Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2015 gemeente IJsselstein
Raadsbesluit
De raad van de gemeente IJsselstein;
 
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 maart 2015 met zaaknummer 135042;
 
gelet op artikel 225 van de Gemeentewet,
 
besluit vast te stellen de: “Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I”
 
 
Opmerkingen m.b.t. de regeling
nvt
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Gemeentewet, art. 225
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerking- treding
Terugwerkende kracht t/m
Datum uitwerking- treding
Betreft
Datum ondertekening Bron bekendmaking
Kenmerk voorstel
01-01-2013
 
31-03-2014
nieuwe regeling
Ondertekening:
20-12-2012
Zenderstreeknieuws: 27-12-2012
2012/28557
01-04-2014
 
10-07-2014
Aangepaste regeling
Ondertekening:
30-01-2014
Zenderstreeknieuws, 26 maart 2014
Zaak 27216
11-07-2014
 
 
Aangepaste regeling
Ondertekening:
09-07-2014
Gemeenteblad ,
15-07-2014
Zaak 60551
01-07-2015
 
 
Aangepaste regeling
 
Zaak 135042
Artikel 1. Definities en Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
  • a.
    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselst ein;
  • b.
    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
  • c.
    houder: diegene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
  • d.
    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, en hetgeen wat in het maatschappelijk en economisch verkeer geaccepteerde methoden zijn om aan de betaalplicht te kunnen voldoen;
  • e.
    parkeer zone : gebied waarbinnen een daartoe vastgesteld tarief geldt voor het betaald parkeren en waar met de verleende parkeervergunning op een parkeerapparatuurplaats en/of vergunninghoudersparkeer plaats mag worden geparkeerd ;
  • f.
    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in art. 1 onder 1a van het RVV 1990.
  • g.
    vergunning: een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals geregeld en beschreven in de Par keerverordening IJsselstein 2015 -I
  • h.
    deela uto: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden .
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
  • a.
    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
  • b.
    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3. Belastingplicht
  • 1.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
  • 2.
    Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
    • a.
      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
    • b.
      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
      • i.
        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
      • ii.
        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
  • 3.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
  • 4.
    De belasting bedoeld in artikel 2 onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 4. Vrijstelling
  • 1.
    De belasting als bedoeld in artikel 2, wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart.
  • 2.
    Deze uitzondering geldt niet in parkeergarages of bij parkeren achter slagbomen.
Artikel 5. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld
  • 1.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer;
  • 2.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de parkeervergunning wordt verleend.
Artikel 7. Wijze van heffing
  • 1.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.
  • 2.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
Artikel 8. Termijnen van betaling
  • 1.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren;
  • 2.
    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een telefoon of op een andere in het maatschappelijk en economisch verkeer geaccepteerde methode om achteraf aan de betaalplicht te kunnen voldoen;
  • 3.
    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
  • 4.
    Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de opgestuurde beschikking en acceptgiro is vermeld.
Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.
Artikel 10. Kosten
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 59,00.
Artikel 11. Kwijtschelding
Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12. Nadere regels door het college
Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.
Artikel 13. Overgangs- en slotbepalingen
  • 1.
    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking;
  • 2.
    De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2015;
  • 3.
    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 mei 2015.
 
De griffier,
J.A.M. Kleene
 
De voorzitter,
mr M.N. Kallen-Morren
Tarieventabel behorende bij Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I
Behorende bij en deel uitmakende van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 201 5 -I , zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 13 mei 2015 .
1. Begripsomschrijvingen
In deze tabel wordt verstaan onder:
  • a.
    dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur
  • b.
    maand: een kalendermaand
  • c.
    jaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
2. Parkeer zones
Als betaald parkeergebieden als bedoeld in artikel 2 lid a van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I, gelden de volgende parkeerzones:
alle openbaar toegankelijke parkeerplaatsen, parkeerterreinen en rijbanen in het gebied:
C ( entrum ) :
Het stadshart dat wordt omringd door de volgende wegen, weggedeelten, pleinen c.q. waterpartijen: Stadsgracht, Sint Nicolaasstraat, Kronenburgplantsoen, Utrechtsestraat, Walkade, Molenstraat.
S ( chil ) :
Het gebied dat wordt omringd door de volgende wegen, weggedeelten, pleinen c.q. waterpartijen:
Utrechtseweg en Beneluxweg , Hazenveld, Paardenlaan , fietspad verlengde van de Paardenlaan, Baronieweg, Heemradenlaan, Groene Dijk, Achtersloot, Vicarielaan, Vondellaan, Kasteellaan, Pasqualinilaan, Marconilaan, Simon Stevinlaan, Eiteren, Prins Clauskade, IJsselbrug, Poortdijk, Turfschouw.
W ( oonwerk ) :
Alle openbaar toegankelijke parkeerplaatsen op Parkeerterrein Kasteellaan, parkeerterrein Utrechtsestraat/Kronenburgplantsoen achter de hervormde kerk, parkeerterrein Hazenveld, aan de Podiumweg.
3. Tarieven bij parkeerapparatuur
Het tarief voor parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I bedraagt:
Tabel 1: tarieven bij parkeerapparatuur
Parkeer zone
Tijdseenheid
T arief
Alle openbaar toegankelijke parkeerplaatsen voor de parkeerzones C, S en W, uitgezonderd Podiumweg
Uur
€ 1,80
Parkeerplaatsen Podiumweg
Uur
€ 1,25
De kleinste betaaleenheid bedraagt € 0,10.
4. Tarieven van parkeervergunningen
Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I bedraagt:
  • 1.
    Voor een eerste Bewonersvergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
  • 2.
    Voor een tweede Bewonersvergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 76,50.
  • 3.
    Voor een Zakelijke parkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub b van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 178,50.
  • 4.
    Voor een parkeervergunning mantelzorg zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub c van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
  • 5.
    Voor een parkeervergunning hulpverleners zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub d van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
  • 6.
    Voor een parkeervergunning marktkooplieden zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub e van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
  • 7.
    Voor een Werkparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub f van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I ,
    • a.
      per dag: € 7,65;
    • b.
      per week: € 22,95;
    • c.
      per maand: € 68,85;
    • d.
      per kwartaal: € 172,15;
    • e.
      per jaar: € 516,40
  • 8.
    Voor een Woonwerkparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub g van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I per jaar: € 51,00
  • 9.
    Voor een Deelautovergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub h van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I per jaar: € 178,50.
  • 10.
    Voor bezoekersparkeren bewoners zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub i van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I per drie uur: € 1,00.
5. Berekening tarieven bij wijzigingen gedurende het jaar.
Indien de belastingplicht ter zake van de vergunningen als bedoeld onder punt 4 van deze tarieventabel wordt beëindigd in de loop van het jaar, wordt op schriftelijk verzoek ontheffing verleend over het volle aantal maanden dat na beëindiging van de belastingplicht nog overblijft.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 mei 2015.

