandkoming van het beleid geen rekening is gehouden en welke daarin derhalve niet zijn verdisconteerd. 

Deze toets, of sprake is van bijzondere omstandigheden of afwijking van het beleid noodzakelijk is, omvat twee vereisten waaraan moet zijn voldaan:

1.er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden;

1.2. handelen conform beleid moet onevenredige nadelige gevolgen met zich brengen.

Bij de vraag of wegens bijzondere omstandigheden afwijking van de beleidsregels geboden kan zijn, is van belang of het gaat om omstandigheden die geacht kunnen worden in de beleidsregel te zijn verdisconteerd, respectievelijk omstandigheden waarvan bewust in de beleidsregel is geabstraheerd. Is het een of het ander het geval, dan doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die afwijking van de beleidsregel kunnen rechtvaardigen. 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

De in dit artikel opgenomen definities zijn gebaseerd op artikel 1 van de Wgs en de NEN 8048-1.

NEN 8048 heeft betrekking op het primaire proces van de schuldhulpverlening. De norm is van toepassing op alle organisaties (zowel publiek als privaat) en personen die zich richten op activiteiten in het kader van de schuldhulpverlening aan natuurlijke personen.

NEN 8048 bestaat uit drie delen:

  • NEN 8048-1:2008 Schuldhulpverlening - Deel 1: Eisen aan schuldhulpverleningsorganisaties: dit deel beschrijft de normatieve eisen die worden gesteld aan schuldhulpverleningsorganisaties.

  • NEN 8048-2:2008 Schuldhulpverlening - Deel 2: Eisen aan schuldhulpverleners: dit deel beschrijft de normatieve eisen die worden gesteld aan personen die werkzaam zijn bij schuldhulpverleningsorganisaties.

  • NEN 8048-3:2008 Schuldhulpverlening - Deel 3: Certificatieschema voor schuldhulpverleningsorganisaties: dit deel beschrijft hoe conformiteit met deel 1 door een certificatie-instelling moet worden getoetst.

Artikel 2 Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van de gemeente Schagen van 18 jaar en ouder. Er is sprake van een brede toegankelijkheid conform de Wgs. Uitzondering hierop zijn zelfstandige ondernemers. Schuldhulpverlening staat niet open voor deze doelgroep. Indien het niet mogelijk is in het geval van oplopende schulden een krediet bij een bank te krijgen, dan kan een zelfstandige een beroep doen op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). In het kader van de Bbz wordt de levensvatbaarheid van de onderneming onderzocht. In het geval van levensvatbaarheid wordt veelal besloten tot het verstrekken van (extra) bedrijfskapitaal, waarmee de schulden worden geherfinancierd. Schuldhulpverlening vanwege problematische schulden is dan niet meer aan de orde. Wel kan eventueel budgetcoaching worden ingezet voor privé-uitgaven. Indien de onderneming niet levensvatbaar is zal de zelfstandige vaak geen andere mogelijkheid resten dan de bedrijfsactiviteiten te staken. Na het feitelijk stoppen met de onderneming en uitschrijving bij de Kamer van koophandel, kan de ex-zelfstandige zich wenden tot de gemeente voor schuldhulpverlening.

Bij gehuwden of geregistreerde partners met een verbintenis in gemeenschap van goederen kan een schuldregeling alleen voor beide echtgenoten worden opgezet. Zij moeten gezamenlijk een verzoek indienen dat door beiden ondertekend dient te zijn. De schuldregeling, die is gebaseerd op een gezamenlijke afloscapaciteit, is van toepassing op beide echtgenoten.

Bij een huwelijk met huwelijkse voorwaarden is de hoofdregel dat er twee aparte aanvragen worden ingediend. Wanneer echter alle schulden op beide partners verhaald kunnen worden en er sprake is van een afloscapaciteit die voor beiden gezamenlijk gelijk is aan die voor ieder afzonderlijk opgeteld, dan kan op praktische gronden worden gehandeld als bij een echtpaar gehuwd in gemeenschap van goederen.

In het geval één de gehuwden of geregistreerde partners met een verbintenis in gemeenschap van goederen permanent in een Wlz-instelling verblijft, dienen beide partners tegelijkertijd een afzonderlijk verzoek tot schuldhulpverlening in te dienen. Dit in verband met beider en wederzijdse aansprakelijkheid.

