Gemeenteblad van Vlissingen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VlissingenGemeenteblad 2015, 30384Beleidsregels
Victoriabeleid 2015 gemeente Vlissingen
 
 
de burgemeester van Vlissingen;
overwegende dat het noodzakelijk is beleid te formuleren inzake het inzetten van artikel 174a, van de gemeentewet;
gelet op artikel 174a van de gemeentewet, artikel 4:81 en de artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht.;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende beleidsregel “Victoriabeleid 2015 gemeente Vlissingen”
 
1. Inleiding
Binnen het integrale veiligheidsbeleid van de gemeente Vlissingen heeft de bestrijding van extreme woonoverlast een hoge prioriteit. Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid treedt de gemeente dan ook op tegen structurele overlast. Artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria) is het juridisch instrument om bestuurlijk op te treden tegen deze overlast. Het is een ingrijpende bevoegdheid. Om die reden is het wenselijk om beleidsregels te formuleren ten aanzien van de toepassing van deze bevoegdheid. Het doel van dit beleid is:
  • Te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit);
  • Te bewerkstellingen dat er door de gekozen bestuursmaatregel een einde komt aan de strijdige situatie ter bescherming van de openbare orde, het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid;
  • Te bewerkstelligen dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen;
  • Kenbaar maken aan de burger welke maatregel bij van de overheid kan verwachten na een overtreding.
2. Afbakening
Het inzetten van artikel 174a Gemeentewet is uitzonderlijk. Verstoring van de openbare orde kan alleen aanwezig worden geacht bij overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd. Dit moet aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk worden gemaakt dat zich in de woning of op het daarbij behorende erf dergelijke gedragingen voordoen en dat als gevolg daarvan de openbare orde rond de woning wordt verstoord. Ook moet worden geoordeeld dat de vanuit de woning veroorzaakte overlast maatschappelijke onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en bovendien geen andere en geen minder ingrijpende middelen voorhanden zijn om de overlast in voldoende mate te bestrijden. Aandachtspunt hierbij is dat de Wet Victoria niet toegepast kan worden bij mobiele overlast en ernstige geluidsoverlast. Als er drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of aanwezig is wordt in eerste instantie opgetreden op basis van artikel 13b Opiumwet.
Het sluiten van een woning op basis van 174a Gemeentewet is een bijzondere bepaling van het toepassen van de last onder bestuursdwang. Het toepassen van bestuursdwang is erop gericht om de overtreding ongedaan te maken, te beëindigen of te voorkomen zodat de situatie hersteld wordt tot wat maatschappelijke acceptabel (normaal) is.
De bevoegdheid van de burgemeester tot het toepassen van artikel 174a Gemeentewet is een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat van deze bevoegdheid alleen gebruik wordt gemaakt na een zorgvuldige belangenafweging. De grondrechten (het huisrecht en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) van de overtreder worden meegenomen in het uiteindelijke besluit.
3. Juridisch kader
 
Artikel 174a Gemeentewet
  • 1.
    De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord.
  • 2.
    De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.
  • 3.
    De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen.
  • 4.
    Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is.
  • 5.
    De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. De burgemeester kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.
Algemene Plaatselijke Verordening
De gemeente Vlissingen heeft een verbod op het binnentreden van een gesloten pand opgenomen in artikel 2.44 APV.
4. Procedure/stappenplan
4.1 De voorbereiding
- Dossiervorming
Om tot sluiting over te gaan moet een gedegen dossier over de verstoring van de openbare orde opgebouwd worden. Een dossier bestaat zoveel mogelijk uit concreet omschreven waarnemingen, waarbij tijd en datum genoteerd worden, die gecontroleerd zijn door een andere partij en waarvan eventueel foto’s of andere opnamen beschikbaar zijn. Vanuit de gemeente worden alle relevante documenten aan het dossier toegevoegd, waaronder eventuele klachten en meldingen en informatie van de politie en andere organisaties.
Om aan de hoge eisen van dossieropbouw te voldoen moet het in elk geval de volgende informatie bevatten:
  • Informatie over de eigenaar en de bewoners van het pand;
  • Informatie over de plaats, aard en frequentie van de overlast, evenals de omstandigheden waaronder deze plaatsvindt;
  • De achtergronden van de overlastveroorzaker(s);
  • De uitkomsten van verificatie van de overlast;
  • De relatie van de klachten met criminaliteit;
  • Relevante correspondentie met betrokkenen;
  • De stappen die al zijn ondernomen om de overlast aan te pakken en het resultaat hiervan.
- Informatie-uitwisseling
 
