Gemeenteblad van Neder-Betuwe

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Neder-BetuweGemeenteblad 2016, 109756Overige besluiten van algemene strekking



Honden(poep)beleid Neder-Betuwe 2016

Voorwoord  

Honden zijn voor vele mensen de meest geliefde en vertrouwde huisdieren. Hondenpoep echter wordt ervaren als een grote ergernis van veel inwoners van Neder-Betuwe. Spelende en schoolgaande kinderen en wandelaars ondervinden hier veel overlast van op trottoirs, grasveldjes, bij speelvoorzieningen en nabij scholen.

Huidige regels in de APV zijn gericht op het aanpakken en opruimen van de overlast. Deze aanpak is niet doeltreffend. Het is daarom wenselijk om middels een nieuw beleid de overlast te beperken. Hiervoor hanteren we het begrip “herrijking” om aan te geven dat we opnieuw inzetten op een gedegen aanpak.

Het beperken van overlast wordt het best aangepakt met een gedragverandering van hondenbezitters. Zo’n verandering kost tijd, inzet en geduld. Hondenbezitters moeten weten dat hondenpoep op straat niet alleen vervelend en vies is, maar ook ongezond. Vooral spelende kinderen worden hiermee besmet, omdat zij vaak hun ongewassen handen in hun mond steken. Tijdens inwonersbijeenkomsten in de dorpen komen steevast deze ergernissen naar voren. Daarnaast zijn ook klachten over loslopende honden en honden met bijtgedrag bekend in de Gemeente.

Daarom heeft de gemeente Neder-Betuwe eenduidige regels opgesteld om de overlast tegen te gaan. Het dier dat de beste vriend is van de ene, mag niet de grootste ergernis van de andere worden.

 

Samenvatting  

Doel van deze ‘herijking’ is de overlast door hondenpoep te beperken door hiervoor duidelijke kaders te stellen. Het voorliggende beleid zet voor een belangrijk deel in op een gedragscampagne door stimuleren en communiceren. Het beleid zet daarnaast in op het wegnemen van de knelpunten en het verrichten van handelingen om de knelpunten op te lossen.

Aanpak in een notendop:

  • Evenwichtige spreiding van de afvalbakken ook inzetten voor hondenpoep;

  • Verwijderen hondentoiletten en herinrichten als gemeentelijk plantsoen;

  • Overal opruimplicht, ook op de hondenspeelplaatsen;

  • Stimuleren door middel van positieve benadering hondenbezitters;

  • Inzetten op naleven van het beleid door gerichte controle en handhaving.

Onderstaande melding is exemplarisch voor de overlast die door inwoners wordt ervaren…

Overlast: Ik heb een klacht over de straten, plantsoenen en speeltuinen in Opheusden!! Overal maar dan ook overal ligt hondenpoep!!! De poep ligt midden op de stoepen waardoor regelmatig de schoenen onder zitten. Als ik met de kinderen een eindje gaan lopen, kan ik rekenen op vieze schoenen. Kinderen zien namelijk niet altijd dat er wat op straat ligt. Als ik met de wagen loop, regelmatig vieze wielen. Doordat de wielen draaien zit het ook nog wel eens aan de wagen zelf. Vlakbij ons is een grasveldje waar de kinderen zouden kunnen spelen, maar dit is ook geen optie. 1 en al hondenpoep!! Naar de speeltuin? Langs de hekkens ook allemaal poep!! In de avonduren gaan we graag even een eindje lopen! Maar dan is het helemaal uitkijken geblazen in het donker!! Een tijdje terug kregen we een nieuwe buurtgenoot! Hij nam in het begin een zakje mee om de poep in te doen. Ook dat is verleden tijd, want hij laat zijn hond overal zijn behoefte doen. Zelfs in onze tuin waar we natuurlijk wel even wat van gezegd hebben. Vooral de Vuurdoornstraat, de Fazantstraat, de Dorpsstraat en de Dalwagenseweg zijn een ramp! Dit zijn ook wel de wegen waar ik het meeste loop. Het nieuwe pleintje/plantsoentje bij het Europlein ligt ook al onder! Een goede uitlaatplek! Bordje wordt genegeerd!! Een gemeentewerker was er zelfs pas erg boos over. Hij waarschuwde mensen om uit te kijken voor de vele poephopen!! Mijn vraag is of jullie er op willen toe gaan zien en of er geen verplichting van het poepzakje kan komen zodat mensen het zelf op gaan ruimen!! Wij gaan niet meer met plezier een eindje lopen wat juist erg fijn is! Half Opheusden klaagt erover, maar er wordt denk ik niet op de juiste plaats geklaagd! Of er wordt niets aan gedaan!!

