UITVOERINGSREGELING SUBSIDIEVERSTREKKING SPORTACCOMMODATIES EN DUURZAME SPORTVOORZIENINGEN

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlem,

Overwegende dat:

  • -

    dat de in 2001 door de raad vastgestelde “Bijzondere subsidieverordening sport- accommodaties en duurzame sportvoorzieningen” dient te worden geactualiseerd en aangepast aan nieuwe wetgeving;

  • -

    dat daarnaast enkele artikelen toe zijn aan herformulering, onder meer om te bewerkstelligen dat de beschikbare middelen eerlijker worden verdeeld onder de organisaties die van deze subsidie gebruik kunnen maken;

  • -

    dat sedert 2008 vanuit de dereguleringsgedachte subsidieverstrekkingen zoveel mogelijk worden gereguleerd door één subsidieverordening , te weten de algemene subsidie Verordening (ASV), waarbij de mogelijkheid bestaat om noodzakelijk geachte afwijkingen van de standaardregeling vast te leggen in een door het college vastgestelde Uitvoeringsregeling op grond van artikel 3 van de ASV;

  • -

    dat de regeling van de subsidieverstrekking voor sportaccommodaties en duurzame sportvoorzieningen geschikt is om te worden ondergebracht onder de werking van de ASV en nader kan worden uitgewerkt in een Uitvoeringsregeling als bedoeld in artikel 3 van de ASV;

Gelet op

-artikel 3, van de Algemene subsidieverordening gemeente Haarlem,

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Uitvoeringsregeling subsidieverstrekking sportaccommodaties en duurzame sportvoorzieningen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voorde toepassing van deze Uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Organisatie

    • 1.

      Een volledige rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie, niet zijnde een publiekrechtelijke instantie, die als statutaire doelstelling heeft het zonder winstoogmerk organiseren, initiëren en/of stimuleren van activiteiten op het terrein van sportbeoefening en haar activiteiten daadwerkelijk binnen de gemeente Haarlem en ten behoeve van de inwoners van Haarlem verricht;

    • 2.

      Een organisatie die, met uitzondering van de locatie waar zij haar activiteiten daadwerkelijk verricht, voldoet aan het gestelde onder a. sub 1, maar haar activiteiten in het verleden binnen de gemeente Haarlem heeft verricht en deze op aanwijzing van de gemeente Haarlem naar een locatie buiten de gemeente Haarlem heeft moeten verplaatsen.

  • a.

    Stichtingskosten

De kosten van aanleg, aankoop, nieuwbouw, eerste inrichting, verbouwing, inrichting t.b.v. gehandicaptensport en uitbreiding van sportaccommodaties, waaronder begrepen gebouwen of lokaliteiten die worden gebruikt als tribune, als kleed- en wasaccommodatie, als bergruimte en/of als gezelligheidsruimte ten dienst van sportbeoefenaren, alsmede de kosten van aanleg van veldverlichtingsinstallaties voor zover deze kosten niet op andere wijze door de gemeente zijn bekostigd dan wel kunnen worden gefinancierd uit een andere subsidiestroom. Kosten in verband met onderhoud vallen niet onder het begrip stichtingskosten.

a.Gehandicaptensport

Zowel actieve als passieve sportbeoefening door lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten

a.Duurzame sportvoorzieningen:

Duurzame goederen, noodzakelijk voor een verantwoorde en volwaardige sportbeoefening, met een technische afschrijvingstermijn (= levensduur) van tenminste 10 jaar.

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem dan wel de door het college gemandateerde;

  • b.

    Deze Uitvoeringsregeling:

Uitvoeringsregeling subsidieverstrekking sportaccommodaties en duurzame sportvoorzieningen

Artikel 2. Doelgroep

  • 2.1

    Subsidie op grond van deze uitvoeringsregeling wordt uitsluitend verstrekt aan organisaties als omschreven in artikel 1.

  • 2.2

    Aan groepen van personen die een subsidie op grond van deze Uitvoeringsregeling aanvragen ten behoeve van de aanschaf van duurzame sportvoorzieningen tot een bedrag van ten hoogste het 1/3 deel van het maximum subsidiebedrag genoemd in artikel 6.1 van deze Uitvoeringsregeling, kan het College ontheffing verlenen van het vereiste dat zij volledige rechtsbevoegdheid bezitten.

Artikel 3. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen:

  • 3.1 Het college kan subsidie verstrekken aan organisaties ter financiering van:

    • a.

      Stichtingskosten;

    • b.

      De kosten van inrichtingsvoorzieningen voor gehandicaptensport;

    • c.

      De aanschaf van Duurzame sportvoorzieningen.

  • 3.2 Voor onderhoudskosten wordt geen subsidie verstrekt.

Artikel 4 Criteria voor toekenning in aansluiting op de criteria genoemd in de ASV en met inachtneming van de maximum bedragen genoemd in artikel 6 van deze Uitvoeringsregeling:

    • 4.1

      Elke volledige aanvraag voor subsidie wordt voorgelegd aan de Adviescommissie Duurzame sportvoorzieningen, nader geregeld in artikel 5.