In het tweede lid is bepaald dat het college ten aanzien van inwoners van 12 tot 18 jaar maatregelen kan treffen in het kader van schuldpreventie. Onder schuldpreventie wordt verstaan een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden.

Artikel 3 Aanvraag tot schuldhulpverlening

Indien een persoon zich wendt tot het college voor schuldhulpverlening vindt binnen 4 weken een keukentafelgesprek plaats. Een keukentafelgesprek is een laagdrempelig gesprek, waarin de verzoeker zijn of haar financiële situatie weergeeft en geïnformeerd wordt over de schuldhulpverlening en de rechten en plichten. Daarnaast wordt tijdens dit gesprek de hulpvraag vastgesteld. Als sprake is van een bedreigende situatie, dient voornoemd keukentafelgesprek binnen 3 werkdagen plaats te vinden. In artikel 4, lid 2, van de Wgs wordt onder bedreigende situatie het navolgende verstaan: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.

Indien sprake is van en een situatie waarin minderjarige kinderen zijn betrokken, dient binnen 10 werkdagen een keukentafelgesprek plaats te vinden. Het college verstrekt de verzoeker binnen een week na het keukentafelgesprek een verslag, waarin de uitkomsten van het keukentafelgesprek zijn vastgelegd. Verzoeker dient het verslag binnen 5 werkdagen voor gezien of akkoord te tekenen en te retourneren aan de gemeente. Het verslag fungeert als aanvraag, als het is gedagtekend, voorzien van de naam, het Burgerservicenummer en de geboortedatum van de verzoeker en door de verzoeker is ondertekend.

Tijdens het keukentafelgesprek wordt de situatie en de hulpvraag in kaart gebracht. Ook wordt de zelfredzaamheid getoetst. Er wordt ingeschat of er sprake is van een problematische schuld. Als tijdens het keukentafelgesprek blijkt dat er hoogstwaarschijnlijk sprake is van een niet- problematische schuld, dan kan worden volstaan met informatie en advies. Het betreft in dat geval informatie en advies over het zelfstandig bereiken van duurzaam financieel evenwicht zonder gebruik te maken van de producten betalingsregeling, duurzame financiële dienstverlening (stabilisatie), schuldbemiddeling, budgetbeheer, budgetcoaching, begeleiding naar de WSNP en crisisinterventie. Onder informatie en advies wordt ook verstaan de doorverwijzing naar derden. In het verslag dat van dit gesprek moet worden gemaakt, wordt behalve de hulpvraag ook vastgelegd welke informatie en welk advies in het onderhavige geval aan de verzoeker is c.q. wordt gegeven.

Als tijdens het keukentafelgesprek blijkt dat er hoogstwaarschijnlijk sprake is van een problematische schuldensituatie, zal zo snel mogelijk worden vervolgd met de intake. Zo nodig wordt een tweede gesprek gevoerd, waarin dieper ingegaan wordt op financiële zelfredzaamheid van de cliënt en de oorzaken van diens financiële problemen. De gegevens van de verzoeker, waaronder diens inkomen, uitgaven, vermogens- en schuldposities, worden geïnventariseerd. Tijdens de inventarisatie worden gegevens geregistreerd en bewijsstukken verzameld. Genoemde geïnventariseerde gegevens, alsmede de uitkomsten van een eventueel in zetten diagnose-instrument, vormen de input voor de analyse en het advies tot het volgen van een of meer vervolgstappen in het schuldhulpverleningsproces. Dit advies moet voorzien zijn van een plan van aanpak dat door verzoeker dient te worden ondertekend.

Het gespreksverslag kan als aanvraag worden aangemerkt, indien het is gedagtekend, voorzien van de naam, het Burgerservicenummer en de geboortedatumdatum van de verzoeker en is ondertekend. De datum waarop het door de belanghebbende ondertekende gespreksverslag wordt ontvangen, wordt gezien als de datum van ontvangst van de aanvraag. Het college dient op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking te geven.

Als bij de aanmelding blijkt dat er sprake is van een bedreigende situatie, dan zullen van gemeentewege maatregelen moeten worden getroffen die noodzakelijk zijn om een crisis af te wenden (de zogenaamde crisisinterventie). Bij crisisinterventie moet de gemeente:

  • -

    de crisis verifiëren;

  • -

    analyseren of landelijke, regionale of lokale afspraken kunnen worden gebruikt om de crisis af te wenden;

  • -

    analyseren of herfinanciering mogelijk is;

  • -

    actie ondernemen om de crisis af te wenden en als de gemeente hiertoe niet in staat is dient zij de verzoeker direct door te verwijzen naar derden;

  • -

    de verzoeker informeren over de wettelijke mogelijkheden om de crisis af te wenden.

