Gebruik van de openbare ruimte; uitstallingen nadere regels 2016 gemeente Lelystad

Het college van de gemeente Lelystad,

 

overwegende, dat het ter vermindering van de administratieve lasten van bedrijven volstaan kan worden met algemene regels, doch dat het in het belang is van de openbare orde en veiligheid van met name voetgangers en hulpverleningsverkeer geboden is het plaatsen van uitstallingen te binden aan regels;

 

gelet op artikel 2:10 lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015,

 

BESLUIT:

 

  • 1.

    Nadere regels “Gebruik van de openbare ruimte; uitstallingen nadere regels 2016”, vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de nadere regels, “Gebruik van de openbare ruimte; uitstallingen”, zoals vastgesteld op 20 december 2011 (B11-19288).

  • 2.

    De nieuwe nadere regels in te laten gaan met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • 1.

    Uitstalling: alles wat direct voor de gevel van een pand op straat wordt geplaatst om al dan niet de aandacht te vestigen op de winkel of onderneming die in dat pand gevestigd is, inclusief stoepborden.

  • 2.

    Stoepbord: losstaand reclamebord.

  • 3.

    Winkelgebied: een gebied waar detailhandel geclusterd voorkomt.

  • 4.

    Winkelcentrum: een gebouw of een reeks gebouwen waarin meerdere winkels zijn gevestigd, verbonden door gangen die het voor mensen gemakkelijk maken om van winkel naar winkel te lopen.

Artikel 2. Algemene bepalingen over uitstallingen en stoepborden

  • 1.

    Uitstallingen mogen alleen zijn opgesteld tijdens openingstijden van de betreffende winkel.

  • 2.

    Uitstallingen worden dagelijks bij sluitingstijd van de winkel van het openbare gebied verwijderd. De winkelstraat wordt schoon en leeg achtergelaten.

  • 3.

    De uitstalling mag eveneens bestaan uit objecten, geen koopwaar zijnde: bijvoorbeeld een speeltoestel voor kleine kinderen of verfraaiing van de entree door bijvoorbeeld planten.

  • 4.

    Op dagen van markten en braderieën wordt de mogelijkheid tot het plaatsen van uitstallingen beperkt indien dat voor het ordelijk verloop van de betreffende activiteit noodzakelijk is. De toezichthouder namens de gemeente oordeelt hierover en geeft aanwijzingen voor het anders plaatsen of verwijderen van de uitstallingen. Deze aanwijzingen moeten worden opgevolgd.

  • 5.

    De uitstaller dient de openbare weg te reinigen of te laten reinigen, indien die weg is verontreinigd als gevolg van het uitstallen van de goederen.

Artikel 3. Bepalingen over de plaatsing van uitstallingen

  • 1.

    Een uitstalling mag alleen voor de eigen winkelpui worden geplaatst, direct tegen de gevel aan. Uitstallingen mogen ook tussen de pilaren van de galerij / arcade worden geplaatst, mits de obstakelvrije zone van de looproute onder de galerij / arcade ten minste 1,50 meter breed is.

  • 2.

    Winkels zonder eigen ingang op de begane grond mogen, mits er voldoende ruimte is, één stoepbord op de begane grond plaatsen onder de volgende aanvullende voorwaarden:

    • a.

      Het stoepbord staat binnen de strook van 1 meter direct aansluitend aan de zijkant van de trap.

    • b.

      Het stoepbord versmalt niet de vluchtroute vanaf de trap of vanuit een ander pand.

    • c.

      Het stoepbord staat niet direct voor de gevel van een andere winkel.

  • 3.

    Uitstallingen moeten zodanig geplaatst worden dat er te allen tijde voldoende vluchtmogelijkheden zijn bij calamiteiten. De route rechtdoor vanuit de winkel moet hierbij in ieder geval over een ononderbroken breedte van 2,00 meter vrij blijven.

  • 4.

    De vrije doorgang dient minimaal 3,50 meter breed te zijn op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer, respectievelijk tenminste 2 meter breed op voetpaden in winkelcentra (APV, art 2.10 lid 2).

    Onder de galerij / arcades moet een looppad vrij blijven van minimaal 1,50 meter breed en de obstakelvrije hoogte dient minimaal 2,30 meter (bijv. vlaggen) te zijn.

  • 5.

    Op plaatsen waar vanwege de vrije doorgang van hulpvoertuigen (brandweer en dergelijke) meer vrije ruimte nodig is, geldt een vrije doorgang van minimaal 3,50 meter bij een hoogte van 4,20 meter (zie bijlage bij de toelichting “Kaart uit Verkeersplan Stadshart, 15 maart 2007”).