1. Inleiding en huidig beleidskader

De meest ervaren overlast van bewoners komt van hondenpoep, rommel op straat en verkeersoverlast. Uit de inventarisatie van klachten blijkt hondenpoep de grootste ergernis.

Enkele klachten zijn opgetekend over de bestaande voorzieningen. De resterende klachten gingen over het uitlaten van honden op locaties waar dit niet is toegestaan, loslopende honden en honden met bijtgedrag. Op basis van de geregistreerde klachten en signalen tijdens bewonersavonden willen we een antwoord bieden op het probleem. Zo streven we naar een kwaliteitsverbetering van het openbaar gebied.

Om een oplossing te bieden van de overlast van hondenuitwerpselen is het gewenst de huidige regelgeving te evalueren en het beleid hierop te herijken. De gemeente Neder-Betuwe wil haar beleid zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van haar inwoners.

2. Huidig beleid en voorzieningen

 

2.1 Huidig beleid

De huidige regels die gelden voor hondenbezitters zijn in de Algemene Plaatselijke verordening van Neder-Betuwe vastgelegd. Hierin zijn de volgende voorwaarden gesteld als volgt:

 

  • Honden moeten aangelijnd zijn binnen de bebouwde kom, alleen op speciaal aangewezen hondenspeelvelden geldt een uitzondering hierop

  • De hond mag niet op een kinderspeelplaats, zandbak of speelweide komen (ook niet aangelijnd, uitgezonderd hulphonden)

  • De hond moet voorzien zijn van een identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk maakt

  • De eigenaar/houder van de hond is verplicht ervoor te zorgen dat de hond zijn behoeften niet doet op het trottoir of ander een gedeelte van de weg dat bestemd is voor voetgangers. Een boete kunt u voorkomen door de uitwerpselen direct op te ruimen

Deze regels zouden weliswaar voldoende duidelijkheid geven voor de hondenbezitters, maar uit de klachtenpatronen blijkt dat dit onvoldoende nageleefd wordt en dat hier vervolgens ergernissen over ontstaan.

2.2 Voorzieningen

De voorzieningen, ingericht naar aanleiding van de geldende verordening, zijn beperkt. In sommige kernen zijn (nagenoeg) geen in het openbaar gebied aangelegde voorzieningen, zoals uitlaatplaatsen en hondentoiletten aangebracht.

In bepaalde gevallen is door de grotere sociale controle en het directe bereik van het buitengebied minder behoefte voor aanleg van hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten.

2.2.1 Hondentoiletten

In de gemeente Neder-Betuwe zijn 7 hondentoiletten aangelegd (meetdatum 2015). De hondentoiletten zijn in het openbaar plantsoen aangebrachte, afgebakende zandbakken.

De hondentoiletten worden gebruikt om de honden hun behoefte te laten doen, zonder dat men verplicht is de uitwerpselen op te ruimen. De hondentoiletten worden niet met een hoge frequentie gereinigd waarbij vastgesteld wordt dat de voorzieningen vaak een verzamelplaats zijn voor hondenpoepzakjes en afval. Het zand in de hondentoiletten wordt één keer per jaar vervangen.

2.2.2 Hondenspeelvelden

De gemeente Neder-Betuwe telt 4 hondenspeelvelden. Dit zijn de aangewezen gebieden in het openbare groen waar de hond vrij, onder toezicht kan uitrennen binnen een afgerasterd terrein.

Op deze hondenspeelvelden gelden huishoudelijke regels, zoals dat de hondeneigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor schoonhouden van deze locaties. In Kesteren bevindt zich ook nog een ingerichte uitlaatplaats.

2.3 Hondenbelasting

De hondenbelasting is geen doelbelasting, maar valt onder “echte” belastingen. Dat wil zeggen dat de opbrengsten in beginsel terechtkomen bij de Algemene Middelen. Alle hondenbezitters moeten de hondenbelasting betalen. Het betalen van belasting is geen vrijbrief om achteloos de uitwerpselen achter te laten. Het feit dat men afvalstoffenheffing betaalt, betekent ook niet dat je overal je GFT en overig huisvuil mag dumpen.