    • 4.2

      Er wordt alleen subsidie toegekend voor stichtingskosten en/of duurzame sportvoorzieningen wanneer de aanvrager een substantieel deel van de kosten zelf inbrengt. Deze eigen inbreng kan bestaan uit eigen middelen, uit op geld waardeerbare besparingen die voortvloeien uit zelfwerkzaamheid en/of behulpzaamheid van derden of uit inbreng van eigen activa. Van de stichtingskosten en de duurzame sportvoorzieningen dient de subsidieaanvrager op deze wijze 2/3 deel zelf op te brengen; echter, voor zover de aanvraag inrichtingsvoorzieningen en duurzame sportvoorzieningen voor gehandicaptensport betreft kan volstaan worden met een eigen inbreng van 50% van de kosten.

    • 4.3

      De waarde van diensten en materialen die gratis of tegen een lager tarief zijn verkregen, kan als eigen inbreng bedoeld in artikel 4.2 worden gebruikt tot een door het college in elk voorkomend geval afzonderlijk te bepalen bedrag.

    • 4.4

      Er wordt alleen subsidie verstrekt voor duurzame sportvoorzieningen wanneer deze een verwachte levensduur hebben van tenminste 10 jaar.

    • 4.5

      Een organisatie, waaronder begrepen haar rechtsopvolger(s), kan slechts één keer per vijf jaar subsidie aanvragen voor stichtingskosten.

    • 4.6

      Het college kan bij zijn besluiten tot subsidieverstrekking in ieder geval verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie dan wel betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de activiteiten worden verricht.

    • 4.7

      Bij het bepalen van de stichtingskosten of de kosten van inrichtingsvoorzieningen , blijven buiten beschouwing:

    • a.

      Gedeelten waarvan de bestemming naar het oordeel van het college te ver verwijderd is van de in artikel 1 onder a. bedoelde doelstellingen;

    • b.

      Activa die reeds in eigendom zijn van de organisatie, voorzover deze bestemd zijn voor de in artikel 1 onder b. bedoelde doeleinden.

Artikel 5. Adviescommissie

  • 5.1 Het college stelt een Adviescommissie Duurzame sportvoorzieningen in en benoemt de voorzitter van deze commissie.

  • 5.2 Deze adviescommissie bestaat uit 5 leden ondersteund met een administratief medewerker van Stichting Support voor verslaglegging, te weten:

  • a.

    een vertegenwoordiger van de Stichting Sportsupport als onafhankelijk voorzitter en advisering

  • b.

    het hoofd van de Afdeling Jeugd, Onderwijs en Sport van de Hoofdafdeling Stadszaken van de gemeente Haarlem of een door hem aangewezen medewerker voor de advisering ;

  • c.

    het hoofd van het bedrijfsbureau van de Hoofdafdeling Stadszaken of een door hem aangewezen medewerker voor de financiële zaken en advisering

  • d.

    maximaal 2 vertegenwoordigers uit het Sport(organisatie)veld

  • 5.3 De advisering van de commissie betreft, naast de vanuit sporttechnisch oogpunt

beleidsmatige wenselijkheid van honorering van de subsidieaanvraag, in ieder geval ook de liquiditeit en solvabiliteit van de organisatie, die zodanig dienen te zijn dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de financiering van het voor eigen rekening van de organisatie komende deel van de investering geen onacceptabele risico’s voor de continuïteit van de organisatie oplevert. In haar advies betrekt de commissie tevens de mogelijkheid en aard van zelfwerkzaamheden die van invloed kunnen zijn op het uiteindelijk te verstrekken bedrag aan subsidie.

  • 5.4 Ten behoeve van de in artikel 5. lid 3 bedoelde advisering dient de organisatie desgewenst alle benodigde informatie –zoals statuten, jaarrekeningen, begrotingen, overeenkomsten t.a.v. lopende en aan te gane verplichtingen, offertes en –zonodig- bijbehorende bewijsstukken- aan de commissie te overleggen.

  • 5.5 Het advies van de commissie is voor het college niet bindend.

  • 5.6 De Adviescommissie adviseert over eventuele zelfwerkzaamheden.

Artikel 6. Maximale subsidiebedragen

  • 6.1 De maximale subsidie die per organisatie kan worden toegekend ten behoeve van stichtingskosten inclusief eventuele eerste inrichtingskosten t.b.v. gehandicaptensport bedraagt in het jaar 2016 € 34.000

  • 6.2 De jaarlijkse verhoging van de maximale subsidiebedragen wordt na vaststelling van de gemeentebegroting doch uiterlijk 1 december voorafgaand aan het nieuwe begrotingsjaar bekend gemaakt. De gemeente hanteert hierbij de CPB norm.

  • 6.3 Het maximale voor 2016 geldende subsidiebedrag ad € 34.000 voor stichtingskosten kan per organisatie maximaal eens per 5 jaar worden aangevraagd.

  • 6.4 Voor de aanschaf van duurzame sportvoorzieningen is het maximale bedrag dat vanaf 2016 kan worden verstrekt € 7.000,-- per jaar.