  • 6.

    Indien de vrije doorgang door de plaatsing van uitstallingen minder dan de voorgeschreven breedte is, dient de diepte van de uitstalling zodanig te worden teruggebracht dat de vrije doorgang tot de voorgeschreven breedte gegarandeerd is. Het aanpassen van de diepte van de uitstalling vindt plaats aan beide zijden van de doorgang.

  • 7.

    Uitstallingen zijn niet toegestaan in portieken waarin zich tevens toegangen tot woningen bevinden. Ook zijn uitstallingen niet toegestaan bij toegangsdeuren en nooduitgangen.

  • 8.

    In afwijking van het gestelde in dit artikel onder lid 1, gelden voor de bijzondere situatie aan de Snijdersstraat, zoals beschreven in de toelichting, afwijkende plaatsingsregels overeenkomstig de bij de toelichting gevoegde situatieschets.

Artikel 4. Afmetingen, uitstraling en veiligheidsvoorschriften

  • 1.

    De hoogte van de uitstalling is minimaal 0,70 meter. De diepte vanaf de gevel bedraagt (waar mogelijk) maximaal 1,50 meter, met uitzondering van de smalle arcades, waar de diepte vanuit de gevel maximaal 1,00 meter bedraagt.

  • 2.

    Er mogen geen (uitstekende) bevestigingsmaterialen in de ondergrond worden aangebracht om de uitstalling op te bevestigen.

  • 3.

    Uitstallingen en stoepborden moeten voldoende stabiel staan.

  • 4.

    Losstaande stoepborden mogen niet worden opgesteld als de weersomstandigheden zodanig zijn dat de borden kunnen om- of wegwaaien.

  • 5.

    De kwaliteit en uitstraling van de uitstallingen moet zodanig zijn dat het beoogde aanzien van de omgeving hierdoor niet wordt geschaad. Uitstallingen dienen schoon en heel te zijn. Daarnaast moeten de uitstallingen veilig zijn in het gebruik. De uitstallingen mogen geen scherp uitstekende delen bevatten.

  • 6.

    Uitstallingen moeten op eerste aanzegging van het bevoegd gezag of de door het bevoegd gezag ingestelde toezichthouder worden verwijderd, indien dit met het oog op de openbare orde en veiligheid en / of werkzaamheden aan de openbare weg noodzakelijk wordt geacht.

  • 7.

    Het uitstallen van goederen mag geen gevaar voor de omgeving en / of gevaar voor de voorbijgangers opleveren.

Artikel 5. Overgangsbepalingen, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Uitstallingen en stoepborden die reeds legaal aanwezig waren bij het in werking treden van deze nadere regels en die voldeden aan de toepasselijke bepalingen, gesteld bij of krachtens de APV, worden vanaf 3 maanden na vaststelling van dit nieuwe beleid aan deze nadere regels getoetst.

  • 2.

    Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2016.

  • 3.

    Deze regels kunnen worden aangehaald als “Gebruik van de openbare ruimte; Uitstallingen Nadere regels 2016

     

Lelystad, 8 december 2015

Het college van de gemeente Lelystad,

de secretaris,

de burgemeester,

Gebruik van de openbare ruimte; uitstallingen

Nadere regels

 

Inleiding

Voor uitstallingen in de openbare ruimte zijn bepalingen opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening. Deze bepalingen alleen zijn niet toereikend om een goed uitstallingenbeleid te kunnen voeren.  De in 2011 vastgestelde en in 2012 gewijzigde nadere regels bleken in de praktijk discussie op te leveren.

 

Bij het opstellen van de nadere regels is de onbelemmerde doorgang van de openbare ruimte in acht genomen. Het gaat echter niet alleen om de onbelemmerde doorgang van de openbare ruimte, maar ook om de veiligheid van het winkelende publiek, de uitstraling en de levendigheid van de centra. Deze criteria kunnen conflicterend met elkaar zijn. Het is dan ook de kunst nadere regels te ontwikkelen waar de onbelemmerde doorgang van de winkelstraten de levendigheid van het centrum niet tegenwerkt. In samenhang met de nadere regels voor terrassen is het onderliggend document daarin geslaagd.

 

In dit document zijn nadere regels geformuleerd die een uitgangspunt vormen voor de plaatsing van uitstallingen in de stadscentra. De uitstallingen moeten op hun beurt weer dienstbaar zijn aan een aantrekkelijke, veilige en levendige winkel- en woonomgeving. Het onderwerp heeft raakvlakken met de terrassen en standplaatsen in de openbare ruimte. Zij bevinden zich allen in de openbare ruimte van de centra, kunnen de doorloopbaarheid daarvan belemmeren en brengen tevens levendigheid en uitstraling met zich mee. Het toezicht op uitstallingen en terrassen kan op een zelfde wijze worden geregeld.