De opbrengsten van de hondenbelasting worden gedeeltelijk gebruikt om het hondenbeleid uit te voeren, voorzieningen te treffen en deze te onderhouden en wordt ook gebruikt voor handhaving, controle en communicatie.

Men betaalt dus geen hondenbelasting om uitsluitend de gemeente de rommel op te laten opruimen die honden(bezitters) in de openbare ruimte achterlaten. De gemeente stelt voorzieningen beschikbaar en onderhoudt deze.

3. Aanleiding

 

3.1 Initiatief en monitoring

 

3.1.1 Initiatief

In 2010 is op verzoek van toenmalige dorpstafels gestart met het plaatsen van speciale poepbakken met dispenser in enkele kernen. Met name bij de hondenspeelplaatsen en hondentoiletten zijn extra van deze voorzieningen geplaatst. Naar aanleiding van dit initiatief is het gebruik van de afvalbakken en de netheid van het openbare gebied gevolgd.

3.1.2 Monitoring

Bij het project zijn er hondenpoepbakken met dispensers met zakjes in een aantal wijken geplaatst. Uit de bevindingen van de wijkteams en buurtbewoners blijkt dat er merkbaar minder hondenpoep in de openbare ruimte achterblijft en dat de hondenpoepbakken goed gebruikt worden. Een voorkomend constarering is dat de dispensers met zakjes met regelmaat leeg zijn en iet ditrect worden gevuld. Het leegmaken van de speciale bakken gebeurt in dezelfde cyclus en via dezelfde afvalstroom als het leegmaken van de normale afvalbakken.

Door de positieve ervaringen in deze dorpen lijkt er een grotere vraag naar hondenpoepbakken (eventueel met dispensers) op strategische locaties.

4. Herijking beleid en aanpassen voorzieningen

 

4.1 Herijking beleid

Deze herijking dient de klachten over hondenuitwerpselen sterk te verminderen maar heeft niet tot doel alle overlast te voorkomen. Om de overlast te verminderen volgen fysieke aanpassingen in de inrichting van de openbare ruimte en een helder beleid op het gebied van opruimplicht. Daarnaast wordt de gemeenteraad voorgesteld om de regelgeving aan te passen zodat er overall binnen de bebouwde kom eenduidig een opruimplicht geldt. Ook de plicht om opruimmiddelen bij zich te dragen wordt hierin voorgesteld.

De overlast van ‘hondenpoep’ is niet op te lossen door steeds met de vinger te wijzen naar de hondenbezitters. In plaats van het hanteren van een beleid met alleen ge- en verboden, waar hondenbezitters zich aan horen te houden, zal het meer gezocht moeten worden in samenwerking met hondenbezitters. Hierbij valt te denken aan sociale controle en acceptatie, een breed draagvlak, inspraak, medezeggenschap en verantwoordelijkheidsbesef. Hiervoor zet de gemeente in op doelgerichte communicatie, stimuleren en handhaven. Aanvullend hierop wordt ook gewerkt aan het acceptatieniveau van niet-hondenbezitters. Het is goed om duidelijk te krijgen wanneer en op welke locaties echt sprake is van overlast en de mate van overlast.

4.2 Optimaliseren spreidingsgebied afvalbakken

In het openbare gebied staan veel afvalbakken voor het verzamelen van regulier afval. De afvalbakken bevinden zich tot nu toe vooral nabij plantsoenmeubilair en langs logische looproutes naar en rondom intensieve gebruikslocaties zoals pleinen, scholen, centrum, rand bebouwde kom, winkels etc. Deze afvalbakken mogen ook gebruikt worden voor het deponeren van opruimzakjes met hondenuitwerpselen.

Om hondenbezitters te stimuleren om zich aan de nieuwe opruimplicht te houden, wordt het areaal aan afvalbakken langs uitlaatroutes vergroot.

Routes waar honden veelvuldig uitgelaten worden, zogenaamde hotspots zoals groengebieden, parkjes, ter plaatse van de hondentoiletten en op de hondenuitlaatplaatsen, zijn belangrijke aandachtsgebieden in het bereik van afvalbakken. In deze gebieden dienen de afvalbakken binnen een bereik van 100 meter te staan. In de overige straten binnen bebouwde kom wordt er gestreefd naar een bereik van maximaal 300 meter tot de afvalbakken.

