Mandaatbesluit heffing en invordering gemeentelijke parkeerbelastingen
 
De heffingsambtenaar en de invorderingsambtenaar van de gemeente Heerenveen, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelet op het aanwijzingsbesluit tot heffingsambtenaar van 25 maart 2014 en het aanwijzingsbesluit tot invorderingsambtenaar van 25 maart 2014, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUITEN:
Ingevolge de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting en de Parkeerverordening:
  • I.
    Met ingang van 1 april 2015 mandaat te verlenen voor de volgende bevoegdheden:
    • a.
      het opleggen van naheffingsaanslagen parkeerbelasting;
    • b.
      de afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake naheffingsaanslagen parkeerbelastingen, waaronder ook begrepen de vertegenwoordiging ter zitting bij de rechtbank en/of het gerechtshof;
    • c.
      het verlenen, uitreiken of toezenden van parkeervergunningen en ontheffingen;
    • d.
      de heffing en inning van parkeerbelastingen, waaronder in ieder geval begrepen het ledigen van parkeerautomaten, het verzenden van duplicaat naheffingsaanslagen/acceptgirokaarten en de incasso van parkeerheffingen;
    • e.
      de (dwang) invordering van schulden met betrekking tot parkeerbelastingen en invorderingskosten, waaronder in ieder geval begrepen het verzenden van aanmaningen/acceptgirokaarten en het (via de belastingdeurwaarder) aanbieden van dwangbevelen.
  • II.
    De functionarissen of personen aan wie mandaat wordt verleend voor de hiervoor onder I vermelde bevoegdheden:
    a. De aangewezen onbezoldigd gemeenteambtenaren in dienst bij InPublic, waaronder begrepen de directie, de parkeercontroleurs en de (administratief) medewerkers, in dienst bij Inpublic;
  • b.
    De aangewezen onbezoldigd gemeenteambtenaar in dienst bij MANDAAT BV handelend onder de naam Cannock Chase Public.
  • III.
    De uitoefening van bevoegdheden en feitelijke handelingen aan de volgende voorschriften te verbinden:
    • f.
      De bij mandaat te nemen beslissing dient in overeenstemming te zijn met alle ter zake geldende regelingen, voorschriften en beleidsuitgangspunten.
    • g.
      Indien de gemandateerde van oordeel is dat redelijkerwijs te verwachten is dat een te nemen beslissing bestuurlijke implicaties kan hebben, legt de gemandateerde de zaak met zijn advies voor aan de heffingsambtenaar en/of invorderingsambtenaar.
    • h.
      De gemandateerde is gehouden de heffingsambtenaar inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
    • i.
      De gemandateerde is gehouden alle stukken die ter uitvoering van het mandaat uitgaan op te maken in een vorm waaruit blijkt dat het gaat om een gemandateerde bevoegdheid. Dit gebeurt door het bezigen van een ondertekeningformule die luidt:
      “Namens de heffingsambtenaar,
      Functiebenaming medewerker,
      (Handtekening)”
of
“Namens de invorderingsambtenaar,
Functiebenaming medewerker,
(Handtekening)”
I.Overgangsbepaling
Het mandaat is tevens van toepassing op functionarissen of personen die bevoegd zijn krachtens een benoeming waartoe voor de inwerkingtreding van dit besluit is besloten en ze blijven bevoegd dit af te handelen conform hun toen verleende mandaat. Het betreft functionarissen en personen die genoemd staan in het mandaat besluit van 22 augustus 2014.
I.Slotbepaling
Dit besluit treedt in werking op 1 april 2015, onder intrekking van het besluit van 22 augustus 2014.
Vastgesteld door de heffings- en invorderingsambtenaar op 24 maart 2015.
Afdelingshoofd BBFJz,
Dhr. J. Tanis
Naar boven