|
|
|
1. Is voldaan aan de voorschriften voor het indienen van een aanvraag?
|
Nee, termijn stellen voor aanvulling, na afloop termijn niet-ontvankelijk verklaren.
|
– art. 30 lid 1 t/m 4 HVV
|
2. Alle leden van het huishouden hebben een geldige verblijfstitel voor Nederland.
|
|
|
3. Aanvrager is minimaal 1 jaar aaneengesloten ingezetene van 1 of meer van de volgende gemeenten: Wassenaar, Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer.
|
|
|
4. Aanvrager heeft een aantoonbare economische binding aan de gemeente of één van de volgende gemeenten: Wassenaar, Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer.
|
|
– art. 27 lid 1 sub b HVV
|
5. Aanvrager heeft een aantoonbare maatschappelijke binding aan één van de volgende gemeenten: Wassenaar, Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer.
|
|
– art. 27 lid 1 sub b HVV
|
6. Aanvrager behoort tot de wettelijke categorieën mensen aan wie geen bindingseisen mogen worden gesteld.
|
|
– art. 27 lid 1 sub b HVV
|
7. Aanvrager kan elders onderdak vinden, denk ook aan (begeleide) kamerbewoning, onzelfstandige woningen e.d., of heeft inkomen boven het gestelde maximale normbedrag.
|
Ja, afwijzen op grond van eigen mogelijkheden buiten het aanbodmodel. De onzelfstandige huisvesting mag op zichzelf weer niet de oorzaak zijn van een noodsituatie.
|
– art. 27, lid 1 sub f HVV
– art. 11 HVV: inkomensgrens
|
|
Ja, afwijzen wegens eigen mogelijkheden binnen het aanbodmodel.
|
– art. 27 lid 1 sub d HVV
|
9. De huidige situatie is aan de eigen schuld en/of toedoen van de aanvrager te wijten.
|
Ja, afwijzen op grond van eigen schuld en toedoen.
|
– art. 27 lid 1 sub d HVV
|
10. Er is alleen sprake van verlies van huisvesting door verbreken van een duurzame relatie of door te klein wonen, zonder verdere ernstige sociaal-/medische of psychische problemen.
|
Ja, afwijzen, geen meervoudige problematiek. tenzij de uitverhui-zende ouder (gedeeltelijke) zorgplicht heeft voor uitverhuizende kind(eren).
|
– art. 27 lid 2 sub a HVV
|
11. Aanvrager verkeert in een levensbedreigende of levensontwrichtende woonsituatie.
|
Ja, positief advies voor voorrangsverklaring.
Toewijzing leidt tot verlening van urgentie voor de gehele regio
|
|
12. Behoort de aanvrager tot de categorieën genoemd in artikel 27 lid 2 of lid 4?
|
Ja, positief advies voor voorrangsverklaring.
|
|
13. Hardheidsclausule in uitzonderlijke gevallen toepasbaar, ingeval afwijzing van het urgentieverzoek zou leiden tot een onaanvaardbaar hard besluit voor de aanvrager.
|
Toepassing van de hardheidsclausule wordt overwogen indien de aanvrager voldoet aan het onder 2, 11 en 13 gestelde, maar niet voldoet aan één of meer van de overige criteria.
|
|