 

De nadere regels zijn niet alleen van toepassing op het Stadshart, maar betreffen ook de andere winkel- en uitgaansgebieden binnen en buiten de bebouwde kom, inclusief de kustzone. De nadere regels zijn opgesteld in samenwerking met verschillende gemeentelijke afdelingen en externe partijen.

 

Voorafgaand aan de vaststelling zijn de bij het uitstallingenbeleid betrokken partijen, waaronder twee grote winkeliersverenigingen in de gelegenheid gesteld commentaar op de nadere regels te geven. Achtergrond hiervan is dat de herziening enerzijds van ondergeschikt belang is en anderzijds het wel van belang wordt geacht genoemde partijen bij de voorbereiding te betrekken.

 

 

Beleidsdoelstelling

De doelstelling van de nadere regels is ervoor te zorgen dat een bijdrage wordt geleverd aan een prettig en veilig verblijf- en winkelklimaat, een verzorgd stadsbeeld en goed toegankelijke straten, met name voor ouderen en gehandicapten. Om meer overzichtelijkheid op straat te verwezenlijken is regulering noodzakelijk. Door middel van de nadere regels zijn kledingrekken, stoepborden en dergelijke niet meer toegestaan midden op de trottoirs, loopstroken, winkelstraten en middenbermen. Er is duidelijk aangegeven op welke plaatsen de uitstallingen mogen worden geplaatst.

 

Een prettig en veilig verblijf- en winkelklimaat

De burger moet het prettig vinden om in de stadscentra te zijn. In een levendig stadscentrum horen uitstallingen van verkoopwaren en aanprijzingen op stoepborden, maar die dienen wel zodanig te zijn geplaatst dat de burger daardoor niet belemmerd wordt in de doorgang en er geen onveilige situaties ontstaan. De uitstallingen en stoepborden kunnen niet zomaar ergens worden geplaatst.

Aan de hand van de geformuleerde regels bestaat de mogelijkheid voor gebruikers van winkelpanden om een uitstalling of stoepbord te plaatsen voor de pui van de betreffende winkel. Hierbij worden de in dit document geformuleerde regels nageleefd.

 

Een verzorgd stadsbeeld

Voordat er nadere regels voor uitstallingen vastgesteld waren werden uitstallingen en stoepborden heel verschillend geplaatst. De ene uitstalling stond netjes tegen de gevel van betreffende winkel opgesteld, de andere uitstalling stond midden op straat of nam meters aan openbare ruimte in beslag. Hierdoor kregen de centra een rommelig uiterlijk. Met de regels voor uitstallingen en stoepborden wordt het straatbeeld regelmatiger en daardoor rustiger.

 

Eenvoudige regels en eenvoudige handhaving

Door de vormgeving van de nadere regels wordt gerealiseerd dat uitstallingen en stoepborden kunnen worden geplaatst zonder dat er ingewikkelde en langdurige vergunningtrajecten aan voorafgaan. Ook het toezicht en de handhaving kan op eenvoudige wijze worden uitgevoerd.

 

Goed toegankelijke straten

Knelpunten die kunnen ontstaan door het plaatsen van uitstallingen en stoepborden zijn onder meer belemmeringen in de vrije doorloopbaarheid van de winkelstraten, ook voor mindervaliden, en de belemmerde doorgang voor hulpdiensten (ambulance, brandweer en politie) en daarmee de veiligheid van het winkelende publiek. Deze knelpunten ontstaan voornamelijk door een cumulatie van het gebruik van de openbare ruimten voor verschillende doeleinden. Debet aan de knelpunten zijn vooral  de terrassen en de uitstallingen in de centra.

Met de formulering van nadere regels wordt bereikt dat de knelpunten met betrekking tot de goede toegankelijkheid van de straten zoveel mogelijk voorkomen. Voor uitstallingen en stoepborden zijn duidelijke regels geformuleerd waarmee een goede toegankelijkheid van de winkelstraten wordt bevorderd.

 

 

Definities

 

Uitstallingen

Een uitstalling is alles wat direct voor de gevel van een pand op straat wordt geplaatst. Hier wordt niet onder verstaan - hierop ziet dit document ook niet – uithangborden of reclame die is vastgehecht aan het pand (daarvoor is een omgevingsvergunning noodzakelijk).

