Beheersverordening begraafplaats Alphen-Chaam 2016

Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats, gelegen aan het Steenveld

    te Alphen;

  • b.

    wet: de Wet op de lijkbezorging;

  • c.

    eigen graf: een graf, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is

    verleend tot het daarin doen begraven en begraven houden

    van lijken;

  • d.

    algemeen graf: een graf, bestemd tot het doen begraven en begraven

    houden van lijken;

  • e.

    eigen urnengraf: een graf of nis ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is

    verleend tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden

    van asbussen, met of zonder urn, bevattende de as van

    overledenen;

  • f.

    asbus: een bus ter berging van de as van een overledene;

  • g.

    urn: een voorwerp ter berging van een asbus;

  • h.

    verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemde plaats waarop as wordt

    verstrooid;

  • i.

    urnentuin: een gedeelte van de begraafplaats bestemd tot het doen

    bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een eigen

    urnengraf;

  • j.

    rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het

    uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of

    het doen bijzetten in een eigen graf of een eigen urnengraf;

  • k.

    gebruiker: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het gebruik

    van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel

    degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats

    te zijn getreden;

  • l.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de

    begraafplaats of degene die hem vervangt;

  • m.

    grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van

    deze verordening door of namens burgemeester en

    wethouders een grafrecht wordt verleend of een gebruik

    wordt vastgelegd;

  • n.

    grafrecht: het recht op het begraven en begraven houden in een eigen

    graf of eigen urnengraf;

  • o.

    grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of op een

    verstrooiingsplaats;

  • p.

    begraven: het begraven van lijken en het bijzetten van asbussen, met

    of zonder urn, in grafruimten of urnengraven.

Artikel 2 Beheer

Het beheer van de begraafplaats wordt gevoerd onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders. Onder toezicht van burgemeester en wethouders worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met:

  • a.

    de aanwezige administratie van de begraafplaats;

  • b.

    de dagelijkse leiding van de begraafplaats;

  • c.

    het onderhoud van de begraafplaats;

  • d.

    het doen delven of openen en sluiten van graven.

Artikel 3 Bestemming

  • 1.

    De onder artikel 1 lid a genoemde begraafplaats is bestemd voor het begraven en

    begraven houden van lijken en het bijzetten of verstrooien van asbussen van

    personen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen van het eerste lid afwijken en kunnen

    nadere regels stellen, welke worden omschreven in een uitvoeringsbesluit, dat

    deel uitmaakt van deze verordening. Deze regels kunnen verschillen voor de te

    onderscheiden vakken en rijen graven.

Indeling en administratie van de begraafplaats

Artikel 4 Verantwoording

  • 1.

    Burgemeester en wethouders regelen de indeling van de gemeentelijke

    begraafplaats.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders dragen ervoor zorg, dat een gewaarmerkte

    plattegrondtekening wordt gemaakt waarop de grafruimten genummerd zijn

    aangegeven.

Artikel 5 Register

  • 1.

    De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebruikers van de

    graven, met hun namen, adressen, en datum van geboorte. In dit register wordt

    tevens van de overledene de naam vermeld en de datum van overlijden, de dag

    van de begraving, het gedeelte van de begraafplaats waarin dat is geschied en het

    nummer van het graf.

  • 2.

    De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan

    burgemeester en wethouders door te geven.

  • 3.

    Van het in het eerste lid bedoelde register kunnen uitsluitend rechthebbenden en

    gebruikers, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde kosten, een uittreksel

    ten aanzien van hun grafplaats en leges verkrijgen.

Openstelling begraafplaats

Artikel 6 openstelling

  • 1.

    De begraafplaats is kosteloos voor eenieder toegankelijk gedurende de periode

    tussen zonsopkomst en zonsondergang.

  • 2.

    De tijd van het begraven en het bezorgen van de as is op maandag t/m vrijdag

    van 09.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 10.00 uur tot 15.00 uur. Op

    zondag en alle officieel erkende feestdagen vinden geen begravingen of

    asbezorgingen plaats.

  • 3.

    Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van

    de as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg

    met de betrokken nabestaande vastgesteld.

  • 4.

    De toegang tot en het verblijf op de begraafplaats is verboden voor kinderen

    beneden de leeftijd van 12 jaar, zonder geleide.

  • 5.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek is

    geopend, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een

    begrafenis of de asbezorging.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden

    afwijken.

Ordemaatregelen

Artikel 7 Verboden

  • 1.

    Het is verboden op de begraafplaats:

    • a.

      zich op hinderlijke wijze te gedragen;

    • b.

      te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden;

    • c.

      op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;

    • d.

      op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;

    • e.

      de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te

      bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen;

    • f.

      dieren mee te voeren, met uitzondering van een hond ter begeleiding van

      een blinde;

    • g.

      dieren te begraven;

    • h.

      te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen;

    • i.

      zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan op de

      daarvoor bestemde ingangen;

    • j.

      iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de

      nagedachtenis van de overledene;

    • k.

      werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten verrichten,

      behoudens artikel 20.

