Gemeenteblad van Neder-Betuwe

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Neder-BetuweGemeenteblad 2015, 131264Overige besluiten van algemene strekking

Eerste wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Rivierenland

De Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel,

 

Overwegende

 

  • -

    dat de Wet gemeenschappelijke regeling is gewijzigd en deze wet bij Koninklijk Besluit in werking is getreden per 1 januari 2015;

  • -

    dat het wenselijk is om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Rivierenland vanwege de wetswijziging op onderdelen aan te passen en tevens enkele andere wijzigingen daarin mee te nemen;

 

Gezien het daartoe strekkende verzoek van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Rivierenland;

 

Gelet op het bepaalde in artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de verkregen toestemming van de Provinciale Staten van de provincie Gelderland en van de Raad van de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West maas en Waal en Zaltbommel;

 

BESLUIT

 

Vast te stellen de navolgende eerste wijziging tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Rivierenland

ARTIKEL I

Artikel 1 lid 1 onder de begripsomschrijvingen wordt een omschrijving toegevoegd onder letter “a” “actualisatie van de begroting: hiervan is sprake als het Algemeen Bestuur de aangepaste begroting vaststelt zonder dat er sprake is van nieuw beleid. Er mag wel sprake zijn van aanpassingen in de programma’s en/of andere aanpassingen mits er niet sprake is van nieuw beleid c.q. ontwikkeling van nieuwe uitgangspunten die nog niet eerder onder de aandacht zijn gebracht van Raden en Staten.”

 

Artikel 1 lid 1 onder begripsomschrijvingen wordt een omschrijving toegevoegd onder letter “p” “Wijziging van de begroting: er is sprake van een wijziging van de begroting op het moment dat het Algemeen Bestuur nieuw beleid ontwikkelt en dit in de begroting gaat opnemen. Het moet gaan om items die niet eerder aan de orde zijn geweest in de begroting en om die reden ook nog niet onder de aandacht zijn gebracht bij de gemeenteraden en Provinciale Staten.”

 

Artikel 1 lid 1 sub a wordt vernummerd in sub b met een doornummering van de overige subonderdelen tot c, d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n en o.

 

Artikel 1, lid 1, onder n (nieuw) wordt gewijzigd door het vervangen van “2.0” door “2.1 of de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving”, zodat het komt te luiden als volgt: “robuust: in overeenstemming met de kwaliteitscriteria KPMG, versie 2.1 of de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving”.

ARTIKEL II

Artikel 5 wordt gewijzigd. Geschrapt worden de woorden “bij het treffen van de regeling” en de zinsnede “onderbrengen bij het openbaar lichaam” wordt naar voren gehaald en daarna aanvullen met de woorden na waaronder “in ieder geval” en na onder het basistakenpakket, “ BRIKS-taken, taken betreffende de Huisvestingswet, Leegstandswet, Monumentenwet en Algemene plaatselijke verordening met betrekking tot de leefomgeving dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving.” zodat artikel 5 lid 1 komt te luiden als volgt: “Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering onderbrengen bij het openbaar lichaam van de overige taken in het omgevingsrecht, waaronder in ieder geval begrepen de overige milieutaken niet vallend onder het basistakenpakket, BRIKS-taken, taken betreffende de Huisvestingswet, Leegstandswet, Monumentenwet en Algemene plaatselijke verordening met betrekking tot de leefomgeving dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving.”

ARTIKEL III

Artikel 11 lid 3 wordt in zijn geheel vervangen door “Een lid van het algemeen bestuur kan niet tevens medewerker in dienst van of op grond van een overeenkomst van opdracht werkzaam zijn voor het samenwerkingsverband dan wel in dienst van de provincie Gelderland” en het schrappen van “Elke deelnemer wijst uit zijn midden een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan”.

ARTIKEL IV

Artikel 12 lid 1 wordt geschrapt onder invoeging van een nieuw lid 1: “De deelnemers wijzen uit hun midden plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aan.”

ARTIKEL V

Artikel 14 wordt gewijzigd door het schrappen van de huidige leden 2, 3, 4 en 5 en het invoegen van een nieuw lid 2: ”Het algemeen bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur met uitzondering van de bevoegdheden tot het vaststellen van d begroting alsmede wijzigingen daarvan en het vaststellen van de jaarrekening.”

 

Artikel 14 lid 6 wordt vernummerd tot lid 3.

 

Artikel 14 lid 7 wordt geschrapt.

 

Artikel 14 lid 8 wordt vernummerd tot lid 4.

