Vaststellen Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020 (2015, nr. 282/1269)

 

Nummer 282/1269

Publicatiedatum 7 december 2015

Agendapunt 27

Datum besluit B&W 6 oktober 2015

Onderwerp

Vaststellen Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020

De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 6 oktober 2015 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1269);

Mede gezien het aangenomen amendement van het raadslid mevrouw Shahsavari-Jansen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1324);

Tevens gezien de aangenomen moties van de raadsleden:

 de heer Ernsting en mevrouw Van den Berg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1320);

 mevrouw Duijndam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1323);

 mevrouw Shahsavari-Jansen en mevrouw Van Soest (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1325);

 de heer Toonk en mevrouw Ruigrok (Gemeenteblad afd. 1, nrs. 1326, 1327, 1328 en 1329),

Besluit:

1.de nota ‘Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020’ vast te stellen met als belangrijkste onderdelen:

a) een stedelijke visie op kunst en cultuur voor de periode 2017-2020 met als hoofddoelstellingen:

  • -

    nieuwe coalities en verbindingen in de kunst- en cultuursector;

  • -

    een breed en samenhangend aanbod van cultuureducatie en meer regie voor de scholen;

  • -

    meer mogelijkheden en ruimte voor talentontwikkeling;

  • -

    meer aandacht voor het aanbod van kunst en cultuur in buurten en gebieden en voor spreiding van kunst en cultuur in de stad (de meerpolige stad);

  • -

    verder ontwikkelen van de internationale positie van Amsterdam als kunst- en cultuurstad (de wereld als speelveld).

b) de uitwerking van de aanpassing van de Kunstenplansystematiek waarmee de besluitvorming over een groot deel van de individuele subsidies op afstand van de politiek wordt gezet en meer dynamiek en flexibiliteit wordt bereikt. Dit betekent dat de gemeente een aantal instellingen in de Amsterdamse Basisinfrastructuur (A-Bis) aanwijst en subsidieert en dat het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) de overige subsidies toekent op basis van door het AFK vastgestelde en door het college goedgekeurde regelingen. Samen vormt dit één Kunstenplan.

c) de aanwijzing van de A-Bis is gebaseerd op de volgende criteria:

  • -

    de instelling levert structureel artistiek-inhoudelijke topkwaliteit (excellentie) op nationaal en internationaal niveau;

  • -

    de instelling speelt een belangrijke rol binnen de culturele infrastructuur van Amsterdam en vormt een cruciale schakel binnen de culturele ketens;

  • -

    de instelling heeft een groot aanzien, in Amsterdam, nationaal en internationaal;

  • -

    de zakelijke kwaliteit van de instelling is goed;

  • -

    als cultureel ondernemer vervult de instelling een voorbeeldfunctie;

  • -

    de instelling bereikt een relevant publiek en zet zich in voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen (onder meer jong, divers);

  • -

    de instelling is structureel verbonden met andere organisaties en initiatieven binnen de kunst- en cultuursector en neemt verantwoordelijkheid voor culturele ketens; én

  • -

    de instelling heeft zicht op cultuureducatie en/of talentontwikkeling binnen de betreffende discipline en levert daaraan vanuit de eigen organisatie een belangrijke bijdrage.

de volgende kunst- en cultuurinstellingen worden aangewezen in de A-Bis:

Amsterdam Museum Koninklijk Concertgebouworkest

De Balie Muziekgebouw aan ’t IJ

Het Bimhuis Nationale Opera & Ballet

Het Concertgebouw Paradiso

Foam Stadsschouwburg Amsterdam

Frascati Stedelijk Museum Amsterdam

Holland Festival Toneelgroep Amsterdam

ICK De Toneelmakerij

IDFA

d) de aanwijzing van de vier cultuurhuizen (voorheen buurtaccommodaties) in de A-Bis als bijzondere categorie: Bijlmer Parktheater, Podium Mozaïek, Tolhuistuin en Meervaart.