Inwoners en met name hondenbezitters worden uitgenodigd mee te denken over een optimale spreiding van afvalbakken.

Bij het herplaatsen zal, indien noodzakelijk, gelijktijdig een vervanging van verouderde en versleten afvalbakken plaatsvinden.

Afvoer van de hondenpoep wordt via het restafval in de huidige onderhoudscyclus van de normale afvalbakken meegenomen. Om dit duidelijk te maken worden de huidige afvalbakken voorzien van een sticker “ Bestemd voor afval en hondenpoep”.

De onderhoudskosten, de afschrijving en de personele kosten voor het leegmaken van huidige afvalbakken blijven gelijk. Bijkomend voordeel wordt gezien in het feit dat door een betere spreiding (en de uitbreiding) van de afvalbakken mogelijk ook het zwerfvuil gereduceerd kan worden.

4.3 Verwijderen hondentoiletten

De hondentoiletten worden in vele gevallen gedoogd, maar leiden toch geregeld tot klachten van overlast en stank. Het gebruik van hondentoiletten als uitlaatplek blijkt over het algemeen matig te zijn. Hierdoor vormen de hondentoiletten een dure en inefficiënte voorziening. De aanwezigheid van hondentoiletten spoort hondenbezitters niet aan tot het opruimen van de hondenpoep waardoor er geen goede gewoonte aangeleerd wordt.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt het steeds moeilijker om een hondentoilet aan te brengen of te verplaatsen als gevolg van bezwaren van de omgeving. Met het optimaliseren van de bereikbaarheid van de afvalbakken stellen we voor om de huidige hondentoiletten (7 stuks) te verwijderen. Door op of nabij de locatie van het hondentoilet een extra afvalbak te plaatsen, blijft de looproute voor de hondenbezitter gefaciliteerd.

De locaties waar de hondentoiletten verwijderd worden, zullen opnieuw worden toegevoegd aan het openbaar plantsoen.

In uitbreidingsplannen worden geen nieuwe hondentoiletten aangelegd, maar rekening gehouden met een goede spreiding van afvalbakken en het geldende beleid uitgevoerd.

4.4 Aanpassen Algemene Plaatselijke Verordening ( APV)

 

4.4.1 Beleidsverandering

Het college stelt de gemeenteraad voor om de APV te wijzigen op het volgende:

  • -

    Invoeren algemene opruimplicht binnen de bebouwde kom, dus ook op de huidige hondenspeelvelden en de uitlaatplaats.

  • -

    Invoeren plicht om tijdens de wandeling met de hond opruimmiddelen bij zich te dragen.

Hierdoor wordt het voor de hondenbezitter eenduidiger en in het kader van handhaving overzichtelijker.

Bij de aanduidingbordjes voor de hondenspeelvelden wordt een extra bord gehangen om de hondenbezitter er op te wijzen dat ook hier opruimplicht geldt.

In de praktijk betekent dit dat er op de hondenspeelvelden dan ook een afvalbak standaard geplaatst wordt. Met deze maatregel zal er minder of geen hondenpoep op de speelvelden of uitlaatplaats aanwezig zijn.

Voor de blindegeleidenhond en sociale hulphond geldt een uitzondering, maar deze honden worden ook speciaal erop getraind om op vaste plaatsen hun behoefte te doen.

4.5 Hondenspeelvelden

Medio 2016 wordt het reinigen van hondenspeelvelden afgebouwd en afvalbakken geplaatst. Vooraf worden inwoners en met name hondenbezitters geïnformeerd over het nieuwe beleid .

Hierbij zal een algemene aankondiging van de nieuwe beleidsregels gebeuren aan alle inwoners van Neder-Betuwe. Tegelijk wordt een gerichte communicatie uitgerold naar de hondenbezitters. Bij de invoering van het nieuwe beleid wordt rekening gehouden met een beperkte periode, van 1 kwartaal, voor gewenning door de hondenbezitters. Dit geeft iedereen de kans om zich voldoende te informeren en om in het kader van communicatie hier uitgebreid aandacht aan te schenken. Een schoon terrein stimuleert meer om hondenpoep op te ruimen.

Medio 2016 worden de de hondentoiletten verwijderd. Voor de hondenspeelvelden geldt dan een opruimplicht en worden deze niet meer gereinigd. De netheid van de hondenuitlaatplaatsen en het naleven van deze beleidswijziging wordt tussentijds geëvalueerd. De communicatie en handhaving wordt intensief afgestemd op probleemgebieden.

