Gemeenteblad van Vlissingen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VlissingenGemeenteblad 2015, 535Verordeningen
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING VLISSINGEN 2015.
 
 
De raad van de gemeente Vlissingen;
 
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
 
gelet op artikel 226 van de Gemeentewet
 
BESLUIT:
 
Vast te stellen de
 
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN
HONDENBE­LAS­TING VLISSINGEN 2015.
____________________________________________________________________
 
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting gehe­ven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.
 
Artikel 2 Belastingplicht
  • 1.
    Belastingplichtig is de houder van een hond.
  • 2.
    Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
  • 3.
    Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
 
Artikel 3 Vrijstellingen
1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel : aan één locatie gebonden ruimte
of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die
zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent
afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig
artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren
2. De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
  • a.
    die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;
  • b.
    die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;
  • c.
    die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;
  • d.
    die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehou­den in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid van genoemd besluit;
  • e.
    die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
  • f.
    die aan een ambtenaar van politie als bedoeld in de Politiewet 1993 toebehoren en voor welke de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging een diploma heeft uitgereikt, zolang dat diploma geldig is en de eigenaar zich heeft verbonden de hond voor politiedoeleinden te allen tijde ter beschikking van de commissaris van politie te stellen.
  • g.
    Waarvan de houder is aangesloten bij de ‘Stichting Internationale Reddingshonden Groep’ en de ‘Stichting Inzet Honden Nederland’.
   
Artikel 4 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
 
 
Artikel 5 Belastingtarief
  • 1.
    De belasting bedraagt per belastingjaar
    • a.
      voor een eerste hond € 88,23
    • b.
      voor elke volgende hond € 176,46
  • 2.
    In afwijking in zoverre van het eerste lid bedraagt de belas­ting voor honden, gehou­den in kennels die zijn gere­gistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland € 321,44 per kennel.
 
 
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
 
 
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
 
 
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, zo dit later is bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaan­den overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalender­maanden overblijven.
 
Artikel 9 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2 In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen.
 
Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.
 
 
Artikel 11 Kwijtschelding van belasting
Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
 
 
Artikel 12 Inwerkingtreding / citeertitel
 
1. De "Verordening hondenbelasting Vlissingen 2014", vastge­steld bij raadsbesluit van 19 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.
4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting Vlissin­gen 2015".
 
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Vlissingen d.d. 11 november 2014.
 
de griffier, de voorzitter,
 
 
 
Mr. F. Vermeulen A.M. Demmers – van der Geest