Deze instellingen voldoen niet aan alle onder punt c genoemde criteria maar krijgen een positie in de A-Bis op basis van de beleidsdoelstelling ‘meerpolige stad’. Vanwege de kwetsbaarheid van de huidige situatie, worden de cultuurhuizen - waar nodig - door de gemeente begeleid op de zakelijke kwaliteit.

e) de inrichting van het cluster cultuureducatie vanwege het belang van dienstverlenende activiteiten, met de volgende instellingen: Mocca, Voucherbeheer en Muziekeducatiefunctie (Muziekschool Amsterdam, Muziekcentrum Aslan en Leerorkest). Het vergroten van het aanbod van de na- en buitenschoolse kunst- en cultuureducatie en het verbeteren van de betaalbaarheid daarvan voor alle inkomensgroepen.

f) de criteria op basis waarvan de Amsterdamse Kunstraad (AKr) en het AFK de aanvragen van de instellingen beoordelen, te weten:

  • -

    artistiek-inhoudelijke kwaliteit,

  • -

    zakelijke kwaliteit,

  • -

    publieksbereik en

  • -

    belang voor de stad

De AKr en het AFK stellen op basis van deze criteria een beoordelingskader op. Deze beoordelingskaders worden voor 1 december 2015 gepubliceerd.

  • 2.

    het financieel kader voor de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020 vast te stellen, waarbij - conform het coalitieakkoord - € 7,6 miljoen extra beschikbaar is en de totale beschikbare middelen (€ 94,2 miljoen) als volgt zijn verdeeld:

    • a.

      kunstenplan 2017-2020: € 86,1 miljoen per jaar, waarvan € 62,2 miljoen voor de A-Bis, € 21,4 miljoen voor de vierjarige regeling bij het AFK, € 1 miljoen voor de tweejarige regeling bij het AFK en € 1,5 miljoen voor de projectsubsidies innovatie bij het AFK;

    • b.

      cluster cultuureducatie: € 7,7 miljoen per jaar en aanvullend de middelen uit de reserve cultureel beleggen van circa € 2,5 miljoen voor de totale periode 2017-2020;

    • c.

      stelposten: € 0,4 miljoen per jaar.

  • 3.

    in te stemmen met de wijziging van de verdeling van de budgetten voor Kunst en Cultuur tussen stedelijke budgetten en de budgetten van de bestuurscommissies waarbij:

    • a.

      € 2,2 miljoen met ingang van 2017 structureel wordt toegevoegd aan het stedelijk budget ten behoeve van de cultuurhuizen; deze middelen zijn onderdeel van het financieel kader Kunstenplan en deze budgettair neutrale wijziging wordt in de voorjaarsnota 2016 verwerkt;

    • b.

      als er instellingen zijn die op dit moment structureel subsidie ontvangen van een bestuurscommissie en straks in de vierjarige regeling van het AFK worden begunstigd, dan worden de bijbehorende middelen bij de bestuurscommissies in onderlinge afstemming toegevoegd aan het stedelijk budget. Hiermee wordt het financieel kader voor de vierjarige regeling bij AFK verhoogd.

  • 4.

    in te stemmen met het verhogen van het uitvoeringsbudget van het AFK met € 1 miljoen vanaf 2016 en:

    • a.

      deze verhoging vanaf 2017 structureel te dekken door een verlaging van de apparaatslasten en de materiele budgetten van de Kunst en Cultuur begroting met € 0,7 miljoen en een bezuiniging op de stelposten van € 0,3 miljoen en deze budgettair neutrale wijziging in de voorjaarsnota 2016 te verwerken;

    • b.

      deze verhoging in 2016 incidenteel te dekken door een verlaging van de apparaatslasten en de materiele budgetten van de Kunst en Cultuur begroting met € 0,6 miljoen en een bezuiniging op de stelposten van € 0,4 miljoen en deze budgettair neutrale wijziging in de voorjaarsnota 2016 te verwerken.

  • 5.

    de volgende verordeningen:

    • a.

      vast te stellen: Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan en Verordening Amsterdamse Kunstraad 2015;

    • b.

      in te trekken: Bijzondere subsidieverordening periodieke subsidiëring in het kader van de Hoofdlijnennota en het Kunstenplan en Verordening Amsterdamse Kunstraad 2011.

  • 6.

    kennis te nemen van de inrichtingseisen op basis waarvan kunst- en cultuurinstellingen een aanvraag kunnen indienen voor het Kunstenplan 2017-2020.

    Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd

    in zijn vergadering op 25 november 2015.

De plv. voorzitter

E.Ünver

De raadsgriffier

mr. M. Pe

Naar boven