4.6 Honden in het buitengebied

In het buitengebied hoeven honden niet noodzakelijk aan de lijn en men is niet verplicht om de uitwerpselen op te ruimen. Bij het vrij laten lopen van de hond is voorzichtigheid geboden. In het buitengebied zijn gebieden afgebakend waar honden aangelijnd moeten zijn, namelijk de natuurgebieden en de bosgebieden in eigendom van natuurbeherende organisaties. De Flora- en Faunawet kent geen aanlijnplicht. Uitgangspunt is dat de in het wild levende dieren niet verstoord mogen worden. Ook mogen geen kwetsbare gewassen beschadigd worden. De Flora- en Faunawet laat voldoende ruimte om honden op een verantwoorde manier los te laten lopen in de buitengebieden.

Het is niet gewenst om honden te laten loslopen op akkers en weilanden, het is immers andermans bezit. De hondeneigenaar kan aansprakelijk gesteld worden als de hond schade aanricht aan akkers en gewassen. In weilanden kan een loslopende hond onrust of paniek veroorzaken bij het vee met mogelijke schade tot gevolg, maar ook de veiligheid van de hond zelf kan in gevaar komen. En de ontlasting van honden kan ziektes en parasieten overbrengen op vee en omgekeerd.

4.7 Verboden gebied voor honden

Op alle kinderspeelplaatsen, sportterreintjes voor kinderen en schoolspeelplaatsen is het verboden terrein voor honden. Op deze terreinen is de kans groot dat spelende kinderen in contact komen met de hondenpoep. Door het intensieve gebruik van deze locaties is de kans op besmetting door overdraagbare ziektes van honden groot.

5. Communicatie en handhaving

 

5.1 Communicatie en stimulering van hondenbezitters

De beïnvloeding op een positieve manier van het gedrag van hondenbezitters levert voordeel op ten opzichte van verbaliseren. Door verbaliserend op te treden worden op korte termijn effecten verwacht. Mensen gaan daadwerkelijk hun gedrag aanpassen of mensen gaan het tijdstip of de locatie wijzigen.

Met een mensgerichte aanpak wordt vertrouwen gewekt bij de hondenbezitters waardoor de acceptatie van het wijzen op foutief gedrag wordt vergroot. Belangrijk in het aanpakken van de overlast is dat de hondenbezitters hun eigen gedrag beoordelen, tot inzicht komen en elkaar daarop ook aanspreken.

De inzet op een gedragswijziging vergt een doelgerichte positieve aanpak met een effectieve communicatiestrategie. Deze strategie richt zicht op concrete speerpunten: doel, boodschap, doelgroepen, middelen en planning.

 

A. Doel

Communicatie wordt als middel ingezet met als doel de overlast te verminderen en daarmee de tevredenheid van de inwoners die nu overlast ervaren te verhogen. Dat houdt in dat we inzetten op een verandering in kennis, houding en gedrag bij diegenen die nog niet op de hoogte zijn van de regels of die niet naleven.

 

B. Boodschap

Allereerst moeten we in beeld brengen en begrijpen waar en welke overlast men ervaart door in gesprek te treden met inwoners en de medewerkers in de openbare ruimte. Maar ook door hondenbezitters uit te nodigen om hun ervaringen te delen en hun wens kenbaar te maken.

Door de (ervaren) overlast goed in beeld te brengen kunnen we niet alleen beter en maar ook gerichter communiceren en handelen naar de veroorzakers van de overlast. Daarnaast is het van belang de toon en de boodschap goed af te wegen. Een campagne die meer irritatie oproept dan wegneemt is een mislukte campagne.

De meeste hondenbezitters ruimen de uitwerpselen van hun hond op. Zij moeten zich niet aangesproken voelen in de campagne.

 

C. Doelgroep

Van belang is wat de motieven zijn van de hondenbezitters die de overlast veroorzaken. Deze redenen zijn belangrijk bij het bepalen van de boodschap en de toon. Deze motieven ontmaskeren en deze groep aanspreken op verantwoordelijkheid en fatsoen is de basis in de communicatiestrategie. Humor en ludieke acties zijn hierbij een krachtig middel. Het relativeert en haalt de scherpe randjes weg. Moraliserend toespreken en optreden is communicatief minder sterk en werkt meestal averechts.

