Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2015, 130408 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2015, 130408 | Verordeningen |
Regeling maatschappelijke ondersteuning Wmo 2016
Burgemeester en wethouders van Gouda
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van 15 december 2015;
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6 en 2.1.7 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de artikelen 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Gouda 2015;
besluiten vast te stellen de Regeling maatschappelijke ondersteuning Gouda 2016
Artikel 1 Verplichtingen persoonsgebonden budget begeleiding en hulp bij het huishouden
1. Bij het verstrekken van een persoonsgebonden budget voor begeleiding en hulp bij het huishouden gelden de voorwaarden die de Sociale Verzekeringsbank stelt aan de betaling van een pgb.
2. De verantwoording bestaat in elk geval uit een overzicht van het aantal uitbetaalde uren, betalingsbewijzen (bankafschriften), het uurtarief, NAW-gegevens inclusief het burgerservicenummer van de zorgverlener.
Artikel 2 Verplichtingen budget overige voorzieningen
Bij het verlenen van een budget bij overige voorzieningen gelden de volgende verplichtingen:
1. de voorziening moet voldoen aan het programma van eisen dat is opgesteld door de gemeente en, indien van toepassing, aan het Kwaliteiten Bruikbaarheids Onderzoek van Hulpmidden keurmerk en/of komt voor op de lijsten van het TNO-keurmerk dan wel een gelijkwaardig keurmerk goedgekeurde hulpmiddelen.
2. in geval van een rolstoel- of vervoersmiddel wordt de voorziening ingekocht bij een leverancier die erkend is volgens de Erkenningsregeling Revalidatietechnisch Bedrijf en voldoet deze aan de eisen van de Revakeur.
Artikel 3 Hoogte persoonsgebonden budget begeleiding en hulp bij het huishouden
a. € 34,29 voor begeleiding (per uur);
b. € 56,48 voor gespecialiseerde begeleiding (per uur);
c. € 25,11 voor dagbesteding gericht op participatie (per dagdeel);
d. € 37,77 voor dagbesteding gericht op activering (per dagdeel);
e. € 158,84 voor kortdurend verblijf (per etmaal);
f. € 15,45 voor hulp bij het huishouden wat uitgevoerd wordt door een ZZP-er of een andere instelling.
g. € 7,38 voor vervoer naar dagbesteding (per dag);
h. € 20,00 voor rolstoelgebonden vervoer naar dagbesteding (per dag).
2. Het uurtarief voor het inhuren van een familielid, vrienden, kennissen bedraagt bij:
Artikel 4 Hoogte budget overige maatwerkvoorzieningen
De hoogte van het budget voor aanschaf van een:
individuele vervoersvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening. Als de gemeente een onderhoudscontract met een voorkeursleverancier heeft afgesloten voor onderhoud en reparatie, gelden de prijzen uit het desbetreffende onderhoudscontract - inclusief eventueel bedongen korting - als uitgangspunt. Als de gemeente geen onderhoudscontract heeft afgesloten, komen de onderhoudskosten voor rekening van de aanvrager.
losse woonvoorziening is gelijk aan de door het college goedgekeurde offerte. Het budget kan eventueel verhoogd worden met instandhoudingskosten, bedoeld voor reparatie van de desbetreffende voorziening. Als de gemeente een onderhoudscontract met een voorkeurslevernacier heeft afgesloten voor onderhoud en reparatie, gelden de prijzen uit het desbetreffende onderhoudscontract - inclusief eventueel bedongen korting - als uitgangspunt. Als de gemeente geen onderhoudscontract heeft afgesloten, komen de onderhoudskosten voor rekening van de aanvrager.
Artikel 5 Budget woonvoorzieningen
1. Als de kosten voor woonvoorzieningen meer bedragen dan € 6.974,70 geldt het primaat van verhuizen. De maximale vergoeding voor verhuiskosten op declaratiebasis bedraagt € 3.248,87.
2. Het persoonsgebonden budget wordt betaald aan de eigenaar van de woning en bedraagt maximaal 100% van de goedgekeurde offertekosten.
Daarbij gelden voor bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maximale bedragen:
3. Bij het vaststellen van de hoogte van het budget in de kosten van een woningaanpassing in de vorm van bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten:
als het noodzakelijk wordt geacht een architect in te schakelen: het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de Standaardvoorwaarden 1988/Rechtsverhouding opdrachtgever-architect van de Bond van Nederlandse Architectenen de kosten van het toezicht op de uitvoering, alsdit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
4. Als er sprake is van sanering van de vloerbedekking niet ouder dan zeven jaar bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 35,- per m2 (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en BTW). De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van het te vervangen artikel. De vergoeding bedraagt een percentage van de kosten te weten:
5. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten in verband met huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte met een maximum van € 646,55 per maand voor de duur van maximaal één jaar.