Artikel 7. Uitzonderingssituaties

7.1 Indien bijzondere omstandigheden daarvoor aanleiding geven, kan het college , op

advies van de adviescommissie , het door de organisatie te dekken gedeelte van de kosten op andere wijze vaststellen dan in de artikelen 4.2 en 4.3 van deze Uitvoeringsregeling is vastgelegd.

7.2 Aan groepen van personen die een subsidie verzoeken ten behoeve van de aanschaf van duurzame sportvoorzieningen tot een bedrag van ten hoogste 1/3 deel van het maximumbedrag subsidie genoemd in artikel 6.1. kan het college ontheffing verlenen van het vereiste dat zij volledige rechtsbevoegdheid bezitten.

Artikel 8. Subsidieplafond en verdeling

  • 8.1 In het kader van de begrotingsbehandeling stelt de raad jaarlijks het beschikbare bedrag vast voor de toekenning van subsidies op grond van deze Uitvoeringsregeling. Dit bedrag is het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)voor het betreffende subsidiejaar.

  • 8.2 Afhandeling van subsidieaanvragen vindt plaats in volgorde van indiening, waarbij de datum van indiening van de compleet ingevulde aanvraag met alle benodigde bijlagen – echter uitgezonderd de eventuele bouwvergunning – bepalend is voor de vaststelling van de volgorde.

Artikel 9. Voorschotverstrekking

  • 9.1 In het kader van subsidieverstrekking voor stichtingskosten is voorschotverstrekking mogelijk tot maximaal 75 % van het te verlenen subsidiebedrag.

  • 9.2 In het kader van subsidieverstrekking voor duurzame sportvoorzieningen is voorschotverstrekking niet mogelijk.

Artikel 10. Terugvordering subsidie

  • 10.1 Zonder schriftelijke toestemming van het college mogen subsidieontvangers een accommodatie en/of duurzame sportvoorzieningen waarvoor subsidie is verleend niet vervreemden of bezwaren en mag de bestemming ervan niet worden gewijzigd.

  • 10.2 Het college kan, indien de toestemming genoemd in het vorige lid niet is gevraagd, resp. niet is verleend en de vervreemding, bezwaring en/of bestemmingswijziging toch heeft plaatsgevonden, de verstrekte subsidie terugvorderen. Indien genoemde wijzigingen hebben plaats gevonden binnen vijf jaar na subsidieverstrekking kan het college het gehele subsidiebedrag terugvorderen; indien de wijzigingen hebben plaatsgevonden tussen 5 en 10 jaar ná de subsidieverstrekking vermindert het recht op terugvordering telkens met 1/5 deel van het bedrag per opvolgend jaar vanaf het 6e jaar na verstrekking.

Artikel 11. Verrekening vermogensvorming

  • 11.1 Verstrekking van subsidies als bedoeld in deze verordening leidt tot vermogensvorming bij organisaties waaraan subsidie is verstrekt

  • 11.2 De organisatie waaraan subsidie is verstrekt, is verplicht het college terstond te informeren wanneer zich gevallen voordoen als bedoeld in artikel 4: 41 lid 2 van de Awb.

  • 11.3 In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 lid 2 Awb kan het college besluiten dat de organisatie voor de vermogensvorming een vergoeding verschuldigd is aan de gemeente Haarlem

  • 11.4 De vergoeding als bedoeld in lid 3 van dit artikel bedraagt:

  • a.

    indien het subsidie t.b.v. stichtingskosten betreft, het door de organisiatie ontvangen subsidiebedrag minus 5 % daarvan voor elk vol kalenderjaar dat verlopen is, gerekend van het verlenen van het subsidie af tot het tijdstip waarop de verplichting tot het voldoen van de vergoeding is ontstaan;

  • b.

    indien het subsidie in de kosten van aanschaf van duurzame sportvoorzieningen betreft, het door de organisatie ontvangen subsidiebedrag minus 10 procent daarvan voor elk vol kalenderjaar dat verlopen is gerekend van het verlenen van het subsidie af tot het tijdstip waarop de verplichting tot het voldoen van de vergoeding is ontstaan.

Artikel 12. Slotbepalingen

  • 12.1 In alle gevallen die betrekking hebben op het uitvoeren van deze uitvoeringsregeling en waarin deze uitvoeringsregeling niet voorziet of onduidelijk is, beslist het college.

  • 12.2 Over de tekst van deze regeling heeft inspraak plaatsgevonden. Alle huidige leden van de Adviescommissie zijn benaderd voor een reactie op de concepttekst van deze Uitvoeringsregeling. De ontvangen reacties zijn verwerkt in de definitieve versie van deze Uitvoeringsregeling.

  • 12.3 De regeling treedt in werking op 1 januari 2016.

  • 12.4 Deze regeling vervangt de Bijzondere subsidieverordening sportaccommodaties en duurzame sportvoorzieningen vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 11 april 2001, nr. 62/2001, gepubliceerd in de Stadskrant d.d. 31 mei 2001.

  • 12.5 De raad is op 26 november 2015 akkoord gegaan met het intrekken per 1 januari 2016 van de verordening genoemd in lid 3.

  • 12.6 Deze regeling wordt na vaststelling door het college gepubliceerd in de Stadskrant en het GVOP.

Naar boven