Werktijdenregeling BAR-organisatie
Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie
besluit:
  • 1.
    gelet op artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen jo. Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie;
  • 2.
    gelet op artikel 4:2 van de CAR/UWO;
  • 3.
    gelet op de instemming van de ondernemingsraad d.d. 2 december 2014;
tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de arbeidsvoorwaardenregeling van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie
 
Werktijdenregeling BAR-organisatie
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepaling
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Feitelijke arbeidsduur
Het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid heeft verricht.
Formele arbeidsduur
De volgens de aanstelling vastgestelde omvang van het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid moet verrichten.
Medewerker
De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, sub a van de CAR-UWO, alsmede uitzendkrachten, gedetacheerden, stagiaires en personen die anderszins werkzaam zijn bij de werkgever.
Pauze
Een periode van een onafgebroken aantal minuten waarop geen arbeid wordt verricht.
Werkgever
Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie
Werktijd
De periode waarop door de medewerker arbeid verricht.
Artikel 2 Toepassing
Lid 1
De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard regeling en een bijzondere regeling.
Lid 2
De standaardregeling geldt voor de medewerkers die zelf regelruimte hebben voor het bepalen van hun werktijden.
Lid 3
De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers die op wisselende tijden volgens rooster werken, waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. De werkgever bepaalt welke functiegroep(en) onder de bijzondere regeling vallen. Deze functiegroep(en) en functies zijn opgenomen in bijlage A van deze regeling.
Artikel 3 Arbeidsduur
Lid 1
De formele arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband gemiddeld 36 uur per week en ten hoogste 1836 uur per jaar (conform artikel 1:1 lid 1k van de CAR-UWO).
Lid 2
Bij een deeltijd dienstverband is de formele arbeidsduur per week het aantal uren dat in de aanstelling is vermeld. De formele arbeidsduur per jaar wordt naar rato berekend.
Lid 3
De feitelijke arbeidsduur kan afwijken van de formele arbeidsduur, met inachtneming van de artikelen uit hoofdstuk 4 van de CAR-UWO.
Artikel 4 Werktijden
Lid 1
De werktijd bedraagt per dag maximaal 11 uren. De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 50 uren per week.
Lid 2
De medewerker die tussen de 5,5 uur en 10 uur per dag werkt, dient ten minste een half uur pauze te nemen. De pauzetijd kan ineens of in 2 delen worden opgenomen.
Lid 3
Wanneer een medewerker meer dan 10 uur per dag werkt, dient hij tenminste 45 minuten pauze te nemen. De pauzetijd moet minimaal in 2 delen worden opgenomen.
Artikel 5 Doktersbezoek
Lid 1
Doktersbezoek, tandartsbezoek, ziekenhuisbezoek, e.d. dienen buiten werktijden plaats te vinden.
Lid 2
Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden, of wanneer het niet mogelijk is om een bezoek als bedoeld in het eerste lid buiten de werktijden plaats te laten vinden, treden leidinggevende en medewerker in overleg om tot een passende oplossing te komen.
Paragraaf 2. De standaardregeling
Artikel 6 Dagvenster
Medewerkers kunnen werkzaamheden verrichten binnen het dagvenster van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur.
Artikel 7 Bezetting en werkafspraken
Lid 1
De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van de afdeling.
Lid 2
Periodiek worden basisafspraken gemaakt tussen de leidinggevende en de medewerker over de werktijden, verlof en werkplanning binnen het dagvenster. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd.
Lid 3
Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang van de werkzaamheden op de afdeling, bereikbaarheid voor interne en externe klanten en een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de medewerker.
Lid 4
Wanneer de medewerker feitelijk meer of minder werkt dan de formele arbeidsduur wordt de gewerkte tijd op een ander moment gecompenseerd (tijd voor tijd). De leidinggevende en de medewerker maken samen afspraken om de tijd te compenseren.
Artikel 8 Thuiswerken
De medewerker maakt met zijn leidinggevende afspraken over thuiswerken.
Artikel 9 Buitendagvenstervergoeding
Lid 1
Indien de medewerker buiten het dagvenster werkzaamheden moet verrichten, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 CAR-UWO. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende.
Lid 2
De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is heeft conform artikel 3:8 CAR-UWO geen recht op een buitendagvenstervergoeding.
Artikel 10 Beschikbaarheidsdiensten
Lid 1
De medewerker die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten kan recht hebben op een vergoeding zoals opgenomen in de bezoldigingsregeling.
Lid 2
Wanneer de medewerker wordt opgeroepen tijdens zijn beschikbaarheidsdienst geldt daarvoor een dagvenster van 7.00 uur tot 18.00 uur op werkdagen van maandag t/m vrijdag. De medewerker heeft recht op compensatie in tijd conform artikel 7 lid 4 van deze regeling.
Lid 3
Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht buiten het dagvenster van 7.00 uur tot 18.00 uur op werkdagen (en in het weekend en op feestdagen), komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 CAR-UWO. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende.
Paragraaf 3. De bijzondere regeling
Artikel 11 Bijzondere regeling
Lid 1
De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage A opgenomen functiegroep(en) en functies.
Lid 2
De leidinggevende stelt voor deze groep eenzijdig de individuele werktijden vast conform artikel 4:4 CAR-UWO.
Lid 3
De werkgever kan de in de bijlage A genoemde functies/functiegroep(en) wijzigen na overleg met de ondernemingsraad.
Lid 4
Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen in de CAR-UWO en de bezoldigingsregeling BAR-organisatie aanspraak maken op de overwerkvergoeding, toelage onregelmatige dienst, toelage bereikbaarheid- en beschikbaarheid en verschuivingsvergoeding.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 12 Evaluatie
Jaarlijks evalueren de werkgever en de ondernemingsraad de regels en afspraken over de werktijden in de organisatie overeenkomstig artikel 4:2 lid 12 van de CAR-UWO. De OR heeft de bevoegdheid om verbetervoorstellen in te dienen, waarvan de werkgever alleen gemotiveerd kan afwijken.
Artikel 13 Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.
Artikel 14 Citeertitel en inwerkingtreding
Deze regeling kan worden aangehaald als de “Werktijdenregeling BAR-organisatie” en treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Aldus besloten in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie d.d. 27 mei 2014
Naar boven