Artikel 4 Aanbod van schuldhulpverlening

In het eerste lid is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Anderzijds wordt in dit lid recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schuldhulpverlening selectief en gericht ingezet dient te worden. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. Dit wordt in een beschikking gemotiveerd. Doorverwijzing naar flankerende hulp kan aan de orde zijn.

In het tweede lid wordt aangegeven uit welk(e) product(en) een aanbod tot schuldhulpverlening kan bestaan.

Ingevolge het derde lid is de mate waarin de gemeente één of meerdere producten schuldhulpverlening aanbiedt, van meerdere factoren afhankelijk waaronder:

  • a)

    zwaarte en/of omvang van de schulden;

  • b)

    houding en gedrag van verzoeker (motivatie en vaardigheden);

  • c)

    psychosociale situatie;

  • d)

    eerder gebruik van schuldhulpverlening.

Dit betreft geen limitatieve opsomming. Beoordeling vindt gemotiveerd plaats door het college.

Toelichting ad a:

Om een aanbod voor schuldbemiddeling te krijgen, moet er sprake zijn van een problematische schuldensituatie. Er zijn verschillende definities van problematische schulden in omloop. Onze definitie is in de lijn met de definitie die het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hanteert in de Monitor Betalingsachterstanden (Bleeker e.a., 2010): Er is sprake van een problematische schuld als een huishouden meer aan afbetalingen/leningen moet aflossen dan de aflossingscapaciteit die bij het schuldregelen wordt gehanteerd en als met die aflossingscapaciteit in 36 maanden minder dan de totale schuld kan worden afgelost.

Toelichting ad b en c:

Het aanbod schuldhulpverlening wordt afgestemd op de persoonlijke en financiële situatie van de belanghebbende. In sommige gevallen kan het college niet of nauwelijks iets betekenen voor een aanvrager. Als iemand zo verslaafd is dat hij nieuwe schulden blijft maken dan kan dit een schuldhulpverleningstraject belemmeren. Bij beoordeling van het doen van een aanbod vindt een analyse plaats waarbij gekeken wordt of:

  • -

    er sprake is van een regelbare schuld (aanvrager heeft bijvoorbeeld geen fraudevorderingen of niet-saneerbare CJIB boetes dan wel omstandigheden waarbij de hoogte van de vorderingen niet kan worden vastgesteld zoals bij een nog lopende scheidingsprocedure) en/of;

  • -

    er sprake is van een regelbare schuldenaar (aanvrager houdt zich onder andere aan afspraken en is gemotiveerd).

Toelichting ad d:

Als er sprake is van zogenaamde draaideurklanten die telkens na de verstreken recidiveperiode (zie artikel 9 van deze beleidsregels) zich weer tot het college wenden voor schuldhulpverlening, dan kan het college het aanbod hierop aanpassen dan wel kiezen om geen aanbod te doen. Beoordeling hiervan is maatwerk. Als het college besluit geen aanbod te doen, dan vindt waar mogelijk overdracht naar flankerende hulpverlening plaats (bijvoorbeeld een bewindvoerder of De Wering).

In het derde lid wordt bepaald dat in het plan van aanpak dat onderdeel uitmaakt van de beschikking, het aanbod van schuldhulpverlening wordt gemotiveerd

Hierbij zij opgemerkt dat als de omstandigheden hierom vragen het plan van aanpak kan worden aangepast. Na de looptijd van het schuldhulpverleningstraject (of eerder wanneer alle genoemde acties zijn uitgevoerd) zal worden beoordeeld of het doel is behaald en welke vervolgstappen mogelijk zijn. Dit zal met de belanghebbende besproken vervolgens in een beschikking worden vastgelegd.

De gemeente Schagen wordt lid van de NVVK. De gemeente is dientengevolge verplicht om zich aan de regels en voorwaarden van de NVVK te houden en dit uit te dragen naar de personen die een beroep doen op de onderhavige wet. In het vierde lid wordt deze verplichting nog eens extra benadrukt.

