Inspraak concept Beleidsregels Wet Bibob gemeente Groesbeek 2015
Burgemeester en wethouders van Groesbeek maken bekend dat zij onderstaande concept Beleidsregels Wet Bibob gemeente Groesbeek 2015 vrijgeven voor inspraak.
 
In deze beleidsregels wordt aangegeven hoe door het college van burgemeester en wethouders van Groesbeek met haar bevoegdheden op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) wordt omgegaan. De beleidsregels zijn gebaseerd op de bestaande beleidsregels van de voormalige gemeenten Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Groesbeek, en daar waar nodig geharmoniseerd en geactualiseerd. De bestaande lijn om de mogelijke toepassing van de Wet Bibob in stand te houden maar anderzijds niet standaard de Wet Bibob op grote schaal toe te passen is ook in deze beleidsregels aangehouden.
Op een enkel punt zijn de beleidsregels aangescherpt in die zin dat bij weigering om een vragenlijst van de Wet Bibob in te vullen dit zonder meer een grond oplevert om de aanvraag te weigeren dan wel de opdracht niet te verstrekken of een beschikking in te trekken.
 
Inzage
De concept beleidsregels liggen overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening zes weken na de datum van dit gemeenteblad voor een ieder ter inzage.
De betreffende stukken (collegevoorstel en concept Beleidsregels Wet Bibob gemeente Groesbeek 2015) zijn te raadplegen via de website www.groesbeek.nl of op afspraak in te zien in het gemeentehuis, Dorpsplein 1 te Groesbeek. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met mw. P. Goddijn van de afdeling Bedrijfsvoering/BJZ, tel 14024.
 
Inspraak
Ingezetenen van Groesbeek en belanghebbenden kunnen desgewenst een gemotiveerde zienswijze op de concept beleidsregels kenbaar maken binnen zes weken na de datum van dit Gemeenteblad.
Deze zienswijze kan worden gericht aan:
Burgemeester en wethouders van gemeente Groesbeek
T.a.v. mevrouw P. Goddijn, afdeling Bedrijfsvoering /BJZ
Postbus 20
6560 AA Groesbeek
 
Concept-Beleidsregels Wet Bibob gemeente Groesbeek 2015
 
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • 1.
    De definities in artikel 1 lid 1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregels, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald.
  • 2.
    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
     
    a. Aanvraag:
    de aanvraag om een beschikking resp. het aanbod tot een overheidsopdracht.
     
    b. rechtspersoon met een overheidstaak:
    de gemeente Groesbeek
     
    c. De wet:
    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
     
    d. besluit:
    het Besluit Bibob;
     
    e. bestuursorgaan:
    de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groesbeek;
     
    f. overheidsopdracht:
    een opdracht als beschreven in artikel 1 van de wet en waarop de wet kan worden toegepast;
     
    g. vastgoedtransactie:
    een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:
    • 1.
      het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;
    • 2.
      huur of verhuur;
    • 3.
      het verlenen van een gebruiksrecht; of
    • 4.
      de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt.
     
    h. betrokkene:
    de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de subsidieontvanger, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan of zal worden aangegaan, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer;
     