ARTIKEL VI

Artikel 15 lid 1 wordt aangevuld met de woorden “onverminderd het bepaalde in artikel 14, derde lid, van de wet” zodat het komt te luiden als volgt: ”Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit drie andere leden, onverminderd het bepaalde in artikel 14, derde lid, van de wet.”

ARTIKEL VII

Artikel 16 lid 1 wordt gewijzigd door te schrappen: “in zijn eerste vergadering na inwerkingtreding van deze regeling” zodat het komt te luiden als volgt: “Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan.”

 

Artikel 16 lid 4 wordt gewijzigd door te schrappen “,niet zijnde de voorzitter,” zodat het komt te luiden als volgt: “Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien.”

 

Artikel 16 lid 5 wordt gewijzigd door te schrappen “niet zijnde” en het invoegen daarna van “waaronder begrepen”, zodat het komt te luiden als volgt: “Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, waaronder begrepen de voorzitter, ontslag verlenen of schorsen als dat lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in.”

ARTIKEL VIII

Artikel 17 lid 3 wordt gewijzigd door het vervangen van “ten minste” door “meer dan” zodat het komt te luiden als volgt: “In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als meer dan de helft van de leden aanwezig is.”

 

Artikel 17 lid 4 wordt gewijzigd door het vervangen van “2” door “3” zodat het komt te luiden als volgt: “Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop lid 3 niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag.

 

Artikel 17 lid 5 wordt gewijzigd door het vervangen van “3” door “4” zodat het komt te luiden als volgt: “In een vergadering als bedoeld in lid 4 kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is.”

ARTIKEL IX

Artikel 18 lid 2 wordt gewijzigd door het schrappen van de huidige tekst en het invoegen van een nieuwe tekst: “Het dagelijks bestuur benoemt en ontslaat het personeel, waaronder begrepen de directeur. Onder benoeming van personeel wordt tevens verstaan de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.”

 

Artikel 18 lid 3 huidig wordt gewijzigd door het schrappen van de tekst: “Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast die tenminste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft” door het invoegen van de nieuwe tekst: “Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel.”

 

Artikel 18 lid 4 wordt gewijzigd door het schrappen van de tekst: “Het dagelijks bestuur kan in afwijking van artikel 14 lid 2 in spoedeisende gevallen tot schorsing van de directeur overgaan. Het dagelijks bestuur doet daarvan terstond mededeling aan het algemeen bestuur. De schorsing vervalt, wanneer het algemeen bestuur haar niet in zijn volgende vergadering bekrachtigt” door het invoegen van de tekst:

“Het dagelijks bestuur stelt alle overige regelingen vast die noodzakelijk zijn.”

 

Artikel 18 lid 5 wordt gewijzigd door het vervangen van de huidige tekst en het invoegen van de tekst van het oude lid 2 zodat het komt te luiden als volgt: “Het dagelijks bestuur bepaalt de wijze waarop de directeur bij verhindering of ontstentenis wordt vervangen.”

 

Artikel 18 lid 6 “Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling vast omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel.”

 

Artikel 18 wordt uitgebreid met een nieuw lid 7 dat luidt als volgt:” Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 55a van de Wet.”

 

Artikel 18 wordt uitgebreid met een nieuw lid 8 dat luidt als volgt: ”Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen namens de regeling.”

ARTIKEL X

Artikel 19 wordt gewijzigd door het in lid 1 schrappen ” in zijn eerste vergadering na inwerkingtreding van deze regeling”.

Tevens door het invoegen van een nieuw lid 3 onder vernummering van de leden 3 tot en met 4 tot 4 tot en met 5 met als tekst zodat lid 3 nieuw komt te luiden als volgt: “De voorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien.”

ARTIKEL XI

Artikel 29 lid 1 wordt gewijzigd door het vervangen van “vóór 1 juli” door “niet eerder dan 8 weken nadat deze aan de raden en staten van de deelnemers is verzonden” zodat het komt te luiden als volgt: ”De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, zoals bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Wet geschiedt niet eerder dan 8 weken nadat deze aan de raden en staten van de deelnemers is verzonden in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.”

 

Artikel 29 lid 2 wordt gewijzigd door het vervangen van “1” door “15” en het verwijderen van het woord “en” zodat het komt te luiden als

volgt: ”Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de Wet zorgt het dagelijks bestuur vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient voor de in dat lid bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting.”

 

Artikel 29 lid 8 wordt gewijzigd door het vervangen van “15 juli” door “1 augustus” zodat het komt te luiden als volgt: “Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan de minister.”