Artikel 5 Nazorg

Nazorg betreft het geheel van activiteiten, dat plaatsvindt na de beëindiging van schuldhulpverlening en dat gericht is op het voorkomen van recidive. In het eerste lid is bepaald dat het college na afloop van de schuldhulpverlening het aanbod en de duur van de nazorg bepaalt. Ingevolge het tweede lid is de vorm waarin de gemeente nazorg aanbiedt, gebaseerd op een analyse van het daaraan voorafgaande traject, de onderliggende problematiek en de verdere prognose.

In het derde lid wordt bepaald dat het college de wijze en de duur van de nazorg vastlegt in een beschikking. Ingevolge het vierde lid blijven de verplichten, bedoeld in artikel 6, onverkort van toepassing.

Artikel 6 Verplichtingen

Op grond van het eerste lid van dit artikel rust op de verzoeker of belanghebbende de verplichting om desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging de gemeente te informeren over alles wat van belang is voor schuldhulpverlening. De aangeleverde gegevens dienen door het college onderzocht te worden op juistheid en volledigheid.

Naast de in lid 1 genoemde inlichtingenplicht dient de verzoeker of belanghebbende alle medewerking te verlenen die nodig is voor de uitvoering van schuldhulpverlening waaronder een traject financiële coaching en training. De onder a t/m g genoemde lijst verplichtingen is niet limitatief. Afhankelijk van het product en de situatie van de klant kunnen aanvullende verplichtingen gelden.

Gemaakte afspraken in het kader van schuldverlening zijn van essentieel belang. Het betreft hier oproepen van consulenten, gemaakte afspraken tussen belanghebbende en consulent en deelname aan cursussen waarvoor de consulent de cliënt heeft opgegeven. Onder actieve deelname aan een cursus wordt onder meer verstaan: tijdig komen op alle lessen en opdrachten uitvoeren.

Tijdens een traject schuldhulpverlening worden veel uiteenlopende afspraken gemaakt met belanghebbende. Van belanghebbende wordt onder meer verwacht: verschijnen op oproepen en gegevens opvragen bij instanties en inleveren bij de consulent.

Met zowel de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen en het verlenen van medewerking wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de verzoeker of belanghebbende.

Voor wat betreft het verruimen van het inkomen geldt dat verzoeker of belanghebbende zich naar vermogen zal moeten inspannen. Onder deze verplichting valt, in het geval van werkloosheid of parttime werk, ook het aanvaarden van iedere vorm van geaccepteerde arbeid. Verzoeker of belanghebbende dient dan ook actief te solliciteren. Hierbij gaat het om een inspanningsverplichting.

Artikel 7Weigeren verzoek

In dit artikel is aangegeven in welke situaties of op welke gronden het college het verzoek tot schuldhulpverlening kan weigeren.

Zoals ook in het vorige artikel aangeven is het de eigen verantwoordelijkheid van de verzoeker om de nodige informatie te leveren en medewerking te verlenen. In het geval er niet of in onvoldoende mate aan de verplichtingen is voldaan zal het college het verzoek tot schuldhulpverlening weigeren. Indien er een termijn is gesteld, dan dient deze gelet op bijvoorbeeld de gevraagde informatie redelijk te zijn. Over het algemeen zal twee weken voldoende zijn. De gestelde termijn (en de redelijkheid ervan) hangt echter samen met het type verplichting. Na verzuim wordt altijd één hersteltermijn geboden.

Naast de eigen verantwoordelijkheid is een goede motivatie cruciaal voor het slagen van de schuldhulpverlening. Daarom kan het college het verzoek weigeren indien verzoeker de naar het oordeel van het college benodigde hulpverlening niet wil zoeken en/ of aanvaarden. Zonder die hulpverlening is het immers niet mogelijk om de onderliggende oorzaak van de schulden op te lossen of aan te pakken. De kans dat het traject schuldhulpverlening mislukt is groot en dus is de maatschappelijke investering in een traject ongewenst.

Een nieuwe aanvraag schuldhulpverlening zal na een afwijzing van de WSNP geen zin hebben als de situatie van de belanghebbende ongewijzigd is. Schuldeisers zullen dan hoogstwaarschijnlijk wederom niet akkoord gaan met het voorstel tot regeling van de schulden.

