Subsidieregeling Amsterdam Dialoog 2015-2016(3B, 2015, 200)
 
Afdeling 3B
Nummer 200
Publicatiedatum 2 oktober 2015
Onderwerp
Subsidieregeling Amsterdam Dialoog 2015-2016
Ondersteuning van activiteiten die de verbinding tussen Amsterdammers versterken en de stad weerbaarder maken tegen spanningen. De looptijd van deze regeling is van 1 oktober 2015 tot 1 januari 2017.
Burgemeester en wethouders van Amsterdam
Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 29 september 2015 hebben besloten:
Het incidenteel beschikbare bedrag, t.w. in totaal € 500.000,- voor de totale looptijd van 01 oktober 2015 tot 01 januari 2017 van de regeling.
Voor de aanvragen tot en met € 4000 per aanvraag is het subsidieplafond € 100.000 voor de gehele looptijd. Voor de aanvragen van ten hoogste € 20.000 zijn er vijf tranches van € 80.000 ( totaalbedrag € 400.000) waarbij per tranche aan rechtspersonen maximaal € 20.000 per aanvrager verleend kan worden.
Achtergrond
De subsidieregeling is een uitwerking van het Actieprogramma Amsterdam Dialoog. De analyse en urgentie achter het actieprogramma zijn onverminderd actueel en zijn daarmee tevens de onderbouwing voor dit besluit. Voor het bieden van financiële ondersteuning is -conform de regels van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 (ASA2013)- de voorliggende subsidieregeling Amsterdam Dialoog 2015-2016 opgesteld.
  • I.
    Het doel van deze subsidieregeling is om de verbinding tussen Amsterdammers te versterken en de stad weerbaarder te maken door financiële ondersteuning van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen conform het Actieprogramma Amsterdam in Dialoog 2015-2016, voor zover die niet door ondersteuning in natura dan wel door publieke ondersteuning afdoende bevorderd worden.
  • II.
    Het college kan eenmalig subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten voortkomend uit bezorgdheid om radicalisering of polarisatie en die:
• Contact en dialoog tussen Amsterdammers van verschillende achtergronden stimuleren;
• De weerbaarheid en veiligheidsgevoel met betrekking tot spanningen bij alle Amsterdammers versterken;
• Kennis over (de achtergronden van) verschillende groepen in Amsterdam (geschiedenissen, religies, conflicten) verhogen die bijdraagt aan een vreedzame samenleving.
  • III.
    Het totale beschikbare bedrag is 500.000 euro. De (incidentele) dekking is afkomstig uit de bestaande budgetten voor de aanpak radicalisering bij OJZ.
  • IV.
    Er wordt een knip gemaakt tussen eenvoudige aanvragen tot en met 4.000 euro en uitgebreidere aanvragen die tot maximaal 20.000 euro kunnen worden gesubsidieerd.
  • V.
    Aanvragen tot en met 4000 euro zijn bestemd voor natuurlijke personen (ingediend met minstens drie vrijwilligers). De aanvragen worden direct na indiening beoordeeld en zo snel mogelijk toegekend. Voor de aanvragen tot en met 4000 euro per aanvraag is het subsidieplafond 100.000 euro voor de gehele looptijd.
  • VII.
    Voor de aanvragen van ten hoogste 20.000 zijn er vijf tranches van 80.000 euro. Deze kunnen worden verleend aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Alle aanvragen uit een tranche worden verzameld en gelijktijdig beoordeeld en onderling vergeleken door een beoordelings- en adviesgroep. De adviesgroep kent de aanvragen punten toe aan de hand van criteria. Vervolgens ontstaat een prioriteitenlijst van aanvragen.
  • VIII.
    De prioriteitenlijst wordt besproken in de in de staf van de burgemeester en
wordt daarna ter besluitvorming voorgelegd aan B&W. Er is een hardheidsclausule waarbij in bijzondere gevallen het college kan voorstellen om af te wijken van de bedragen en vereisten van deze regeling.