 

Artikel 29 lid 9 wordt gewijzigd door het vervangen van “Dit artikel is, met uitzondering van de daarin genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting” ” voor de volgende tekst:” Bij wijzigingen van de begroting wordt de procedure voor vaststelling van de begroting gevolgd. Gemeenteraden en Provinciale Staten worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.”

 

Artikel 29 wordt uitgebreid met een nieuw lid 10 dat luidt als volgt: “Bij een actualisatie van de begroting wordt de begroting door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Actualisaties worden ter informatie verstuurd naar de gemeenteraden en Provinciale Staten.”

 

Artikel 29 wordt uitgebreid met een nieuw lid 11 dat luidt als volgt:

“Conform artikel 59, vijfde lid, van de wet is het bepaalde in artikel 59, eerste, derde en vierde lid, van de wet, niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerpwijzigingen, voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit.”

 

Artikel 29 wordt uitgebreid met een nieuw lid 11 dat luidt als volgt: Het Dagelijks Bestuur biedt een voorstel als in lid 12 bedoeld, uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan.”

ARTIKEL XII

Artikel 31 lid 3 wordt gewijzigd door het vervangen van “eenparigheid” in “tweederde” zodat het komt te luiden als volgt: “Het besluit, zoals bedoeld in het tweede lid, sub b, van dit artikel, behoeft tweederde van de uitgebrachte stemmen.”

ARTIKEL XIII

Artikel 33 lid 1 wordt gewijzigd door te schrappen van de woorden: “in de eerste vergadering volgend op de inwerkingtreding van deze regeling”, zodat het komt te luiden als volgt: “Het algemeen bestuur stelt in de eerste vergadering volgend op de inwerkingtreding van deze regeling een archiefverordening vast.”

 

Artikel 33 lid 2 wordt gewijzigd door te schrappen de woorden “in de eerste vergadering volgend op de inwerkingtreding van deze regeling”, zodat het komt te luiden als volgt: “ Voorts wijst het algemeen bestuur in de eerste vergadering volgend op de inwerkingtreding van deze regeling een archiefbewaarplaats aan.”

 

Artikel 33 lid 4 wordt gewijzigd door te schrappen de woorden “in de eerste vergadering volgend op de inwerkingtreding van deze regeling”, zodat het komt te luiden als volgt: “Het dagelijks bestuur stelt in de eerste vergadering volgend op de inwerkingtreding van deze regeling een Besluit informatiebeheer vast. In dit besluit is geregeld hoe de vorming en het beheer van de dynamische archieven van het openbaar lichaam plaatsvinden.”

ARTIKEL XIV

Artikel 35 wordt gewijzigd door na het woord “dan na vijf jaar na” in te voegen “de eerste”.

ARTIKEL XV

Artikel 39 lid 1 wordt gewijzigd door het vervangen van “na de dag waarop gedeputeerde staten haar ingevolge artikel 52, eerste lid, aanhef en onder j, in samenhang met artikel 27 van de Wet in het register hebben opgenomen” zodat het komt te luiden als volgt: “De regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop die conform de geldende regelgeving gepubliceerd is.”

 

Artikel 39 lid 2 wordt gewijzigd door vervangen van “26” door “53” en wordt aan het einde toegevoegd “en publicatie” zodat het komt te luiden als volgt: “Gedeputeerde staten dragen zorg voor de in artikel 53 van de Wet bedoelde toezending en publicatie.”

ARTIKEL XVI

Artikel 40 komt te vervallen.

Aldus besloten door,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe in haar vergadering van Neder Betuwe

de secretaris,

de burgemeester,

TOELICHTING OP DE 1E WIJZIGING VAN DE TEKST VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMGEVINGSDIENST RIVIERENLAND

Algemeen

Wetswijziging

Het parlement heeft de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) goedgekeurd en deze is op 1 januari 2015 in werking getreden bij Koninklijk Besluit (KB). Deze wetswijziging heeft gevolgen voor de tekst van de Gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). De meeste gewijzigde artikelen hebben rechtstreekse werking en gelden van de dag van inwerkingtreding van de wet. Wel is het daarbij van belang de tekst van de GR hierop aan te passen.

 

Overige wijzigingen

Daarnaast zijn er een aantal tekstuele wijzigingen en enkele vanuit de organisatie aangedragen zaken die los staan van de wetswijziging.

 

Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur heeft het wenselijk geacht dat de tekst dient te worden gewijzigd en heeft dit aan het Algemeen Bestuur laten weten. Dit laatste bestuur heeft ingestemd met de wenselijkheid en heeft het Dagelijks Bestuur opdracht verstrekt te komen tot invulling van de wijziging en deze in procedure te brengen bij de deelnemers.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Bij de begripsomschrijvingen zijn de begrippen “actualisatie van de begroting” en “wijziging van de begroting” omschreven en toegevoegd.