6. Als er sprake is van tijdelijke huisvesting is de hoogte van de vergoeding:
7. Als een woonvoorziening tot meerwaarde van de woning heeft geleid en de woning binnen zes jaar verkocht wordt, dan geldt volgens onderstaand schema het bedrag dat door de aanvrager aan het college terugbetaald moet worden:
8. Als bijlage is bij deze regeling gevoegd een lijst met standaard woonvoorzieningen, waarin opgenomen de maximaal uit te keren bedragen per woonvoorziening.
Artikel 6 Budget sportvoorziening
1. De tegemoetkoming voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.518,71. Het bedrag is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf (maximaal € 2.816,93) en onderhoud (€ 690,82) van een sportrolstoel of vergelijkbare voorziening voor een periode van ten minste 3 jaar.
2. Onderhoud, keuring, reparatie en overige maatwerkvoorzieningen worden één keer per (ten minste) drie jaar vergoed.
Artikel 7 Budget vervoersvoorzieningen
1. Voor een budget voor vervoersvoorzieningen geldt het volgende:
2. De hoogte van een tegemoetkoming voor het aanpassen van een eigen auto wordt bepaald aan de hand van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Deze vergoeding bedraagt maximaal de kosten van de goedkoopst aanpasbare auto.
3. Als er sprake is van aanpassingskosten van de eigen auto geldt als afschrijvingstermijn van de voorziening ten minste zeven jaar. Met uitzondering van overzetbare voorzieningen wordt deze voorziening daarom slechts toegekend als de aan te passen auto niet ouder is dan drie jaar. De kosten van de noodzakelijke aanpassingen worden gebaseerd op de goedkoopst aanpasbare auto. De opties met betrekking tot de uitrusting van de auto, zoals automatische transmissie, stuurbekrachtiging en airco, zijn van vergoeding uitgesloten.
4. Collectief vervoer bestaat uit een regiotaxipas waarmee tegen gereduceerd tarief maximaal 2000 km per jaar kan worden gereisd.
5. Voor de sociaal begeleider van de gebruiker van het collectief vervoer gelden de volgende voorwaarden:
6. Medische begeleiding in het collectief vervoer is mogelijk als er sprake is van medische technische handelingen bij gedragsproblemen en wanneer eenvoudige algemeen dagelijkse levensverrichtingen tijdens de rit nodig zijn.
Artikel 8 Regels voor bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening of pgb
1. De bijdrage in de kosten is verschuldigd zolang de client gebruik maakt van een maatwerkvoorziening of pgb.
2. De kostprijs voor een voorziening in natura is gelijk aan de prijs waarvoor het college de voorziening betrekt van de aanbieder.
3. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
4. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor opvang wordt vastgesteld en geïnd door de opvanginstellingen. De instellingen die opvang verlenen zijn De Reling, het Leger des Heils en Kwintes Vrouwenopvang MH.
5. De bijdrage in de kosten voor Maatschappelijke Ondersteuning wordt berekend zoals aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, hoofdstuk 3.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing voor de bijdrage in de kosten van opvang.
7. De bijdrage in de kosten over een periode van 4 weken is gelijk aan de wettelijke 'Maximale periodebijdrage' in die periode, tenzij deze hoger is dan de 'Kosten van de voorziening per 4 weken' in die periode. In dat geval is de bijdrage in de kosten gelijk aan de 'Kosten van de voorziening per 4 weken'.
8. Voor hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, beschermd wonen en
opvang in de vorm van zorg in natura gelden de volgende bijdragen in de kosten:
a. hulp bij het huishouden: het aantal uren ontvangen zorg in die 4 weken, vermenigvuldigd met het persoonsgebonden budget tarief.
b. begeleiding: het aantal ontvangen zorg in de 4 weken, vermenigvuldigd met het uurtarief van € 42,49 deze bedragen staan in deelovereenkomst begeleiding.
e. dagbesteding gericht op participatie: het aantal ontvangen zorg in de 4 weken, vermenigvuldigd met het tarief per dagdeel van € 31,13.
f. gespecialiseerde dagbesteding gericht op activering: het aantal ontvangen zorg in de 4 weken, vermenigvuldigd met het tarief per dagdeel van € 46,81.
g. De bijdrage in de kosten voor Beschermd Wonen wordt berekend zoals aangegeven in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, hoofdstuk 3.
h. Verblijf in de opvang: gehanteerd wordt het uitgangspunt dat in ieder geval de norm voor zak en kleedgeld, zoals genoemd in artikel 23 van de Participatiewet, wordt overgehouden. Daartoe worden de volgende categorieën gehanteerd:
9. Voor maatwerkvoorzieningen die verstrekt worden in eigendom van de aanvrager (bouwkundige woningaanpassingen) wordt een bijdrage in de kosten opgelegd. Deze bijdrage wordt opgelegd totdat de geldswaarde van de verstrekte maatwerkvoorziening (de kostprijs of huurprijs) volledig is terugbetaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-130408.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.