Inspraak Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Heerenveen
Burgemeester en wethouders van Heerenveen maken bekend dat met ingang van woensdag 17 juni 2015, gedurende 6 weken, voor iedereen ter inzage liggen de Beleidsregels Leerlingenvervoer Gemeente Heerenveen. De Beleidsregels Leerlingenvervoer Gemeente Heerenveen zijn uitvoeringsregels die zijn gebaseerd op de Verordening Leerlingenvervoer 2015.
Leerlingenvervoer is het vervoer van (gehandicapte) leerlingen naar basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet (speciaal) onderwijs. Ook leerlingen die in verband met levensovertuiging naar een verder weg gelegen school gaan, kunnen in aanmerking komen voor leerlingenvervoer.
Inzage en zienswijzen
Het ontwerp van de beleidsregels is in te zien bij de afdeling Publiek, Crackstraat 2 te Heerenveen. U kunt de teksten ook hieronder raadplegen.
In het kader van inspraak als bedoeld in de Inspraakverordening kan gedurende voornoemde periode door ingezetenen en belanghebbenden naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerp worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, Postbus 15.000, 8440 GA Heerenveen.
Indien u een mondelinge zienswijze wilt geven kunt u tijdens kantooruren gedurende voornoemde periode contact opnemen met mevrouw Klara Booij, telefoon (0513) 617 516, of de heer Atze de Grave, telefoon (0513) 617 557.
Per e-mail kan ook naar: gemeente@heerenveen.nl met vermelding van het onderwerp: ‘Zienswijze Beleidsregels leerlingenvervoer’. Ook kunt u met uw DigiD via de gemeentelijke website reageren: www.heerenveen.nl/storage/formulieren/zienswijze-indienen.html
Per Whatsapp: (06) 14 39 95 59
Vervolg op de inspraak
Het college beoordeelt of de zienswijzen zullen leiden tot inhoudelijke aanpassing van de ontwerpregeling. Van de inspraak zal een eindverslag worden opgemaakt. Het eindverslag bevat in elk geval een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure, een weergave van de zienswijzen, die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht en een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van de verordening wordt overgegaan. Het eindverslag wordt op de gebruikelijke wijze openbaar gemaakt. Na afloop van de inspraaktermijn zal het college de beleidsregels vaststellen en bekendmaken in het digitale Gemeenteblad op www.overheid.nl.
 
CONCEPT BELEIDSREGELS LEERLINGENVERVOER GEMEENTE HEERENVEEN
Burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen;
Overwegende, dat het in het belang van de uitvoering van de Verordening Leerlingenvoer gemeente Heerenveen 2015 noodzakelijk wordt geacht om nadere regels te stellen
B E S L U I T :
Vast te stellen de navolgende Beleidsregels Leerlingenvervoer Gemeente Heerenveen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Van toepassing zijnde wetten
De begrippen zoals die zijn opgenomen in artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra, artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Heerenveen 2015 zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregels tenzij anders is vermeld.
Artikel 2 Begrippen
  • 1.
    Afstandscriteria: het bepaalde in artikel 10, eerste lid, c.q. artikel 17A, eerste lid, van de verordening
  • 2.
    Hoogbegaafde leerling: leerling bij wie hoogbegaafdheid is vastgesteld
  • 3.
    Stagevervoer: vervoersvoorziening in verband met stage
  • 4.
    Structurele handicap: een blijvende handicap die langer duurt dan 3 maanden
  • 5.
    Verordening: Verordening Leerlingenvervoer gemeente Heerenveen 2015
  • 6.
    Vervoersvoorziening: vervoer zoals omschreven in artikel 1 van de verordening
  • 7.
    Wangedrag: fysiek of verbaal geweld tegen, of intimidatie van, andere leerlingen en/of de chauffeur bij het gebruik maken van het aangepast vervoer.
Hoofdstuk 2 Beleidsregels
Artikel 3 Berekening reisafstand eigen vervoer, reistijd en reiskosten openbaar vervoer
  • 1.
    Het college berekent de reisafstand van w oning naar school volgens de kortste route met behulp van de ANWB-routeplanner ( www.anwb.nl/verkeer/routeplanner ).
  • 2.
