Wijzigen van de Verordening op de heffing en de invordering van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2007 (3A, 2014, nr. 328/1207)
 
Afdeling 3A
Nummer 328/1207
Publicatiedatum 24 december 2014
Agendapunt 39
Datum besluit B&W 18 november 2014
Onderwerp
Wijzigen van de Verordening op de heffing en de invordering van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2007
Integrale tekst van het raadsbesluit dat is genomen op 18 november 2014 (Gemeenteblad 2014, afd. 3A, nr. 328/1207))
De gemeenteraad van Amsterdam
Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 18 november 2014 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1207);
Gelet op de artikelen 216 en 221 van de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken,
Besluit:
I.de Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2007, vastgesteld bij zijn besluit van 20 december 2006, (Gemeenteblad 2006, afdeling 3A, nr. 264/730), laatstelijk gewijzigd bij zijn besluit van 18 december 2013 (Gemeenteblad 2013, afd. 3A, nr. 273/1101), te wijzigen als volgt:
Enig artikel
De artikelen 4 en 5 worden gewijzigd en dienen als volgt te worden gelezen:
Artikel 4 Waardepeildatum
  • 1.
    De waarde van een roerende woon- of bedrijfsruimte wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin die ruimte op die datum verkeert.
  • 2.
    De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald.
  • 3.
    Indien een roerende woon- of bedrijfsruimte na de waardepeildatum die behoort bij het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld:
a wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming, welke wijziging een verandering in de waarde van ten minste 5 percent met een minimum van € 11.345 ten gevolge heeft dan wel van € 113.445 of meer, of
b een verandering in waarde ondergaat van ten minste 5 percent met een minimum van € 11.345 dan wel van € 113.445 of meer als gevolg van een andere, specifiek voor de roerende ruimte geldende, bijzondere omstandigheid, of
c duurzaam aan een plaats wordt gebonden en dient tot permanente bewoning of permanent gebruik,
wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar, volgende op dat waarin de in onderdeel a bedoelde feiten geheel of ten dele hun beslag hebben gekregen dan wel de in onderdeel b of c bedoelde omstandigheid heeft plaatsgevonden of is gebleken.
4.De waardepeildatum is 1 januari 2014.
Artikel 5 Belastingtarieven
1.Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
a bij de gebruikersbelasting voor roerende bedrijfsruimten: 0,14426;
b bij de eigenarenbelasting:
1° voor roerende woonruimten: 0,06228;
2° voor roerende bedrijfsruimten: 0,18044.
  • 2.
    Geen belasting wordt geheven indien de heffingsmaatstaf van de roerende ruimte beneden € 11.344 blijft.;
    • II.
      te bepalen, dat het onder I gestelde in werking treedt met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, met als datum van ingang van wijziging 1 januari 2015.
Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd
in zijn vergadering op 17 december 2014.
De voorzitter
mr. E.E. van der Laan
De raadsgriffier
mr. M. Pe
Naar boven