Verordening Jeugdhulp Oostzaan 2016

De raad van de gemeente Oostzaan,

Gelet op artikel 2.9 en 2.12, 8.1.1. vierde lid en 12.4 tweede lid van de Jeugdwet en artikel 149 van de Gemeentewet,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2014;

Overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp, zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen bij de gemeente heeft neergelegd waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt;

Overwegende dat waar de eigen kracht van jeugdigen en hun ouders tekortschiet en aanvullende ondersteuning nodig is, de gemeente in haar beleid de uitgangspunten voor een zorgvuldige zorgtoewijzing, gebaseerd op daarvoor noodzakelijk deskundig advies heeft geformuleerd;

Overwegende dat dat de gemeente en degenen die de jeugdhulp verlenen de noodzakelijke verandering van de jeugdhulp niet alleen voor elkaar kunnen krijgen. Dat kan alleen als gemeente, Jeugdhulpverleners en burgers gezamenlijk invulling en uitvoering geven aan de Jeugdwet in de dagelijkse praktijk;

In aanmerking nemend dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, de toegang en toekenning van individuele voorzieningen, de afstemming met andere voorzieningen, de wijze waarop een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, en regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;

Besluit vast te stellen:

De “Verordening Jeugdhulp Oostzaan 2016”

Artikel 1. Begripsbepalingen

In aanvulling op de begrippen zoals gedefinieerd in de Jeugdwet wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

  • Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

  • Centrum Jong: het Centrum voor Jeugd en Gezin, waar ouders en opvoeders terecht kunnen met vragen over opgroeien en opvoeden College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan.

  • Gesprek: gesprek(ken)tussen de jeugdige en/of zijn ouders en een medewerker van het Jeugdteam in het kader van het onderzoek waarin de problemen, de hulpvraag en de mogelijke oplossingen daarvan met de jeugdige en/of diens ouders besproken wordt. Waar gewenst kan in overleg met de jeugdige in dit gesprek en onderzoek ook de informatie van (professionele) derden betrokken worden zodat tijdens het gesprek goed onderzocht kan worden aan welke ondersteuning een jeugdige behoefte heeft ;

  • Hulpvraag: hieronder wordt de vraag verstaan die door de jeugdige en/of zijn ouders is geformuleerd om de ervaren problemen te kunnen duiden; als bedoeld in artikel 2.3., eerste lid, van de wet;

  • Jeugdige: persoon die: (1) de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; (2) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is aangedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of (3) de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en voor wie de voortzetting van de jeugdhulp die was aangevangen, of voor wie het college voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar heeft bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

  • Jeugdteam: op gebiedsniveau georganiseerd multidisciplinair team dat de hulpvraag van jeugdigen of hun ouders behandelt en waar nodig specialistische hulp inzet.

  • Ondersteuningsplan: het plan dat wordt opgesteld naar aanleiding van het gesprek tussen de jeugdige en/of zijn ouders en de professional van het Jeugdteam waarin de hulpvraag en het doel van de gewenste ondersteuning conform de principes van één gezin, één plan, één regisseur worden vastgelegd;

  • Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder (conform definitie Jeugdwet; artikel 1.1);

  • Persoonlijk budgetplan: plan dat de aanvrager voor een maatwerkvoorziening indient ter motivering de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt te krijgen;

  • Persoonlijk plan (of: familiegroepsplan): het plan dat jeugdigen en/of hun ouders zelf op kunnen stellen waarin zij omschrijven welke problemen zij ervaren en welke oplossingen zij zien.

  • Pgb: het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt bedrag aan een jeugdige of zijn ouders dat hen in staat stelt jeugdhulp, die tot de individuele voorziening behoort, van derden te betrekken;

  • Steunpunt Veilig Thuis: het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Hier kunnen burgers en professionals zorgen melden en advies vragen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

  • Wet: Jeugdwet;

Artikel 2. Vormen van Jeugdhulp in Oostzaan

  • 1.

    Vrij toegankelijke jeugdhulp: Jeugdhulp waar elke Oostzaanse jeugdige toegang toe heeft zonder dat hier een beslissing van het college voor nodig is. Vrij toegankelijke jeugdhulp wordt geboden vanuit het Jeugdteam, het Centrum Jong en Steunpunt Veilig Thuis (AMHK).

  • 2.

    Niet vrij toegankelijke jeugdhulp: vormen van hulp die niet door het Jeugdteam zelf geboden wordt en waar een beschikking voor nodig is. Het gaat dan om gespecialiseerde jeugdhulp.

