Gemeente Landerd, vastgesteld op 10 februari 2015, in
werking
getreden op
7 maart 2015
Deze notitie bestaat uit drie onderdelen. Onderdeel A is een algemene toelichting, o
nderdeel B
omvat de beleidsregels en Onderdeel C een toelichting van die specifieke beleidsregels.
In 2005 is ten behoeve van het regelen van ‘tijdelijke bewoning van bijgebouwen in verband met mantelzorg’ ruimtelijk beleid vastgesteld. Dit beleid omvat de mogelijkheden voor het realiseren en gebruiken van bebouwing voor bewoning bij een bestaande woning indien sprake is van mantelzorg (zogenaamde mantelzorgwoning). In de afgelopen jaren zijn het beleid en de bijhorende beleidsregels opgenomen in de sinds die tijd vastgestelde bestemmingsplannen.
Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hebben nu geleid tot een aanpassing van het ruimtelijke wettelijk kader. Het Besluit omgevingsrecht (Bor) is daarvoor aangepast en maakt het mogelijk om een mantelzorgwoning in veel gevallen vergunningsvrij te realiseren en te gebruiken. Voor de gevallen dat dit niet mogelijk is kan een mantelzorgwoning met een korte reguliere procedure worden mogelijk gemaakt. Op 1 november 2014 is dit aangepaste Bor in werking getreden.
De ‘Beleidsregels Mantelzorgwoningen 2015’ zijn opgesteld in verband met de veranderingen in de wettelijke mogelijkheden. Deze notitie omvat een korte uiteenzetting van de kaders, de ‘Beleidsregels Mantelzorgwoningen 2015’ en een puntsgewijze toelichting op de beleidsregels.
2
Mantelzorg en de mantelzorgwoning
Het langer (laten) thuis wonen is een algemene maatschappelijke tendens en een belangrijk uitgangspunt van het zorgbeleid. In het fysieke domein is een geschikte of geschikt te maken woonvoorraad daarvoor van groot belang. In het sociale domein vormt mantelzorg (in toenemende mate) een toegepast en voorkomend zorgconcept bij die tendens.
Goede randvoorwaarden zijn noodzakelijk en kunnen mantelzorgers stimuleren om hulp aan hun naaste te (blijven) geven. De gemeenten bepaalt zelf de toegang, de vorm en inhoud van de voorzieningen binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Tegelijkertijd is de gemeente ook volledig verantwoordelijk voor de financiering ervan. Dat betekent, dat de gemeente er zowel maatschappelijk als financieel belang bij heeft dat mantelzorgers (een deel van) de verzorging van de inwoners met een ondersteuningsvraag op zich nemen.
Bij een intensieve en/of dagelijkse mantelzorgvraag kan de behoefte ontstaan aan een zogenaamde mantelzorgwoning. Daarbij wordt een tijdelijke woning toegevoegd aan een bestaande woning, waarbij de mantelzorgverlener of mantelzorgontvanger deze woonoplossing betrekt en vanuit die direct nabijheid en voortdurend mantelzorg kan verlenen of ontvangen. De woonoplossing kan bestaan uit inwoning, een mantelzorgwoning die (deels) in een aanbouw of (vrijstaand) bijgebouw gerealiseerd wordt of in de vorm van een mobiele mantelzorgwoning. De woonoplossing is altijd van tijdelijke aard: voor de duur van de mantelzorgrelatie.
3
Ontwikkelingen in de ruimtelijke wetgeving
De ruimtelijke wetgeving is met de inwerkingtreding van een aangepast Besluit omgevingsrecht (Bor) op 1 november 2014 vereenvoudigd. Hierdoor ontstaan onder andere mogelijkheden om een mantelzorgwoning vergunningsvrij te realiseren en wordt de procedure voor gevallen waarin een (tijdelijke) mantelzorgwoning niet vergunningsvrij is vereenvoudigd. Het is de verwachting dat het merendeel van de (toekomstige) mantelzorgwoningen vergunningsvrij kan worden gerealiseerd en gebruikt. De wetgeving omvat wel een aantal voorwaarden, met betrekking op het bouwen en gebruiken van een mantelzorgwoning.