Met goede informatieverstrekking en communicatie richting inwoners, zowel hondenbezitters als niet-hondenbezitters, wordt een breed draagvlak gecreëerd.

Hierbij moet gewerkt worden aan een mentaliteitswijziging van sommige hondenbezitters. Diverse aspecten verdienen de nodige aandacht.

De informatie moet in toon, taal en inhoud aansluiten bij de doelgroep, dit is noodzakelijk om effect te bereiken door middel van communicatie.

Door gedrag en acceptatie duidelijk te benoemen zal de aanvaarding van honden in de openbare ruimte alleen maar toenemen. Dit kan enkel bereikt worden wanneer eigenaren zich houden aan de regels en (hierdoor) minder overlast veroorzaken.

 

D. Planning en middelen

Voor het welslagen van het nieuwe beleid is het van belang dat communicatie, aanpassing van de voorzieningen en de handhaving van regels goed op elkaar zijn afgestemd. Van groot belang is dat het beleid door de samenleving uitgedragen wordt, hiervoor is de inbreng van inwoners essentieel. Als de problemen door de eigen buurtbewoners in kaart gebracht worden, kan er vervolgens op wijkniveau ingegrepen worden of gericht gecommuniceerd. Het op te stellen communicatieplan moet daarom ook flexibel ingericht zijn en moet sturen op de successen en resultaten van de wijken en dorpen onderling.

In het communicatieplan kunnen alle vormen van communiceren worden ingezet, een nieuwe folder, twee-wekelijkse digitale nieuwsbrief, actuele website, regelmatig (maandelijks) in de plaatselijke media aandacht hieraan te besteden, social media, etc. Dit communicatieplan zal met ondersteuning van de afdeling Communicatie opgezet worden. Ook het eenmalig uitreiken van bijvoorbeeld opruimzakjes, een hondenkluif en eventueel lespakketten kunnen onderdeel zijn van de campagne. Mensen die nieuw gedrag vertonen, willen ook merken dat dit nieuwe gedrag de verwachte voordelen heeft (positieve feedback). De gemeente moet er op letten dat de hondenbezitter het belang van zijn gedrag blijft inzien en dat dit gedrag hierdoor een gewoonte wordt. Dit kan de gemeente alleen maar bewerkstellingen door een langdurige uitvoering van het beleid.

5.2 Handhaving

Om efficiënter beleid te kunnen voeren wordt er meer verantwoordelijkheid van de hondenbezitters verwacht en daarnaast is controle noodzakelijk. Het stimuleren van het verantwoordelijkheidsgevoel van de hondenbezitters, gecombineerd met de handhaving zal tot een beter resultaat leiden.

Ondanks de landelijk karakter van onze dorpen blijkt het toch noodzakelijk om te voorzien in een minimale handhaving naast andere middelen die we inzetten.

 

A. Beschikbare capaciteit 

De inzet voor handhaving op Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is in de huidige begroting voorzien om gerichte controle uit te voeren over het gehele grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe. In het integrale handhavingprogramma 2016 is voorzien in middelen voor controle op de APV door een Buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA).

Om de BOA efficient in te zetten, wordt met name gecontroleerd op de tijden dat de meeste honden uitgelaten worden: veelal ’s morgens tussen 7.00 en 9.00, ’s avonds tussen 17.00/18.00 uur, 20.00 en 22.00 uur.

Ter uitvoering van het hondenbeleid wordt een project opgestart waarbij gerichte controle en handhaving uitgevoerd wordt. Uitgangspunt voor dit handhavingproject is dat er gespreid over het gehele jaar verspreid over de gemeente handhavend opgetreden kan worden.

Het is dan ook de bedoeling om in voldoende variatie te voorzien in handhaving in de wijken en dorpen, de tijdstippen en duur van handhaving.

Dit project zal, om het nieuwe beleid kracht bij te zetten, in de beginperiode intensief uitgevoerd worden. Door monitoring van handhavingacties en de evaluatie met inwoners wordt het mogelijk om snel in te grijpen op overlastlocaties. Wanneer het beleid zijn uitwerking gaat krijgen dan zal de inzet worden afgeschaald.

 

C. Klachtenlijn

Om meer te kunnen sturen zal ook de klachtenlijn worden gebruikt. Op grond van ingekomen klachten zal de handhaving voor een belangrjk deel worden gestuurd en ingezet. Inwoners worden actief opgeroepen om via deze meldingen informatie te geven over het wie, wat, waar en wanneer zodat op klachtenpatronen kan worden gereageerd.