Verkoop in de openlucht valt ook niet onder uitstallingen maar onder standplaatsen (“het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten…” artikel 5:17 APV). Hiervoor is een vergunning nodig op grond van artikel 5:18 APV.

Willekeurige voorbeelden van een uitstalling zijn bij voorbeeld een stoepbord met daarop de aanbiedingen, de groentekistjes van de groenteboer, kledingrekken of bakken met koopwaar,  maar ook de stellage met kranten voor een tabakswinkel of een reclamebord bij een uitzend- of reisbureau. Ook speeltoestellen voor kinderen vallen onder de noemer ‘uitstalling’. Winkelwagens vallen buiten de noemer ‘uitstalling’.

 

In onderliggend document wordt gesproken over ‘stoepborden’ en niet over ‘reclameborden’. Hiervoor is gekozen om niet in verwarring te raken met de ‘echte’ reclame-uitingen en reclame-constructies, waarvoor een omgevingsvergunning moet zijn verleend. Onder reclame vallen de borden, schermen, lichtbakken aan de gevels en op het dak van de panden, reclamezuilen en dergelijke.

Onder het stoepbord wordt ook de voet van het bord begrepen.

 

De buiten de winkel uitgestalde koopwaar of stoepborden waarop koopwaar wordt aangeprezen is bedoeld voor de voorbijganger die zich (nog) buiten de winkel bevindt. De uitstalling, eigenlijk een etalage buiten de winkel, heeft ook de functie te laten zien wat de aard is van de winkel: welke goederen er worden verkocht, op welke doelgroep de onderneming zich richt.

 

Winkelgebieden

Een gebied waar detailhandel geclusterd voorkomt. Hier zijn meerdere winkels op korte afstand van elkaar aanwezig.

In Lelystad komen deze in diverse vormen voor.

In winkelgebieden kunnen winkelcentra aanwezig zijn.

 

Winkelcentra

Een winkelcentrum is een gebouw of een reeks gebouwen waarin meerdere winkels zijn gevestigd, verbonden door gangen die het voor mensen gemakkelijk maken om van winkel naar winkel te lopen.

In artikel 2:10 lid 2 van de APV is beschreven dat in winkelcentra sprake is van een belemmering van de bruikbaarheid van de weg “indien niet een vrije doorgang van tenminste 2 m wordt gelaten op voetpaden”. Hiermee wordt gewaarborgd dat het publiek bij een calamiteit het winkelcentrum kan ontvluchten.

 

Galerij / arcade

Op diverse plaatsen in Lelystad zijn voor de gevels van winkels overkappingen aangebracht, deels met pilaren. Deze overkappingen worden aangeduid als galerij of arcade.

 

Openbare voorzieningen en uitstallingen  

In de winkelgebieden zijn openbare voorzieningen geplaatst. Hieronder wordt onder meer verstaan: afvalbakken, bankjes, verlichting, plantenbakken, bomen, fietsenrekken/fietsnieten etc. De nadere regels die hieronder zijn geformuleerd zijn van toepassing op de commerciële en maatschappelijke uitstallingen, niet op de openbare voorzieningen.

 

Openbare voorzieningen, met name in het Stadshart, zijn in 2005 vastgelegd in het Programma van eisen buitenruimte Stadshart Lelystad. De basis is neergelegd in de Toolkit Stadshart.

Uitgangspunt voor het winkelgebied is dat dit het domein is van de voetganger en dat de overige verkeersgebruikers te gast zijn. De plaatsing van onder andere fietsnieten, banken, plantenbakken en bomen is en wordt vanuit stedenbouwkundig en verkeerstechnisch oogpunt uitgewerkt. Er zijn verschillende profielen bedacht voor winkelstraten, woonstraten en pleinen. Daar waar er praktische bezwaren zijn kan dit incidenteel in overleg met betrokkenen worden aangepast. Het is echter wel zo dat de gemeenteraad in haar laatste besluit over het Masterplan 3.0 (2 juli 2013) heeft aangeven de herinrichting van de openbare ruimte sober en doelmatig uit te voeren, passend bij de kwaliteitsbeleving van de Promesse. Bij de uitwerking naar ontwerp en bestek dient er met name aandacht zijn voor de materiaalkeuze passend bij de toolkit en de reeds gerealiseerde herinrichting van de openbare ruimte.

 

Raakvlak met andere regelgeving

Nadere regels voor terrassen

Ook horecaondernemers willen mogelijk de aandacht van het publiek trekken of de entree van hun zaak verfraaien met bijvoorbeeld een bloembak of een stoepbord met een dagmenu.

