Bekendmaking Verlegregeling kabels en leidingen Kaag en Braassem 2016

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem;

gelet op titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 15 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Kaag en Braassem 2016;

overwegende, dat als gevolg van een besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning, een leidingexploitant schade kan lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend;

besluit:

vast te stellen de hierna volgende beleidsregel:

'Verlegregeling kabels en leidingen Kaag en Braassem 2016'

Hoofdstuk 1 Algemeen

Paragraaf 1.1 Begripsbepalingen

Artikel 1

De begripsbepalingen van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Kaag en Braassem 2016 zijn op deze regeling van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 2

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    AVOI: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Kaag en Braassem 2016;

  • b.

    het college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem;

  • c.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de AVOI

  • d.

    leiding: leiding als bedoeld in de AVOI, met uitzondering van kabels als bedoeld in artikel 1.1 onder z van de Telecommunicatiewet;

  • e.

    verzoek: een verzoek om nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 15 van de AVOI

  • f.

    belanghebbende: leidingexploitant van wie een vergunning ingevolge artikel 8 onder g en h van de AVOI geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken of gewijzigd;

  • g.

    schadebedrag: financieel nadeel dat de belanghebbende lijdt;

  • h.

    nadeelcompensatie: het bedrag dat op basis van de regeling als schadevergoeding wordt toegekend aan de belanghebbende;

  • i.

    rijzen: het verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking van een leiding wat nodig is als gevolg van verzakking van de grond;

  • j.

    werk: de aanleiding tot het nemen van een intrekking of wijziging van een vergunning verleend aan een belanghebbende.

Artikel 3

Deze regeling is niet van toepassing op het gemeentelijke rioleringsnet.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie

Paragraaf 2.1 Nadeelcompensatie algemeen

Artikel 4

Deze regeling bevat nadere regels ter uitvoering van artikel 15 van de AVOI.

Artikel 5

Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 4 van deze regeling. Bij die berekening worden uitsluitend de kosten van ontwerp en begeleiding, uit- en in bedrijfstellen, uitvoering en materiaal betrokken.

Paragraaf 2.2 Nadeelcompensatie indien de leiding van belanghebbende is gelegen in de openbare ruimte

Artikel 6

Indien de leidingexploitant binnen vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning een aanwijzing krijgt tot het verleggen en/of verwijderen van een leiding vanwege een besluit van het college tot intrekking of wijziging van een vergunning, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag.

Artikel 7

Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen en/of verwijderen van een leiding in de periode gelegen vanaf vijf tot en met vijftien jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zal de gemeente 80% procent van het schadebedrag vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 16e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 2.

Artikel 8

Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen en/of verwijderen van een leiding na vijftien jaar, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn vergunning, wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

Paragraaf 2.3 Algemene bepalingen bij het vaststellen van nadeelcompensatie

Artikel 9

Het college en de leidingexploitant zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van de leiding van de belanghebbende elkaars schade zo veel mogelijk beperken.

Artikel 10

Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het schadebedrag ten laste van de leidingexploitant moet blijven dan uit de toepassing van de paragraaf 2.2 voortvloeit, kan het college van de bepalingen van die paragraaf gemotiveerd afwijken.

Artikel 11

Geen nadeelcompensatie vindt plaats als in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning, een wijziging of intrekking van die vergunning is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, waarop of waarboven de leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een besluit als bedoeld in artikel 18 van deze regeling wordt gegeven.

Artikel 12

Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in artikel 11 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in deze regeling is opgenomen.

Artikel 13

Indien als gevolg van de uitvoering van een werk de leidingexploitant de leiding moet of zal rijzen, komen de kosten hiervan ten laste van leidingexploitant.

Artikel 14

De nadeelcompensatie wordt bepaald op basis van een vaste prijs als het voorlopig vastgestelde bedrag aan nadeelcompensatie lager is dan €10.000,00. In andere gevallen wordt de nadeelcompensatie bepaald op basis van voor- en nacalculatie tenzij partijen anders zijn overeengekomen.

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedure aard

Paragraaf 3.1 Vooroverleg

Artikel 15

Het college maakt zijn voornemen van een werk bekend met een aanschrijving aan de belanghebbende. Hierin is een omschrijving van het werk opgenomen met vermelding van noodzakelijk te verleggen en/of te verwijderen leidingen. Indien sprake is van aanwezige leidingen die niet noodzakelijk verlegd moeten worden zal de leidingexploitant de gelegenheid krijgen om op eigen kosten die leidingen te rijzen, te vervangen of te verwijderen.

Artikel 16

Het college streeft naar overeenstemming met de leidingexploitant over een verlegging en/of verwijdering (een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Het college voert hiertoe vooroverleg met de leidingexploitant.

Artikel 17
  • 1.

    De belanghebbende dient bij het indienen van een verzoek aan te tonen op welke datum vergunning is verleend voor het aanleggen van de leiding op de locatie waaruit zij moet worden verlegd.

  • 2.

    Indien een vergunning ontbreekt, wordt gerekend vanaf de datum waarop het leggen volgens de registratie van de leidingexploitant is aangevangen.