Als er sprake is van een overtreding als genoemd in artikel 174a Gemeentewet rapporteert de politie schriftelijk aan de burgemeester ten behoeve van de bestuurlijke handhaving. Op grond van de Wet politiegegevens worden politiegegevens verstrekt voor zover deze nodig zijn in het kader van de handhaving van de Openbare Orde (artikel 16, lid 1 onder d). Zie het kopje dossiervorming hierboven. De informatie die door de politie wordt verstrekt bevat bijvoorbeeld:
  • 1.
    De contactgegevens van de behandeld politieambtenaar; contactgegevens van de overtreder met daarbij tenminste de naam, het adres waar de overlast is geconstateerd, het telefoonnummer en geboortedatum;
  • 1.
    Meldingen van de overlast (geanonimiseerde);
  • 2.
    De registratie (proces-verbaal) van de overtreding;
  • 3.
    Beschrijving van de omstandigheden, inclusief datum en tijd;
  • 4.
    Welke maatregelen er zijn getroffen;
  • 5.
    Sfeerrapportages, observaties, rapportages en mutaties dagrapport van de politie .
 
Een geanonimiseerde politierapportage mag onderdeel zijn van het dossier. Meldingen of klachten die binnenkomen bij de gemeente kunnen ook aanleiding zijn om de politie om nadere informatie te vragen.
- Minder ingrijpende maatregelen
 
Voordat de burgemeester besluit om een woning te sluiten moet zijn vastgesteld dat er geen andere middel is dat niet of in mindere mate ingrijpt in de privacy, het privéleven en het huisrecht van de bewoners.
Het schema (zie bijlage) geeft aan globaal al wat er allemaal al moet zijn doorlopen voordat toepassing van dit beleid in beeld komt. Bron: Aanvullingen bij de Handreiking aanpak woonoverlast en verloedering, juli 2014.
Toepassing van artikel 174a gemeentewet moet als ultimum remedium worden beschouwd. Er moet dus worden voldaan aan de eisen van subsidiariteit.
Daarnaast moet het sluiten van de woning in verhouding staan tot de overlast. (Proportionaliteitsbeginsel)
 
4.2 Waarschuwing vooraf
- Informele waarschuwing (niet verplicht)
Als de burgemeester overweegt het pand te sluiten dienen de bewoners en eigenaar (de belanghebbenden) gewaarschuwd worden. (grondrechtenbescherming). In de waarschuwing wordt duidelijk gemaakt welke gedragingen zorgen voor een ernstige verstoring van de openbare orde en dat deze gedragingen moeten stoppen. Het is een informele waarschuwing en dus geen besluit in de zin van 1:3 Algemene Wet Bestuursrecht. Daardoor kan tegen de waarschuwing niet in bezwaar worden gegaan. In de brief wordt een termijn van twee jaar vermeldt waarbinnen geen nieuwe klachten over overlast vermeldt mogen worden.
 