Als dit plaatsvindt binnen de grenzen van een terras, zoals geformuleerd in het document “Gebruik van de openbare ruimte; terrassen Nadere regels”, dan vallen deze voorwerpen onder die regels.

Als deze voorwerpen zich niet binnen de grenzen van een terras bevinden zijn de regels in het onderhavige document onverkort van kracht.

Om te bepalen of er bij aanwezigheid van meubilair sprake is van een terras verwijzen we naar de regels opgenomen in het document “Gebruik van de openbare ruimte; terrassen Nadere regels”.

 

Verkoop buiten de winkel

Verkoop buiten de winkel mag alleen met een standplaatsvergunning (APV art 5:18).

 

 

Huidige stand van zaken  

 

Wet- en regelgeving bij uitstallingen

 

Algemene plaatselijke verordening 2015

De regelgeving met betrekking tot uitstallingen is een gemeentelijke aangelegenheid. De bepalingen daarvoor zijn geformuleerd in de Algemene plaatselijke verordening 2015, artikel 2:10.

In artikel 2:10, lid 1 is opgenomen dat het verboden is de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan als het beoogde gebruik:

  • -

    schade toebrengt aan de weg,

  • -

    gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,

  • -

    een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  • -

    hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen (artikel 2:10, lid 3). Het college is het bedoelde bestuursorgaan dat bevoegd is nadere regels te stellen in aanvulling op de Algemene plaatselijke verordening.

Het hierboven aangehaalde verbod is niet van toepassing op uitstallingen en stoepborden die voldoen aan de nadere regels zoals hieronder beschreven.

Daarnaast kan het bevoegde bestuursorgaan in voorkomende gevallen ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Als een ondernemer meent dat de regels hem buiten proportie hinderen in de bedrijfsvoering, terwijl er voldoende ruimte is voor een uitstalling of stoepbord, kan de ondernemer op basis van de APV (art 2:10 lid 4) het college ontheffing vragen van het verbod in de APV en de nadere regels. Per geval wordt beoordeeld of aan het verzoek kan worden voldaan, eventueel onder voorwaarden.

 

Bouwbesluit, ontvluchting uit winkels

In de landelijke bouwregelgeving (Bouwbesluit) worden voorschriften gegeven om een snelle ontvluchting mogelijk te maken in geval van calamiteiten. Er worden voorschriften gegeven voor onder meer de inrichting en de capaciteit (vrije doorgang) van vluchtroutes vanuit een pand naar een veilige plaats. Voor een winkelpand, restaurant e.d. is een vrije doorgang van 2,00 m voldoende.

 

Beleidsdocumenten, convenanten en gedragslijnen

ASVV 2012

Het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van het CROW bevat aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom. Positieve aspecten bij het volgen van deze aanbevelingen zijn dat er voldoende manoeuvreerruimte is in de openbare ruimte, ook voor mensen met een (visuele) handicap, met zware bagage of kinderwagens.

 

Een aantal uitgangspunten uit het ASVV 2012 zijn van belang voor het gebruik van de openbare ruimte.

 

Maatvoering voetpaden en plaatsing obstakels (par 14.1.1 en 14.1.18)

  • -

    Vrije doorloopruimte minimaal 1,80 meter breed, afhankelijk van:

    • o

      beschikbare totale wegbreedte,

    • o

      intensiteit voetgangers,

    • o

      gewenste kwaliteit (vanaf een breedte van 1,80 meter kan een rolstoel een tegemoetkomende rolstoel, scootmobiel of kinderwagen passeren).

  • -

    Vrije doorloopruimte minimaal 1,20 meter breed, bij vernauwingen korter dan 10 meter

  • -

    Vrije doorloopruimte minimaal 0,90 meter breed bij ‘harde’ puntenvernauwingen (lichtmasten, verkeersborden)

  • -

    Obstakelvrije hoogte 2,30 meter (zonneschermen, reclameborden, verlichting, verkeersborden).

  • -

    Obstakelvrije loopruimte minimaal 1,20 breed, over maximaal 20,0 meter

  • -

    Obstakels zoveel mogelijk in een zone plaatsen en buiten de looproute.

  • -

    Obstakels worden minimaal 0,60 meter vanaf de stoeprand geplaatst.