IX.De looptijd van het actieprogramma is iets langer dan een jaar, van 1 oktober 2015 tot 1 januari 2016
De subsidieregeling moet past binnen de regels van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013. Dit betekent dat er een aantal formele eisen wordt gesteld aan de indieners – bijvoorbeeld het gebruik van DigID en aanvragen kunnen alleen via de website van het Subsidiebureau lopen. Mogelijk hebben deze eisen hun weerslag op de flexibiliteit en snelheid die het college beoogde met deze ondersteuningsregeling. Dit vraagt om goede voorlichting en eventueel steun bij aanvraag.
  • -
    Belangrijk aspect hierin is ook dat de subsidieregeling onderdeel is van de bredere ondersteuningregeling die ook kan bestaan uit inhoudelijke en morele steun, dan wel ondersteuning in natura. Het kan zijn dat er bij een subsidieaanvraag eerst met de aanvragers gesproken gaat worden over de mogelijkheid om (gedeeltelijk) in natura te ondersteunen of bijvoorbeeld groepen met elkaar in contact te brengen.
  • -
    Om zo objectief mogelijk te beoordelen is een aantal criteria opgesteld waaraan getoetst wordt. De doelstellingen van de regeling zijn tamelijk ruim wat het risico met zich meebrengt dat er veel verschillen zullen zijn tussen de aanvragen – zowel in kwaliteit, kwantiteit als het beoogde doel en bereik. Dit maakt het beoordelen moeilijk en vraagt de nodige nazorg als aanvragen worden afgewezen. Ook is er kans dat aanvragers in beroep gaan. De Subsidieregeling Burgerschap en Diversiteit kent ook ruime doelstellingen en daar zijn relatief veel bezwaarprocedures.
  • -
    Mede met het oog op eerdere casuïstiek is in de regeling nadrukkelijk aandacht besteed aan de mogelijke weigeringsgronden bovenop de reeds bestaande weigeringsgronden van de ASA2013. In de ASA2013 staat al dat aanvragen die een gevaar vormen voor de openbare orde kunnen worden geweigerd, en in deze regeling is opgenomen dat dit ook kan geschieden als activiteiten in tegenspraak zijn met beleid van de gemeente. De verwachting is dat met deze combinatie van weigeringsgronden onzinnige en ongewenste subsidieaanvragen of aanvragen van organisaties die ongewenst gedrag vertonen kunnen worden geweigerd of worden ingetrokken.
De Subsidieregeling Amsterdam Dialoog 2015-2016
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In de subsidieregeling wordt verstaan onder:
  • 1.
    Beoordelings- en adviesploeg; commissie bestaande uit een oneven aantal leden dat de aanvragen beoordeelt voor subsidies hoger dan 4.000 euro;
  • 2.
    College; college van burgemeester en wethouders;
  • 3.
    ASA 2013; Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;
4 Eenmalige subsidie; begrip zoals bedoeld in artikel 1 van de ASA 2013;
  • 5.
    Radicalisering; de groeiende bereidheid tot het nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving die op gespannen voet staan met de democratische rechtsorde en/of waarbij ondemocratische middelen worden ingezet;
  • 6.
    Polarisatie; de verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving die resulteert of kan resulteren in (een toename van) spanningen tussen deze groepen en segregatie langs etnische en religieuze lijnen;
  • 7.
    Subsidieplafond; een bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.
Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013
De ASA 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is om de verbinding tussen Amsterdammers te versterken en de stad weerbaarder te maken door financiële ondersteuning van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen conform het Actieprogramma Amsterdam Dialoog 2015-2016, voor zover die niet door ondersteuning in natura dan wel door publieke ondersteuning afdoende bevorderd worden.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
  • 1.
    Het college kan eenmalige subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten voortkomend uit bezorgdheid om radicalisering of polarisatie die:
    • a.
      Contact en dialoog tussen Amsterdammers van verschillende achtergronden stimuleren.
    • b.
      De weerbaarheid en het veiligheidsgevoel met betrekking tot spanningen bij alle Amsterdammers versterken.