  • 3.

    Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend dan wel op welke datum met het leggen is aangevangen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende leiding langer dan 15 jaar aanwezig is.

Paragraaf 3.2 Aanwijzing tot verlegging of verwijdering

Artikel 18

Het college neemt het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het verleggen en/of verwijderen van een leiding zo mogelijk op basis van overeenstemming, bereikt in het vooroverleg als bedoeld in artikel 16.

Paragraaf 3.3 Verzoek om voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 19

Belanghebbende dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een termijn van één jaar nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het verleggen en/of verwijderen van een leiding bij het college een verzoek in om voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie.

Artikel 20

Het verzoek bevat ten minste:

  • a.

    de naam en het adres van de verzoeker;

  • b.

    een kopie van het besluit van het college aan de leidingexploitant tot het verleggen en/of verwijderen van de leiding;

  • c.

    de hoogte van de nadeelcompensatie waarop naar het oordeel van de verzoeker aanspraak gemaakt wordt;

  • d.

    een kostenspecificatie volgens het model weergegeven in bijlage 1.

Paragraaf 3.4 Besluit

Artikel 21
  • 1.

    Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek om voorlopige vaststelling van de nadeelcompensatie een besluit:

    • a.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 19;

    • b.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de leidingexploitant in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan leidingexploitant;

    • c.

      om het verzoek om nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk toe te kennen;

    • d.

      om het verzoek af te wijzen.

  • 2.

    Het college kan deze termijn eenmalig met acht weken verlengen. Het college stelt verzoeker hiervan eenmalig in kennis.

Paragraaf 3.5 Verzoek om definitieve vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 22

Het aanpassen van de leiding is gereed op het moment dat de werkzaamheden voor de Verlegging en/of de verwijdering van de leiding geheel zijn afgerond. Binnen een jaar na dat moment dient belanghebbende een verzoek in om definitieve vaststelling van de nadeelcompensatie bij het college.

Artikel 23

Het verzoek bevat ten minste:

  • a.

    de naam en het adres van de verzoeker

  • b.

    een verwijzing naar het besluit van het college tot voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie;

  • c.

    een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1.

Paragraaf 3.6 Definitieve vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 24
  • 1.

    Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit:

    • a.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 24;

    • b.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de belanghebbende in de gelegeheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan belanghebbende;

    • c.

      om het verzoek geheel of gedeeltelijk toe te kennen;

    • d.

      om het verzoek af te wijzen.

  • 2.

    Het college kan deze termijn eenmalig met acht weken verlengen.

Paragraaf 3.7 Betaling nadeelcompensatie

Artikel 25
  • 1.

    Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs dan dient de belanghebbende na gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ten hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats nadat de factuur is ingediend.

  • 2.

    Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie dan dient na vaststelling van de definitieve nadeelcompensatie en na gereedkomen van de werkzaamheden de belanghebbende een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats nadat de factuur is ingediend.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen

Paragraaf 4.1 Algemeen

Artikel 26

De hoogte van de kosten voor het verleggen en/of verwijderen van een leiding wordt vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen. De kosten worden vastgesteld aan de hand van werkelijke kosten. Slechts de kosten van ontwerp en begeleiding, de kosten van uit- en inbedrijfstelling, de kosten van uitvoering en de materiaalkosten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen.

Paragraaf 4.2 Kosten van ontwerp en begeleiding

Artikel 27

Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat om kosten van:

  • -

    overleg en correspondentie;

  • -

    directievoering en toezicht houden;

  • -

    detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden;

  • -

    verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;

  • -

    juridisch vrij maken van tracé;

  • -

    kosten ten behoeve van aanbesteden werk;

  • -

    kosten van benodigde vergunningen en leges.

Paragraaf 4.3 Kosten van uit- en in bedrijfstellen

Artikel 28

Onder de kosten van het uit- en inbedrijfstellen worden verstaan:

  • -

    kosten van het spannings- of productloos maken van de leiding

  • -

    de kosten van het weer in bedrijf stellen van de leiding;

  • -

    kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard.

Paragraaf 4.4 Uitvoeringskosten

Artikel 29

Onder uitvoeringskosten worden verstaan:

  • -

    kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden;

  • -

    kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten leidingen;

  • -

    kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;

  • -

    kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard;

  • -

    kosten verband houdend met de eventuele door de gemeente in rekening gebrachte kosten op basis van de Richtlijn tarieven (graaf)werkzaamheden telecom.

Paragraaf 4.5 Materiaalkosten

Artikel 30

Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen en/of verwijderen leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

Paragraaf 4.6 Bundeling werkzaamheden

Artikel 31

Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende leidingexploitanten geeft de belanghebbende inzicht in de verdeling van de gezamenlijke kosten.

Paragraaf 4.7 Slotbepalingen

Artikel 32

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 33

De regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel verleggen kabels en leidingen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem op 1 december 2015.

de gemeentesecretaris,

M.E. Spreij

de burgemeester,

mr. K.M. van der Velde-Menting

Naar boven