In verband met de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een vergunningsvrije mantelzorgwoning gelden diverse voorwaarden. Belangrijke voorwaarden zijn:
- •
Dat een vergunningsvrije mantelzorgwoning uitsluitend in het ‘achtererfgebied’
kan worden gebouwd. Dit zogenaamde achtererfgebied is de ruimte achter de woning en de ruimte naast de woning op 1 meter achter het verlengde van de voorgevel en is voorts afhankelijk van de situering van de woning en de ligging van het perceel aan openbaar toegankelijk gebied.
- •
Dat de oppervlakte en overige maatvoering van een mantelzorgwoning moet voldoen aan de aan- en bijgebouwenregeling (zogenaamde bijbehorende bouwwerken) bij een woning. In deze regeling is vastgelegd welke oppervlakte(n) en maatvoering in totaal vergunningsvrij zijn toegestaan in het achtererfgebied;
- •
Dat specifiek voor het gebied buiten de bebouwde kom is bepaald dat in het ‘achtererfgebied’ ongeacht de aanwezige oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken een mantelzorgwoning is toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m², mits deze in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is.
De regeling voor (vergunningsvrije) mantelzorgwoningen is uitsluitend bedoeld voor mantelzorgsituaties waarin een persoon intensieve zorg en ondersteuning nodig heeft, die de gebruikelijke hulp en zorg van huisgenoten overstijgt. Lichte vormen van mantelzorg of situaties waarbij in zijn geheel geen sprake (meer) is van mantelzorg vallen niet onder de regeling. Het bouwen en/of gebruiken van een mantelzorgwoning in gevallen waarin geen sprake is van mantelzorg is niet toegestaan.
In het Bor zijn twee waarborgen opgenomen in de begripsomschrijving die van toepassing zijn bij mantelzorg(woning):
met mantelzorg:
‘Huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.’
Daarmee ligt de reikwijdte van de wettelijke regeling vast. De huishoudensomvang in de mantelzorgwoning bedraagt maximaal 2 personen, waarvan ten minste één persoon mantelzorg verleent of ontvangt van een bewoner van de woning. De huisvesting van meer personen (bijvoorbeeld een gezin met kinderen) in een mantelzorgwoning is niet beoogd en toegestaan.
Mantelzorg:
‘Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen
sociaalmedisch
adviseur kan worden aangetoond.’
In alle situaties moet sprake zijn van een mantelzorgbehoefte en levering die een mantelzorgwoning rechtvaardigt. In gevallen waarin (vergunningsvrij) een mantelzorgwoning is gerealiseerd en/of in gebruik is/wordt genomen en er twijfel bestaat over de aanwezige zorgbehoefte kan een verklaring worden opgevraagd bij de persoon die mantelzorg ontvangt. Is die verklaring er niet of kan die niet worden verkregen, dan is er geen sprake van een vorm van mantelzorg die een mantelzorgwoning rechtvaardigt en kan geen gebruik worden gemaakt van de regeling.
De verwachting is dat de behoefte aan (toekomstige) mantelzorgwoningen primair vergunningsvrij is te realiseren binnen de reikwijdte van het Bor. Hiervoor zijn geen beleidsregels nodig.
In het Bor ligt sinds 1 november 2014 ook vast wanneer sprake is van mantelzorg (zie ook 3.2.). Het is in de beleidsregels dus niet meer noodzakelijk en mogelijk om te bepalen wanneer sprake is mantelzorg die een mantelzorgwoning rechtvaardigt. Een leeftijdsdrempel (zoals dat in het beleid uit 2005 was opgenomen) is niet langer aan de orde. Het enige maatgevende criterium om van de regeling gebruik te maken is de behoefte aan mantelzorg en een verklaring daarover. De begripsbepalingen uit het Bor zijn bindend.