 

Uitgangspunten Lelystad (bron: team Verkeer)

Voetgangers worden vaak als laatste doelgroep gezien of als een doelgroep waar de ruimte van kan worden afgesnoept. Om te voorkomen dat een voetganger onvoldoende ruimte krijgt moet een voetpad aan de volgende eisen voldoen:

 

Afmetingen voetpaden:

  • Minimale maat van 1,50 meter: Voor blinden, slechtzienden en slechtlopenden die hulpmiddelen gebruiken (taststok, wandelstok, rollator of dergelijke) en voor rolstoelgebruikers (met het oog op de draaicirkel) heeft het gewenste profiel van vrije ruimte een breedte van 1,50 meter.

  • Bij vernauwingen korter dan 10 m kan eventueel met een breedte van 1,20 meter worden volstaan.[1]

  • Bij harde puntvernauwingen met een breedte van 0,90 meter.

  • De vrije hoogte bedraagt 2,30 meter, obstakelvrij (zonneschermen, reclameborden, verlichting, verkeersborden).

 

Indien een grotere breedtemaat wordt aangehouden neemt het kwaliteitsniveau toe aangezien de passeerbaarheid tussen rolstoelen onderling e.d. mogelijk is. Bij een maat van 1,50 meter kunnen twee rolstoelen elkaar niet passeren. Bij een breedtemaat van minimaal 1,80 meter is passeren wel mogelijk. Bovendien moeten voetpaden breder worden uitgevoerd als de intensiteit van voetgangersverkeer hoog is (over de gehele dag gemeten of tijdens piekmomenten).

Gezien bovenstaande geldt een minimale breedte van 1,80 meter voor de volgende situaties:

  • Looproutes in gebieden met een clustering van publieksaantrekkende voorzieningen;

  • Looproutes rondom verzorgingshuizen/seniorenwoningen;

  • Looproutes van verzorgingshuizen/seniorenwoningen naar (publieksaantrekkende) voorzieningen;

  • Looproutes rondom (solitaire) medische voorzieningen

  • (Drukke) looproutes rondom scholen;

  • (Drukke) looproutes van scholen naar voorzieningen (bijvoorbeeld de gymzaal);

  • Etc.

 

NB: Let op de afmetingen betreffen de minimale vrije doorgangsbreedte voor voetganger: Indien er een voetpad gelegen is achter een (grote hoeveelheid aan) haakse parkeervakken waarbij de auto een halve meter over het trottoir heen steekt, zal de overgebleven vrije ruimte aan bovenstaande maten moeten voldoen.

 

Vrije doorgang hulpdiensten:

Hulpdienstvoertuigen kennen specifieke afmetingen, waardoor wegen aan minimale voorwaarden moeten voldoen. Lokaal kan er maatwerk plaatsvinden wanneer gebruik wordt gemaakt van afwijkend materieel. De brandweer heeft het grootste en zwaarste voertuig, dit is meestal maatgevend. Voor de specifieke afmeting wordt het ontwerpvoertuig Branpolance van het CROW gehanteerd. Dit is een som van alle hulpverleningsvoertuigen.

De minimale beschikbare verharde rijbaanbreedte kan variëren per wegkenmerk, maar is tenminste 3 meter. Daarbij is er minimaal 3,50 meter vrije ruimte nodig. Ook moet er rekening gehouden worden met de draaicirkel: een bochtstraal moet berijdbaar zijn voor de brandweervoertuigen (door het intekenen van rijcurves of sleeplijnen). Hierbij zijn sleeplijnen gebaseerd op snelheid; bochtstralen zijn minimale eisen om een bocht te kunnen nemen.

 

[1] De hier genoemde optie voor versmalling wordt niet overgenomen in de nadere regels voor uitstallingen. Uitstallingen bevinden zich voor winkels op plaatsen waar vaak veel voetgangers aanwezig zijn. Dan is versmalling tot 1,20 meter niet wenselijk.

 

 

 

Nadere regels

De volgende regels gelden voor de uitstallingen van koopwaar, stoepborden, kinderspeeltoestellen en verfraaiing zoals plantenbakken (kortweg ‘uitstallingen’). Waar in deze nadere regels over ‘winkels’ wordt gesproken, wordt eveneens bedoeld kantoren, bedrijven, restaurants en  eethuizen (en dergelijke).

 

Algemene bepalingen over uitstallingen en stoepborden

  • 6.

    Uitstallingen mogen alleen zijn opgesteld tijdens openingstijden van de betreffende winkel.

  • 7.

    Uitstallingen worden dagelijks bij sluitingstijd van de winkel van het openbare gebied verwijderd. De winkelstraat wordt schoon en leeg achtergelaten.

  • 8.

    De uitstalling mag eveneens bestaan uit objecten, geen koopwaar zijnde: bijvoorbeeld een speeltoestel voor kleine kinderen of verfraaiing van de entree door bijvoorbeeld planten.

