|
|
|
|
|
|
Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
- 2.
Het verbod geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover: 1°.elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; 2°.elk onderdeel, ongeacht hoe het scherm staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; 3º elk onderdeel, ongeacht hoe het scherm staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt. c. voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, maar in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats gereinigd is; e. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; f. evenementen als bedoeld in artikel 2:12; g. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15; h. voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement.
- 3.
Het is verboden op, aan, over of boven een openbare plaats een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: a. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de openbare plaats, of c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
- 4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken.
- 5.
De weigeringsgrond van het vierde lid, a. onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet; b. onder b, geldt niet voor bouwwerken; c. onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
- 6.
Het bevoegd bestuursorgaan kan categorieën van voorwerpen aanwijzen, al dan niet beperkt in plaats en tijd, waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt en kan daarbij voorschriften stellen.
- 7.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
|
2
:
6a
Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
- 2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken.
- 3.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
2:6b Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
- 1.
Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel is niet van toepassing op: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover: 1°.elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; 2°.elk onderdeel, ongeacht hoe het scherm staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; 3º elk onderdeel, ongeacht hoe het scherm staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; c. voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden of lossen ervan; d. kerstbomen en –versiering, indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen; f. evenementen als bedoeld in artikel 2:12; g. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15; h. voorwerpen, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Parkeerverordening.
- 2.
Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel is voorts niet van toepassing op a. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, tenzij sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onder a, van het vorige artikel; b. voorwerpen die door of in opdracht van een bestuurs-orgaan of openbaar lichaam worden geplaatst ter uit-oefening van publieke taken;c. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening.
- 3.
De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel is niet van toepassing indien in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
- 4.
De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel is niet van toepassing op bouwwerken.
- 5.
De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel is niet van toepassing indien in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
2:6
c
Vrij te stellen categorieën
Het bevoegd gezagsorgaan kan categorieën van voorwerpen aanwijzen, al dan niet beperkt in plaats en tijd, waarvoor het verbod in het eerste lid van artikel 2:6a niet geldt en kan daarbij voorschriften stellen.
|
|
|
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
- 4.
Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, het Provinciaal Wegenreglement Noord-Brabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of Verordening Ondergrondse Infrastructuur Veldhoven.
|
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
- 4.
Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of Verordening Ondergrondse Infrastructuur Veldhoven.
|
|
|
Maken, veranderen van een uitweg
- 4.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening Noord-Brabant.
|
Maken, veranderen van een uitweg
- 4.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.
|
|
|
Exploitatie openbare inrichting
- 2.
De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
|
Exploitatie openbare inrichting
- 2.
De burgemeester weigert de vergunning indien:
a. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan;
b.
de exploitant de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt;
c.
d
e exploitant in enigerlei opzicht van slecht levens
gedrag is;
d.
de exploitant onder curatele staat of is ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij.
|
|
|
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
|
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras - bedrijfsmatig of anders dan om niet - alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
|
|
|
Toezicht op smart- en growshops
|
Toezicht op smart- en headshops
|
|
|
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a.
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop of growshop;
|
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a.
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop of headshop;
|
|
|
|
|
|
|
Verontreiniging door honden
- 1.
De eigenaar, houder, verzorger of diegene die een hond onder zijn hoede heeft is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op een openbare plaats binnen de bebouwde kom; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelterrein, trapveldje, schoolterrein of sportveld; c. op een andere door het college aangewezen plaats.
- 2.
Het bepaalde in het eerste lid onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
- 3.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
|
Verontreiniging door honden
- 1.
Degene die zich met een hond begeeft
a. op een openbare plaats;
b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelterrein, trapveldje, schoolterrein of sportveld; c. op een andere door het college aangewezen plaats;
is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen
van die hond onmiddellijk worden verwijderd
.
- 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op personen die zich vanwege hun handicap laten begeleiden door een geleidehond of sociale hulphond.
- 3.
Het bepaalde in het eerste lid onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
|
|
|
- 2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet buiten de bebouwde kom van 31 december 10.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 02.00 uur.
|
- 2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet buiten de bebouwde kom van 31 december 18.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 02.00 uur.
|
|
|
Bestuurlijke ophouding, veiligheids-risicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
|
Bestuurlijke ophouding, veiligheids-risicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebieds-ontzeggingen
|
|
|
|
- 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
- 2.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 8 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
- 3.
Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
- 4.
De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
|
|
|
Gedragseisen exploitant en beheerder
- 2.
Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9 eerste lid onder a Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: • de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 Wetboek van Strafrecht;
|
Gedragseisen exploitant en beheerder
- 2.
Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9 eerste lid onder a Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: • de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 Wetboek van Strafrecht;
|
|
|
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Het is verboden op of aan een roerende of onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor:
- a.
het verkeer in gevaar wordt gebracht;
- b.
ernstige hinder ontstaat voor de omgeving;
- c.
de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
|
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
- 1.
Het is verboden op of aan een roerende of onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor: a. het verkeer in gevaar wordt gebracht; b. ernstige hinder ontstaat voor de omgeving; c. de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
- 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
|
|
|
Parkeren van reclamevoertuigen
- 1.
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op een openbare plaats te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
- 2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
- 3.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
|
Parkeren van reclamevoertuigen
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op een openbare plaats te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
|
|
|
Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
- 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op een openbare plaats te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
|
Parkeren van uitzicht
belemmerende voertuigen
- 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op een openbare plaats te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
|