Bijlage 1 Artikelsgewijze toelichting bij de Algemene Subsidieverordening Bloemendaal 2015(ASV)
Artikel 1: Er zijn definities betreffende vermogensvorming toegevoegd.
Artikel 2, 3, 4,en 5: behoeven geen toelichting
Artikel 6: De uiterste termijn van indienen is vervroegd naar 1 juni i.p.v. 1 juli. Dit is meer in overeenstemming met de termijn die de andere regiogemeenten hanteren.
Verder wordt het gebruik van een (digitaal) aanvraagformulier dringend aanbevolen. Dat sluit aan bij de wens om in de (nabije) toekomst verder te digitaliseren.
Artikel 8: De termijn van indienen is verkort tot 2 weken i.p.v. 6 weken in de huidige verordening. Hiermee wordt voorkomen dat veel aanvragen afgewezen moeten worden wegens de tijdigheid (het niet tijdig indienen) van de aanvraag.
Artikel 7: Er is duidelijk opgenomen welke gegevens nodig zijn om de rechtmatigheid van de aanvraag vast te stellen.
Artikel 8: Indien een incidentele aanvraag wordt ingediend, dus voor een eenmalige actitiviteit, geldt een andere indieningstermijnen van 2 weken voor de aanvang van de activiteit. Dit was 6 weken.
Ook worden er minder zware eisen gesteld aan de aan te leveren documenten.
Artikel 9: In feite betekent dit dat , als een aanvraag niet compleet is, de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen. De aanvrager krijgt de gelegenheid om de aanvraag alsnog compleet te maken binnen de gestelde termijn. Uiteraard moeten dan wel contactgegevens bekend zijn bij de gemeente.
Artikel 10 lid 1 en 4: Er is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op een andere grond worden geweigerd.
Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.
Lid 3 betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken(derde lid).
Artikel 11 en 12: behoeven geen toelichting
Artikel 13: dit artikel is geheel vernieuwd. Het bepaalt of en wanneer een aanvrager een reserve mag vormen en hoe hoog deze reserve mag zijn. De percentages zijn afgestemd op wat “in den lande” gebruikelijk is.
Het totaal van alle reserves mag niet meer zijn dan 25% (zie artikel 10 lid 2 sub b, weigeringsgronden).
In concreto betekent dit artikel dat de bestemde reserves (lid 2) in totaal 10% van de begroting mogen zijn, de egalisatiereserves (lid 3) eveneens 10%, samen maximaal 20%.
Deze reserves tellen niet mee voor de berekening van de draagkracht.
Onbestemde reserves kunnen het resterende deel van 25% zijn, maar tellen wel mee voor de berekening van de draagkracht.
Artikel 14: behoeft geen toelichting.
Artikel 15: Dit artikel beoogt de een vermindering van de administratieve overlast voor aanvrager en voor het college.
Artikel 16, 17 en 18: behoeven geen toelichting.
Artikel 19: Dit artikel omschrijft de situaties waarin de aanvrager geldelijk voordeel heeft, zonder dat een tegenprestatie geleverd is of wordt.
lid 1, sub a: de subsidie is gevraagd voor een koffiezetter voor een vereniging, maar het apparaat wordt niet op de vereniging gebruikt.
lid 1 sub b: de koffiezetter is gestolen en de verzekering betaalt, maar er wordt geen nieuw apparaat van de verzekeringspenningen gekocht.
Artikel 20: behoeft geen toelichting
Artikel 21 , 22 en 23: Deze artikelen vereenvoudigen het proces van vaststelling en moeten leiden tot vermindering van administratieve lasten.
Artikel 24 t/m 30: behoeven geen toelichting.