verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2008
Raadsbesluit 2015
 
DE RAAD DER GEMEENTE EPE
 
gezien de ledenbrief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, kenmerk ECLBR/U201401246, d.d. 10 juli 2014;
 
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 2015-26905 d.d. 25 augustus 2015;
 
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
 
BESLUIT
vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2008
 
Artikel I
De Algemene plaatselijke verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd:
 
A
In artikel 1:2, derde lid, wordt na ‘als bedoeld in artikel 2:11’ ingevoegd:, tweede lid, aanhef en onder a,.
 
B
In artikel 2:10, zesde lid, onder b, wordt ‘artikel 5:19’ vervangen door: artikel 5:18.
 
C
In artikel 2:11, vierde lid, wordt ‘de daarop gebaseerde Telecomverordening’ vervangen door: de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur.
 
D
In artikel 2:39, tweede lid, onder b, wordt ‘de minister van Justitie’ vervangen door: de minister van Veiligheid en Justitie.
 
E
In artikel 2:48, eerste lid, wordt na ‘Het is’ ingevoegd: voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
 
F
Artikel 2:58, tweede lid, komt te luiden:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
 
G
Artikel 2:66 komt te luiden:
 
Artikel 2:66 Begripsbepaling
 
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.  handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. verkoopregister: het aantekening houden van verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte ten ongeregelde goederen door de handelaar.
 
H
Artikel 2:67 komt te luiden:
 
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
 
1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;
c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;
d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
 
2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
 
3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
 
I
Artikel 2:68 komt te luiden:
 
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht  
 
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
a. wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik genomen;
b. de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;
c. aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;
d. indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a bedoelde functionaris;
e. zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar;
f. wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.
 
J
Artikel 2:69 komt te luiden:
 
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
 
Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed.
 
K
Na artikel 2:74 wordt een artikel ingevoegd luidende:
 
Artikel 2.74A Openlijk drugsgebruik
 
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek
toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten often behoeve van het gebruik voorwerpen of
stoffen voorhanden te hebben.
 
L
In artikel 3:5, tweede lid, onder c, wordt ‘273a’ vervangen door: 273f.
 
M
In artikel 3:9, vierde lid, wordt na ‘gedurende’ ingevoegd: een.
 
N
In artikel 4:2, tweede lid, wordt ‘artikel 4:113, eerste lid’ vervangen door: artikel 3.148, eerste lid.
 
O
In artikel 5:9, eerste lid, wordt ‘hun’ vervangen door: hen.
 
P
Artikel 5:15 komt te luiden:
 
Artikel 5:15 Ventverbod
 
1. Het is verboden te venten:
a. op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen; of
b. op door het college aangewezen dagen en uren.
 
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
 
3. Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
 
4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
 
5. Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
 
Q
Artikel 5:16 vervalt.
 
Artikel II  
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
 
Epe, 17 september 2015

De raad voornoemd,

de voorzitter, Ir. H. van de Hoeve MPA

de griffier, V. Smit.

Naar boven