    • c.
      Kennis over (de achtergronden van) verschillende groepen in Amsterdam (geschiedenissen, religies, conflicten) verhogen die bijdraagt aan een vreedzame samenleving.
HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEPLAFOND
Artikel 5 Subsidieplafond
  • 1.
    Het subsidieplafond voor de regeling bedraagt 500.000 euro.
  • 2.
    Het maximaal aan te vragen bedrag bedraagt 20.000 euro per aanvraag. In de aanvraag- en toekenningsprocedure wordt onderscheid gemaakt tussen subsidieaanvragen die maximaal 4.000 euro bedragen en aanvragen van 4.001 tot en met 20.000 euro.
  • 3.
    Binnen het in het eerste lid bedoelde plafond bedraagt het subsidieplafond20.000 euro per tranche (als bedoeld in artikel 9) voor aanvragen tot en met 4.000 euro.
  • 4.
    Binnen het in het eerste lid bedoelde plafond bedraagt het subsidieplafond 80.000 euro per tranche (voor aanvragen van rechtspersonen) ten hoogste 20.000 euro per aanvrager.
  • 5.
    Als de plafonds, bedoeld in lid drie en vier, niet uitgeput worden, kan het resterende deel aan de volgende tranche toegevoegd worden.
Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond
  • 1.
    Aanvragen tot en met 4.000 euro worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het bereiken van het plafond in de gestelde termijn. Aan de aanvrager zal duidelijk gemaakt worden op basis van welke criteria (lid drie) een aanvraag wordt toegekend of afgewezen.
  • 2.
    De aanvragen voor een subsidie boven de 4.000 euro worden gerangschikt op een prioriteitenlijst. De rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt behaald op basis van weging van de onder lid 3 genoemde criteria.
  • 3.
    De aanvragen worden beoordeeld door een daartoe samengestelde beoordelings- en adviesploeg aan de hand van de volgende criteria:
    • a.
      Prioriteit zal worden gegeven aan aanvragen die aansluiten bij de geest van het Actieprogramma Amsterdam Dialoog 2015-2016;
    • b.
      Prioriteit zal worden gegeven aan aanvragen waarbij in grote mate mensen met verschillende achtergronden of ideeën bij elkaar worden gebracht;
    • c.
      Prioriteit zal worden gegeven aan aanvragen waarmee in vergelijking tot de andere aanvragen een groter aantal deelnemers bereikt wordt. Hoe groter het bereik en hoe meer olievlekwerking, hoe beter;
    • d.
      Prioriteit zal worden gegeven aan aanvragen waarbij moeilijk bereikbare groepen worden betrokken;
    • e.
      Prioriteit zal worden gegeven aan aanvragen met een grote mate van betrokkenheid van andere financiers of strategisch partners. Hoe meer partijen betrokken hoe beter;
    • f.
      Prioriteit zal worden gegeven aan aanvragen met een grote mate van eigen inzet, voor minder geld.
  • 4.
    Het college streeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag per tranche naar een evenwichtige spreiding over de doelstellingen.
  • 5.
    Bij aanvragen boven de 4.000 euro zal de beoordelings- en adviesploeg kenbaar maken aan de aanvrager op basis van welke criteria een aanvraag wordt toegekend of afgewezen.
  • 6.
    Indien meerdere aanvragen van boven de 4.000 euro op dezelfde plaats op de prioriteitenlijst worden gerangschikt en door honorering deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste kosten gehonoreerd.
HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEAANVRAAG
Artikel 7. De aanvrager
  • 1.
    Subsidie van ten hoogste 4.000 euro kan worden verleend aan natuurlijke personen indien de aanvraag wordt ingediend door minimaal drie Amsterdammers.
  • 2.
    Subsidie van meer dan 4.000 kan worden verleend aan een rechtspersoon en moet ten goede komen aan de Amsterdammers.
Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
  • 1.