  • 9.

    Op dagen van markten en braderieën wordt de mogelijkheid tot het plaatsen van uitstallingen beperkt indien dat voor het ordelijk verloop van de betreffende activiteit noodzakelijk is. De toezichthouder namens de gemeente oordeelt hierover en geeft aanwijzingen voor het anders plaatsen of verwijderen van de uitstallingen. Deze aanwijzingen moeten worden opgevolgd.

  • 10.

    De uitstaller dient de openbare weg te reinigen of te laten reinigen, indien die weg is verontreinigd als gevolg van het uitstallen van de goederen.

 

Bepalingen over de plaatsing van uitstallingen

  • 11.

    Een uitstalling mag alleen voor de eigen winkelpui worden geplaatst, direct tegen de gevel aan. Uitstallingen mogen ook tussen de pilaren van de galerij / arcade worden geplaatst, mits de obstakelvrije zone van de looproute onder de galerij / arcade ten minste 1,50 meter breed is.

  • 12.

    Winkels zonder eigen ingang op de begane grond mogen, mits er voldoende ruimte is, één stoepbord op de begane grond plaatsen onder de volgende aanvullende voorwaarden:

    • a.

      Het stoepbord staat binnen de strook van 1 meter direct aansluitend aan de zijkant van de trap.

    • b.

      Het stoepbord versmalt niet de vluchtroute vanaf de trap of vanuit een ander pand.

    • c.

      Het stoepbord staat niet direct voor de gevel van een andere winkel.

  • 13.

    Uitstallingen moeten zodanig geplaatst worden dat er te allen tijde voldoende vluchtmogelijkheden zijn bij calamiteiten. De route rechtdoor vanuit de winkel moet hierbij in ieder geval over een ononderbroken breedte van 2,00 meter vrij blijven.

  • 14.

    De vrije doorgang dient minimaal 3,50 meter breed te zijn op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer, respectievelijk tenminste 2 meter breed op voetpaden in winkelcentra (APV, art 2.10 lid 2).

    Onder de galerij / arcades moet een looppad vrij blijven van minimaal 1,50 meter breed en de obstakelvrije hoogte dient minimaal 2,30 meter (bijv. vlaggen) te zijn.

  • 15.

    Op plaatsen waar vanwege de vrije doorgang van hulpvoertuigen (brandweer en dergelijke) meer vrije ruimte nodig is, geldt een vrije doorgang van minimaal 3,50 meter bij een hoogte van 4,20 meter (zie bijlage “Kaart uit Verkeersplan Stadshart, 15 maart 2007”).

  • 16.

    Indien de vrije doorgang door de plaatsing van uitstallingen minder dan de voorgeschreven breedte is, dient de diepte van de uitstalling zodanig te worden teruggebracht dat de vrije doorgang tot de voorgeschreven breedte gegarandeerd is. Het aanpassen van de diepte van de uitstalling vindt plaats aan beide zijden van de doorgang.

  • 17.

    Uitstallingen zijn niet toegestaan in portieken waarin zich tevens toegangen tot woningen bevinden. Ook zijn uitstallingen niet toegestaan bij toegangsdeuren en nooduitgangen.

  • 18.

    In afwijking van het gestelde in dit artikel onder lid 1, gelden voor de bijzondere situatie aan de Snijdersstraat, zoals beschreven in de toelichting, afwijkende plaatsingsregels overeenkomstig de bij de toelichting gevoegde situatieschets.

 

Afmetingen, uitstraling en veiligheidsvoorschriften

  • 19.

    De hoogte van de uitstalling is minimaal 0,70 meter. De diepte vanaf de gevel bedraagt (waar mogelijk) maximaal 1,50 meter, met uitzondering van de smalle arcades, waar de diepte vanuit de gevel maximaal 1,00 meter bedraagt.

  • 20.

    Er mogen geen (uitstekende) bevestigingsmaterialen in de ondergrond worden aangebracht om de uitstalling op te bevestigen.

  • 21.

    Uitstallingen en stoepborden moeten voldoende stabiel staan.

  • 22.

    Losstaande stoepborden mogen niet worden opgesteld als de weersomstandigheden zodanig zijn dat de borden kunnen om- of wegwaaien.

  • 23.

    De kwaliteit en uitstraling van de uitstallingen moet zodanig zijn dat het beoogde aanzien van de omgeving hierdoor niet wordt geschaad. Uitstallingen dienen schoon en heel te zijn. Daarnaast moeten de uitstallingen veilig zijn in het gebruik. De uitstallingen mogen geen scherp uitstekende delen bevatten.

