Gemeenteblad van Delft
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Delft | Gemeenteblad 2015, 115539 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Delft | Gemeenteblad 2015, 115539 | Beleidsregels |
Beleidsregel Artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal, Delft 2015
De burgemeester van de gemeente Delft;
Gelezen het voorstel van 6 oktober 2015;
Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht en de beleidsnota Integrale Veiligheid voor Delft;
Overwegende dat een beleidsregel bij het handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een lokaal wenselijk is;
Besluit vast te stellen de volgende:
‘Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal, Delft 2015’
Deze beleidsregel ziet op de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting van woningen of lokalen bij verkoop, aflevering of verstrekking van drugs vanuit die woningen of lokalen dan wel bij het daartoe aanwezig zijn van drugs.
Aanpak drugspanden gemeente Delft
Het is niet toegestaan om drugs te verkopen vanuit een woning of lokaal. Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid treedt de gemeente Delft streng op tegen handel in drugs. Om de effecten van de handel in en het gebruik van drugs op de leefbaarheid aan te pakken maakt de gemeente Delft gebruik van de instrumenten uit de Wet Victoria, de Wet Damocles en de Wet Victor.
Met de inwerkingtreding van de Wet Damocles in 1999 werd de Opiumwet uitgebreid met artikel 13b. Vanaf dat moment bestond er naast het strafrechtelijk handhaven van de Opiumwet ook een mogelijkheid bestuurlijk te handhaven. De burgemeester kon voortaan bestuurlijk optreden tegen verkooppunten van drugs vanuit voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven. De bevoegdheid strekte zich niet uit tot woningen.
Van oudsher biedt artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria) mogelijkheden om op te treden tegen de illegale verkoop van drugs. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning of lokaal te sluiten wegens verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. Er zijn echter panden van waaruit in drugs wordt gehandeld zonder dat dit voor verstoring van de openbare orde zorgt.
Met de invoering van het vernieuwde artikel 13b Opiumwet per november 2007 kunnen alle drugspanden aangepakt worden, dus ook woningen. De burgemeester kan bestuursdwang toepassen als drugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Het aantonen van overlast is geen voorwaarde bij het toepassen van artikel 13b Opiumwet; de toepassing van artikel 13b Opiumwet kan wel leiden tot vermindering van overlast.
Deze beleidsregel is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 13b Opiumwet neergelegde bevoegdheid ten aanzien van:
Deze beleidsregel geldt niet voor zover in dit onderwerp wordt voorzien in het “Handhavingscenario Horeca 2015 – Delft” (gepubliceerd 8 april 2015) en de “Handhavingsmatrix overtreding AHOJG-criteria alsmede overtreding Opiumwet door smart- en growshops in Delft”.
Een van de doelstellingen van het horecabeleid is het beschermen van het woon- en leefklimaat tegen aantasting door de exploitatie van een horeca-inrichting en het handhaven van de openbare orde. Het horecabeleid voorziet bij dergelijke aantasting in beleid voor het optreden op basis van artikel 13b Opiumwet.
Het coffeeshopbeleid beschrijft het toepassen van de Opiumwet wanneer drugs worden verhandeld in voor publiek toegankelijke lokalen waarin een coffeeshop is gevestigd. Voor coffeeshops voorziet het coffeeshopbeleid in optreden op basis van artikel 13b Opiumwet in de bijbehorende “Handhavingsmatrix overtreding AHOJG-criteria alsmede overtreding Opiumwet door smart- en growshops in Delft”.
Ten aanzien van handhavend optreden tegen een overtreding op basis van artikel 13b Opiumwet in een lokaal waarin een growshop of smartshop is gevestigd, wordt die handhavingsmatrix eveneens gevolgd.
De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassen van artikel 13b Opiumwet betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat deze bevoegdheid gebruikt wordt na een belangenafweging. In deze beleidsregel wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester met de discretionaire bevoegdheid om gaat.