4.3 Sluiting
- Voornemen tot sluiting (formele waarschuwing)
Als de informele waarschuwing onvoldoende is geweest om een eind te maken aan de overlast en er een gedegen dossier ligt, stelt de burgemeester de belanghebbenden op de hoogte van zijn voornemen om tot sluiting van de woning over te gaan. Belanghebbenden krijgen, op grond van artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht, de mogelijkheid een zienswijze te geven. Hiervan kan alleen worden afgezien in spoedeisende gevallen.
- Bekendmaking sluiting
Bij de bekendmaking van het voornemen tot sluiting moet de burgemeester een begunstigingstermijn opnemen. Belanghebbenden krijgen tijdens deze termijn de gelegenheid om een einde te maken aan de verstoring van de openbare orde (artikel 174a lid 4). De gangbare begunstigingstermijn varieert van 48 uur tot twee weken. In XYZ wordt een begunstigingstermijn van 96 uur (vier dagen) redelijk geacht. De reden hiervoor is de overlastveroorzaker de mogelijkheid te geven om maatregelen te treffen om de overlast te stoppen en/of voldoende tijd te geven om een vervangende woonruimte te zoeken. Geven de belanghebbenden geen gehoor aan het voornemen tot sluiting met begunstigingstermijn dan wordt de sluiting geëffectueerd door de burgemeester. De plicht van de gemeente om te onderzoeken of er voor vervangende woonruimte gezorgd moet worden blijft bestaan.
- Begunstigingstermijn
De begunstigingstermijn is niet bedoeld om de belanghebbende enkel de mogelijkheid te bieden om zelf de woning te sluiten. Belanghebbenden dienen maatregelen te kunnen treffen om de verstoring van de openbare orde zelf te beëindigen. Er is de angst dat door het verlenen van een begunstigingstermijn de overlast weliswaar tijdelijk stopt, maar dat deze na enige tijd weer de kop opsteekt. Dan zou de procedure weer opnieuw moeten beginnen, moet er weer een begunstigingstermijn worden verleend, stopt de overlast vervolgens weer tijdelijk, en zo weer opnieuw. Zo hoeft het evenwel niet te gaan. Indien, bij de bekendmaking van het besluit tot woningsluiting er één keer een begunstigingstermijn is gegeven, en de overlast is gestopt en vervolgens begint de overlast opnieuw, dan kan de begunstigingstermijn achterwege gelaten worden. Dit dient wel duidelijk in de bekendmaking aangegeven te worden. Met andere woorden: wanneer de overlast stopt op een andere manier dan via sluiting, maar er binnen een jaar weer sprake is van ernstige overlast, kan er overgegaan worden tot een spoedsluiting.
- Bezwaar en beroep
Het bevel tot sluiting van een woning of lokaal is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. De overige bepalingen van deze wet zijn dan ook van toepassing. Alle belanghebbenden kunnen tegen het besluit bezwaar aantekenen en vervolgens, na beslissing op het bezwaarschrift, beroep bij de bestuursrechter instellen. Belanghebbenden zijn in ieder geval de bewoners en gebruikers van de woning of het lokaal en / of de eigenaar.
 