  • 24.

    Uitstallingen moeten op eerste aanzegging van het bevoegd gezag of de door het bevoegd gezag ingestelde toezichthouder worden verwijderd, indien dit met het oog op de openbare orde en veiligheid en / of werkzaamheden aan de openbare weg noodzakelijk wordt geacht.

  • 25.

    Het uitstallen van goederen mag geen gevaar voor de omgeving en / of gevaar voor de voorbijgangers opleveren.

 

 

Bijzondere situatie Lelycentre: Snijdersstraat

Ter hoogte van de kiosk aan de Snijdersstraat in het Lelycentre bevindt zich een knelpunt. De breedte van de winkelstraat is ter plaatse van de kiosk circa 10 meter en verwijdt zich verderop in de straat naar 12-14 meter. De kiosk belemmert de vrije doorgang enigszins in de beleving van een winkelstraat daar alle verkeerdeelnemers (voetgangers, scootmobielen, rollators, wandelwagens en rolstoelgebruikers) zich links en rechts van de kiosk bewegen. Aan de zijde van de boekwinkel (pinautomaat), Snijdersstraat 8 is circa 2,40 meter vrije doorloopruimte beschikbaar. Aan de zijde van het woonwarenhuis (Weversstraat 7) is de vrije doorloopruimte circa 2,80 meter.

 

Voor de boekwinkel en het woonwarenhuis worden de uitstallingen alleen geplaatst in het verlengde van de kiosk (zie tekening in de bijlage; rode vlakken), in het midden van de winkelstraat, zodanig dat de vluchtmogelijkheden zowel rechtdoor als links en rechts worden gegarandeerd en de geboden toegang voldoende is.

 

Door beide winkels zal een evenredig deel van deze ruimte worden gebruikt.

 

De overige winkels in de Snijdersstraat houden zich aan de elders in dit document gestelde regels.

 

Overgangsbepalingen, inwerkingtreding en citeertitel

Uitstallingen en stoepborden die reeds legaal aanwezig waren bij het in werking treden van deze nadere regels en die voldeden aan de toepasselijke bepalingen, gesteld bij of krachtens de APV, worden vanaf 3 maanden na vaststelling van dit nieuwe beleid aan deze nadere regels getoetst.

Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2016.Deze regels kunnen worden aangehaald als “Gebruik van de openbare ruimte; Uitstallingen Nadere regels 2016”.

 

Toezicht en handhaving

Handhaving: het door controle en door het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke sanctiemiddelen bereiken dat voorschriften worden nageleefd.

 

De grondslag waarop de nadere regels voor uitstallingen en stoepborden is gebaseerd is opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening. Artikel 2:10 van de APV 2015 vormt de grondslag voor handhaving, evenals de nadere regels in dit document. De combinatie van deze twee vormt de grondslag om op te kunnen treden tegen uitstallingen en stoepborden die op een onjuiste wijze zijn geplaatst.

Het toezicht en de handhaving is, net als de nadere regels zelf, zo eenvoudig mogelijk gehouden.

Bij constatering van een overtreding van de Algemene plaatselijke verordening en/of de vastgestelde nadere regels kan strafrechtelijk of bestuursrechterlijk worden opgetreden.

 

Bijlage Verduidelijking van plaatsen van uitstallingen en stoepborden

 

 

 

 

Bijlage Algemene plaatselijke verordening; Uitstallingen

 

Hoofdstuk 2. Openbare orde

 

Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg

 

Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan

 

  • 1.

    Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:

    • a.

      het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

    • b.

      het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

       

  • 2.

    Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake indien niet tenminste een vrije doorgang wordt gelaten van 3,5 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

    Hiervan is ook sprake indien niet een vrije doorgang van tenminste 2 m wordt gelaten op voetpaden in winkelcentra.

     

  • 3.

    Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden.

     

  • 4.

    Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

     

  • 5.

    Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

     

  • 6.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    • b.

      standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18, en

    • c.

      overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

       

  • 7.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale omgevingsverordening.

     

  • 8.

    Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

Bijlage Routes brandweer 

 

Hoofdroutes hulpdiensten in en rond Stadshart

Bron: Verkeersplan Stadshart 2007

 

 

Routes hulpdiensten in en om het Lelycentre

Bron: Brandweer Flevoland

 

 

Benodigde vrije ruimte voor doorgang hulpdiensten

Bron: “Handreiking Bereikbaarheid Hulpdiensten, Voor ontwerp en beheer” (Versie: 1.0 / 130918), veiligheidsburo’s Flevoland & Gooi en Vechtstreek

 

Naar boven