Het kan zijn dat zich omstandigheden voordoen waarin het volgen van het beleid onredelijke gevolgen heeft. In die gevallen heeft de burgemeester een inherente afwijkingsbevoegdheid en kan hij gemotiveerd afzien van het toepassen van bestuursdwang.
Het opleggen van een last onder bestuursdwang op basis van artikel 13b Opiumwet is nader uitgewerkt in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De afdeling 5.3 van de Awb bevat herstelsancties. Het opleggen van een last onder bestuursdwang betreft het herstellen in een normale toestand door het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van de overtreding.
Keuze voor last onder bestuursdwang
Gezien de effecten op het openbare leven van de handel in en het gebruik van drugs vanuit een woning geniet feitelijk handelen de voorkeur boven het opleggen van een last onder dwangsom. Van de bevoegdheid in plaats van een last onder bestuursdwang te kiezen voor een last onder dwangsom wordt dan ook geen gebruik gemaakt.
Onderscheid lokalen en woningen
Bij de handhavingsarrangementen is onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. Bij woningen grijpt een sluiting erger in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n). De beginselen als ‘recht op ongestoord woongenot’ (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)) en ‘huisvredebreuk’ rechtvaardigen een minder vergaande aanpak ten aanzien van woningen.
Is er in het geval van een woning sprake van een ernstige situatie dan wordt deze direct gesloten. In overige gevallen zal bij een woning bij een eerste overtreding worden volstaan met een schriftelijke bestuurlijke waarschuwing. Dit vanuit het proportionaliteitsbeginsel.
Uitgangspunt voor lokalen is dat bij het aantreffen van voor de handel bestemde drugs (in een grotere hoeveelheid dan voor eigen gebruik) altijd direct wordt gesloten. Indien er sprake is van een “ernstige situatie” wordt voor langere tijd gesloten.
Aan een ernstige situatie is inherent dat spoedeisende bestuursdwang zal moeten worden toegepast en de overtreder niet in de gelegenheid gesteld wordt de overtreding en de vrees voor toekomstige voortduring zelf weg te nemen. In de gemeente Delft wordt ervoor gekozen dat bij een sluiting de gehele woning gesloten wordt, omdat zo direct een einde wordt gemaakt aan de illegale situatie. Tevens wordt door sluiting de loop naar het pand er uit gehaald en wordt de bekendheid als illegaal verkooppunt ongedaan gemaakt. Het sluiten van een woning of lokaal waar drugs verkocht, afgeleverd of verstrekt worden, dan wel daartoe aanwezig zijn, betekent niet dat het illegale verkooppunt zich niet kan verplaatsen.
Van een ernstige situatie is sprake als het aannemelijk is dat drugshandel in georganiseerd verband in of vanuit een woning of lokaal plaatsvindt of als aanwezigheid van drugs hierop duidt.
Aannemelijkheid dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, kan volgens de rechtspraak blijken uit bijvoorbeeld verklaringen van betrokkenen, onderzoek van de politie of uit ander bewijs zoals het aantreffen van verpakkingsmateriaal, sealbags gevuld met henneptoppen, vuurwapens met bijbehorende munitie, grote contante geldbedragen, een weegschaal of assimilatielampen (LJN BY5106, RvS, 5-12-2012, rechtsoverweging 2; LJN: BX5656, rechtbank Utrecht, 27-08-2012, rechtsoverweging 11).
Om te kunnen nagaan of het aannemelijk is dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, is onderstaande indicatorenlijst samengesteld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Ook op basis van enkele indicatoren kan aannemelijkheid aan de orde zijn. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid.
a. de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan een hoeveelheid die duidt op eigen gebruik).
Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij “aanwijzing Opiumwet” van het College van procureurs-generaal). Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.)
er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);
aannemelijkheid dat de woning of het lokaal niet overeenkomstig de functie wordt gebruikt (Optreden wegens strijdig gebruik met de definitie- of gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan kan dan ook tot de mogelijkheden behoren. Indien sluiting onvoldoende is en aanvullende maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid te herstellen kan het college de woning of lokaal in beheer nemen (artikel 14 Woningwet) waarna een eventuele onteigeningsprocedure kan volgen (artikel 77 Onteigeningswet));
Termijn voorbereiding op bestuursdwang
Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de woning of het lokaal kan ontruimen en sluiten. De termijn is gesteld op 48 uur om de ontruiming uit te voeren en de handel te stoppen. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, zal de burgemeester overgaan tot feitelijk handelen door te ontruimen en sluiten.