  • 2.

    Het is verboden op de begraafplaats:

    • a.

      rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en

      wandelwagens, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een

      begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de

      begraafplaats te verrichten werkzaamheden;

    • b.

      met motorrijtuigen sneller dan 10 km per uur te rijden.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld

    in aanhef a van lid 2.

Artikel 8 Ordehandhaving

  • 1.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die

    werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in

    het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de

    beheerder.

  • 2.

    In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan bezoekers de toegang

    tot (een deel van) de begraafplaats worden ontzegd.

  • 3.

    Ter handhaving van de orde op de begraafplaats kan bezoekers de toegang tot de

    begraafplaats worden ontzegd.

Artikel 9 Plechtigheden

  • 1.

    Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden

    op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden gemeld aan de

    beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze

    waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2.

    Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het

    belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de

    beheerder.

Indeling begraafplaats en onderscheid graven

Artikel 10 uitgifte en indeling

  • 1.

    Graven kunnen worden uitgegeven voor dubbeldiepe begraving (twee

    begraaflagen) of enkeldiepe begraving (één begraaflaag).

  • 2.

    Graven worden uitgegeven aansluitend op de reeds uitgegeven graven met dien

    verstande dat alleen naast het enkeldiepe graf van een overleden echtgenoot /

    echtgenote of levenspartner een grafruimte mag worden gereserveerd voor de

    overlevende partner.

  • 3.

    Graven worden alleen uitgegeven voor directe begraving behoudens het gestelde

    in lid 2 van dit artikel.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders behouden zich het recht voor de indeling van de

    begraafplaats, de bestemming van de grafvelden en het onderscheid in graven

    vast te stellen en te wijzigen.

Artikel 11 Onderscheid graven

  • 1.

    Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

    a. eigen graven, eigen urnengraven en eigen urnennissen;

    • b.

      algemene graven.

  • 2.

    Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaren. Deze termijn

    kan niet worden verlengd. Een stoffelijk overschot kan echter na afloop van de

    termijn in een nieuw eigen graf volgens de bepalingen van deze verordening

    worden herbegraven.

  • 3.

    In een algemeen graf kunnen op de begraafplaats maximaal twee lijken worden

    begraven.

  • 4.

    Eigen graven worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaren. Deze termijn kan

    telkens met een termijn van 5 of 10 jaren worden verlengd op verzoek van

    de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de lopende

    termijn, doch niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van die termijn wordt

    ingediend.

  • 5.

    In een eigen graf op de gemeentelijke begraafplaats kunnen:

    • a.

      maximaal twee lijken worden begraven;

    • b.

      maximaal twee asbussen worden bijgezet;

    • c.

      maximaal één lijk én een asbus worden begraven.

In een eigen urnengraf kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

  • 6.

    Een uitsluitend recht op een eigen graf geeft de rechthebbende zeggenschap over

    wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder voorwaarden

    en beperkingen van deze verordening.

  • 7.

    Het in het tweede lid bedoelde gebruik, respectievelijk het in het vierde lid

    bedoelde uitsluitend grafrecht worden door burgemeester en wethouders

    schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte. Rechthebbenden en

    gebruikers kunnen, tegen betaling der daarvoor verschuldigde kosten, een

    duplicaat-akte verkrijgen.

Vereisten voor begraving of bijzetting

Artikel 12 Te overleggen documenten

  • 1.

    De rechthebbende of gebruiker die wil doen begraven, een asbus wil doen

    bijzetten of wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen

    voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal

    plaatsvinden vóór 12.00 uur, schriftelijk kennis aan de gemeente. De zaterdag,

    zondag en algemeen erkende feestdagen gelden niet als werkdag.

  • 2.

    Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk overschot binnen

    36 uur na het overlijden te begraven of verbranden, moet de kennisgeving zo

    tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 3.

    Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving of een

    ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overlegd.

  • 4.

    Indien het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven,

    dient behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het

    tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overlegd.

  • 5.

    Op hetzelfde tijdstip mag op de begraafplaats niet meer dan één begrafenis

    plaatsvinden.

  • 6.

    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders van het bepaalde in

    lid 1 van dit artikel ontheffing verlenen.

Artikel 13 Vereisten begraving

  • 1.

    Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is

    overlegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden,

    dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd. De

    machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze zelf de

    overledene is, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3.

    Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar

    afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de

    uitgiftetermijn van maximaal 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd

    door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de in artikel 17,

    tweede lid, bedoelde personen.

Artikel 14 Begraving

  • 1.

    De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het

    bepaalde in artikel 10 door de beheerder.

  • 2.

    Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:

    • a.

      de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikels 12

      en 13 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het

      personeel van de begraafplaats heeft verleend;

    • b.

      alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel van de

      begraafplaats de identiteit van het stoffelijk overschot heeft vastgesteld

      door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde

      registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de

      namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel de

      geslachtsnaam van de levenloosgeborene bevat.

Artikel 15 Lijkomhulsels en grafgiften

  • 1.

    Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend

    lijkhoezen, die voldoen aan in of krachtens de wet dan wel op basis van

    publiekrechtelijke verordeningen, privaatrechtelijke reglementen of algemene

    voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen

    en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid.

    Genoemde regels zijn vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998. De lijkhoezen

    die voldoen aan de normen van het Lijkomhulselbesluit, staan op de 'witte lijst'

    van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB).

  • 2.

    Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht tot het schriftelijk aangeven van het

    gebruik van lijkhoezen aan de gemeente.

  • 3.

    Het is rechthebbenden of gebruikers niet toegestaan voorwerpen aan de

    grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen

    en / of vervuilend zijn.

Tarieven

Artikel 16 Tarievenlijst en termijnen

  • 1.

    De toegepaste tarieven worden vastgesteld door de gemeenteraad en openbaar

    gemaakt in de tarievenlijst behorende bij de "Verordening op de heffing en

    invordering van lijkbezorgingsrechten”.

  • 2.

    Daarbij wordt tevens aangegeven, voorzover zulks niet in deze verordening is

    geschied, wanneer of binnen welke termijn de betreffende kosten voldaan moeten

    zijn.

Verlenging en overgang grafrechten

Artikel 17 Overdracht

  • 1.

    Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van

    een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van

    overdracht. Deze rechtsopvolger is de echtgenoot of geregistreerde partner of

    andere levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de

    derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een

    ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor

    gewichtige redenen bestaan.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het grafrecht worden

    overgeschreven op naam van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere

    levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde

    graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na het overlijden van

    de rechthebbende of gebruiker. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende

    ten name van een ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien

    daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 3.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet

    wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn

    burgemeester en wethouders bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kunnen

    burgemeester en wethouders het grafrecht alsnog op naam stellen van een

    nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een (urnen)graf dat

    inmiddels is geruimd.

    5. Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor vastgestelde kosten

    verschuldigd.

Einde grafrechten

Artikel 18 Vervallen grafrechten

  • 1.

    De grafrechten vervallen:

    • a.

      door het verlopen van de termijn;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

    • c.

      indien een begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      indien de betaling van het gebruiksrecht en de onderhoudskosten ten

      behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht -ondanks een

      aanmaning- niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is

      geschied;

    • b.

      indien de rechthebbende of de gebruiker -ondanks een aanmaning- in

      verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende

      verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien de rechthebbende of de gebruiker van een (urnen)graf is overleden

      en het recht niet binnen de in artikel 17, lid 2 gestelde termijn is

      overgeschreven.

  • 3.

    In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en in het tweede lid

    vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht,

    betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

  • 4.

    Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of beplanting kan gedurende

    één maand voor het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of

    gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht

    kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.

Artikel 19 Sluiting

In het geval dat de gemeenteraad besluit tot gehele of gedeeltelijke sluiting van een begraafplaats, vervallen met ingang van de datum van dat raadsbesluit - in afwijking van het bepaalde in artikel 11 - de op de laatste dag voorafgaand aan de datum van dat raadsbesluit nog geldende rechten tot het begraven in een eigen graf dan wel het bijzetten in een urnengraf.

Gedenktekens en graf beplantingen

Artikel 20 Vereisten grafbedekkingen

  • 1.

    Het plaatsen of verwijderen van grafbedekkingen of andere voorwerpen op graven

    of een plaat ter afsluiting van een urnennis geschiedt niet dan met vergunning

    van het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Omtrent de wijze van aanvraag van de vergunning, de aard en de afmetingen van

    de grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of onderhoud van heesters of

    andere beplantingen kan het college van burgemeester en wethouders nadere

    regels stellen omschreven in het uitvoeringsbesluit. Deze regels kunnen

    verschillen voor de te onderscheiden vakken en rijen graven.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen

    vastgestelde nadere regels.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders kan de in het eerste lid bedoelde

    vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan is aan de door haar vastgestelde nadere regels conform het

      uitvoeringsbesluit;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

  • 5.

    Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of

    andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op algemene graven

    en eigen (urnen)graven geschiedt door of namens de rechthebbende of de

    gebruiker.

  • 6.

    Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van

    monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of afsluitplaten, of van

    heesters of andere beplantingen, komen voor rekening van de rechthebbende of

    de gebruiker.

Artikel 21 Onderhoud en beheer gemeente

Burgemeester en wethouders voorzien in het algemeen onderhoud van de begraafplaats, de urnenmuur, het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken. De verzorging, vernieuwing en herstellingen van grafbedekkingen zijn daaronder niet begrepen.