  • 3.

    Het college stelt bij nadere regeling vast welke voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.

Artikel 3. Toegang Jeugdhulp via de huisarts, medische specialist of jeugdarts

  • 1.

    Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medische specialist en jeugdarts, als en voor zover de genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

  • 2.

    Het college legt de te verlenen niet vrij toegankelijke jeugdhulp, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 11.

  • 3.

    Het college maakt nadere afspraken met de partijen genoemd in lid 1, en stelt nadere regels met betrekking tot de procedure van toegang tot de jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts.

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente, aanmelding hulpvraag bij het Jeugdteam

  • 1.

    De gemeente heeft de toegang tot jeugdhulp belegd bij het Jeugdteam

  • 2.

    Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag aanmelden bij het Jeugdteam.

  • 3.

    Het Jeugdteam bevestigt de ontvangst van een aanmelding schriftelijk.

  • 4.

    In acute gevallen treft het Jeugdteam of een daartoe gemandateerde organisatie zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

Artikel 5. Jeugdhulp door Jeugdteam

  • 1.

    Het Jeugdteam draagt er zorg voor dat de reguliere jeugdhulp binnen het team aanwezig is en adequaat wordt ingezet, waarbij het hele gezinssysteem wordt betrokken.

  • 2.

    De hulp kan bestaan uit:

    • a.

      informatie en voorlichting;

    • b.

      verhelderen van de hulpvraag

    • c.

      advisering over de aangewezen individuele voorziening;

    • d.

      analyse/ triage/ diagnostiek;

    • e.

      sociale en praktische steun; begeleiding;

    • f.

      het aanbieden van (online) trainingen en voorlichting;

    • g.

      het bieden van ambulante jeugdhulp in de brede zin, inclusief ‘drang’;

    • h.

      coördinatie en monitoring van hulp (één gezin, één regisseur, één plan), regie en afstemming met Sociaal team en aanbieders van jeugdhulpverlening

    • i.

      het bieden van nazorg.

  • 3.

    Wanneer de hulpvraag niet jeugdhulp betreft verwijst het Jeugdteam de jeugdigen en zijn ouders naar het gemeentelijk Sociaal team dan wel een andere voorliggende voorziening.

    a. Het Jeugdteam zoekt actief de samenwerking met het onderwijs en de leerplicht en draagt expertise over aan het onderwijs.

    b. Het Jeugdteam werkt nauw samen met het Centrum Jong en het Sociaal team en huisartsen. De samenwerking betreft onder meer het maken van afspraken over wie de regie heeft in een bepaalde casus.

    c. Indien op basis van het gesprek blijkt dat een cliënt beter geholpen kan worden in een andere voorziening, dan draagt het Jeugdteam zorg voor een warme overdracht.

Artikel 6. Cliëntondersteuning

  • 1.

    Het college/Jeugdteam zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de jeugdige en ouder uitgangspunt is.

  • 2.

    Het college/Jeugdteam wijst de jeugdige en ouder voor het onderzoek, als bedoeld in artikel 8, op de mogelijkheid van cliëntondersteuning.

Artikel 7. Vooronderzoek, indienen persoonlijk plan /familiegroepsplan

  • 1.

    Het Jeugdteam kan voorafgaande aan het onderzoek als bedoeld in artikel 8 beschikbare/toegankelijke gegevens bekijken met betrekking tot de jeugdige en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk - maar uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de melding - een afspraak voor een gesprek.

  • 2.

    Bij het vooronderzoek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het Jeugdteam alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een geldig identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.

  • 3.

    Relevante gegevens uit het vooronderzoek worden vastgelegd in het verslag (artikel 9).

  • 4.

    Het Jeugdteam brengt de jeugdige en/of zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan op te stellen, wat verstrekt wordt aan de medewerker van het Jeugdteam tijdens het gesprek als bedoeld in artikel 8.

Artikel 8.Onderzoek en gesprek

  • 1.

    Het onderzoek van het Jeugdteam omvat onder meer een gesprek met de jeugdige of zijn ouders. Het onderzoek en gesprek richten zich, voor zover nodig, op de volgende aspecten:

    • a.

      De behoeften, vragen, persoonskenmerken, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag. Hierbij is aandacht voor de omstandigheden waar de jeugdige zich in bevindt,

    • b.

      Het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;

    • c.

      De hulpverleningsgeschiedenis;

    • d.

      De wijze waarop het beste invulling kan worden gegeven aan de werkwijze van één gezin, één plan en de regie hierover;

    • e.

