Besluit Jeugdhulp Oostzaan 2016

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan, gelet op de artikel 14 van de Verordening Jeugdhulp Oostzaan 2016

Overwegende dat het gewenst is dat de gemeente beleidsregels vaststelt ter uitvoering van de Verordening Jeugdhulp 2016

In deze beleidsregels wordt aangegeven hoe een afweging wordt gemaakt om tot een beslissing op een aanvraag te komen en welke zaken daarin een rol moeten spelen.

Daarbij is veel aandacht voor het individu en bestaat de mogelijkheid om maatwerk te leveren, mits daar een goede motivering aan ten grondslag ligt.

B E S L U I T:

vast te stellen het Besluit Jeugdhulp Oostzaan 2016.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.Definities en begrippen

Alle definities en begrippen in deze uitvoeringsregeling hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet 2015, het Beleidsplan Jeugdhulp Oostzaan 2015-2017 en de Verordening Jeugdhulp Oostzaan 2016.

Hoofdstuk 2 Persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 2.Wijze van aanvragen een pgb

  • 1.

    Als een cliënt in aanmerking komt voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp en de hulp zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, kan door de cliënt een aanvraag worden ingediend bij het college zoals bedoeld in artikel 10 van de Verordening.

  • 2.

    Het persoonlijk budgetplan is gebaseerd op de te behalen resultaten zoals vermeld in het Verslag.

  • 3.

    In het persoonlijk budgetplan heeft de cliënt het volgende opgenomen:

    • a.

      welke hulp de cliënt met het pgb wenst in te kopen en wat het beoogde resultaat is;

    • b.

      waarom de cliënt de hulp in de vorm van een pgb wenst te ontvangen;

    • c.

      hoe de cliënt de aan het pgb verbonden taken verantwoord uit gaat voeren, dan wel wie de cliënt heeft gemachtigd om dit namens hem te doen;

    • d.

      hoe hij de hulp wenst in te kopen;

    • e.

      op welke wijze de kwaliteit van de hulp is gewaarborgd;

    • f.

      een onderbouwde begroting.

  • 4.

    Als de cliënt hulp wenst in te zetten met een persoon uit het sociaal netwerk, motiveert de cliënt in het persoonlijk budgetplan:

    • a.

      op welk gebied de hulp vanuit het sociaal netwerk de gebruikelijke hulp overstijgt;

    • b.

      waarom deze inzet leidt tot een gelijkwaardig of beter resultaat dan de inzet van een professional.

  • 5.

    Budgethouders kunnen jeugdhulp inkopen met het pgb. Het zorgdoel, de aanvraag, afhandeling en verantwoording blijft individueel.

  • 6.

    Twee maanden voor het aflopen van de indicatieduur vraagt de cliënt bij het college aan om de hulp in de vorm van het pgb te verlengen of aan te passen.

Artikel 2.2 (Her)beoordeling van een aanvraag van een pgb

  • 1.

    De aanvraag voor een pgb voldoet aan de criteria van het persoonlijk budgetplan van artikel 3.1

  • 2.

    Bij de (her)beoordeling van een pgb aanvraag worden de kwaliteitscriteria uit de Jeugdwet 2015 meegenomen.

  • 3.

    Het college toetst de kwaliteit van de geleverde jeugdhulp om te beoordelen of de cliënt in aanmerking komt voor een verlenging of een nieuwe beschikking.

  • 4.

    Bij een verlenging kan het college de kwaliteit van de hulp toetsen in een gesprek aan de hand van de volgende criteria, in hoeverre:

    • a.

      de hulp tot het gewenste resultaat heeft geleid;

    • b.

      de kwaliteit van de hulp voldoende was;

    • c.

      er bijsturing van de te behalen resultaten nodig is;

  • 5.

    Bij de toetsing wordt de geleverde hulp vergeleken met de gestelde resultaten in het Verslag, dit is leidend.

  • 6.

    De Budgethouder legt het tarief dat hij met zijn hulpverlener afspreekt vast in de zorgovereenkomst.

  • 7.

    De eerste aanvraag voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt voor maximaal één jaar toegekend.

  • 8.

    Bij een verlenging of een aanvullende pgb beschikking kan het college een pgb voor maximaal vijf jaar toekennen.

Artikel 2.3 Beoordeling van aanvraag pgb van een persoon uit het sociaal netwerk

  • 1.

    Een cliënt kan een pgb ontvangen voor de inzet van een persoon uit het sociaal netwerk onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      dat familieleden in de eerste graad minimaal voor de eerste acht uren per week geen betaling uit het pgb ontvangen;

    • b.

      dat de hulp vanuit het sociale netwerk buiten datgene valt dat redelijkerwijs van dit netwerk verwacht mag worden.

