Gemeenteblad van Zwolle

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZwolleGemeenteblad 2015, 5749Verordeningen
Gemeente Zwolle, bekendmaking van de verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 2015
De Raad van de gemeente Zwolle heeft in de vergadering van 8 december 2014 de verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 2015 vastgesteld. Deze verordening treedt 1 januari 2015 inwerking en heeft betrekking op de gemeente Zwolle. De verordening ligt ter inzage in het Informatiecentrum van het Stadskantoor en is ook te raadplegen via www.zwolle.nl/bestuur/verordeningen en beleidsregels.
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RECHTEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN 2015.
 
Artikel 1 Aard van de heffing en het belastbare feit
Onder de naam begraafplaatsrechten worden voor het gebruik van de gemeentelijke begraaf-plaatsen en voor het aldaar verrichten van diensten, rechten geheven.
Artikel 2 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 3 Tarieven
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 4 Wijze van heffing
  • 1.
    De rechten worden geheven bij wege van aanslag of bij wege van factuur.
  • 2.
    Aanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd, met dien verstande dat het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen als één belastingaanslag wordt aangemerkt.
Artikel 5 Termijnen van betaling
  • 1.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de factuur.
  • 2.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 5, eerste lid van deze verordening moeten de rechten als vermeld onder nummers 7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3, 7.4 en 7.5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  • 3.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van het hiervoor genoemde onder lid 2, moeten de aanslagen, waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel vermelde betalingstermijn.
  • 4.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 5, tweede en derde lid, van deze verordening dienen de aanslagen gemeentelijke heffingen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00, waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, te worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  • 5.
    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden 2, 3 en 4 gestelde termijnen.
Artikel 6 Nadere regels
  • 1.
    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten, met uitzondering van de rechten genoemd in de tarieventabel onder nummers 7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3, 7.4 en 7.5.
  • 2.
    het dagelijks bestuur van GBLT (het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle) kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten genoemd in de tarieventabel onder nummers 7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3, 7.4 en 7.5.
Artikel 7 Kwijtschelding
Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van deze rechten, met uitzondering van rechten als vermeld onder de nummers 2, 7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3. 7.4 en 7.5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.
    De "Verordening Begraafplaatsrechten 2014" van 16-12-2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
  • 2.
    De verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.
  • 3.
    In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.
  • 4.
    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.
  • 5.
    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Begraafplaatsrechten 2015”.