      De aard en ernst van de opgroei- of opvoedingsproblemen, de psychische problemen en stoornissen en de visie van ouders en jeugdigen hierop;

    • f.

      Het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;

    • g.

      In samenspraak met de jeugdige en/ofouders of er sprake is van een veilige opvoedsituatie;

    • h.

      De mogelijkheid om aanspraak te maken op een andere voorziening;

    • i.

      De mogelijkheid om de hulpvraag te beantwoorden door inzet van een algemene voorziening zoals het Centrum Jong of het Sociaal team;

    • j.

      De mogelijkheid om een individuele voorziening te treffen en het beoogde doel daarvan;

    • k.

      De mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige en zijn ouders in begrijpelijke taal worden ingelicht over de gevolgen van die keuze;

    • l.

      De wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

    • m.

      Hoe rekening zal worden gehouden met godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders.

    • n.

      Indien van toepassing, de inhoud van het persoonlijk plan of familiegroepsplan, en in hoeverre bovenstaande onderwerpen hierin voldoende tot uiting komen.

  • 2.

    In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het Jeugdteam de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze bijdrage wordt geïnd.

  • 3.

    Het Jeugdteam informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.

  • 4.

    De relevante gegevens uit het gesprek worden binnen drie weken vastgelegd in het verslag (artikel 7). Als blijkt dat er meer tijd nodig is voor afronding van het gesprek, dan kan de verslaglegging hiervan met maximaal drie weken worden uitgesteld.

  • 5.

    Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.

  • 6.

    Het college kan nadere eisen stellen aan het onderzoek en de gebruikmaking van een binnen het werkveld erkend en aanvaard instrumentarium

Artikel 9. Verslag en ondersteuningsplan

  • 1.

    Binnen drie weken na het gesprek als bedoeld in artikel 8 verstrekt het Jeugdteam aan de jeugdige of zijn ouders een verslag van de uitkomsten dan wel bevindingen van het onderzoek.

  • 2.

    Het Jeugdteam kan met redenen omkleed de termijn als genoemd in lid 2 één keer verlengen met zes weken.

  • 3.

    Het verslag voldoet aan de visie van één gezin, één plan en fungeert als ondersteuningsplan zoals omschreven in artikel 1.

  • 4.

    Het verslag fungeert als basis voor de verdere ondersteuning aan de jeugdige en zijn ouders/verzorgers, en kan worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.

  • 5.

    Als een jeugdige en/of zijn ouders van mening zijn dat hij/zij in aanmerking komt voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp, dan kan hij/zij dat aangeven op het verslag. Indien het verslag tevens dient als aanvraag voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp (artikel 10) dient de jeugdige en/of zijn ouders het verslag te ondertekenen.

  • 6.

    Het college kan nadere eisen stellen aan de vorm en/of de inhoud van het verslag en ondersteuningsplan.

Artikel 10. Aanvraag niet vrij toegankelijke hulp

  • 1.

    Voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp is een schriftelijke aanvraag nodig.

  • 2.

    Jeugdigen en/of hun ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het Jeugdteam

  • 3.

    Het college kan het ondertekend verslag (artikel 7) van het gesprek aanmerken als aanvraag als de jeugdige of zijn ouders dat op het verslag hebben aangegeven.

  • 4.

    Het college legt de te verlenen niet vrij toegankelijke jeugdhulp, dan wel de afwijzing daarvan, binnen twee weken na ontvangst aanvraag vast in een beschikking als bedoeld in artikel 11.

Artikel 11.Beschikking voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp

  • 1.

    In de beschikking tot verstrekking van niet vrij toegankelijke jeugdhulp wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. De beschikking wordt vastgesteld op basis van de aanvraag.

  • 2.

    Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking tevens in ieder geval vastgelegd:

    • a.

      Welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;

  • b.

    Wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;

  • c.

    Hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, en

  • d.

    Welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

    • 3.

      Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

  • a.

    Voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;

  • b.

    Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;

  • c.

    Wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;

  • d.

    Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en

  • e.

    De wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

    • 4.

      Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of zijn ouders daarover in de beschikking geïnformeerd.

    • 5.

      Het college kan nadere criteria voor de toekenning van niet vrij toegankelijke jeugdhulp vaststellen.

Artikel 12. Verlenging niet vrij toegankelijke jeugdhulp

  • 1.

    De specialistische jeughulpaanbieder kan eenmalig bij het Jeugdteam een met redenen omklede verlenging van de verstrekte voorziening in natura aanvragen bij het Jeugdteam.