Indien er geen stabiele woon- of leefsituatie is en er geen uitzicht is dat dit binnen drie maanden verandert, heeft een langdurig traject zoals de minnelijke schuldregeling geen zin. Het risico op nieuwe schulden, uitval in het traject en inkomensachteruitgang is dan te groot. De verzoeker is eerst zelf aan zet bij het stabiel krijgen van zijn woon- leefsituatie voordat schuldhulpverlening mogelijk is. In een informatie- en adviesgesprek kan de verzoeker geïnformeerd worden over welke stappen hij kan nemen ter stabilisatie van zijn woon- leefsituatie.

In het geval een van beide partners niet rechtmatig in Nederland verblijft, kan er geen minnelijke schuldregeling worden opgestart. Bij de berekening van de afloscapaciteit kan er geen rekening worden gehouden met de niet rechthebbende en is de inkomensgrondslag gebaseerd op een alleenstaande. Dit terwijl er natuurlijk wel kosten worden gemaakt voor zaken zoals kleding en voedsel. Wel kan er advies en informatie gegeven worden over het zelf regelen en aflossen van schulden. Ook als de verzoeker één of meerdere kinderen heeft die niet rechtmatig in Nederland verblijven is er geen minnelijke regeling mogelijk.

Als verzoeker gescheiden is, moet de echtscheiding staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Bij een echtscheidingsprocedure is het over het algemeen zo dat het inkomen en de schuldenlast van een van de beide partners onduidelijk is. Een van de partners moet bijvoorbeeld nog een uitkering aanvragen. Een andere moeilijkheid kan zijn het niet krijgen van een juist schuldoverzicht door een niet meewerkende partner. Aanvragen tot schuldhulpverlening die zijn ingediend door belanghebbenden die zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure, worden daarom afgewezen.

Bij niet saneerbare schulden kan een schuldeiser niet worden gedwongen mee te werken aan een minnelijk traject schuldbemiddeling. Schuldbemiddeling is daardoor uitgesloten. Onder niet saneerbare schulden vallen onder meer bepaalde verkeersboetes en schulden die zijn ontstaan door fraude.

Wanneer een verzoek tot schuldhulpverlening wordt geweigerd, zal daar waar mogelijk en noodzakelijk wel begeleiding vanuit het wijkteam worden geboden. Het wijkteam kan verzoeker begeleiden naar voorliggende voorzieningen, of motiverende gesprekken voeren met de verzoeker. De wijkteamconsulent kan tevens maatwerkvoorzieningen op het gebied van Wmo of de Jeugdwet of kortdurende budgetcoaching (maximaal 5 gesprekken) inzetten. De wijkteamconsulent zal zo nodig een melding doen bij het meldpunt Vangnet & Advies dat actief is in de Openbare Geestelijke Gezondheid of een zorgmelding doen bij Veilig Thuis.

Artikel 8 Beëindigingsgronden

In dit artikel is aangegeven in welke gevallen het college kan besluiten om de schuldhulpverlening te beëindigen. Hieronder volgt een korte toelichting op de andere genoemde beëindiginggronden.

Onderdeel a

Het kan gaan om de situatie dat belanghebbende niet of in onvoldoende mate aan de verplichtingen als genoemd in artikel 6 heeft voldaan. In dat geval zal het college de schuldhulpverlening stoppen. Hierbij zij nog aangetekend dat als belanghebbende voor de eerste keer niet voldoet aan verplichtingen en/of onvoldoende medewerking verleent, een waarschuwing zal worden opgelegd. Deze waarschuwing telt mee voor de vaststelling van de recidive.

Onderdeel b

Als WSNP-verklaring is afgegeven dan kan de schuldhulpverlening worden beëindigd. Het vorenstaande lijdt uitzondering in het geval naar het oordeel van het college budgetbeheer en/of budgetcoaching en training noodzakelijk is.

Onderdeel c

Het kan voorkomen dat de belanghebbende is toegelaten tot de schuldhulpverlening op basis van onjuiste of onvolledige gegevens. Aan de hand van de juiste gegevens dient te worden nagegaan of het bestaande aanbod terecht is gedaan. Indien dit niet het geval is, zal het college het traject schuldhulpverlening beëindigen.

Onderdeel d

Als belanghebbende komt te overlijden, zal het college de schuldhulpverlening beëindigen, ook als nabestaanden verzoeken de schuldhulpverlening voort te zetten. Een uitzondering hierop vormt de weduwe of weduwnaar die in gemeenschap van goederen getrouwd is geweest met de overleden belanghebbende.