J.A.M. Kleene

De griffier

mr. M.N. Kallen-Morren

De voorzitter

Tarieventabel behorende bij Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I
Behorende bij en deel uitmakende van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I, zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 13 mei 2015.
  • 1.
    Begripsomschrijvingen
    In deze tabel wordt verstaan onder:
    • a.
      dag; periode van 00.00 uur tot 24.00 uur
    • b.
      maand: een kalendermaand
    • c.
      jaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december
  • 2.
    Parkeerzones
    Als betaald parkeergebieden als bedoeld in artikel 2 lid a van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I, gelden de volgende parkeerzones:
    alle openbaar toegankelijke parkeerplaatsen, parkeerterreinen en rijbanen in het gebied:
    C(entrum):
    Het stadshart dat wordt omringd door de volgende wegen, weggedeelten, pleinen c.q. waterpartijen: Stadsgracht, Sint Nicolaasstraat, Kronenburgplantsoen, Utrechtsestraat, Walkade, Molenstraat.
    S(chil):
    Het gebied dat wordt omringd door de volgende wegen, weggedeelten, pleinen c.q. waterpartijen:
    Utrechtseweg en Beneluxweg, Hazenveld, Paardenlaan, fietspad verlengde van de Paardenlaan, Baronieweg, Heemradenlaan, Groene Dijk, Achtersloot, Vicarielaan, Vondellaan, Kasteellaan, Pasqualinilaan, Marconilaan, Simon Stevinlaan, Eiteren, Prins Clauskade, IJsselbrug, Poortdijk, Turfschouw.
    W(oonwerk) :
    Alle openbaar toegankelijke parkeerplaatsen op Parkeerterrein Kasteellaan, parkeerterrein Utrechtsestraat/Kronenburgplantsoen achter de hervormde kerk, parkeerterrein Hazenveld, aan de Podiumweg.
  • 3.
    Tarieven bij parkeerapparatuur
    Het tarief voor parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I bedraagt:
    Tabel 1: tarieven bij parkeerapparatuur
    Parkeerzone
    Tijdseenheid
    Tarief
    Alle openbaar toegankelijke parkeerplaatsen  voor de parkeerzones C, S en W, uitgezonderd Podiumweg
    Uur
    € 1,80
    Parkeerplaatsen Podiumweg
    Uur
    € 1,25
    De kleinste betaaleenheid bedraagt € 0,10.
  • 4.
    Tarieven van parkeervergunningen
    Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de Parkeerbelastingverordening IJsselstein 2015-I bedraagt:
    1. Voor een eerste Bewonersvergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
    2. Voor een tweede Bewonersvergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 76,50.
    3. Voor een Zakelijke parkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub b van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 178,50.
    4. Voor een parkeervergunning mantelzorg zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub c van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
    5. Voor een parkeervergunning hulpverleners zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub d van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
    6. Voor een parkeervergunning marktkooplieden zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub e van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I , per jaar: € 51,00.
    7. Voor een Werkparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub f van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I ,
    a. per dag: €  7,65;
    b. per week: € 22,95;
    c. per maand: € 68,85;
    d. per kwartaal: € 172,15;
    e. per jaar: € 516,40
    8. Voor een Woonwerkparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub g van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I per jaar: € 51,00
    9. Voor een Deelautovergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub h van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I per jaar: € 178,50.
    10. Voor bezoekersparkeren bewoners zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub i van de Parkeerverordening IJsselstein 2015-I  per drie uur: € 1,00.
  • 5.
    Berekening tarieven bij wijzigingen gedurende het jaar.
    Indien de belastingplicht ter zake van de vergunningen als bedoeld onder punt 4 van deze tarieventabel wordt beëindigd in de loop van het jaar, wordt op schriftelijk verzoek ontheffing verleend over het volle aantal maanden dat na beëindiging van de belastingplicht nog overblijft.
     
    Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 mei 2015.
     
    de griffier,
    J.A.M. Kleene
     
    de voorzitter,
    mr. M.N. Kallen-Morren
Naar boven