4.4 Daadwerkelijke sluiting
Geven de eigenaar en bewoners geen gehoor aan voornemen tot sluiting met begunstigingstermijn dan wordt het pand gesloten. De sluitingsduur moet in proportioneel verband staan met de ernst van de overlast. In de praktijk gaat het om een sluiting van een half jaar (eerste sluiting) tot een jaar (recidive).
Een eerste sluitingstermijn langer dan zes maanden moet in het besluit extra gemotiveerd worden. Een langere sluitingstermijn dan 12 maanden is niet aan de orde. De termijn van 12 maanden staat in verhouding tot de aard van de sluiten woning en de daarmee samenhangende grondrechten.
Bij effectuering van de maatregel wordt aan de betrokkenen enige tijd gegund voordat de woning daadwerkelijk gesloten wordt. Zij worden dan in de gelegenheid gesteld om bijvoorbeeld persoonlijke spullen, huisraad en dergelijke uit de woning te verwijderen. In beginsel moeten zij ook zelf zorgen voor de eventuele opslag van huisraad en / of het vinden van een alternatieve huisvesting voor de huisdieren. Gelet op de ernst van de situatie ligt in rede dat dit langer kan zijn dan maximaal enkele dagen. Voor deze termijn kan aangesloten worden bij het einde van de begunstigingstermijn. Bij spoedeisendheid kan direct worden gesloten. Bij spoedeisendheid kan direct worden gesloten.
Als de overlastveroorzaker zelf niet de woning ontruimt, coördineert de gemeente de sluiting van de woning waarbij verschillende organisaties betrokken zijn. De woning wordt ontruimd, zo nodig ontsmet, de nutsvoorzieningen worden afgesloten en de deuren en ramen eventueel dichtgetimmerd en verzegeld. Het doorbreken van het zegel levert een strafbaar feit op grond van artikel 199 Wetboek van Strafrecht op. Ook wordt een bekendmaking op de toegangsdeur opgehangen met daarop de mededeling dat het pand op last van de burgemeester gesloten is.
- Proportionaliteit
Bij de daadwerkelijke sluiting zal beoordeeld moeten worden of volstaan kan met de sluiting van een deel van de woning en/of erf. Als blijkt dat de overlast in een op het erf van de woning gelegen opstal (bijvoorbeeld schuur / garage e.d.) plaatsvindt en niet in de woning zelf, dan ligt het in de rede om alleen de op het erf gelegen opstal te sluiten. Als de overlast vanuit een kamer veroorzaakt wordt dient bezien te worden of volstaan kan met het sluiten van een deel van de woning. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een verdieping met een eigen opgang, kamerverhuur e.d.
Bij kamerverhuurpanden wordt, als dit nodig is, overgegaan tot gedeeltelijke sluiting van afzonderlijke kamers of een gedeelte van het pand. Het kan voorkomen dat bewoners die niets met de overlast in pand te maken hebben getroffen worden door een sluitingsbevel op grond van artikel 174a Gemeentewet. Deze bewoners wordt een vervangende woonruimte aangeboden, op basis van artikel 7 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Gelet op het Verdrag van de Rechten van het kind behoeft dit extra aandacht als er kinderen bij betrokken zijn. Ook wordt de zorg ingelicht als het bewoners betreft die zorgbehoevend zijn.
- Kostenverhaal
De kosten van sluiting van een woning of lokaal wordt de overtreder in het geheel of gedeeltelijke toegerekend. In de dwangbeschikking wordt hier melding van gemaakt. Het bestuursorgaan stelt de hoogte van de verschuldigde kosten vast (artikel 5:25 Awb). Betrokkenen kunnen tegen dit besluit in bezwaar gaan bij het bestuursorgaan, gevolgd door de mogelijkheid van beroep en hoger beroep.
- Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperking onroerende zaken (WKPB)
Het besluit tot sluiting van een woning op grond van artikel 174a gemeentewet wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de WKPB. Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende onroerende zaken bij. Als de sluiting wordt opgeheven, wordt dit aangepast in het WKPB-register.
 
5. Heropening van het pand
De eigenaar of bewoners van de gesloten woning kunnen tussentijds een ontsluitingsverzoek bij de burgemeester indienen. Het pand worden ontsloten als er afdoende maatregelen zijn genomen en er nagenoeg geen risico meer is voor herhaling van de verstoring van openbare orde.
 
6. Sluiting op grond van artikel 14 Woningwet (wet Victor)
Soms is sluiting niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid rond het gesloten pand te herstellen. De Wet Victor regelt het traject na een sluiting op grond van 13b Opiumwet, artikel 174a Gemeentewet en artikel 17 Woningwet. De Wet Victor geeft mogelijkheden het beheer van een pand over te nemen en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet). Het besluit tot beheer wordt genomen door het college van burgemeester en wethouders.
 
7. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Victoriabeleid 2015 gemeente Vlissingen”.
De regeling treedt in werking één dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld op 24 maart 2015.
de burgemeester van Vlissingen,
A.M. Demmers-van der Geest