Gemeenteblad van Urk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Urk | Gemeenteblad 2015, 119184 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Urk | Gemeenteblad 2015, 119184 | Verordeningen |
Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld
Artikel 1 Begripsomschrijvingen.
Deze verordening verstaat onder:
a. haven : de voor de openbare dienst bestemde wateren en voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.
b. vaartuig : alle soorten van varende en drijvende lichamen, welke gebezigd worden dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen, stoffen, goederen of voorwerpen.
c. pleziervaartuig : een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor sportieve, recreatieve of vakantie-doeleinden, dat wil zeggen niet-bedrijfsmatige doeleinden.
d. vissersvaartuigen : alle vaartuigen, welke ingericht zijn voor de visvangst, als zodanig zijn ingeschreven en als zodanig in hoofdzaak gedurende het gehele jaar voor de visvangst worden gebruikt en waarvan de belastingplichtige economisch afhankelijk is.
e. passagiersschip : een vaartuig, dat een middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen.
f. dag : een tijdvak van 24 uur.
j. jaarabonnement : het gedurende een jaar persoonlijk geldende recht tot het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met een vaartuig, niet zijnde een woonark.
k. maandabonnement : het gedurende een maand persoonlijk geldende recht tot het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met een vaartuig, niet zijnde een woonark.
l. winterabonnement : het gedurende de periode 1 november tot en met 31 maart van het volgende kalenderjaar persoonlijk geldende recht tot het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met een pleziervaartuig, indien geen gebruik wordt gemaakt van het onder artikel 1, lid c van de tarieventabel genoemde individueel abonnement.
m. kapitein : de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.
n. lengte : de lengte over alles of zoals deze blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief.
o. woonarken : een drijvend lichaam dat bestemd is of wordt of in hoofdzaak bestemd is of wordt voor bewoning.
p. categorie : ligplaatsen volgens de categoriale indeling behorende bij deze verordening.
q. oppervlakte : het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overlegd of deze niet de vereiste gegevens vermeldt.
r. camper : een motorvoertuig dat geschikt is om voor recreatieve doeleinden in te verblijven.
Artikel 5 Grondslag van de rechten.
Als grondslag voor de berekening van het havengeld geldt:
Voor vaartuigen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub a, b, c, d, f en g en lid 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, de lengte van het vaartuig, zoals vermeld is in de voor het vaartuig geldende meetbrief. Bij gebreke aan een meetbrief of daarmee gelijk te stellen document, bij weigering een dergelijk document te tonen of ingeval dit de grootste lengte niet vermeldt dan wel bij weigering toe te laten dat het vaartuig vanwege de gemeente wordt gemeten, wordt de lengte door de daartoe aangewezen ambtenaar vastgesteld.
Artikel 6 Aanvang van de belastingplicht.
Het haven- en kadegeld is verschuldigd, zodra het gebruik een aanvang neemt, hetgeen de belastingplichtige zo spoedig mogelijk aangeeft bij de havenmeester. Indien het gebruik voortduurt na afloop van de termijn waarvoor haven- en/of kadegeld is betaald, is opnieuw haven- en/of kadegeld verschuldigd met ingang van de volgende termijn.
Het bij wijze van individueel abonnement geheven havengeld is verschuldigd zodra de aanvraag tot verkrijging van een individueel abonnement in behandeling wordt genomen. Duurt het gebruik van de gemeentelijke havens voort na afloop van het aan het abonnement gekoppelde tijdvak, dan wordt het abonnement stilzwijgend verlengd, tenzij uiterlijk twee maanden voor het aflopen van het abonnement de overeenkomst schriftelijk door één van de partijen is opgezegd.
Geen havengeld wordt geheven gedurende de periode van 1 april tot en met 1 november voor het gebruik of genot van de havens met historische botters welke lid zijn van de Vereniging Botterbehoud voor een aaneengesloten periode van maximaal 10 dagen. Gedurende de periode van 1 april tot en met 1 november kan voor in totaal maximaal 30 dagen vrijstelling van het betalen van havengeld verleend worden. Het verlenen van de vrijstelling is ter beoordeling van de havenmeester.
Artikel 8 Restitutie van betaalde havengelden
Indien havengeld wordt geheven bij wijze van jaarabonnement, als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdelen b, c, d en e en lid 2, onderdeel d van de tarieventabel en in de loop van dat jaar schriftelijk aan de heffingsambtenaar wordt medegedeeld, dat men voor de nog niet aangebroken maanden van het abonnement geen gebruik meer wil maken, wordt tegen intrekking van het abonnement restitutie verleend. De restitutie beloopt zoveel twaalfde delen van het verschuldigde bedrag voor het jaarabonnement als er na de intrekking nog volle kalendermaanden in de abonnementsperiode resteren.
Restitutie welke minder beloopt dan 50 % van het bedrag dat voor de volledige abonnementsperiode verschuldigd is, wordt niet verleend. De periode waarover de restitutie kan worden verleend vangt aan op de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek tot beëindiging van het abonnement.
Artikel 9 Wijze van heffing en tijdstip van betaling.
In afwijking van het tweede lid geldt voor de tarieven genoemd in artikel 1, eerste lid, onder b, c en d van de tarieventabel, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van haven- en kadegeld.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeerartikel.
Tarie ventabel haven- en kadegeld 2016
TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HAVEN- EN KADEGELD.
Het havengeld bedraagt voor andere vaartuigen dan pleziervaartuigen:
het tarief genoemd in artikel 1, lid 2, onder a, b en c en d, van de tarieventabel wordt na zes maanden verhoogd indien het schip opgelegd is, gedurende een aanééngesloten periode van 12 maanden in totaal niet langer dan twee maanden niet actief gebruikt wordt, dan wel niet meer bedrijfsmatig geëxploiteerd wordt of nog niet in gebruik genomen is, met een bedrag van € 20,00 per meter per maand, één en ander met uitzondering van opgelegde vissersvaartuigen.
het tarief genoemd in artikel 1, lid 2, onder d, van de tarieventabel wordt voor opgelegde vissersvaartuigen na 12 maanden verhoogd met een bedrag van € 20,00 per meter per maand, indien dit opgelegde vissersvaartuig gedurende een periode van 12 maanden in totaal niet langer dan 2 maanden de haven van de gemeente Urk heeft verlaten.
Het kadegeld bedraagt per vierkante meter ingenomen grondoppervlakte, doch met een minimum van 4 vierkante meter, per dag of gedeelte daarvan € 0,15
Indien de verschuldigde belasting genoemd in deze tarieventabel een bedrag van € 20,00 niet te boven gaat en niet voldaan wordt op de wijze zoals omschreven in artikel 9.2, zal het bedrag geheven worden zoals omschreven in artikel 9.1 en 9.3 van de verordening. Het bedrag van de belasting zal dan verhoogd worden met een bedrag van € 5,00, zijnde de administratiekosten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-119184.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.