    Het college berekent de reistijd en –kosten openbaar vervoer met behulp van de OV-routeplanner van REISinformatiegroep BV (www.9292ov.nl, www.9292.nl).
Artikel 4 Wachttijden en overstappen bij openbaar vervoer
Het college neemt bij de beoor deling van de mogelijkheden van een vervoersvoorziening in de vorm van bekostiging van openbaar vervoer , het aantal noodzakelijke overstappen en bijbehorende wachttijden in aanmerking en houdt daarbij rekening met de mogelijkheden en capaciteiten van de leerling.
Artikel 5 Vervoer naar een ander adres dan de woning
1.Het college vervoert de leerling van een ander opstapadres dan de woning onder de volgende voorwaarden:
  • a.
    de leerling heeft recht op een vervoersvoorziening, en,
  • b.
    het opstapadres voldoet aan de afstandscriteria zoals genoemd in artikel 10 c.q. artikel 17A van de verordening, en,
  • c.
    het vervoer vanaf het opstapadres is structureel en op vaste dagen, dus bijvoorbeeld een of twee keer week vanaf een vast adres.
Voorbeelden van een opstapadres kunnen zijn buitenschoolse opvang, informele opvang (bijv. door grootouders), een logeerhuis enzovoort.
1.Het college vervoert de leerling naar een ander afzetadres dan de woning onder de volgende voorwaarden:
  • a.
    de leerling heeft recht op een vervoersvoorziening, en,
  • b.
    het afzetadres voldoet aan de afstandscriteria, en,
  • c.
    het vervoer naar het afzetadres is structureel en op vaste dagen, dus bijvoorbeeld een of twee keer week naar een vast adres.
Voorbeelden van een afzetadres kunnen zijn buitenschoolse opvang, informele opvang (bijv. door grootouders), een logeerhuis, een Boddaertcentrum, een orthopedagogisch behandelcentrum, enzovoort.
  • 1.
    Het college kan afzien van vervoer van/naar een opstap- of afzetadres wanneer dit vervoer leidt tot dermate hogere kosten van vervoer dat bekostiging hiervan in redelijkheid niet van het college verwacht kan worden.
  • 2.
    Het vervoer van de woning naar het opstapadres of van het afzetadres naar de woning is geen onderdeel van de vervoersvoorziening.
Artikel 6 Co-ouderschap en gescheiden ouders
  • 1.
    Indien de leerling het hoofdverblijf in twee woningen heeft in verband met het niet samenwonen van de ouders en er voor beide adressen recht bestaat op een vervoersvoorziening , voorziet het college in het vervoer van de leerling van of naar beide adressen onder de voorwaarde dat het vervoer naar de twee woningen structureel en op vaste dagen is.
  • 2.
    Indien één van de ouders in een andere gemeente woont, dient de betreffende ouder in die gemeente een aanvraag voor leerlingenvervoer in te dienen.
Artikel 7 Vervoer in verband met wachtlijst
  • 1.
    Het college voorziet in het vervoer van een leerling naar een andere dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school, voor zover de leerling in verband met een wachtlijst niet terecht kan op de dichtstbijzijnde toegankelijke school, en de alternatieve school buiten de afstandscriteria ligt.
  • 2.
    Indien de leerling gedurende het schooljaar alsnog toegelaten kan worden op de dichtstbijzijnde toegankelijke school, voorziet het college in vervoer naar de alternatieve school tot het einde van het schooljaar, tenzij de ouders van de leerling besluiten de leerling gedurende het schooljaar op de dichtstbijzijnde toegankelijke school te plaatsen.
Artikel 8 Stagevervoer
  • 1.
    Het college voorziet in stagevervoer van de leerling, die recht heeft op een vervoersvoorziening voor zover de leerling niet zelfstandig naar het stageadres kan reizen, en het stageadres -indien van toepassing- voldoet aan de afstandscriteria.
  • 2.
    Aangepast stagevervoer van de leerling vindt plaats op vaste tijden die bij voorkeur overeenkomen met de reguliere schooltijden.
  • 3.
