Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2015
 
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De raad van de gemeente Opsterland;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 mei 2015;
gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
overwegende dat de gemeente verplicht is om een verordening vast te stellen op basis waarvan ouders van leerlingen, onder bepaalde voorwaarden, aanspraak kunnen maken op bekostiging van de vervoerskosten van en naar school;
overwegende dat de wettelijke wijzigingen als gevolg van het Passend Onderwijs in de verordening zijn verwerkt en de gemeente Opsterland de zelfredzaamheid in het reizen van leerlingen wil vergroten en zij daartoe maatwerk wil bieden in het leerlingenvervoer;
besluit vast te stellen de Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2015.
Artikel 1. Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. aangepast vervoer:vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus, treintaxi of bustaxi;
b. afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
c. begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
d. commissie van onderzoek:commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;
e. commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra;
f. eigen vervoer: vervoer per eigen auto, brommer, scooter of fiets;
g. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
h. leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel;
i. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto;
j. opstapplaats:plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
k. ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling;
l. regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;
m. reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;
n. samenwerkingsverband:
1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
2°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
o. school:
1°.basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of
3°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
p. stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;
q. toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
r. vervoer: openbaar vervoer, eigen vervoer of aangepast vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
s. vervoersvoorziening:
1°. een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
2°. een andere passende voorziening die goedkoper is dan de onder sub 1 genoemde vervoerskosten;
t. wangedrag:gedrag van een leerling dat onacceptabel is omdat het:
  • a.
    gevaar voor de leerling zelf of voor anderen veroorzaakt;
  • b.
    bedreigend is voor anderen;
  • c.
    onhygiënisch is;
u . woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.
Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening
1.Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
1.2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.
1.4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.
Artikel 3. Vervoersvoorzieningnaar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
  • 1.
    Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling of de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
  • 2.
    Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.
Artikel 4. Toekenning vervoersvoorziening
Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.
Artikel 5. Aanvraagprocedure
  • 1.
    Het college gebruikt voor de aanvraag van een vervoersvoorziening een (digitaal) formulier.
  • 2.
    Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend (digitaal) formulier.
  • 3.
    Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.
  • 4.
    Indien dit voor een juiste beoordeling noodzakelijk is, kan het college advies inwinnen bij onafhankelijke externe deskundigen of bij het gebiedsteam Opsterland.
  • 5.
    Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
  • 6.
    Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
    7. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
    • a.
      wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag door het college;
    • b.
      wanneer het een andere passende voorziening betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Artikel 6. Wijzigen, opschorten en intrekken vervoersvoorziening
  • 1.
    De ouders zijn verplicht wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mee te delen aan het college.
    2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw eenvervoersvoorziening toe.
  • 3.
    Als het college ambtshalve een wijziging vaststelt, die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is toegekend, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Voordat het college zijn besluit neemt worden de ouders in de gelegenheid gesteld om hun eigen zienswijze mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.
    4. De vervoersvoorziening kan worden gewijzigd, opgeschort of worden ingetrokken indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dan er op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
  • 5.
    In geval van wangedrag door de leerling gedurende het door de gemeente Opsterland bekostigde vervoer, kan het college besluiten de toegekende vervoersvoorziening te wijzigen, op te schorten of in te trekken.
    6. Ten onrechte genotenbekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Artikel 7. Peildatum leeftijd leerling
Voor het toekennen van een vergoeding op basis van artikel 11 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft.
Artikel 8. Andere vergoedingen
De aanspraak op een toelage, voor zover die betrekking heeft op de reis tussen de woning en de school van de betrokken leerling, wordt op een bekostiging in mindering gebracht.
Hoofdstuk 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
Artikel 9. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
  • 1.
    In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
    • a.
      een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of
    • b.
      een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
  • 2.
    Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en:
    • a.
      de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of
    • b.
      een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a.
3. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen of van het gebiedsteam Opsterland, die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 10. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt voor een school voor basisonderwijs en drie kilometer voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs.
  • 2.
    Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.
Artikel 11. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider indien:
    • a.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de leerling jonger dan negen jaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of
    • b.
      de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
  • 2.
    Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 12. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
  • 1.
    Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt, indien:
    • a.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
    • b.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
    • c.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
    • d.
      de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
  • 2.
    Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.
  • 3.
    Bij de verstrekking van een bekostiging voor het aangepast vervoer kan het college als voorwaarde stellen dat de ouders de leerling deel laten nemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets.
Artikel 13. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
  • 1.
    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
  • 2.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:
    • a.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, zoals vastgelegd in de beleidsregels behorende bij deze verordening, indien het college desgewenst toestaat of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
    • b.
      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer; of
    • c.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, zoals vastgelegd in de beleidsregels behorende bij deze verordening, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
  • 3.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, zoals vastgelegd in de beleidsregels behorende bij deze verordening, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
  • 4.