  • 2.

    De jeugdige of zijn ouders kan een met reden omkleed verlenging van een pgb aanvragen bij het Jeugdteam.

  • 3.

    Het Jeugdteam legt de verlenging dan wel de afwijzing daarvan binnen drie weken na ontvangst aanvraag vast in een aanvullende beschikking.

Artikel 13. Weigeringsgronden voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp

  • 1.

    Niet vrij toegankelijke Jeugdhulp zal worden geweigerd indien;

    • a.

      Vrij toegankelijke jeugdhulp naar de met redenen omklede mening van het Jeugdteam toereikend is.

    • b.

      De jeugdige zelf dan wel zijn sociale omgeving naar de met redenen omklede mening van het Jeugdteam de hulpvraag adequaat op zich kan nemen.

    • c.

      Het Jeugdteam met redenen omkleed van mening is dat de hulpvraag beter beantwoord kan worden bij een overige voorziening.

Artikel 14. Regels voor pgb

  • 1.

    De cliënt dient de aanvraag voor een pgb in op een door het college ter beschikking gesteld format voor het persoonlijk budgetplan.

  • 2.

    Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet.

  • 3.

    De hoogte van een pgb:

    • a.

      Is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden.

    • b.

      Is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en

    • c.

      Bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de desbetreffende situatie geldende goedkoopste adequate individuele voorziening in natura.

  • 4.

    Een cliënt, aan wie pgb wordt verstrekt, kan diensten betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk indien hij voldoet aan daartoe gestelde criteria. Het college stelt deze criteria en de wijze waarop de hoogte wordt bepaald in nadere regels vast.

  • 5.

    Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de criteria en de wijze van vaststellen van de hoogte van het budget.

  • 6.

    De tarieven voor een pgb zijn vastgesteld in het Financieel Besluit.

Artikel 15. Toezicht en handhaving

  • 1.

    Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden,waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.

  • 2.

    Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:

    • a.

      De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking hiervan tot een andere beslissing zou hebben geleid;

    • b.

      De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen;

    • c.

      De individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;

    • d.

      De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of

    • e.

      De jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.

  • 3.

    Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.

  • 4.

    Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

  • 5.

    Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

Artikel 16. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders Jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren preventie, Jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met:

  • a.

    Aard en omvang van de te verrichten taken;

  • b.

    De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;

  • c.

    Een in de sector gebruikelijke toeslag voor overheadkosten;

  • d.

    Een sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof en ziekte, naast werk gerelateerde nevenactiviteiten zoals werkoverleg en scholing.

  • e.

    Benodigde kwaliteit en deskundigheid van het personeel

  • f.

    Kosten voor bijscholing van het personeel.

Artikel 17. Vertrouwenspersoon

  • 1.

    Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

  • 2.

    Het Jeugdteam wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door deze onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 18. Klachtregeling

1.Het college draagt zorg voor een transparante en klantvriendelijke procedure voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening.

Artikel 19. Second opinion

  • 1.

    Indien de jeugdige en/of zijn ouders het niet eens zijn met de inhoud van het verslag, heeft de jeugdige en/of zijn ouders recht op een second opinion.

  • 2.

    De second opinion wordt uitgevoerd door een organisatie/professional met minstens overeenkomstige kwalificaties. De second opinion vindt plaats op het niveau van een ander instituut, en niet op persoonsniveau.

  • 3.

    De second opinion heeft het karakter van een tweede beoordeling van het bestaande dossier. Er wordt niet opnieuw (diagnostisch) onderzoek gedaan.

  • 4.

    Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt opnieuw genomen met inachtneming van de bevindingen van de second opinion.

Artikel 20. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere en onvoorziene hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening, indien daar zeer dringende redenen voor zijn.

  • 2.

    Het college kan over bijzondere omstandigheden nadere regels stellen inzake de termijnen genoemd in de artikelen 3 derde lid, 5 eerste lid, 7 eerste en tweede lid, 8 vierde lid en 9.2 derde lid.

Artikel 21. Inspraak en medezeggenschap

  • 1.

    Het college betrekt ingezetenen van de gemeente Oostzaan bij de voorbereiding van het beleid betreffende Jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

  • 2.

    Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntengroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende Jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende Jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief in te vullen.

  • 3.

    Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

  • 4.

    Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Artikel 22. Evaluatie

1.Het door het gemeente gevoerde beleid wordt om de twee jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe in het tweede kwartaal van het voorliggend jaar een verslag aan de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2016.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp gemeente Oostzaan.

Naar boven