    Het college kan afzien van het voorzien in stagevervoer wanneer dit vervoer leidt tot dermate hogere kosten dat bekostiging hiervan in redelijkheid niet van het college verwacht kan worden. Wanneer het college voorziet in aangepast stagevervoer, wordt van de school, de ouders en de leerling verwacht dat zij zich inspannen om de kosten van het aangepast vervoer zo laag mogelijk te houden.
Artikel 9 Hoogbegaafde leerlingen
  • 1.
    Hoogbegaafde leerlingen krijgen in beginsel een passend onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband voor primair onderwijs.
  • 2.
    Het passend onderwijsaanbod voor een hoogbegaafde leerling kan betekenen dat de dichtstbijzijnde toegankelijke school binnen het samenwerkingsverband voor primair onderwijs verder weg ligt dan de afstandscriteria. In dat geval is de verordening van toepassing.
  • 3.
    Indien het samenwerkingsverband voor primair onderwijs naar zijn oordeel geen passend onderwijsaanbod kan doen, voorziet het college zo nodig in vervoer van de hoogbegaafde leerling naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school met een passend onderwijsaanbod buiten het samenwerkingsverband voor primair onderwijs. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er sprake is van een cumulatie van problemen. Het college baseert zich voor een oordeel over de dichtstbijzijnde toegankelijke school in dit verband op het advies van het samenwerkingsverband en zo nodig een (medisch) advies van een externe deskundige.
Artikel 10 Vervoer in verband met crisisopvang
Het college voorziet gedurende maximaal zes weken in het vervoer naar school van een leerling die in verband met crisisopvang tijdelijk in een andere gemeente verblijft. Indien het verblijf buiten de gemeente langer duurt, kan het college afhankelijk van de individuele situatie in overleg met de betrokkenen de vervoersvoorziening verlengen voor een redelijke termijn.
Artikel 1 1 Aangepast vervoer in plaats van begeleiding
Het college kan in plaats van een vervoersvoorziening in de vorm van begeleid eigen vervoer of begeleid openbaar vervoer, een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer toekennen in de volgende situaties:
  • a.
    er zijn aantoonbare medische redenen waardoor beide ouders niet in staat zijn de leerling te begeleiden, of
  • b.
    de leerling maakt deel uit van een eenoudergezin en deze ouder is niet in staat de leerling te begeleiden in verband met werktijden of lestijden in verband met het volgen van een dagopleiding en de ouder waarbij van de ouder een maximale inspanning wordt verwacht om de werk- of lestijden aan te passen, of
  • c.
    de ouder(s) in verband met de aanwezigheid van andere schoolgaande kinderen in het gezin redelijkerwijs niet in staat zijn de leerling te begeleiden of begeleiding door een derde te regelen, waarbij van de ouders een maximale inspanning wordt verwacht om deze begeleiding te realiseren, of
  • d.
    de noodzakelijke begeleiding duurt dagelijks in totaal voor de begeleider langer dan drie uur (maximaal tweemaal per dag woning-school en vice versa).
Artikel 12 Wangedrag van de leerling
Indien een leerling wangedrag vertoont direct voor, tijdens of direct na het vervoer, probeert de chauffeur dit gedrag eerst zelf te corrigeren. Indien het wangedrag voortduurt, overlegt de vervoerder met de ouders van de leerling. Van de ouders verwacht het college dat zij zich inspannen om het wangedrag van de leerling te corrigeren. Zo nodig zoeken vervoerder en ouders/verzorgers samen in overleg met het college een passende oplossing. Wordt geen passende oplossing gevonden of duurt het wangedrag ondanks inspanningen voort, dan zoekt het college in samenspraak met de betrokkenen een oplossing.
Artikel 13 Advies
  • 1.
    Het college beoordeelt zo mogelijk zelf de noodzaak voor het toekennen van een vervoersvoorziening en maakt daarbij gebruik van de reeds bij het college bekende informatie die van belang is voor de beoordeling van de aanvraag, mits en voor zover nodig de belanghebbende hier vooraf toestemming voor geeft.
  • 2.
    Het college vraagt een extern advies van deskundigen, indien het college de noodzaak van een aangevraagde vervoersvoorziening niet zelf kan vaststellen.
Artikel 14 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking 8 dagen na publicatie en werken terug tot 1 augustus 2015.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d.
XXXX.
Burgemeester en wethouders van Heerenveen.
Naar boven