Gemeenteblad van Vlissingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | Gemeenteblad 2016, 121362 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | Gemeenteblad 2016, 121362 | Beleidsregels |
Beleidsregel 40 Algemene voorziening in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
Beleidsregel 40 Algemene voorziening in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
Deze beleidsregel gaat over burgerparticipatie en over vernieuwende algemene voorzieningen in het kader van de WMO 2015.
a. Meer participatie, minder specialistische voorzieningen
De gemeente streeft naar vermindering van het gebruik van specialistische voorzieningen waar burgers toegang toe krijgen op basis van een gemeentelijke beschikking
b. Sterk netwerk rondom burgers
De gemeente vindt het belangrijk dat burgers zelfredzaam zijn en gebruik kunnen maken van een sterk netwerk. De basis van de te starten vernieuwende algemene voorziening wordt gevormd door een uitgevoerd onderzoek naar het knelpunt in de zelfredzaamheid van de doelgroep, dat men wil verminderen of oplossen.
c. Haal de voorziening uit de “zorgsfeer”
De gemeente vindt het belangrijk dat organisaties niet alleen binnen hun eigen organisatiegrenzen bezig zijn met vernieuwing en verbetering, maar dat zij elkaar opzoeken en gebruiken. Bij ieder initiatief moeten daarom minstens 2 partijen met elkaar samenwerken.
De gemeente vindt het belangrijk dat bij innovatie de burger centraal wordt gesteld. Daarom stimuleert de gemeente initiatieven van burgers zelf, initiatieven waarbij vanuit het perspectief van de burger als cliënt wordt nagedacht (vraaggericht) en initiatieven waarbij burgers betrokken zijn.
De gemeente vindt het belangrijk, dat preventie een doel is van de innovatie. Door het initiatief wordt zoveel mogelijk voorkomen, dat mensen een beroep moeten gaan doen op dure hulpverlening.
De gemeente vindt het belangrijk dat de informele inzet van mensen deel uitmaakt van de innovatie. De gemeente stimuleert daarom initiatieven waarbij vrijwilligers, mantelzorgers, verenigingen etc. betrokken zijn.
Het WMO budget daalt de komende jaren met ongeveer 25%. Ingediende initiatieven moeten bijdragen aan het “anders” organiseren van maatschappelijke ondersteuning met als doel borging van kwaliteit tegen lagere kosten.
h. Deelname aan het maatschappelijk verkeer
De gemeente vindt het belangrijk dat haar inwoners zoveel mogelijk deelnemen aan het maatschappelijk en sociale verkeer binnen buurt, wijk of kern. De gemeente ondersteunt daarom initiatieven die burgers bij elkaar brengen door middel van bewonersparticipatie.
Er moet onderzoek gedaan zijn naar de in de wijk aanwezige relevante stakeholders en netwerkpartners. Het probleem en het voorgestelde plan moet herkend worden door een representatief deel van de in de wijk aanwezige netwerkpartners en (vertegenwoordigers van) bewoners.
De algemene voorziening is bedoeld voor iedereen en moet daarom toegankelijk zijn voor iedereen in de wijk. De voorziening moet daarom bij voorkeur in de wijken, dichtbij de bewoners worden uitgevoerd.
De gemeente is voornemens succesvolle projecten, die een bewezen positief effect hebben op de zelfredzaamheid en betaalbaarheid van de maatschappelijke ondersteuning voor meerder jaren te contracteren of te subsidiëren
2. Diensten / Activiteiten / Producten:
Algemene voorziening van vernieuwende activiteiten in de buurt of wijk, georganiseerd door
2 of meer samenwerkende organisaties, waardoor netwerken worden gevormd van burgers,
die elkaar ondersteunen. Hierdoor wordt voorkomen dat mensen een beroep moeten doen
Incidentele subsidie, waarderingssubsidie, structurele activiteitensubsidie en budgetsubsidie
a. Activiteitenplan met begroting.
b. Het jaarlijks door het college vastgestelde subsidieplafond
c. Het in het subsidieprogramma voor deze activiteit opgenomen maximale subsidiebedrag
a. Bij iedere aanvraag wordt een afweging gemaakt tussen de investeringen en resultaten; de in te zetten middelen moeten in verhouding staan tot het beoogde resultaat. Het gesprek met de aanvrager gaat in ieder geval over:
- Doorkijk van resultaten en investeringen op lange termijn (> 5 jaar)
b. In het activiteitenplan wordt in ieder geval beschreven:
- hoe de algemene voorziening de zelfredzaamheid van cliënten bevordert;
- welke partijen (organisaties, instellingen, stichtingen, vrijwilligers etc.) met elkaar
samenwerken. Er moet sprake zijn van minimaal 2 organisaties of een organisatie met
verbinding tot vrijwillige inzet;
- hoe de algemene voorziening bijdraagt aan een afname van specialistische begeleiding, bij
voorkeur met een financiële doorrekening;
- hoe de algemene voorziening invulling geeft aan activiteiten in de wijk en wat het draagvlak
- hoe specialistische en informele inzet georganiseerd wordt
- welke ondersteuning er geboden wordt;
- hoe de algemene voorziening gebruik maakt van de reeds bestaande infrastructuur binnen
- welke resultaten en investeringen worden verwacht in termen van geld en maatschappelijke
c. In de financiële paragraaf van de subsidieaanvraag wordt in ieder geval de volgende informatie opgenomen:
- welke financieringsbronnen er naast het vernieuwingsbudget ingezet worden;
- welke investeringen er worden gedaan door de bij de aanvraag betrokken organisaties;
- hoe de eigen bijdragen van de deelnemers worden ingevuld
- welke ondersteuningsbijdrage er van de gemeente wordt gevraagd. Dit kan ook anders dan
6. Nadere vereisten bij de aanvraag
Er moet gebruik worden gemaakt van de door het college vastgestelde subsidieaanvraagformulieren
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-121362.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.