Gemeenteblad van Medemblik

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
MedemblikGemeenteblad 2015, 79441Verordeningen
Verordening individuele studietoeslag Participatiewet
 
 
De raad van de gemeente Medemblik;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 9 juni 2015;
Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid van de Participatiewet;
B E S L U I T;
vast te stellen de: Verordening individuele studietoeslag Participatiewet
Artikel 1. Indienen verzoek
Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.
Artikel 2. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon
Het college beoordeelt of een persoon niet in staat is tot het verdienen van het
wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. Indien het college hier onvoldoende zicht op heeft, wordt advies aan een arbeidsdeskundige gevraagd
Artikel 3.Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen
Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking komen voor een studietoeslag.
Artikel 4.Hoogte individuele studietoeslag
  • 1.
    Een individuele studietoeslag bedraagt € 373,00 per jaar.
  • 2.
    Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.
Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag
Een studietoeslag wordt per periode van zes maanden als één bedrag uitbetaald.
Artikel 6. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2015.
Artikel 7. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op 2 juli 2015.
 
De griffier, De voorzitter,
A.Reus F.R. Streng
 
ALGEMENE TOELICHTING
De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren.
Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs
tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is.
Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in de rug nodig als
het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een
baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2).
De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen.
Verordeningsplicht
De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een verordening regels
vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is
neergelegd in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder
geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).
Voorwaarden individuele studietoeslag
Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld
in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, kan een aanvraag indienen voor een
individuele studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de individuele
omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat
deze persoon op de datum van de aanvraag:
  • -
    18 jaar of ouder is;
  • -
    recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft
op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage
en schoolkosten;
  • -
    geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft en
  • -
    een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen
van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS-tegemoetkoming, betekent
niet dat deze persoon ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen.
Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd en
inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet geregeld en is geen
vereiste voor het ontvangen van een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet.
Voor het recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de toeslag -aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft,
bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
opleiding te overleggen.
De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing bij verlening van de
individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1. Indienen verzoek
Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:
• personen die algemene bijstand ontvangen;
• personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35, vierde lid, onderdelen
b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend;
• personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
• personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet;
• personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
• personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en
• niet-uitkeringsgerechtigden.
Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb).
Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld in artikel 36b,
eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de
gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.
Artikel 2. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon
Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag:
  • -
    18 jaar of ouder is;
  • -
    recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft
op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage
en schoolkosten;
  • -
    geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft en
  • -
    een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen
van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan de hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon hieraan voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies van een arbeidsdeskundige ingewonnen.
Artikel 3. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen
Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.
Bij de invulling van de periode waarvoor een persoon in aanmerking kan komen voor individuele studietoeslag wordt uitgegaan van een periode van zes maanden. Hierbij wordt aangesloten bij
de halfjaarlijkse inschrijf- en startmomenten die doorgaans gelden voor opleidingen. Dit kan bijvoorbeeld doeltreffend zijn omdat een persoon enkel op het moment van aanvraag moet voldoen aan de uit artikel 36b van de Participatiewet voortvloeiende voorwaarden voor aanspraak te maken op een individuele studietoeslag.
Studeert een persoon na die zes maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.
Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag
In dit artikel is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld.
Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend.
Een individuele studietoeslag bedraagt € 373,00 per jaar.
Voor de hoogte van de individuele studietoeslag is aansluiting gezocht bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag voor een alleenstaande.
De individuele studietoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor personen die tot de doelgroep behoren en is niet gerelateerd aan daadwerkelijk gemaakte kosten. Omdat de aard van deze regeling gelijkenissen vertoond met de individuele inkomenstoeslag, kan voor wat betreft de hoogte van het bedrag, daarbij aansluiting worden gezocht. Dit doet niets af aan het feit dat studenten in de praktijk juist vaak geen recht hebben op individuele inkomenstoeslag vanwege het aanwezige arbeidsmarktperspectief.
Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag.
In het tweede lid van deze verordening is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen.
Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag
In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag geregeld.
Een individuele studietoeslag wordt eenmalig voor een periode van zes maanden in één bedrag uitbetaald. Dit is de helft van het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening.
Na zes maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening.
Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is.
Er wordt gekozen voor een eenmalige betaling in plaats van een periodieke betaling. Dit heeft te maken met de fiscale gevolgen. Volgens de Rekenregels en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2014 is periodieke bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar inkomensaanvullend namelijk een belaste verstrekking. Eenmalige bijzondere bijstand is een onbelaste verstrekking.
Artikel 6. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag.
Artikel 7. Citeertitel
In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.