Door zelf uitvoering te geven aan de last onder bestuursdwang kan de overtreder slechts voorkomen dat de burgemeester feitelijke bestuursdwang toepast. De sluitingsbevoegdheid wordt niet aangetast.
De sluiting is feitelijk van aard, en brengt met zich mee dat de woning of het lokaal door niemand mag worden betreden.
Registratie op grond van de WKBP
Het besluit tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende het onroerende zaak bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit ook aangepast in het WKPB-register.
Tweesporenbeleid: strafrechtelijk èn bestuursrechtelijk
Strafrechtelijke sancties richten zich op de bij de verkoop betrokken personen. Het beëindigen of het opheffen van de illegale verkooppunten wordt daarmee niet bereikt. Bestuursrechtelijke maatregelen richten zich wel op bij de verkoop betrokken woningen of lokalen.
Met het OM en de politie zal samengewerkt worden om naast strafrechtelijke vervolging, bestuursrechtelijke handhaving plaats te laten vinden.
Het moment van inbeslagname van drugs en het effectueren van de bestuursdwang kan enige tijd uit elkaar liggen, nu de eisen van zorgvuldigheid bij het toepassen van bestuursdwang in acht genomen moeten worden. Dit betekent niet dat na inbeslagname geen reden meer is de procedure van het opleggen van een last onder bestuursdwang te starten. Het plaatsvinden van tijdsverloop doet in beginsel niet af aan de aard en de ernst van hetgeen aan de sluiting ten grondslag wordt gelegd en het belang van het daarmee beoogde doel, te weten het definitief doorbreken van de gang naar de woning en de bekendheid van de woning of lokaal in kringen van handelaren en gebruikers van verdovende middelen.
Lijst 1 van de Opiumwet bevat een overzicht van harddrugs met een onaanvaardbaar risico. Het bezit van meer dan 0,5 gram harddrugs wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid en is strafbaar gesteld als een misdrijf. Op lijst II staan met name de hennepproducten die als softdrugs worden aangemerkt.
Bezit van softdrugs tot 30 gram is een overtreding. Bezit tot 5 gram zal veelal worden afgedaan met een politiesepot, bij meer dan 5 gram bezit is strafrechtelijke vervolging mogelijk. Bezit van meer dan 30 gram softdrugs wordt aangemerkt als handelshoeveelheid en is een misdrijf met bijbehorende zware sancties.
Bij een eerste overtreding in lokalen kan de burgemeester in ernstige gevallen besluiten tot een sluiting voor de duur van 12 maanden. In overige gevallen kan besloten worden tot een sluiting voor de duur van maximaal 12 maanden.
Bij een tweede overtreding binnen drie jaar kan de burgemeester in ernstige situaties besluiten tot een sluiting voor onbepaalde tijd. In overige gevallen tot een sluiting van 12 maanden.
Bij een derde overtreding binnen drie jaar kan de burgemeester in zowel ernstige als in overige situaties besluiten tot een sluiting voor onbepaalde tijd.
Bij een eerste overtreding in een woning kan de burgemeester in ernstige gevallen beslissen tot een sluiting voor de duur van in beginsel 12 maanden. Hier geldt expliciet dat in het geval er aanleiding is tot matiging de duur van de sluiting kan worden beperkt (tot een periode van minimaal 3 maanden). In overige gevallen kan de burgemeester een waarschuwing geven.
Bij een tweede overtreding binnen drie jaar kan de burgemeester in ernstige situaties besluiten tot een sluiting van 12 maanden. In overige gevallen tot een sluiting van in beginsel 12 maanden, afhankelijk van omstandigheden kan de duur gematigd worden tot een periode van minimaal 3 maanden.