Dit heeft te maken met de wijziging van artikel 29, waarin de actualisatie en de wijziging van de begroting is opgenomen.

Een definitie van deze begrippen zorgt ervoor dat er geen discussie ontstaat over de betekenis hiervan.

Daarnaast zijn de overige begripsomschrijvingen door de toevoeging vernummerd. Tot slot is het begrip “robuust” onder het nieuwe sub n. gewijzigd en is er een meer toekomstbestendige formulering opgenomen.

 

Artikel 5

In artikel 5 worden ter verduidelijking een aantal taken vermeld die onder de overige taken van het omgevingsrecht worden begrepen die door de ODR kunnen worden uitgeoefend.

 

Artikel 11

Het derde lid wordt hier geschrapt en geplaatst in artikel 12 waar het gaat over aanwijzing van de bestuursleden.

 

Artikel 12

Deze bepaling is geschrapt omdat dit een dubbeling bevat met artikel 11.

 

Artikel 14

In de bevoegdheden is het nodige gewijzigd. In de nieuwe wet worden meer bevoegdheden toegewezen aan het dagelijks bestuur in plaats van het algemeen bestuur om de organisatie van een gemeenschappelijke regeling meer in overeenstemming te brengen met het dualisme dat al is ingevoerd bij de gemeenten en provincies. Daarmee vervallen verscheidene bevoegdheden voor het algemeen bestuur. Zie ook artikel 18 over de bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Tevens is nu een algemene bepaling opgenomen die het mogelijk maakt dat het algemeen bestuur bevoegdheden overdraagt aan het dagelijks bestuur. Onder de oude wet mocht dit alleen voor bevoegdheden die als zodanig in de tekst zelf werden genoemd. Een aantal bevoegdheden mag het algemeen bestuur niet overdragen en die betreffen met name de financiële zaken. Zie hiervoor artikel 33 en 33 Wgr.

 

Artikel 15

Dit artikel is aangevuld met de zinsnede over hetgeen is bepaald in artikel 14, derde lid van de wet. Hierin wordt geregeld dat het dagelijks bestuur nooit meer dan de helft van de leden van het algemeen bestuur mag uitmaken.

 

Artikel 16

Hiervoor geldt hetzelfde als gesteld bij artikel 12 met uitzondering van het aanwijzen van plaatsvervangende leden omdat een dagelijks bestuur deze niet kent.

Tevens heeft de nieuwe wet het mogelijk gemaakt dat individuele leden van het dagelijks bestuur kunnen worden ontslagen. Dat was in de oude wet alleen mogelijk indien het nadrukkelijk in de tekst van de Gemeenschappelijke regeling stond zoals bij de ODR. Nieuw echter daarbij is dat ook de voorzitter kan worden ontslagen. Dat was voorheen niet mogelijk. Om die reden wordt nu dit vermeld in de passage over ontslag.

 

Artikel 17

Artikel 17 lid 3 is in overeenstemming gebracht met de formulering in de Provinciewet. In de tekst van artikel 17 lid 4 en lid 5 stonden nog een onjuiste verwijzingen. De verwijzingen in die leden moest zijn naar het derde lid terwijl daar een verwijzing naar het tweede lid stond, respectievelijk vierde terwijl er derde lid stond.

 

Artikel 18

In dit artikel worden de nieuwe bevoegdheden van het dagelijks bestuur vermeld. Tevens zijn de leden daardoor wat van plaats verschoven. Het betreft het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel inclusief de directeur, het opstellen van allerlei regelingen voor het personeel, het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals het oprichten en deelnemen in rechtspersonen zoals stichtingen, maatschappen en vennootschappen. Deze zijn in beperkte gevallen alleen toegestaan door het algemeen bestuur echter door het bepaalde van artikel 9 sub e is de ODR hiertoe niet bevoegd. Tevens is het dagelijks bestuur bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen.

 

Artikel 19

Hier is toegevoegd dat ook de voorzitter ontslag kan nemen. Deze bepaling ontbrak.

 

Artikel 29

Voor de begroting is een aantal bepalingen gewijzigd volgens de wijzigingen in de nieuw Wgr. De begroting mag niet eerder dan na 8 weken nadat de begroting is opgestuurd worden vastgesteld door het algemeen bestuur. In de oude bepaling stond vermeld dat de begroting vóór 1 april moest worden opgestuurd. Dit is aangepast en gesteld op 15 april conform de nieuwe wet. Ook de datum dat de begroting moet worden opgestuurd aan het ministerie is verschoven en gesteld op 1 augustus in plaats van 15 juli. De bedoeling van de wijziging in de wet is om de deelnemers beter in staat te stellen de begroting door te nemen en zienswijzen op te stellen.