6. Kritische succesfactor

De sleutel tot succes is een goede verankering en intensieve afstemming tussen communicatie en handhaving. Hierbij moet de wijze en frequentie van communicatie gericht op de opruimplicht van hondenuitwerpselen zorgvuldig en in nauw overleg met Handhaving en Toezicht gebeuren. Echter communicatie alleen, staat niet op zichzelf. Communicatie als aanvullend instrument in het handhavingsbeleid en de uitvoering daarvan kan succesvol zijn als aan voorwaarden wordt voldaan.

 

Dit betekent dat:

  • a.

    In de communicatie moet het gedrag van hondenbezitters en de gevolgen van het niet naleven van de regelgeving duidelijk verwoord zijn. Het streven is om de overtreders hierbij te betrekken om helder te krijgen waarom zij zich niet conformeren aan de regelgeving en daarop in te spelen;

  • b.

    Communicatie en handhaving moet voor een langere periode consequent ingevuld worden om de gewenste gedragsverandering te bereiken.

  • c.

    Handhaving wordt uitgevoerd op tijdstippen dat de meeste honden uitgelaten worden;

  • d.

    Het hondenbeleid dat met communicatie ondersteund moet worden, moet helder en duidelijk uitgedragen worden. Dit beleid vormt de basis waarop het communicatieplan opgesteld wordt en bepaalt het succes van deze aanpak;

  • e.

    Een goede samenwerking tussen de teams Toezicht en Handhaving, Communicatie en Openbare Ruimte en Avri in het uitdragen van beleid is van wezenlijk belang;

  • f.

    Samenwerking en afstemming gezocht wordt met inwoners, verenigingen voor hondenbezitters en intermediairs zoals dierenartsen, dierenspeciaalzaken, hondenscholen, etc;

  • g.

    Aansluiting gezocht wordt bij andere communicatiecampagnes binnen de Gemeente zoals bijvoorbeeld over zwerfafval.

7. Planning en organisatie

Fase 1: Opstellen communicatieplan en aankondiging van het nieuwe beleid in algemene en gerichte communicatie.

(2e en 3e kwartaal 2016)

Fase 2: Aanpassen van de voorzieningen, verwijderen hondentoiletten, verplaatsen afvalbakken.

(4e kwartaal 2016 - 1ste kwartaal 2017)

Fase 3: Intensiveren gerichte controle en handhaving.

(vanaf 1-1-2017)

Fase 4: Tussenevaluatie, waarna voortzetting tot minimaal 2020

(2e/3e kwartaal 2017)

8. Financiële onderbouwing

 

8.1 Incidentele investeringen aanpassing voorzieningen (2016-2017)

Hoewel de geplande activiteiten staan benoemd, is op detailniveau nog niet inzichtelijk hoeveel de precieze investeringen bedragen. Sommige investeringen zijn eenmalig en andere hebben een doorloop naar opvolgende jaren. Hierdoor kan het voorkomen dat in het ene jaar een overschrijding plaatsvindt en het opvolgende jaar een onderschrijding.

 

  • -

    Verplaatsen afvalbakken, verwijderen, herplaatsen op de nieuwe locatie, eventueel klein herstel.

Geraamd bedrag € 4.000 

  • -

    Plaatsing nieuwe bakken in de hondenuitlaatroutes

Geraamd bedrag € 10.000 

  • -

    Uitbreiding hondenspeelvelden

Geraamd bedrag €10.000 

  • -

    Verwijderen 7 stuks hondentoiletten, verwijderen zandondergrond, verwijderen obstakels en hekwerken, aanvullen met grond en inrichten aansluitend aan bestaande groenvoorziening.

Geraamd bedrag € 10.000 

  • -

    Aanpassing bebording 4 speelvelden en 1 uitlaatplaats, verwijderen bestaande bebording, leveren en plaatsen nieuwe bebording

Geraamd bedrag € 3.000 

  • -

    Aanbrengen stickers op afvalbakken, leveren en aanbrengen van stickers

Geraamd bedrag € 1.500

8.2 Communicatie

Incidentelekosten(2016):

  • -

    Opmaak

Geraamdbedrag € 5.000 

Communicatieplan

  • -

    Lanceren campagne

Geraamdbedrag € 3.000 

Structurele kosten (2017)

  • -

    Uitvoerengerichtecommunicatie aan hondenbezitters viafolders,brieven, etc.