Bij een derde overtreding binnen drie jaar kan de burgemeester in zowel ernstige als in overige gevallen besluiten tot een sluiting voor onbepaalde tijd.
Als uitgangspunt geldt dat als er sprake is van een mogelijke maximumsanctie het maximum wordt opgelegd, tenzij naar het oordeel van de burgemeester de omstandigheden van het concrete geval nopen tot het treffen van een lichtere maatregel.
Indien tot een sluiting voor onbepaalde tijd is besloten kunnen belanghebbenden, na het verstrijken van 2 jaren sinds de sluiting is bevolen, de burgemeester om opheffing van de sluiting verzoeken.
Constateringen die langer dan 3 jaren na de eerdere constatering(en) worden gedaan worden benaderd overeenkomstig 1e constateringen.
Na de sluiting is het verboden de woning of het lokaal te betreden op basis van artikel 2:33 lid 2 van de APV voor Delft (APV). Het gebouw mag alleen worden betreden als de burgemeester daartoe ontheffing heeft verleend, als bedoeld in datzelfde artikellid. In de regel wordt slechts ontheffing van het verbod verleend in geval van een dringende en/of zwaarwichtige reden. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen zal een schriftelijk en gedetailleerd verzoek om ontheffing moeten worden ingediend, waaruit in ieder geval duidelijk moet blijken voor wie de ontheffing moet gelden, voor welk doel en voor welke periode.
Als feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal het pand voor een ieder ontoegankelijk worden gemaakt.
Voorafgaand aan het besluit tot toepassing van een last onder bestuursdwang worden betrokkenen (bewoner en eigenaar) uitgenodigd voor het indienen van een zienswijze. Het gesprek kan zowel telefonisch als in persoon plaatsvinden. De zienswijze kan ook schriftelijk worden ingediend. Het gesprek vindt plaats met een vertegenwoordiger die namens de burgemeester optreedt en een vertegenwoordiger van de politie. De burgemeester maakt van zijn bevoegdheid tot sluiten pas gebruik als er geen ander, minder ingrijpend, middel voorhanden is om de overlast te bestrijden.
De gemeente vervult een coördinerende rol in het proces van het aanpakken van drugspanden. De samenwerking tussen de afdeling Veiligheid Advies van de gemeente Delft en Delftse wijkagenten uit de Eenheid Den Haag van de Nationale Politie zorgt voor een optimale bekendheid met de situatie. Bij vermoedens van drugshandel wordt overlegd met de eigenaar en de overlastgevende bewoner indien dit een ander is. Het inzetten van de procedure op basis van artikel 13b Opiumwet vindt plaats als laatste middel en nadat aannemelijk is geworden dat vanuit een lokaal of woning drugs verhandeld wordt.
De gemeente houdt een dossier bij over het pand ten aanzien waarvan situaties zijn geconstateerd waarop deze beleidslijn ziet. Het sluiten van een woning of lokaal kan alleen dan gerechtvaardigd worden wanneer sprake is van concrete, objectieve en verifieerbare gedragingen zoals het verkopen, afleveren of verstrekken van drugs vanuit de woning of het lokaal. Een dossier bij de gemeente bestaat zoveel mogelijk uit concreet omschreven waarnemingen, waarbij de tijd en datum genoteerd worden, die gecontroleerd zijn door een andere partij en waarvan foto’s of andere opnamen beschikbaar zijn. Bij het inzetten van de procedure op basis van artikel 13b Opiumwet, voert de gemeente nauw overleg met de politie ten aanzien van het dossier. De politie zorgt vervolgens voor het aanleveren van een dossier aan de burgemeester met het verzoek tot sluiting van het drugspand.
Aan de waarschuwingsplicht bij sluiting van woningen wordt uitvoering gegeven door de gemeente als men met de eigenaren en overlastgevers om de tafel zit.
De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning te definiëren. De burgemeester verstaat onder woning een voor bewoning gebruikte ruimte. Of een woning gebruikt wordt als woonruimte blijkt uit de Basis Registratie Personen (BRP) of uit de feitelijke omstandigheden. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de BRP staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als lokaal.
Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is een schriftelijke machtiging vereist. Op basis van de Awb is het bestuursorgaan dat een last onder bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een dergelijke machtiging. In het geval van artikel 13b Opiumwet is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Hij kan een schriftelijke machtiging verlenen.
Ingevolge artikel 5:25 van de Awb geschiedt de toepassing van een last onder bestuursdwang op kosten van de overtreder. In de last onder bestuursdwang wordt dit aan de overtreder medegedeeld. De kosten van voorbereiding van de last onder bestuursdwang zijn ook verschuldigd, voor zover als gevolg van het alsnog uitvoeren van de last onder bestuursdwang geen last onder bestuursdwang is toegepast. Het kan zijn dat zaken worden meegevoerd en opgeslagen om de last onder bestuursdwang toe te kunnen passen, als bedoeld in artikel 5:29 van de Awb. Zolang de verschuldigde kosten niet zijn voldaan, kan de teruggave van zaken opgeschort worden.
Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs in één van de verhuurde kamers is geconstateerd dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen.
Gelet op het bepaalde in artikel 8 van het EVRM (recht op ongestoord woongenot) zal er, indien tot een sluiting wordt besloten, tevens aandacht dienen te zijn voor de vraag of voor een bewoner vervangende woonruimte aangeboden dient te worden. Gelet op het Verdrag van de rechten van het kind behoeft dit extra aandacht indien er kinderen bij betrokken zijn. Het is tenslotte ook in verband met dit fundamentele recht dat indien de situatie daartoe aanleiding geeft er kan worden afgeweken van het overige gemeentelijke beleid inzake artikel 13b Opiumwet door bij een eerste overtreding te volstaan met een waarschuwing.
Indien zich een spoedeisende situatie voordoet, kan de burgemeester besluiten een last onder bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last onder bestuursdwang, zie hiervoor artikel 5:31, eerste lid, van de Awb. Artikel 5:31, tweede lid, van de Awb geeft het geval dat zelfs een situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht. In dat bijzondere geval wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit bekend gemaakt.
In artikel 5:23 Awb staat dat de afdeling 5.3 Awb niet van toepassing is op optreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Bij optreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde kan gedacht worden aan optreden tegen overtreding van een samenscholingsverbod. Dit staat los van de effectuering van de last onder bestuursdwang.
Na afloop van de sluitingstermijn vindt in overleg met de eigenaar en bewoners een overdracht van de woning plaats. Is er ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde dan komt de betreffende woning in aanmerking voor een verlenging van de duur van de sluiting. De betrokkenen worden bij mogelijke verlenging opnieuw gehoord.
Soms is sluiting niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid rond het gesloten pand te herstellen. De Wet Victor regelt het natraject van onder andere een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De Wet Victor maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 14 Woningwet) en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet). Het besluit tot beheer wordt genomen door het college van burgemeester en wethouders.
H andhavingsarrangement I: softdrugs of harddrugs in lokalen
Het verkopen, afleveren of verstrekken van een middel dan wel daartoe aanwezig hebben als bedoeld in lijst I of II in voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven OF niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven.
|
1. na schriftelijk verzoek van burgemeester toezenden van proces-verbaal |
||||
|
2. na schriftelijk verzoek van burgemeester toezenden van proces-verbaal |
Handhavingsarrangement II: softdrugs of harddrugs in woningen
Het verkopen, afleveren of verstrekken van een middel dan wel daartoe aanwezig hebben als bedoeld in lijst l of II woningen en bijbehorende erven.
Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.
Aldus vastgesteld op 23 november 2015 te Delft.
Ingevolge artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht wordt aan dit document de rechtsstatus van een beleidsregel, vastgesteld door de burgemeester, toegekend. Deze bevoegdheid ontleent de burgemeester aan artikel 13b van de Opiumwet. Deze beleidsregel zal volgens de gebruikelijke regels gepubliceerd worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-115539.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.