  • 2.

    Bij de beoordeling van de aanvaag wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp. Om vast te stellen of er sprake is van professionele hulp wordt gekeken in hoeverre aan de volgende criteria wordt voldaan, de persoon:

    • a.

      voldoet aan de kwaliteitseisen die voor de jeugdhulp zijn gesteld;

    • b.

      een salaris ontvangt dat past bij de kwaliteit van de hulp;

    • c.

      geen eerstegraads familie is van degene aan wie ze hulp verlenen.

  • 3.

    De cliënt is te allen tijde verantwoordelijk zich te houden aan de criteria in lid 4.

  • 4.

    Het tarief voor een pgb van een persoon uit het sociale netwerk is vastgelegd in het Besluit Jeugdhulp.

Artikel 2.4 Weigeringsgronden van aanvraag voor pgb

  • 1.

    In het besluit jeugdhulp worden de gronden genoemd om een aanvraag voor een pgb te weigeren. Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden indien:

    • a.

      de cliënt naar het oordeel van het college niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.1.1. lid 2 van de Wet;

    • b.

      het pgb is aangevraagd voor een hulpvorm die het college in collectieve vorm aanbiedt;

    • c.

      de hulp die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat;

    • d.

      de cliënt naar het oordeel van het college:

      1° de aanvraag niet kan motiveren en toelichten;

      2° geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

      3° problematische schulden heeft of een schuldsaneringstraject doorloopt;

      4° verwijtbaar onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft; onder verwijtbaar wordt verstaan dat de persoon handelingen heeft verricht of keuzes heeft gemaakt die ertoe hebben geleid dat toezicht of bewindvoering noodzakelijk is.

      5° redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het pgb te beheren of een daartoe gemachtigde niet beschikt over het keurmerk van het Keurmerkinstituut;

      6° een gemachtigde of beheerder van het pgb heeft aangewezen die tevens uitvoerder is van de met het PGB ingekochte hulp;

      7° belangenbehartigers, bemiddelingbureaus en tussenpersonen betaalt uit het pgb.

  • e.

    er sprake is van hulp in een spoedeisende situatie;

  • f.

    het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland;

  • g.

    de hulp die door één en dezelfde persoon geleverd wordt meer bedraagt dan 48 uur per week. Bij het vaststellen of er meer dan 48 uur per week hulp wordt geleverd, kan ook de hoeveelheid hulp worden meegenomen die deze persoon, via een pgb of andere wijze, levert aan andere personen of gezinsleden.

  • h.

    het pgb gebruikt wordt voor andere kosten dan het leveren van de hulp. Onder andere kosten wordt ook verstaan reiskosten of begeleidings- of administratiekosten in verband met het beheren van een pgb.

  • i.

    In afwijking van lid 1 sub f kan het college toestemming geven om, uitsluitend in noodzakelijke gevallen, de toegekende hulp individuele begeleiding die met het pgb ingekocht wordt ook in te zetten tijdens een vakantie.

Artikel 2.5 Hoogte pgb voor jeugdhulp

  • 1.

    De hoogte van een pgb voor jeugdhulp is gebaseerd op de landelijke tarievenlijst die gehanteerd wordt, en welke uitgaat van een percentage van de kostprijs van de zorg in natura.

  • 2.

    De hoogte voor een pgb voor de inzet van jeugdhulp via het sociaal netwerk is maximaal € 20,- per uur.

  • 3.

    De tarieven voor hulp zoals genoemd in lid 1 en 2 zijn opgenomen in bijlage 1.

Artikel 2.6 Besteding en verantwoording van het pgb

  • 1.

    De kosten die uit het pgb betaald moeten worden zijn:

    • a.

      salaris;

    • b.

      werkgeverskosten

    • c.

      reiskosten ten behoeven van de hulp;

    • d.

      administratie van de aanbieder die niet onder de taak van de SVB valt.

  • 2.

    De Budgethouder beschikt niet over een vrij besteedbaar bedrag en kan geen feestdagenvergoeding uitkeren.

  • 3.

    De cliënt handelt conform de bepalingen van de gemeente zoals opgenomen in de Verordening, de beschikking en het persoonlijke budgetplan.

    4. De cliënt geeft het college desgevraagd inzicht in de besteding van het pgb.

  • 5.

    Om de kwaliteit te waarborgen kan het college periodiek in gesprek gaan met de budgethouder over de behaalde resultaten met het persoonsgebonden budget of (steekproefsgewijs) toezicht houden op de daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte hulp aan de kwaliteitseisen voldoet.

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Artikel 3.1 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking acht dagen na publicatie .

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Jeugdhulp Oostzaan 2016.

Bijlage 1Financieel besluit - Pgb tarieven

 

Naar boven