Geraamdbedrag €2.500 

  • -

    Uitvoerenalgemenecommunicatie, viawebsite,lokale media,wijk- en dorpskrantjes

Geraamdbedrag €2.500

8.3 Projectgerichte uitvoering Handhaving

Basisinzet Handhaving per jaar 200 uur á € 50,-

Geraamd bedrag € 10.000

9. Evaluatie nieuwe hondenbeleid

Het honden(poep)beleid heeft tot doel in te zetten op een gedragsverandering, dit vergt tijd en maatwerk. De effecten van het beleid kunnen tussentijds meetbaar gemaakt worden door enquêtes per wijk of dorp uit te voeren.

De beleving op schaal van de gemeente zal gehanteerd worden in de evaluatie van het hondenbeleid. Hiervoor worden de meest actuele gegevens uit de klachtenregistratie als referentie voor het nieuwe beleid gebruikt.

De tussenevaluatie van het nieuwe beleid wordt in het 2e/3e kwartaal van 2017 uitgevoerd. Op dat moment kan eventueel bijgestuurd worden voor welke besteding de middelen zullen worden ingezet.

10. Conclusie

Met het invoeren van dit nieuwe hondenbeleid zal de overlast terug gedrongen worden. Helemaal verdwijnen zal de overlast veroorzaakt door hondenuitwerpselen niet. Het gedrag van mensen kan positief beïnvloed worden door het stellen van krachtige signalen. Door een wervend communicatietraject te combineren met optimalisereing van voorzieningen voor honden(bezitters) en gerichte handhaving wordt een gedragsverandering gestimuleerd. Tegelijk wordt de communicatie breder getrokken naar alle inwoners van Neder-Betuwe om de overlast tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Als overlast en irritatie beperkt kunnen worden, vergroot tegelijk het waardebesef en de trots voor de eigen leefomgeving.

Bijlagen:  

Algemene Plaatselijke Verordening Neder-Betuwe 2015 

Artikel 2:57 Loslopende honden

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    • a.

      binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;

    • b.

      op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    • c.

      buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd; of

    • d.

      op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  • 3.

    De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

 

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

  • 1.

    De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:

    • a.

      op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers;

    • b.

      op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

    • c.

      op een andere door het college aangewezen plaats.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  • 3.

    De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

 

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander:

    • a.

      anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;

    • b.

      anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

  • 3.

    In het eerste lid wordt verstaan onder:

    • a.

      muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn;

    • b.

      kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.

  • 4.

    Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. (tekst na vaststelling 1e wijziging op de APV 2015)

     

  • 5.

    Artikel 4:6A (Geluid)hinder door dieren

  • 6.

    1. Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

  • 7.

    2. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat dit dier niet door aanhoudend geblaf of gejank hinderlijk is voor de omgeving of de nachtrust verstoort.

 

2.57 lid 2: Voor hondenuitlaatplaatsen moet een aanwijzingsbesluit door het college worden genomen.

 

Hondenvoorzieningen (meetdatum juli 2015):

Dodewaard

Gieser Wildeman – hondenspeelveld

 

Echteld

Kerkeland - hondentoilet

 

Kesteren

  • -

    Wijk Westeinde bij trapveld– uitlaatplaats

  • -

    Adriaan van Ostadestraat – hondenspeelveld

 

Ochten

  • -

    Beukenlaan - hondentoilet,

  • -

    bij zorgcentrum Elim naast de speeltuin - hondentoilet,

  • -

    Hoeflaan - hondentoilet,

  • -

    Waalkant- hondentoilet,

  • -

    Cuneraweg bij fontein – hondenspeelveld

 

Opheusden

  • -

    Bij sporthal De Biezenwei – hondentoilet,

  • -

    Hazelaarstraat – hondenspeelveld

 

IJzendoorn

  • -

    Wethouder J. vd Hatertstraat - hondentoilet

Foto boven hondenuitlaatplaats Kesteren (aanlijnplicht)

Op de hondenspeelvelden mag de hond vrij of aangelijnd lopen. Buiten de bebouwde kom mag dat ook - mits het veilig is.

 

Mogelijke locatie die zich leent voor inrichting als maxi-hondenuitlaatplaats Bilderdijkstraat Kesteren.