    i. eigen onderzoek/Bibobtoets:
    eigen onderzoek/Bibobtoets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet en deze beleidsregels door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het Bureau aan te vragen.
Artikel 2 Doel
  • 1.
    De gemeente beoogt met toepassing van de wet te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteert waardoor de veiligheid, de leefbaarheid, de rechtsorde of de bestuurlijke slagkracht worden aangetast.
  • 2.
    Deze beleidsregels hebben tot doel duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop het bestuursorgaan de wet toepast.
Hoofdstuk 2. Toepassingsbereik
Artikel 3 Categorieën
  • 1.
    Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, de wet toe met betrekking tot
    • a.
      beschikkingen zoals bedoeld in:
      • i.
        artikel 3 van de Drank- en Horecawet, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm;
      • ii.
        artikel 7 van de wet jo artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatie horecabedrijf), indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm;
      • iii.
        artikel 7 van de wet jo artikel 2.39a van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatie speelgelegenheid) en artikel 2 van de Verordening inzake speelautomatenhallen, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm;
      • iv.
        artikel 7 van de wet jo artikel 3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (Seksinrichtingen), indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm;
    • b.
      overheidsopdrachten die op grond van interne richtlijnen van de gemeente Groesbeek voor aanbesteden van werken, diensten en leveringen openbaar worden aanbesteed, welke richtlijnen zijn vastgelegd in de nota Inkoop en aanbestedingsbeleid gemeente Groesbeek.
  • 2.
    Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, eveneens de wet toe met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunningen resp. ontbinding van de in het eerste lid genoemde overeenkomsten.
  • 3.
    Bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in het eerste lid, sub b zal het bestuursorgaan bedingen dat de overeenkomst kan worden ontbonden op gronden ontleend aan de wet. Ook kan het bestuursorgaan bedingen dat onderaannemers alleen met toestemming van de gemeente kunnen worden gecontracteerd en dat in dat kader een advies kan worden gevraagd.
Artikel 4 Bijzondere situaties
  • 1.
    Behalve op de in artikel 3 genoemde categorieën, past het bestuursorgaan de wet toe:
    • a.
      ten aanzien van bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; (een dergelijk vermoeden kan voorvloeien uit bijvoorbeeld eigen informatie en/of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC)
    • b.
      ten aanzien van nader te bepalen categorieën in door het bestuursorgaan bij openbaar bekendgemaakte besluiten aangewezen delen van de gemeente ten aanzien waarvan aanleiding bestaat tot inzet van de wet Bibob;
    • c.
      in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 jo 26 van de wet wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen.
  • 2.
    Bovendien zal een Bibob-toets plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat over de aanvrager van een beschikking, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
Hoofdstuk 3 Procedure
Artikel 5 Vragenlijst
  • 1.
    In alle in artikel 3 en 4 bedoelde gevallen moet betrokkene naast de gebruikelijke vragenlijsten Bibob-vragenlijsten invullen.
  • 2.
    De in het eerste lid bedoelde vragenlijsten worden door het bestuursorgaan bij openbaar bekend te maken besluit vastgesteld.
  • 3.
    Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld te retourneren, zullen allereerst de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht toegepast worden. Bij volharding zal de weigering worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als genoemd in artikel 4 jo 3 van de Wet Bibob. Dit zal een grond opleveren om de aanvraag te weigeren dan wel de opdracht niet te verstrekken respectievelijk de beschikking in te trekken.
Artikel 6. Regulier afhandelen
  • 1.
    Het bestuursorgaan gaat over tot het positief beschikken op de aanvraag indien noch de reguliere weigeringsgronden behorende bij de in artikel 3 genoemde vergunningen en overheidsopdrachten, noch de weigeringsgronden op grond van de wet van toepassing zijn.
  • 2.
    Het bestuursorgaan weigert de aanvraag of gaat over tot het intrekken van beschikkingen danwel het ontbinden van overeenkomsten, indien de reguliere weigeringsgronden behorende bij de in artikel 3 genoemde vergunningen en overheidsopdrachten van toepassing zijn.
Artikel 7. Ultimum remedium
  • 1.
    Uitsluitend indien geen toepassing gegeven kan worden aan artikel 6, beoordeelt het bestuursorgaan of weigering, danwel intrekking of ontbinding op grond van de wet mogelijk is.
  • 2.
    Het bestuursorgaan kan het Bureau om een advies vragen in het kader van de in het eerste lid bedoelde beoordeling én indien het bestuursorgaan door het Openbaar Ministerie is gewezen op de wenselijkheid daarvan.
Artikel 8 Motivering
Het voornemen om een advies aan te vragen wordt gemotiveerd.
Artikel 9 Informatieplicht
  • 1.
    Het bestuursorgaan informeert betrokkene schriftelijk over het voornemen om een advies aan het Bureau aan te vragen. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 10 van deze beleidsregels.
  • 2.
    In het geval het bestuursorgaan overgaat tot het aanvragen van een advies aan het Bureau, voegt het een afschrift van het schrijven als bedoeld in het eerste lid toe aan de adviesaanvraag.
Artikel 10. Opschorten beslistermijn
  • 1.
    Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt op grond van artikel 31 van de wet de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort conform het bepaalde in de wet (artt 15 en 31).
  • 2.
    De in het eerste lid bedoelde (beslis)termijn wordt verlengd indien het Bureau zijn adviestermijn op grond van artikel 15, derde lid van de wet, verlengt. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de termijn, genoemd in artikel 15 lid 3 van de wet.
  • 3.
    Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging als bedoeld in het vorige lid.
  • 4.
    De verlenging van de adviestermijn van het Bureau, alsmede eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau in gevallen als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de wet, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.
Artikel 11 Weigering en aanvullende voorwaarden
  • 1.
    Het bestuursorgaan weigert in elk geval een aanvraag of gaat over tot intrekking van de beschikking dan wel ontbinding van de overeenkomst op grond van de wet, indien sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012.
  • 2.
    Het bestuursorgaan kan de aanvraag weigeren, de beschikking intrekken dan wel de overeenkomst ontbinden, indien sprake is van een mindere mate van gevaar die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden en bovendien de gevolgen van deze weigering niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
  • 3.
    Indien het bestuursorgaan voornemens is de aanvraag te weigeren, de beschikking in te trekken dan wel de opdracht te ontbinden op grond van de wet, wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijzen in te brengen.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 13 Inwerkintreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van de bekendmaking.
Gelijktijdig worden de beleidsregels inzake Wet bibob zoals eerder vastgesteld door de voormalige gemeenten Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Groesbeek ingetrokken.
Artikel 14 Overgangsrecht
  • 1.
    Deze beleidsregels zijn van toepassing op na de datum van inwerkingtreding ontvangen aanvragen en op de datum van inwerkingtreding afgegeven beschikkingen en overheidsopdrachten als bedoeld in artikel 3 en 4 van deze beleidsregels.
Artikel 15. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Wet Bibob gemeente Groesbeek 2015’.
Groesbeek, 8 september 2015

Burgemeester en wethouders van Groesbeek,

De secretaris,

De burgemeester,

Naar boven