    In aanvulling op artikel 5 van de ASA 2013 wordt bij de subsidieaanvraag boven 4.000 euro de volgende informatie overlegd:
    • a.
      de doelstelling(en) van de activiteit, de (omvang van)te bereiken doelgroep, een beschrijving van deze doelgroep en de behoeften van de doelgroep en hoe met de te subsidiëren activiteit wordt aangesloten bij deze behoeften van de doelgroep;
    • b.
      een sluitende begroting voor de te subsidiëren activiteit met daarin onderscheiden de kosten die direct betrekking hebben op de activiteit, de kosten die overheadkosten zijn van de aanvrager en de inkomsten en bijdragen in natura naast de aangevraagde subsidie;
    • c.
      een beschrijving of en zo ja hoe samen wordt gewerkt met andere organisaties, instanties en bedrijven.
Artikel 9 Aanvraagtermijn
  • 1.
    Subsidieaanvragen kunnen te allen tijde worden ingediend, maar worden ten behoeve van het toekenningsproces en het bijbehorende subsidieplafond ingedeeld in tranches van drie maanden. De datum van binnenkomst aanvraag geldt als ijkdatum. De tranches lopen van 16 oktober 2015 tot 1 januari 2016, van 1 januari 2016 tot 1 april 2016, van 1 april 2016 tot 1 juli 2016, 1 juli 2016 tot 1 oktober 2016 en van 1 oktober 2016 tot 1 januari 2017.
  • 2.
    Aanvragen die zijn afgewezen omdat het subsidieplafond was bereikt worden niet automatisch doorgeschoven naar de volgende tranche. Het is wel mogelijk opnieuw een aanvraag in te dienen.
.
Artikel 10 Beslistermijn
1.In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de ASA 2013, beslist de beoordelings- en adviesploeg op aanvragen boven de 4.000 euro binnen acht weken na afloop van de tranche, vermeld in artikel 9, tweede lid.
Artikel 11 Hardheidsclausule
1.Indien een aanvraag niet past binnen de formele eisen ten aanzien van het aangevraagde bedrag of de vormvereisten met betrekking tot de aanvrager, maar wel een zeer aanzienlijke bijdrage kan leveren aan het bereiken van de doelstelling(en) van het Actieprogramma Amsterdam Dialoog 2015-2016, kan het college besluiten om alsnog de aanvraag toe te kennen.
HOOFDSTUK 4 WEIGERING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 12 Weigeringsgronden
  • 1.
    In aanvulling op artikel 9 van de ASA 2013 kan het college weigeren een subsidie te verlenen als:
    • a.
      De aanvrager vanuit een andere gemeentelijke regeling, zoals de Subsidieregeling Burgerschap en Diversiteit reeds middelen ontvangt voor dezelfde activiteit of hetzelfde project.
    • b.
      Activiteiten uitsluitend gericht zijn op ontmoeting binnen de eigen gemeenschap.
    • c.
      Activiteiten in tegenspraak zijn met gemeentelijk beleid op andere beleidsterreinen.
    • d.
      Er sprake is van schending van het principe van scheiding tussen Kerk en Staat. De uitgangspunten van de Scheiding Kerk en Staat zijn in 2008 door de gemeenteraad vastgesteld middels de notitie Scheiding Kerk en Staat en de motie De Wolf.
    • e.
      Er onvoldoende voldaan wordt aan de criteria gesteld in artikel 6, derde lid van deze subsidieregeling.
HOOFDSTUK 5 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER
Artikel 13 Aanvullende verplichtingen
Communicatie over het project dient in afstemming te gebeuren met de subsidieverstrekker.
HOOFDSTUK 6 VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 14 Verantwoording subsidies.
Voor de verantwoording van subsidies gelden de bepalingen opgenomen in de ASA 2013, waarbij bij bedragen vanaf 5.000 euro extra verantwoordingseisen worden gesteld.
HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN
Artikel 15 Inwerkingtreding en duur
De Subsidieregeling treedt in werking per 1 oktober 2015 en geldt tot 1 januari 2017.
Artikel 16 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Actieprogramma Amsterdam Dialoog 2015-2016.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester
Naar boven