Artikel 22 Onderhoud en beheer rechthebbende

  • 1.

    Rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht voor het onderhoud van

    grafbedekkingen zorg te dragen.

  • 2.

    De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de - door welke omstandigheden

    ook -daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de

    beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college van

    burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.

  • 3.

    Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel van de

    beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of

    inzakken van een grafmonument, kunnen burgemeester en wethouders direct

    maatregelen treffen.

  • 4.

    Indien binnen 3 maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of

    vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college van burgemeester en

    wethouders bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of

    beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet

    aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het college van

    burgemeester en wethouders tot herstel of vernieuwing op kosten van de

    rechthebbende of gebruiker over te gaan.

Artikel 23 Aansprakelijkheid

  • 1.

    De in artikel 20 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor

    rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht.

  • 2.

    Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing,

    molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het

    weghalen en terugplaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere

    gedenktekens of van heesters of andere beplantingen ten behoeve van een

    bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening

    en risico van de rechthebbende of gebruiker.

  • 3.

    Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten

    behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in een eigen

    (urnen)graf, algemeen graf of een bestaand familiegraf geschiedt voor risico van

    de rechthebbende of gebruiker.

  • 4.

    Een rechthebbende of gebruiker is verplicht te gedogen dat de op een graf

    aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente op

    haar kosten tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien

    dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere

    reden nodig is.

  • 5.

    De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal van of schade

    aan voorwerpen, welke op de graven zijn geplaatst.

Ruimen van graven

Artikel 24 Ruiming en herbegraving

  • 1.

    De ruiming van eigen graven of van urnengraven geschiedt met in achtneming

    van de bij of krachtens de wet gestelde regels op aanvraag van de rechthebbende

    en tegen betaling van de verschuldigde rechten.

  • 2.

    De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en / of

    aanwezige asbussen, worden begraven en / of verstrooid op een door

    burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van de begraafplaats.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een eigen graf

    toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden

    in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen

    begraven in een ander graf.

  • 4.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen

    gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn de

    beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk

    bijeen te doen brengen voor herbegraving in een graf elders, tegen betaling van

    de verschuldigde kosten.

  • 5.

    De rechthebbende van een eigen (urnen)graf kan de beheerder schriftelijk

    verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te brengen voor

    herbegraving of bijzetting elders ofte doen verstrooien.

Artikel 25 Ruiming grafbedekkingen

  • 1.

    De grafbedekkingen en andere op de graven c.q. urnengraven geplaatste losse

    voorwerpen worden na het verstrijken van de termijn van uitgifte dan wel na

    vervallen van het uitsluitend recht tot begraven c.q. bijzetting door of namens de

    gemeente afgebroken c.q. verwijderd en opgeruimd.

  • 2.

    De op de graven geplaatste grafbedekkingen en losse voorwerpen blijven

    gedurende acht weken ter beschikking van de rechthebbende na ruiming van het

    betreffende graf.

  • 3.

    Na afloop van de in het vorig lid genoemde periode vervalt het recht op deze

    voorwerpen aan de gemeente zonder dat deze daarvoor enige vergoeding behoeft

    te betalen.

Artikel 26 Bevoegdheden

  • 1.

    Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw

    begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in

    een ander graf op de begraafplaats, geschiedt uitsluitend door de daartoe door

    burgemeester en wethouders aangewezen personen.

  • 2.

    Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien

    daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze

    werkzaamheden zijn belast.

Overige bepalingen

Artikel 27 Vestiging nieuw grafrecht

Door vestiging van een nieuw grafrecht of nieuw gebruik van een grafruimte onderwerpt een rechthebbende of een gebruiker zich aan de bepalingen van deze verordening, zoals deze eventueel nader wordt gewijzigd of aangevuld, en verplichten zij zich tot tijdige betaling van de daarop gebaseerde kosten.

Artikel 28 Verstrekking verordening

Een exemplaar van deze verordening wordt éénmalig aan de belanghebbende verstrekt; meerdere exemplaren zijn tegen betaling verkrijgbaar.

Artikel 29 Beslissingsbevoegdheid van het college

In geval waarin deze verordening niet voorziet of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 30 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in de plaats van alle voorgaande verordeningen van de

    gemeentelijke begraafplaats.

  • 2.

    Alle op het tijdstip van het in werking treden van deze verordening bestaande

    rechtsgeldige aanspraken en rechten, welke voor het van kracht worden van deze

    verordening zijn verkregen, blijven gehandhaafd.

Artikel 31 Citeertitel

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: "Beheersverordening begraafplaats

    Alphen-Chaam 2016".

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Alphen-Chaam in zijn openbare vergadering van 10 december 2015.

Naar boven