Gemeenteblad van Zwolle

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZwolleGemeenteblad 2015, 5756Verordeningen
Gemeente Zwolle, bekendmaking verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015
De Raad van de gemeente Zwolle heeft in de vergadering van 8 december 2014 de verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015 vastgesteld. Deze verordening treedt 1 januari 2015 inwerking en heeft betrekking op de gemeente Zwolle. De verordening ligt ter inzage bij het Informatiecentrum in het Stadskantoor en is ook te raadplegen via www.zwolle.nl/bestuur/verordeningen en beleidsregels.
 
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2015
 
Hoofdstuk I : Algemene bepalingen
Artikel 1 Inleidende bepaling
Krachtens deze verordening worden geheven:
  • a.
    een afvalstoffenheffing;
  • b.
    reinigingsrechten.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
  • a.
    ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
  • b.
    GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn.
Hoofdstuk II: Afvalstoffenheffing
Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
  • 1.
    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
  • 2.
    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door:
  • 1.
    één persoon € 215,38
  • 2.
    meer dan één persoon € 269,23
Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen terzake, aan het begin van het belastingjaar of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, in de basisregistratie personen is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1.
    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  • 2.
    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
  • 3.
    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
  • 4.
    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt, bij een gelijkblijvende gebruikssituatie.
  • 5.
    Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag.
  • 6.
    Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Artikel 9 Termijnen van betaling
  • 1.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  • 2.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 9, eerste lid en derde lid, van deze verordening, moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00, waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  • 3.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van deze verordening dienen de aanslagen, waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel vermelde betalingstermijn.
  • 4.
    Op het bepaalde in lid 3 van artikel 9 van deze verordening geldt als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt.
  • 5.
    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk III: Reinigingsrechten
Artikel 10 Belastbaar feit
Onder de naam "reinigingsrechten" wordt een recht geheven voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit:
  • a.
    het eenmaal per week verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang, aangeboden in minicontainers, danwel;
  • b.
    het maximaal 13 maal per maand ontsluiten van een verzamelsysteem door middel van een milieupas of toegangspas voor het aanbieden van bedrijfsafval van beperkte omvang.
Artikel 11 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht.
Artikel 12 Maatstaf van heffing en tarief
Het recht voor het eenmaal per week verrichten van de in artikel 10 onder a bedoelde diensten bedraagt € 269,23 (incl. BTW) per minicontainer, per belastingjaar. Het recht voor het 13 maal per maand ontsluiten van het verzamelsysteem bedraagt € 269,23 (incl.BTW) per belastingjaar.
Artikel 13
De in de artikelen 7 en 9 vermelde bepalingen zijn onverminderd van toepassing op het recht als bedoeld in artikel 12.
Artikel 14 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1.
    Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  • 2.
    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
  • 3.
    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
  • 4.
    Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag.
  • 5.
    Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Artikel 15 Vrijstelling
Het recht wordt niet geheven voor de eerste container terzake van een perceel, in - of aanpandig van een perceel, terzake waarvan de belastingplichtige eveneens in de heffing bedoeld in artikel 3 van deze verordening is betrokken.
Artikel 16 Kwijtschelding
Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van de reinigingsrechten.
Hoofdstuk IV: Overige bepalingen
Artikel 16 Nadere regels
Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.
Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.
    De "Verordening Reinigingsheffingen 2014” van 16-12-2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
  • 2.
    Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.
  • 3.
    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.
  • 4.
    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Reinigingsheffingen 2015".