Leiderdorp, Gemeentewinkel, Belastingen[Afdeling]Actualisering belastingverordening tarieventabel afvalstoffenheffing en reinigingsrechten en aanpassing tarieven 619 november 2015

 

Hoofdstuk I. ALGEMENE BEPALINGEN

De raad der gemeente Leiderdorp;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2015,

nr. Z/15/020569/39602;

gezien het advies van het Politiek Forum van 30 november 2015;

gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de

Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en

reinigingsrechten 2016

Artikel 1

Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijfsafval: andere afvalstoffen dan huishoudelijk afval als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, met uitzondering van grof bedrijfsafval;

  • b.

    grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

  • c.

    “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Hoofdstuk II. AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3

Aard van de belasting en belastbaar feit

1.Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een directe belasting geheven als bedoeld in

artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende

Tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4

Belastingplicht

De belasting wordt geheven van diegene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

De afvalstoffenheffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in

hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

Artikel 6

Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7

Wijze van heffing

De afvalstoffenheffing wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De afvalstoffenheffing is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de

afvalstoffenheffing verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven.

3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op

ontheffing voor zoveel nog volle kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven.

4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de

gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

5.Indien in de loop van het belastingjaar het aantal feitelijke gebruikers van het perceel

wijzigt en daardoor vanaf 1 januari daarop volgend een lager tarief van toepassing is,

bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle kalendermaanden dat na deze

wijziging in het belastingtijdvak overblijft.

Artikel 9

Termijnen van betaling

1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen

afvalstoffenheffing worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn

vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 50,00 doch minder is dan € 2.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de daartoe door de belastingplichtige aangewezen bankrekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen betaald moeten worden in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt dat in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 50,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de daartoe door de belastingplichtige aangewezen bankrekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen betaald moeten worden in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk III. REININGINGSRECHTEN

Artikel 10

Belastbaar feit

Onder de naam reinigingsrechten worden rechten geheven voor zowel de periodieke

inzameling van bedrijfsafval als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde

gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud

zijn.

Artikel 11

Belastingplicht

De reinigingsrechten worden geheven van diegene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve

van wie de dienst wordt verricht of van diegene die van de gemeentebezittingen, werken of

inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1.De reinigingsrechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in

hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

2.Voor de berekening van de reinigingsrechten wordt een gedeelte van een in de

Tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13

Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 14

Wijze van heffing

De reinigingsrechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per

belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel 15

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing van rechten naar tijdsgelang

  • 1.

    De reinigingsrechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de

reinigingsrechten verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reinigingsrechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 16

Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen

reinigingsrechten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op

de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet

is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk IV. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 17

Nadere regels door het college van burgemeesters en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de

heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten.

Artikel 18

Overgangsrecht, i nwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2015” van 17 november 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing en

reinigingsrechten 2016.

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Leiderdorp op 7 december 2015,

 

de griffier,

mevrouw J.C. Zantingh

de voorzitter,

mevrouw L.M. Driessen-Jansen

Naar boven