Onderdeel e

Schuldhulpverlening staat open voor inwoners van Schagen. Bij een verhuizing naar een andere gemeente zal schuldhulpverlening in Schagen worden beëindigd. Een lopende minnelijke schuldregeling zal niet worden beëindigd. Wel zal met de gemeente waar belanghebbende naar vertrekt afspraken worden gemaakt over de continuering van deze schuldregeling.

Onderdeel f

Agressie, fysiek of verbaal, tegen medewerkers die belast zijn met de uitvoering van schuldhulpverlening is onacceptabel. Dit is de reden dat de schuldhulpverlening na misdraging door belanghebbende kan worden beëindigd. Belangrijk criterium voor het al dan niet beëindigen van schuldhulpverlening is de vraag of de gedraging dermate ernstig is, dat er aangifte dient te worden gedaan conform bestaande protocollen binnen de gemeente. Als wordt voldaan aan het genoemde criterium zal de belanghebbende schriftelijk van de beëindiging op de hoogte worden gesteld.

Onderdeel g

Nadat het aanbod is gedaan kan alsnog blijken dat belanghebbende in staat is om zelf of met hulp van zijn omgeving zijn schulden te kunnen regelen. Dit kan aanleiding zijn om de schuldhulpverlening te beëindigen.

Onderdeel h

Gedurende het traject schuldhulpverlening kan blijken dat de hulp niet langer passend is. Het college gaat dan na welke andere hulp mogelijk is.

Onderdeel i

Het is de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende om zich tot het uiterste in te spannen om de aan de schulden ten grondslag liggende oorzaken op te lossen. Indien belanghebbende zich hiertoe niet naar vermogen inspant wordt de schuldhulpverlening beëindigd. De maatschappelijke investering in schuldhulpverlening is dan onverantwoord, omdat het traject nauwelijks kans van slagen heeft. Onder dit artikel valt ook het gebruik maken van mogelijke hulpverlening door belanghebbende.

De onderdelen j tot en m

Deze onderdelen spreken voor zich en behoeven daarom geen nadere toelichting.

Wanneer de schuldhulpverlening wordt beëindigd, zal daar waar mogelijk en noodzakelijk wel begeleiding vanuit het wijkteam worden geboden. Het wijkteam kan belanghebbende begeleiden naar voorliggende voorzieningen, of motiverende gesprekken voeren met de belanghebbende. De wijkteamconsulent kan tevens maatwerkvoorzieningen op het gebied van Wmo of de Jeugdwet of kortdurende budgetcoaching (maximaal 5 gesprekken) inzetten. De wijkteamconsulent zal zo nodig een melding doen bij het meldpunt Vangnet & Advies dat actief is in de Openbare Geestelijke Gezondheid of een zorgmelding doen bij Veilig Thuis.

Artikel 9Recidive

In verband met de eigen verantwoordelijkheid en de beperkte middelen voor schuldhulpverlening is in dit artikel opgenomen dat het college in het geval van recidive geen aanbod schuldhulpverlening kan doen. De bestaande praktijk was dat burgers na een beëindiging van de schuldhulpverlening door eigen toedoen na korte tijd opnieuw een beroep op de gemeente deden. Hieraan is door middel van dit artikel een grens gesteld.

Voor wat betreft de termijn van uitsluiting is een onderscheid gemaakt op basis van de eerdere reden van beëindigen of weigeren.

Indien iedere vorm van verwijtbaarheid ontbrak bij de beëindiging of weigering kan een verzoek niet op basis van dit artikel worden geweigerd. Onder recidive wordt ook verstaan een afgerond traject schuldhulpverlening bij een andere gemeente. De uitsluitingstermijnen beschreven in lid 5 is dan van toepassing.

Ook in het geval van een acute noodsituatie, waarbij het weigeren van een aanbod schuldhulpverlening leidt tot ernstig en direct leed van de verzoeker en/of zijn kinderen, en er geen alternatieve oplossing binnen het eigen sociale netwerk mogelijk is, kan er alsnog een aanbod schuldhulpverlening gedaan worden. Gedacht kan worden aan een huisuitzetting bij een gezin met jonge kinderen dat geen beroep kan doen op het eigen netwerk voor opvang en dus dakloos dreigt te worden.

Artikel 10Inwerkingtreding en artikel 11 Citeertitel

Deze beleidsregels behoeven geen nadere toelichting.

Naar boven