    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
Artikel 14. Bekostiging passende voorziening
Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college, met in achtneming van de artikelen 10, 11, 12 en 13, ouders een andere passende voorziening verstrekken, die goedkoper is dan de bekostiging van de vervoerskosten.
Artikel 15. Drempelbedrag
  • 1.
    Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.750,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
  • 2.
    De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
  • 3.
    Het bedrag van € 24.750,- genoemd in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari 2016 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van
€ 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.750,-.
  • 4.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
  • 5.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen en hun eventuele begeleider die gebruik maken van het vervoer per fiets.
Artikel 16. Financiële draagkracht
  • 1.
    Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.
  • 2.
    De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders.
Zij bedraagt: 
Inkomen in euro’s
Eigen bijdragen in euro’s
0-33.000
Nihil
33.000-40.000
140
40.000-46.000
585
46.000-52.000
1090
52.000-59.000
1595
59.000-65.500
2100
65.500 en verder
Voor elke extra € 5.000: € 515 erbij
  • 3.
    De inkomensbedragen, genoemd in het tweede lid, worden met ingang van 1 januari 2016 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.
  • 4.
    De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het tweede lid, worden met ingang van 1 januari 2016 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-.
  • 5.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
  • 6.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen en hun eventuele begeleider die gebruik maken van het vervoer per fiets.
Hoofdstuk 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
Artikel 17. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
  • 1.
    In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
    • a.
      een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; of
    • b.
      een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
  • 2.
    Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen of van het gebiedsteam Opsterland die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 18 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van een leerling die een school voor voortgezet speciaal onderwijs bezoekt, zoals bedoeld onder artikel 17, eerste lid, sub b, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan drie kilometer bedraagt.
  • 2.
    In afwijking van het eerste lid kent het college de ouders een bekostiging toe op basis van de kosten van het vervoer per fiets, brommer of scooter, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per brommer of scooter.
Artikel 19 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18, bekostigt hetcollege tevens de vervoerskosten ten behoeve van een begeleider, indien door de ouders kan worden aangetoond dat de leerling, gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.
2.Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 20. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
  • 1.
    Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten vanaangepast vervoeraan de ouders van de leerling die een school voor voortgezet speciaal onderwijs bezoekt, indien:
    • a.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
    • b.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
    • c.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
    • d.
      de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
  • 2.
    Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer.
  • 3.
    Bij de verstrekking van een bekostiging voor het aangepast vervoer kan het college als voorwaarde stellen dat dat de ouders de leerling laten deelnemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets.
Artikel 21. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
  • 1.
    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
  • 2.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:
    • a.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, brommer of scooter, zoals vastgelegd in de beleidsregels behorende bij deze verordening, indien het college desgewenst toestaat of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, brommer of scooter;
    • b.
      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer;
    • c.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, zoals vastgelegd in de
beleidsregels behorende bij deze verordening, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging
van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
  • 3.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, zoals vastgelegd in de beleidsregels behorende bij deze verordening, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
  • 4.
    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
Artikel 22 Bekostiging passende voorziening
Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college, met in achtneming van de artikelen 18, 19, 20 en 21, ouders een andere passende voorziening verstrekken, die goedkoper is dan de bekostiging van de vervoerskosten.
Hoofdstuk 4 Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer
Artikel 23. Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer aan in de gemeente wonende ouders
Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening toe voor het weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem/haar passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in dit hoofdstuk.
Artikel 24. Vergoeding voor weekeinde en vakantie
  • 1.
    Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.
  • 2.
    Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.
  • 3.
    Hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 25. Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet
In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
Artikel 26. Afwijken van bepalingen
Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.
Artikel 27 Overgangsbepaling
  • 1.
    De bepalingen van deze verordening zijn voor de eerste maal van toepassing in het schooljaar 2015-2016. Op het vervoer van leerlingen voorafgaand aan het schooljaar 2015-2016 en daarop betrekking hebbende geschillen, blijven de regelingen zoals luidend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing.
  • 2.
    De bepalingen van deze verordening zijn met terugwerkende kracht van toepassing op aanvragen voor het schooljaar 2015-2016 die voor 1 augustus 2015 worden ingediend.
  • 3.
    Ouders van leerlingen die een basisschool of speciale school voor basisonderwijs bezoeken en die in het schooljaar 2014-2015 een vervoersvoorziening voor hun kind ontvingen in de vorm van aangepast vervoer, behouden aanspraak op deze vervoersvoorziening totdat op basis van een persoonlijke beoordeling door de gemeente is vastgesteld of sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 15, lid 4 of artikel 16, lid 5 van deze verordening.
Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.
    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2015.
  • 2.
    Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2015.
  • 3.
    Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2008 ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 juni 2015.
De griffier, De voorzitter,
Ieke Zwart Ellen van Selm
Naar boven