Raadsbesluit

 

 

Nr. 115-2015

De raad van de gemeente Apeldoorn;

gelezen het raadsvoorstel d.d. 10-12-2015, nummer 115-2015;

gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit

vast te stellen de volgende (5e) wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2014

Artikel I Wijziging van de verordening

De Algemene plaatselijke verordening 2014 wordt als volgt gewijzigd:

A.Artikel 2:12, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg

1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:

a.een uitweg te maken naar de weg;

a.van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

b.verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg

1.Het is verboden zonder omgevings-vergunning van het bevoegd gezag:

a.een uitweg te maken naar de weg;

a.van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

b.verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

B.Aan Afdeling 6 Toezicht op openbare inrichtingen wordt een nieuw artikel toegevoegd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

--

Artikel 2.28B Verwijdering terras

Als naar het oordeel van de burgemeester in verband met de openbare orde en veiligheid verwijdering van een terras noodzakelijk is, zorgt de exploitant of de leidinggevende onmiddellijk of binnen de daartoe gestelde termijn voor de verwijdering.

C. Aan afdeling 13 Vuurwerk wordt een nieuw artikel toegevoegd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

--

Artikel 2:73A Carbid schieten

1.Het is verboden met carbid te schieten.

2.Het verbod geldt niet van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur buiten de bebouwde kom met uitzondering van stiltegebieden zoals die zijn aangewezen op grond van de Provinciale Milieuverordening.

3.In het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast kan het college nadere regels stellen die in acht dienen te worden genomen bij het schieten van carbid.

D . Artikel 4:3 , tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

1.Het college kan maximaal 12 dagen per kalenderjaar vaststellen waarop het een inrichting is toegestaan een incidentele festiviteit te houden, waarbij het voorschrift 4.113 van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting op een door het college te bepalen termijn voor de aanvang van de incidentele festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Het college houdt hierbij rekening met het aantal aangewezen collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4.2.

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

1.Het college kan maximaal 12 dagen per kalenderjaar vaststellen waarop het een inrichting is toegestaan een incidentele festiviteit te houden, waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting op een door het college te bepalen termijn voor de aanvang van de incidentele festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Het college houdt hierbij rekening met het aantal aangewezen collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4.2.

E. Artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

1.Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2.Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3.De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

1.Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2.Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3.De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4.Van de melding wordt openbaar kennis gegeven.

5.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel II

Dit besluit treedt een dag na de bekendmaking in werking.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 17-12-2015

 

De raad voornoemd,

 

de griffier,

de voorzitter,

 

Naar boven