Gemeenteblad van Alkmaar

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AlkmaarGemeenteblad 2015, 124748Overige besluiten van algemene strekking

Nadere regels subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie, gemeente Alkmaar, 2016

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar;

 

Overwegende,  

dat het voor subsidieverstrekking noodzakelijk is nadere regels vast te stellen.

 

Gelet op:

het bepaalde in artikel 3 van De Subsidieverordening Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie, gemeente Alkmaar, 2016  

 

Besluit:

vast te stellen “Nadere regels subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie, gemeente Alkmaar 2016.”

 

Artikel 1. De subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen dienen uiterlijk 1 oktober voor subsidie in het jaar daaropvolgend te zijn ingediend. Echter, Indien op 1 januari van het uitvoeringsjaar het subsidieplafond niet is bereikt, kan op een later tijdstip (aanvullend) subsidie worden aangevraagd.

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt het door de gemeente Alkmaar verstrekte aanvraagformulier gebruikt.

Artikel 2. Tussentijdse aanpassingen

Elk kwartaal, op 15 april, 15 juli 2015 en 15 oktober en 15 januari dient de organisatie het verantwoordingsformulier van het voorliggende kwartaal in. Indien blijkt, dat het aantal geplaatste peuters meer dan 20% lager is dan het in de beschikking vermelde aantal, vindt in overleg met de betrokken organisatie(s) een heroverweging van de subsidie plaats. Mocht de heroverweging leiden tot een wijziging in de subsidieverlening, dan ontvangt de organisatie een aanvullend besluit.

Artikel 3. Bijzondere bepalingen en verplichtingen

  • 1.

    Elke aanvrager voor subsidie peuteropvang en/of VVE dient:

    • a)

      de intentieverklaring van 8 april 2015 voor de vorming van Integrale Kind Centra (IKC’s) in Alkmaar te onderschrijven.

    • b)

      te voldoen aan het door de inspectie van het onderwijs vastgestelde toezichtskader voor- en vroegschoolse educatie. De warme overdracht (face to face in een ± anderhalf uur durend gesprek) is niet van toepassing voor niet VVE geïndiceerde peuters.

    • c)

      na toestemming van de ouders/verzorgers te zorgen voor overdracht van gegevens over de ontwikkeling van het kind bij de doorstroom naar het basisonderwijs.

    • d)

      uitsluitend te werken met leidsters met taalniveau 3F. Op een groep van maximaal 16 peuters is het toegestaan om te werken met één VVE-gecertificeerde leidster met taalniveau 3F en een leidster in opleiding voor VVE-certificering met taalniveau 3F onder de navolgende voorwaarden:

      • a.

        Toegestaan vanaf 6 maanden na aanvang van een nieuwe peuteropvanggroep.

      • b.

        Een deelnamebewijs voor deze opleiding dient op de locatie aanwezig te zijn.

      • c.

        Deze opleidingsperiode mag maximaal 12 maanden duren.

      • d.

        In een tijdsbestek van 24 maanden mag maximaal 12 maanden een in opleiding zijnde leidster werkzaam zijn.

    • e)

      aantoonbaar samen te werken indien nodig met het Centrum voor Jeugd en Gezin, inzake zorg.

    • f)

      te signaleren en is aangesloten op de verwijsindex.

  • 2.

    De aanvrager voor subsidie voor VVE, dient bovendien:

    • a)

      ouders te betrekken en te stimuleren (een aantal) dagdelen mee te draaien.

    • b)

      deel te nemen aan de gemeentelijke werkgroep voor- en vroegschoolse educatie.

    • c)

      jaarlijks inhoudelijk verantwoording af te leggen over de deelnamevergoeding VVE.

  • 3.

    Een subsidieontvanger dient mee te werken aan:

    • a)

      door, of namens de rijksoverheid of de gemeente in te stellen onderzoek, dat is gericht op het verkrijgen van gegevens voor het beleid van rijk en gemeente.

    • b)

      de subsidieverantwoording voor OCW.

Artikel 4. Weigeringsgronden

In aanvulling op het bepaalde in:

  • artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht én

  • artikel 6 van de “Subsidieverordening Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie, gemeente Alkmaar, 2016”,

kan het college subsidie weigeren wanneer, niet is voldaan aan de voorwaarden in artikel 3 “Bijzondere bepalingen en verplichtingen” uit onderhavige nadere regels.

Artikel 5. Subsidie peuteropvang

  • 1.

    De aanvrager kan voor peuteropvang alleen subsidie ontvangen voor de deelname van reguliere peuters van niet-toeslagouders.

  • 2.

    De aanvrager is verantwoordelijk voor de verzameling van gegevens waaruit blijkt dat de ouder(s) in aanmerking kom(t)en voor de gemeentelijke regeling.

  • 3.

    De subsidie wordt via voorschotten betaalbaar gesteld. Op het voorschot wordt een gemiddeld te verwachten ouderbijdrage in mindering gebracht.

  • 4.

    De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk. Voor de berekening wordt de VNG-tabel gehanteerd. Deze is afgeleid van de tabel voor de kinderopvangtoeslag.

  • 5.

    De ouderbijdrage wordt berekend over de maximale uurprijs die de rijksoverheid voor kinderdagopvang hanteert of over de lagere, door de organisatie in rekening gebrachte, uurprijs.

  • 6.

    De ouderbijdrage wordt maandelijks betaald. Voor ouders die een deel van een jaar gebruik maken van de voorziening wordt de maandelijkse bijdrage berekend op het beschikbare aantal dagdelen in de betreffende periode. Deze werkwijze komt hiermee overeen met de werkwijze die aanbieders voor toeslagouders hanteren.

  • 7.

    Voor de vaststelling van de subsidie wordt uitgegaan van de uurprijs van de organisatie met een maximum tot de prijs die de rijksoverheid voor de kinderopvangtoeslag hanteert. De van toepassing zijnde ouderbijdragen worden hierop in mindering gebracht.

Artikel 6. Subsidie VVE

De subsidie VVE bestaat uit drie componenten:

  • a.

    Voor de uitvoeringskosten van de eerste twee VVE-dagdelen voor niet-toeslagouders.

  • b.

    Voor de uitvoeringskosten van het derde en vierde VVE-dagdeel.

  • c.

    De VVE-deelname vergoeding.

 

Ad. a.

De subsidie voor de eerste twee dagdelen VVE van doelgroeppeuters van niet-toeslagouders wordt op gelijke wijze berekend als de subsidie voor peuteropvang. Toeslagouders van doelgroeppeuters maken voor deze dagdelen geen gebruik van gemeentelijk subsidie.

 

Ad b.

Voor de opvang van doelgroeppeuters gedurende het derde en vierde VVE-dagdeel ontvangt de aanvrager subsidie tot een maximum van 7 uur per week. De subsidie per uur is gelijk aan de kostprijs van de organisatie tot de maximale vergoeding voor kinderopvangtoeslag. Ouders betalen over deze uren geen ouderbijdrage.

 

Ad c.

De VVE-deelnamevergoeding komt tegemoet aan de kosten voor:

  • a)

    extra leidsteruren i.v.m. begeleiding en ondersteuning van een geplaatste VVE-geïndiceerde peuter en de ouder(s).

  • b)

    de VVE-certificering van leidsters en de bijscholing.

  • c)

    het up to date houden van de VVE-voorziening,

  • d)

    de doorontwikkeling van VVE en de uitvoering hiervan.

  • e)

    de verplichtingen genoemd in artikel 3

Artikel 7. Grondslag voor de subsidieberekening

  • 1.

    De grondslag voor subsidie is het aantal peuters dat deelneemt aan peuteropvang of VVE.

  • 2.

    Voor peuters in de peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 280 uur op jaarbasis (7 uur per week, gedurende 40 weken per jaar). Ouders dienen aantoonbaar geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 3.

    Voor doelgroeppeuters die deelnemen aan VVE geldt een subsidiabel aantal uren van maximaal 560 uur per jaar voor niet-toeslagouders en maximaal 280 uur voor toeslagouders.

  • 4.

    De uurprijs waarover subsidie wordt berekend is gelijk aan of minder dan de maximale uurprijs die de rijksoverheid hanteert voor de kinderopvang.

  • 5.

    Voor de VVE-deelname vergoeding wordt gerekend naar het aantal geplaatste doelgroeppeuters.

  • 6.

    De VVE-deelname vergoeding voor minimaal 10 uur per week bedraagt: een vast bedrag per kwartaal van € 250 voor de deelname van één doelgroeppeuter

Artikel 8. Het subsidieplafond

Het college verdeelt de subsidie voor peuteropvang en VVE als volgt:

  • 1.

    Peuteropvang:

    Indien het totaal van de aangevraagde subsidie voor peuteropvang het door de raad vastgestelde plafond overschrijdt, wordt voorrang gegeven aan reeds geplaatste reguliere peuters. Hiervoor wordt uitgegaan van de geplaatste reguliere peuters van niet-toeslagouders op 1 november voor het jaar van uitvoering.

  • 2.

    VVE:

    Indien de aanvraag voor VVE het budget overschrijdt, wordt een eventueel restant van het budget voor reguliere peuteropvang ingezet. Mocht dit onvoldoende zijn dan wordt uitgegaan van de bezetting per 1 november.

  • 3.

    Een tijdelijke aannamestop voor alle aanbieders behoort tot de mogelijkheden indien de maatregelen genoemd onder lid 1 en 2 overschrijding van het plafond tot gevolg zouden hebben. De gemeenteraad wordt hiervan op de hoogte gesteld.

Artikel 9. Rapportageverplichtingen

De aanvrager legt voor 1 april volgend op het jaar van uitvoering verantwoording af:

  • 1.

    inhoudelijk door evaluatie van de:

    • a.

      uitvoering van de ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE programma’s.

    • b.

      wijze waarop invulling is gegeven aan de bijzondere bepalingen en verplichtingen zoals geformuleerd in artikel 3.

  • 2.

    met het, door de gemeente Alkmaar verstrekte, formulier voor jaarverantwoording reguliere peuteropvang en VVE

  • 3.

    Voor VVE subsidie dient altijd een accountantsverklaring en Assurance rapport te worden overgelegd i.v.m. verantwoording aan het rijk.

Artikel 10. De subsidievaststelling

Op basis van de ingediende verantwoordingsgegevens wordt de subsidie vastgesteld. Niet of niet geheel voldoen aan de verplichtingen, kan leiden tot een lagere vaststelling van de subsidie.

Artikel 11. Overgangsregeling

De overgangsregeling voor het jaar 2016 is separaat door het college vastgesteld en heeft een looptijd van 1 jaar.

Artikel 12. Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als “Nadere regels subsidies Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie, gemeente Alkmaar, 2016”.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking een dag na publicatie.

 

Aldus besloten in de vergadering van 15 december 2015

Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar,

P.M. Bruinooge

burgemeester

W. Pelk

waarnemend gemeentesecretaris