 

Verder zijn de leden 10 tot en met 13 aan artikel 29 toegevoegd. Het begrip actualisatie van de begroting wordt geïntroduceerd.

 

Het expliciet opnemen van actualisatie en wijziging van de begroting is conform de door het Algemeen Bestuur vastgestelde bestuursrapportage 2013 (2 september 2013) en heeft als doel de betreffende procedure vast te leggen.

Daarin is opgenomen dat het gewenst is om gemeenteraden en Provinciale staten te informeren over de stand van zaken.Deze rapportage was de eerste bestuursrapportage van de ODR. In de rapportage zijn – zoals aangekondigd bij de begroting - diverse actualiseringen opgenomen van de programma’s en budgeten. In artikel 29 lid 9 van de gemeenschappelijke regeling ODR (oud) wordt gesproken over wijzigingen van de begroting van de ODR. Het artikel geeft aan dat bij wijziging van de begroting dezelfde procedure van toepassing is als bij vaststelling van de begroting. Er is sprake van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Vanwege de voortgang van de besluitvorming en de daaraan gekoppelde bedrijfsvoering is het goed om deze eerste keer te bepalen wanneer dit artikel van toepassing moet worden verklaard.

Voor een omschrijving van het begrip actualisatie van de begroting wordt verwezen naar artikel 1 lid 1 onderdeel a van de regeling en met oog op het verschil met de wijziging van de begroting naar onderdeel p.

Doordat het begrip actualisatie van de begroting wordt ingevoerd is niet heel artikel 29 van toepassing op wijzigingen van de begroting.

Het is wenselijk om actualisatie makkelijk mogelijk te maken ter voorkoming van de administratieve rompslomp die een algehele wijziging met zich brengt. Er is geen sprake van actualisatie als sprake is van wijziging in budget of uitgangspunten , maar alleen als sprake is van budget neutrale wijzigingen.

 

Ter verduidelijking van het nut van het introduceren van de mogelijkheid tot actualisatie de volgende voorbeelden:

Voorbeeld 1

Stel in de begroting is het volgende geraamd:

Salarissen 100.000

Inhuur 60.000

 

Daadwerkelijk gerealiseerd:

Salarissen 90.000, inhuur 70.000

 

Conclusie = budgetneutraal, maar niet conform de posten zoals opgenomen in de begroting. Bij de mogelijkheid van actualisatie op dit punt hoeft de procedure van wijziging niet gevolgd te worden.

 

Voorbeeld 2:

Programmabegroting, bijvoorbeeld vergunningverlening milieu.

 

Door de partners is een budget per programma vastgesteld.

Bij het invullen en of realiseren van de Werkprogramma’s kan er een ander budget uit komen, waardoor er meer geld besteed wordt aan handhaving milieu, in plaats van vergunningverlening milieu. Dit is budgetneutraal, maar wel een wijziging van de begroting. Een dergelijke actualisatie vindt uiteraard plaats in overleg met de betreffende partner.

Verder is bepaald dat actualisaties ter informatie worden verstuurd naar de gemeenteraden en Provinciale Staten.

 

Artikel 31

Eenparigheid van stemmen geeft een vetorecht en dus bestaat de mogelijkheid van één AB-lid een besluit in de zin van dit artikel tegen te houden. Het is dus makkelijker te besluiten met tweederde meerderheid.

 

Artikel 33

Deze bepaling is gewijzigd omdat de regeling inmiddels in werking is getreden en de niet meer aan de orde is dat in de eerste vergadering na inwerkingtreding een archiefverordening wordt vastgesteld, een archiefbewaarplaats wordt aangewezen en een besluit informatiebeheer wordt vastgesteld.

 

Artikel 35

Om te voorkomen dat de termijn van 5 jaren altijd door blijft lopen wordt hier gesteld dat de vijf jaren ingaat op de eerste inwerkingtreding, zijnde eind 2012.

 

Artikel 39

De inwerkingtreding is nu niet meer gekoppeld aan de inschrijving in het register maar na de bekendmaking. Dit is juridisch een logischer en heeft ook praktische redenen. Bekendmaking is namelijk gemakkelijker vast te stellen dan de inschrijving.

 

Artikel 40

Dit artikel kan vervallen omdat er geen sprake meer is van een eerste begroting.