De nieuwe beleidsregels hebben betrekking op de aspecten bouwen en handhaven. Op onderdelen zijn de voorwaarden die horen bij vergunningsvrij bouwen beperkt. Er zijn (ruimtelijke) situaties denkbaar waarbij een mantelzorgwoning op basis van een verklaring wel gewenst is, maar niet voldoet aan de vergunningsvrije voorwaarden. Daarnaast is een mantelzorgwoning per definitie een tijdelijke voorziening. Voor de wijze waarop burgemeester en wethouders omgaan met de (vergunningsvrije) situaties waarin de mantelzorg is beëdigd zijn enkele aanvullende beleidsregels opgesteld.
Voor bouwenkan het gaan het om situaties waarbij:
- •
de mantelzorgwoning niet in het achtererfgebied kan worden geplaatst;
- •
(in de bebouwde kom) door de mantelzorgwoning de in het Bor toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied wordt overschreden;
Voor die gevallen kan vanaf 1 november 2014 met een korte (reguliere) Wabo-procedure een vergunning worden verleend, voor zover er sprake is van mantelzorg zoals het Bor dit omschrijft.
Van belang is dat geformuleerd wordt in welke omstandigheden en onder welke uniforme voorwaarden het college bereid is om met toepassing van een artikel 4, onderdeel 1, van bijlage II van Bor via een reguliere afwijkingsprocedure tijdelijk medewerking te verlenen aan een mantelzorgwoning. In de beleidsregels ‘Mantelzorgwoningen 2015’ is hiervoor een aantal toetsings- en beoordelingscriteria neergelegd. In de toelichting daarop zijn de criteria nader toegelicht.
Een mantelzorgwoning heeft voor de duur van de mantelzorgrelatie bestaansrecht. In zowel vergunningsvrije situaties als in situaties waarbij via een omgevingsvergunning is meegewerkt aan een mantelzorgwoning dient bij vervallen van de mantelzorgrelatie, bijvoorbeeld door het overlijden van de mantelzorgontvanger, de mantelzorgwoning te worden ontmanteld. Dit ter voorkoming van het oneigenlijke gebruik van een mantelzorgwoning voor reguliere (zelfstandige) bewoning.
In de beleidsregels zijn termijnen opgenomen waarbinnen (de voorzieningen voor) een mantelzorgwoning weer dient te zijn verwijderd. Daarbij zijn ruime termijnen aangehouden.
De behoefte aan (toekomstige) mantelzorgwoningen is te realiseren binnen de reikwijdte van het aangepaste Bor (al dan niet vergunningsvrij). Voor zover de oprichting van een mantelzorgwoning vergunningsvrij mogelijk is zijn beleidsregels niet aan de orde. De beleidsregels ‘Mantelzorgwoningen 2015’ richten zich op primair op twee onderdelen:
- •
Beleidsregels voor mantelzorgwoningen/situaties die niet-vergunningsvrij kunnen worden gebouwd. Hiervoor is een aantal uniforme toetsings- en beoordelingscriteria geformuleerd op basis waarvan het college bereid is om met toepassing van een artikel 4 van bijlage II van Bor (tijdelijk) medewerking te verlenen aan een mantelzorgwoning;
- •
In de beleidsregels wordt vastgelegd op welke wijze wordt gecontroleerd en hoe het college optreedt indien de mantelzorgbehoefte is komen te vervallen.
Daarnaast omvatten de beleidsregels enkele regels met betrekking tot de kosten en overige bepalingen (zoals een hardheidsclausule en een citeertitel).
Beleidsregels mantelzorgwoningen 2015
In verband met de beleidsvrijheid die het college van burgemeester en wethouders bij het verlenen van omgevingsvergunningen op grond van de Wabo heeft en overwegende dat:
- -
zij het wenselijk acht eenduidig vast te leggen hoe zij met deze beleidsvrijheid omgaat bij het verlenen van genoemde omgevingsvergunningen in het kader van een mantelzorgwoning en;
- -
omdat zij eenduidig wenst vast te leggen hoe zij optreedt bij situaties waarin de mantelzorg is beëindigd;
stelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landerd de volgende beleidsregels vast: