Gemeenteblad van Goes
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2014, 8743 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2014, 8743 | Verordeningen |
Inhoudsopgave :
1. Bevoegdhedenbesluit 20 14
2. Algemene en artikelsgewijze t oelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014
3. Opzet en uitleg kolommen Bevoegdhedenregister
4. Bevoegdhedenregister
1.Bevoegdhedenlijst algemeen (geldend voor alle afdelingen)
2.Bevoegdhedenlijst stafafdeling Financiën
3.Bevoegdhedenlijst stafafdeling Personeel en Organisatie
4.Bevoegdhedenlijst afdeling Vergunningen en Handhaving
5.Bevoegdhedenlijst afdeling Omgeving en Economie
6.Bevoegdhedenlijst afdeling Openbare Ruimte
7.Bevoegdhedenlijst afdeling Publiekszaken
8.Bevoegdhedenlijst afdeling Samenleving
9.Bevoegdhedenlijst afdeling Activering en Inkomen / Zorg
10.Bevoegdhedenlijst Gemeentearchief
11.Bevoegdhedenlijst Haven
12.Bevoegdhedenlijst Keuringscommissie motorrijtuigen
13.Bevoegdhedenlijst Politie
14.Bevoegdhedenlijst Hulpofficier van Justitie Zeeland (belast met uitvoering huisverbod)
15.Bevoegdhedenlijst Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer
16.Bevoegdhedenlijst Directeur SaBeWa
17.Bevoegdhedenlijst secretaris Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)
18.Bevoegdhedenlijst Directeur van de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (Mandaatbesluit RUD Zeeland 2014 gemeente Goes)
19.Bevoegdhedenlijst Directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2014 (t.b.v. de uitvoering van VTH-taken voor Wabo BRZO- en RIE 4-bedrijven)
5. Bijlagen
Bijlage 1 Standaardmachtiging
Bijlage 2 Het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in de tarieventabel behorende bij de legesverordening
Bijlage 3 Regeling budgethouders gemeente Goes
Bijlage 4 Mandaatbesluit inspecteurs parkeerbelastingen
Bijlage 5 In acht te nemen criteria voor bepalen locatie voor realisatie inzamelvoorzieningen ex artikel 9 van de Afvalstoffenverordening gemeente Goes
Bijlage 6 Lijst van aan medewerk(st)ers afdeling Publiekzaken doorgemandateerde bevoegdheden
Bijlage 7 Mandaat ontheffingen exceptioneel transport
Bijlage 8 Criteria oninbaar verklaringen
Bijlage 9 Voorwaarden en voorschriften mandaat, volmacht en machtigingsbesluit leerlingenvervoer
1.
Bevoegdhedenbesluit 2014
Onderwerp: Bevoegdhedenbesluit 2014
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Goes, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
overwegende dat,
het om redenen van efficiënt functioneren wenselijk is en blijft de daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden aan ambtenaren - of zonodig externen - te mandateren, dan wel hen daarvoor volmacht of machtiging te verlenen;
het als gevolg van actuele - gedeeltelijk al gerealiseerde – organisatorische veranderingen wenselijk wordt geacht het Bevoegdhedenregister met deze veranderingen in overeenstemming te brengen;
het tevens uit formeel-juridisch oogpunt gewenst is dat er over een actueel en inhoudelijk juist register kan worden beschikt;
het om administratief-technische redenen de voorkeur verdient het register integraal te actualiseren;
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek en de overige toepasselijk zijnde regelgeving;
b e s l u i t e n :
I in te trekken het Bevoegdhedenbesluit 2012 met het daarbij behorende register zoals deze op 17 januari 2012 zijn vastgesteld en sedertdien gewijzigd;
II de uitoefening van de bevoegdheden die genoemd zijn in het bij dit besluit behorende bevoegdhedenregister op te dragen aan de in dat register bij deze bevoegdheden genoemde functionarissen en
III ten aanzien van de uitoefening van deze bevoegdheden de navolgende regeling, in casu het ‘Bevoegdhedenbesluit 2014’, vast te stellen.
ARTIKEL 1
Begripsbepaling
In dit besluit wordt verstaan onder:
1.Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Er zijn twee soorten mandaat, te weten een afdoeningsmandaat en een ondertekeningsmandaat.
2.Afdoeningsmandaat: de bevoegdheid tot het nemen van besluiten, met inbegrip van het ondertekenen daarvan.
3.Ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid tot het ondertekenen van het door het bestuursorgaan genomen besluit.
4.Submandaat/ondermandaat: een door een gemandateerde verleend mandaat, van een aan hem/haar gemandateerde bevoegdheid, aan een derde.
5.Volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
6.Machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten, niet zijnde besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen.
7.Bevoegdhedenregister: een overzicht van de door bestuursorganen aan gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden verleende bevoegdheden.
8.Mandaatgever: degene die mandaat verleent
9.Volmachtgever: degene die volmacht verleent
10.Gemandateerde: degene aan wie mandaat is verleend.
11.Gevolmachtigde: degene aan wie volmacht is verleend.
12.Gemachtigde: degene aan wie een machtiging is verleend.
ARTIKEL 2
Verlening bevoegdheden
Mandaat, volmacht en machtiging worden verleend aan de functionarissen zoals vermeld in het bij deze regeling behorende bevoegdhedenregister en bij hun afwezigheid aan hun plaatsvervangers.
ARTIKEL 3
Bevoegdheid gemeentesecretaris
Onverminderd het bepaalde in artikel 2 is de gemeentesecretaris algemeen bevoegd om alle in het bevoegdhedenregister opgenomen onderdelen uit te oefenen met inbegrip van de ondertekening van stukken.
ARTIKEL 4
Doormandateren
1.Gemandateerden zijn, voor zover het de in het Bevoegdhedenregister genoemde bevoegdheden betreft en daarin niet wordt voorzien, bevoegd om, na verkregen goedkeuring van de mandaatgever, hun bevoegdheden schriftelijk door te mandateren aan een functionaris in een lager gelegen echelon. Bij dit doormandateren kunnen zij, met inachtneming van het mandaat, nadere schriftelijke richtlijnen vaststellen.
2.De machtiging tot doormandatering (submandaat) wordt vermeld op de mandaatlijst.
ARTIKEL 5
Regeling bij submandaat/volmacht/machtiging
1.In geval submandaat/volmacht/machtiging aan een behandeld ambtenaar is verleend, is tevens het afdelingshoofd bevoegd.
2.In geval van uitoefening van submandaat/volmacht/machtiging als bedoeld in het eerste lid, worden uitgaande stukken ondertekend als beschreven in artikel 9, met dien verstande dat de functie-aanduiding van de subgemandateerde, zijn/haar naam en zijn/haar handtekening worden vermeld.
ARTIKEL 6
Voorbereidings- en uitvoeringshandelingen
Het mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten omvat tevens het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals:
aa.het verstrekken van mondelinge en/of schriftelijke informatie van feitelijke en objectieve aard;
aa.het verzenden van ontvangstbewijzen;
ab.het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen en
ac.het verzorgen van publicaties.
ARTIKEL 7
Uitzonderingen
De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten conform het Bevoegdhedenregister, tenzij:
a.het besluit een afwijking zou inhouden van bestaand(e) beleid, richtlijnen, voorschriften en dergelijke en dus niet binnen de bestaande regeling kan worden genomen;
b.het besluit overschrijding van budgetten of kredieten tot gevolg kan hebben;
c.het besluit leidt tot niet in de begroting geraamde uitgaven/inkomsten;
d.de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen;
e.de portefeuillehouder heeft laten weten dat hij het voorstel aan het ter zake bevoegde bestuursorgaan wil voorleggen;
f.het besluit stoelt op contraire ambtelijke adviezen (van buiten de afdeling);
g.het besluit betrekking heeft op een aangespannen beroepsprocedure op een (mandaat)besluit in eerste aanleg;
h.het besluit betrekking heeft op een klacht van derden over de ambtenaar die het mandaatbesluit heeft genomen, of de wijze waarop de ambtenaar in het algemeen met zijn bevoegdheid omgaat;
i.het besluit een advies met een algemene strekking aan een andere overheid bevat of
j.indien er een voornemen tot wijziging van het geformuleerde beleid bestaat.
ARTIKEL 8
Besluitvorming op bezwaar
1.De bevoegdheid op een bezwaar te beslissen - en dit besluit te ondertekenen - wordt gemandateerd aan het hoofd van de (vak)afdeling waarvan zijn/haar medewerk(st)er krachtens mandaat op de aanvraag heeft beslist. Uitgezonderd zijn die beslissingen op bezwaar waarbij van het advies van de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften wordt afgeweken.
2.De bevoegdheid op een bezwaar te beslissen - en dit besluit te ondertekenen - wordt gemandateerd aan de portefeuillehouder daar waar het hoofd van de onder zijn verantwoordelijkheid vallende (vak)afdeling krachtens mandaat op de aanvraag heeft beslist. Uitgezonderd zijn die beslissingen op bezwaar waarbij van het advies van de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften wordt afgeweken.
3.Het (verder) doormandateren is niet toegestaan.
4.In alle andere gevallen blijft de besluitvorming aan burgemeester en wethouders of anders de burgemeester voorbehouden.
ARTIKEL 9
Wijze van ondertekening
1.Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
2.Zowel bij uitoefening van het afdoeningsmandaat als het ondertekeningsmandaat inzake opgedragen bevoegdheden van het college, worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
" Burgemeester en wethouders van Goes ,
Namens hen”,
[ de functieaanduiding van de gemandateerde ]
[zijn handtekening]
[naam van de mandataris]
1.Bij uitoefening van het afdoeningsmandaat en het ondertekeningsmandaat inzake opgedragen bevoegdheden van de burgemeester worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
1."De burgemeester van Goes,Namens hem,"
[ de functieaanduiding van de gemandateerde ]
[zijn handtekening]
[naam van de mandataris ]
1.Op overeenkomstige wijze vindt ondertekening plaats indien er sprake is van een volmacht of machtiging.
2.Bij plaatsvervanging treedt de plaatsvervanger in de functie van degene die hij vervangt en vindt, al naar gelang de bevoegdheid, ondertekening plaats overeenkomstig het bepaalde onder 2 of 3, met dien verstande dat de naam en de handtekening van de vervanger worden vermeld.
ARTIKEL 10
Rechtsmiddelenverwijzing
Indien tegen een krachtens mandaat genomen besluit een voorziening open staat, wordt daarvan in de betreffende stukken melding gemaakt. Dit met het vermelden van de instantie waarbij, de termijn waarbinnen en vormvereisten waarmee de voorziening moet worden gevraagd.
ARTIKEL 11
Actualisatie
1.De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor het actueel houden van het Bevoegdhedenregister.
2.Gewenste wijzigingen worden, door tussenkomst van de afdeling Samenleving, door de vakafdeling ter besluitvorming aan het verantwoordelijke bestuursorgaan voorgelegd. Na de besluitvorming ontvangt de afdeling Samenleving een afschrift van dit besluit.
3.De afdeling Samenleving zorgt voor opname in het Bevoegdhedenregister.
AR TIKEL 12
Terugkoppeling
Van de krachtens dit besluit genomen besluiten wordt in zwaarwegende gevallen incidenteel en anderszins structureel, door de gemandateerde/gevolmachtigde richting de mandaatgever/volmachtgever melding gemaakt.
ARTIKEL 13
Inwerkingtreding en citeertitel
Dit besluit (en het daarbij behorende register met bijlagen) treedt (treden) in werking met ingang van de dag na die waarop dit besluit bekend is gemaakt.
Het besluit kan worden aangehaald als ‘Bevoegdhedenbesluit 2014’.
Goes, 30 januari 2014.
De burgemeester van Goes,
mr. L.J. Verhulst
en
Burgemeester en Wethouders van Goes,
de secretaris, de burgemeester,
mr. H.E. Schild. mr. L.J. Verhulst
2.
Algemene - en artikelsgewijze toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014
Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014
Inleiding: het toekennen van bevoegdheden
In wettelijke regelingen zijn bevoegdheden toegekend aan bestuursorganen. De praktijk leert evenwel dat – al dan niet met inachtneming van wettelijk of anderszins nader bepaalde randvoorwaarden – vaak een formeel minder omslachtige en daarmee in aantal gevallen ook snellere afdoening van zaken wordt geprefereerd. Een werkwijze die mogelijk blijkt door bepaalde bevoegdheden op een lager niveau binnen de gemeentelijke organisatie weg te leggen. Daartoe dienen dan bepaalde bevoegdheden aan medewerk(st)ers te worden toegekend. Bevoegdheden die zich laten onderverdelen in het verlenen van toestemming tot het verrichten van:
1.publiekrechtelijke rechtshandelingen;
2.privaatrechtelijke rechtshandelingen en
3.feitelijke handelingen.
Ad 1. Publiekrechtelijke rechtshandeling:
Onder een publiekrechtelijke rechtshandeling wordt verstaan een handeling van de gemeente als overheidsinstelling jegens de burger, waarbij een publiekrechtelijk rechtsgevolg optreedt. Het verlenen van een vergunning kan daarvoor als voorbeeld worden genoemd.
Bij het toekennen van bevoegdheden tot het verrichten van publiekrechtelijke rechtshandelingen spreekt men over mandaatverlening.
Ad 2. Privaatrechtelijke rechtshandeling:
Een privaatrechtelijke rechtshandeling is een handeling tussen de gemeente als private partij en de burger, waarbij een privaatrechtelijk rechtsgevolg optreedt. Hier kan het afsluiten van een contact als voorbeeld worden genoemd.
Bij het toekennen van bevoegdheden tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen spreekt men over volmacht.
Ad 3. Feitelijke handeling:
Bij een feitelijke handeling treedt geen rechtsgevolg op. Als voorbeeld kan het aanleggen van een trottoir worden genoemd.
Bij het opdragen van bevoegdheden tot het verrichten van feitelijke handelingen spreekt men over machtiging.
Door de aanstelling van de ambtenaar in zijn/haar functie wordt hij/zij bevoegd feitelijke handelingen te verrichten die binnen zijn functie dienen te worden uitgevoerd.
Dit geldt echter niet voor het aangaan van publiek- en privaatrechtelijke rechtshandelingen. Hiervoor moet het bestuursorgaan een uitdrukkelijk besluit nemen.
Bev oegdhedenbesluit / Bevoegdheden register
In het hierna opgenomen Bevoegdhedenregister wordt expliciet aangegeven in welke functies ambtenaren bevoegd zijn welke bevoegdheden uit te oefenen. In de meeste gevallen betreft het een publiekrechtelijke handeling en is er dus sprake van een mandaat. In mindere mate gaat het om een privaatrechtelijke – of een feitelijke handeling en is respectievelijk de aanduiding volmacht of machtiging op zijn plaats.
Bij de totstandkoming van het Bevoegdhedenbesluit is, in het licht van de huidige praktijk, bezien welke situatie van bevoegdhedenverlening, de meest wenselijke is. Vervolgens is deze in overeenstemming gebracht met hetgeen juridisch haalbaar is. Geconstateerd is daarbij dat het zo laag mogelijk in de organisatie wegleggen van mandaat niet altijd mogelijk is of wenselijk wordt geacht.
Hoofdregel in de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) is dat een bestuursorgaan bevoegd is mandaat te verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet (artikel 10:3, lid 1 Awb). Dit betekent dat het verlenen van mandaat in beginsel is toegestaan, ook al bepaalt de (bijzondere) wet dit niet uitdrukkelijk.
In het Bevoegdhedenbesluit 2014 zijn nadere regels opgenomen die op de algemene mandaatverlening binnen de gemeente Goes van toepassing zijn. Een juiste naleving daarvan vormt een waarborg voor bevoegd genomen besluiten.
Afdoeningsmandaat
Daar waar mogelijk wordt uitgegaan van een algemeen -/afdoeningsmandaat, wat betekent dat niet alleen mandaat wordt verleend om in het kader van een bepaalde bevoegdheid besluiten te nemen, of om een bepaalde categorie besluiten te nemen, maar ook om deze namens het verantwoordelijke bestuursorgaan te ondertekenen.
Ondertekeningsmandaat
Van een andere vorm van mandaat, te weten het ondertekeningsmandaat, is sprake in die gevallen waarbij het bestuursorgaan zelf het besluit heeft genomen, maar niet in de gelegenheid is om dit te ondertekenen of hiervan om praktische redenen - bijvoorbeeld bij het moeten ondertekenen van een groot aantal gelijkluidende beschikkingen - afziet.
Ook voor deze mandaatvorm geldt dat de bevoegdheid slechts kan worden overgedragen als de aard van de bevoegdheid zich daartegen niet verzet.
In het Bevoegdhedenbesluit zijn (algemene) bepalingen opgenomen die in beginsel alle gemandateerden/gevolmachtigden in acht dienen te nemen. Het bijbehorende (Bevoegdheden)register verwijst – in voorkomende gevallen - naar het (tevens) van toepassing zijnde wettelijk kader en de eventueel bij de uitoefening van de overgedragen bevoegdheid nog in acht te nemen randvoorwaarden.
Overigens is de term bevoegdheden in de aanduiding bevoegdhedenregister gebruikt omdat zowel het verlenen van mandaat als het verlenen van volmacht en machtiging hierin een regeling vindt.
In dit register wordt, naast een algemeen deel dat op de gehele organisatie van toepassing is, per afdeling specifiek aangegeven welke functionaris welke bevoegdheid krijgt toebedeeld. Een bijbehorende toelichting verklaart de op de lijsten voorkomende aanduidingen.
Het geheel wordt, daar waar nodig, gecompleteerd met enige bijlagen.
Afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijd ens transitiefase van sectoren- naar directiemodel
Burgemeester en wethouders hebben besloten om de organisatiestructuur van een sectorenmodel naar een directiemodel te wijzigen. Dit besluit is inmiddels aan de OR voor advies voorgelegd.
Verder is met ingang van 1 januari 2014 in het vervullen van de per 1 december 2013 vacant gekomen functie van gemeentesecretaris voorzien. De als gevolg daarvan vacant gekomen functie van sectorhoofd Grondgebied is en wordt, gelet op de hiervoor genoemde organisatiewijziging, niet meer ingevuld.
Voorts zijn sedert 1 januari 2014 het diensthoofd en bij afwezigheid het waarnemend diensthoofd tijdens de transitiefase van het sectoren- naar het directiemodel belast met de sectorhoofdtaken grondgebied, samenleving, publiekszaken en archief, inclusief de daarbij behorende afdoenings- en ondertekeningsmandaten.
In de voorliggende versie van het bevoegdhedenregister zijn de nodige bevoegdheden (lees afdoening- en ondertekeningsmandaten) evenwel nog steeds bij het sectorhoofd neergelegd. Pas bij het operationeel worden van het directiemodel en de daarop afgestemde - thans nog te maken -(werk)afspraken zal dit register met dit (gewijzigde) model in overeenstemming worden gebracht. Daar waar in het register de afdoening en ondertekening aan het sectorhoofd zijn overgedragen dient deze overdracht - zij het dus vooralsnog tijdelijk - echter wel met inachtneming van voornoemde belasting van het (waarnemend) diensthoofd te worden gelezen. Het is dus deze functionaris die met de genoemde bevoegdheden/taken is belast.
Totstandkoming
Het besluit en het register met bijlagen zijn in overleg met alle afdelingen tot stand gekomen. Daarbij heeft elke afdeling vanuit haar eigen discipline aangegeven op welke wijze bevoegdheden in de organisatie behoren te worden weggelegd en diverse malen de gelegenheid gehad op gecorrigeerde concept-versies van het besluit en het register met bijlagen te reageren.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
(Begripsbepaling)
Mandaat
De gemeentelijke bestuursorganen voeren bestuursrechtelijke rechtshandelingen uit. Voorbeelden zijn het verlenen van een vergunning door de burgemeester of het verstrekken van subsidie door het college. Al deze bevoegdheden steunen op een bestuursrechtelijke wet, waarin die bevoegdheid zijn grondslag kent.
Als een bestuursorgaan een bestuursbevoegdheid opdraagt aan een ambtenaar noemen we dat mandaat. De ambtenaar oefent die bevoegdheid dan namens het bestuursorgaan uit.
Verschil met delegatie - waarbij de bevoegdheid van het ene bestuursorgaan op het andere overgaat - is dat het bestuursorgaan bij mandaat de bevoegdheid niet verliest. De verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid blijft bij het bestuursorgaan. Hierbij mag het bestuursorgaan op elk moment de bevoegdheid zelf uitoefenen en tussentijds algemene en bijzondere instructies aan de ambtenaar geven over de wijze waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend.
Voorwaarde voor de juridische binding is dat het besluit is genomen binnen de grenzen van de gemandateerde bevoegdheid. Dit spreekt voor zichzelf, omdat buiten de grenzen van wat is gemandateerd geen bevoegdheid bestaat.
Wordt een besluit genomen over een onderwerp dat buiten de bevoegdheid ligt, dan is sprake van een onbevoegd genomen besluit. Het gevolg van een onbevoegd genomen besluit kan zijn dat dit in rechte wordt vernietigd.
Mandaat en budgethouderschap
De gemeenteraad stelt budgetten beschikbaar door de begroting vast te stellen (budgetrecht artikel 191 Gemeentewet). Het college voert de begroting op grond van artikel 160 van de Gemeentewet uit. In de Regeling Budgethouders gemeente Goes is geregeld welke functionaris op welke wijze over bepaalde budgetten kan beschikken.
Om budgetten te kunnen aanwenden is het nodig dat bepaalde bestuursrechtelijke -, privaatrechtelijke - of feitelijke handelingen worden verricht. Er moet bijvoorbeeld een overeenkomst met een leverancier worden gesloten.
Het is belangrijk om te beseffen dat de budgethouder niet automatisch op grond van zijn budgethouderschap de nodige bijbehorende handelingen mag verrichten, maar hiervoor aparte mandaten, volmachten en/of machtigingen nodig heeft van het ter zake bevoegde bestuursorgaan. Deze zijn te vinden in het Bevoegdhedenregister.
Volmacht
De gemeente kan ook als ´gewoon´ rechtspersoon (net als een B.V. bijvoorbeeld) deelnemen aan het rechtsverkeer en voert in die hoedanigheid dan privaatrechtelijke rechtshandelingen uit. Voorbeelden zijn het aan- of verkopen van grond, het sluiten van een contract, het verlenen van een opdracht tot onderzoek of het aanschaffen van een product.
De privaatrechtelijke tegenhanger van mandaat is de volmacht. Zo kan de burgemeester zijn bevoegdheid om een overeenkomst te ondertekenen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon, bijvoorbeeld een ambtenaar of een notaris. Dit gebeurt dan met een volmacht.
In de Awb zijn volmacht en machtiging door middel van een schakelbepaling onder de werking van de bepalingen over mandaat gebracht (artikel 10:12 van de Awb). Wat geldt voor de mandaten, geldt ook voor de volmachten en de machtigingen.
Machtiging
Naast bestuursrechtelijke - en privaatrechtelijke rechtshandelingen verricht de gemeente ook feitelijke handelingen. Dit zijn de gewone dagelijkse handelingen die geen rechtsgevolgen hebben. Voorbeelden daarvan zijn het planten van een boom, het uitoefenen van toezicht in de stad, het verstrekken van informatie aan burgers of het aanleggen van een uitrit. Ook het voeren van verweer bij de rechtbank valt hieronder. Een machtiging wordt verleend in het geval dat er geen sprake is van een besluit, maar ook niet van een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 2
(Verlening bevoegdheden)
Mandaat is in de regel een opdracht aan een hiërarchisch ondergeschikte. Het college mandateert bijvoorbeeld het afdelingshoofd van een afdeling om namens het college vergunningen te verlenen. (Mandaat aan een niet-ondergeschikte komt echter ook voor. Een voorbeeld daarvan is het mandaat dat de gemeente verleend aan de directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer)
Overigens wanneer een gemandateerde afwezig is, is zijn plaatsvervanger bevoegd om het mandaat uit te oefenen. Let wel: er behoort (formeel) sprake te zijn van een plaatsvervanger die, bijvoorbeeld met een daartoe opgestelde vervangingsregeling, als zodanig is aangewezen.
Artikel 3
(Bevoegdheid gemeentesecretaris)
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 4
(Doormandateren)
Voorzien wordt hier in de mogelijkheid dat de gemandateerde in voorkomende gevallen zijn/haar bevoegdheid doormandateert aan een in regel lager in de organisatie geplaatste functionaris. Voorwaarde daarvoor is wel dat de aanvankelijke mandaatgever daarmee instemt.
Artikel 5
(Regeling bij submandaat/volmacht/machtiging)
In geval submandaat/volmacht/machtiging aan een behandeld ambtenaar is verleend, is tevens het afdelingshoofd bevoegd.
Het ter zake bevoegde bestuursorgaan (het college of de burgemeester) behoudt overigens te allen tijde ook zijn bevoegdheid.
Artikel 6
(Voorbereidings- en uitvoeringshandelingen)
Een gemandateerde bevoegdheid omvat ook de daarbij behorende voorbereiding en uitvoering, zoals het inwinnen van de nodige inlichtingen, het doen van mededelingen over bestaand beleid, het verzorgen van correspondentie over de uitvoering van besluitvorming, etc.
Artikel 7
(Uitzonderingen)
In het Bevoegdhedenbesluit worden grenzen gesteld aan de omvang van de bevoegdhedenverlening, in die zin dat er situaties zijn waarin het/de mandaat/volmacht/machtiging niet geldt en het besluit door het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan wordt genomen. Als regel wordt bijvoorbeeld gesteld dat besluiten geen afwijking van het bestaande beleid tot gevolg mogen hebben. Besluiten die afwijken van het beleid, moeten dan aan het bestuur worden voorgelegd.
Ook moet een besluit aan het bevoegde bestuursorgaan worden voorgelegd als er geen eensluidend ambtelijk advies (van buiten de afdeling) is.
Verder kunnen besluiten waarvoor geen financiële dekking aanwezig is, niet in mandaat worden afgedaan.
De verantwoordelijkheid en de beslissing om in de in dit artikel beschreven situaties niet van het gegeven mandaat gebruik te maken, ligt bij de gemandateerde functionaris.
Artikel 8
(Besluitvorming op bezwaar)
Aanvankelijk ging de inkomende post - en dus ook een inkomend advies van de bezwaarschriftencommissie - eerst langs het college. Voor zover het de afwikkeling van dit advies betrof werd - afhankelijk van een (voorlopig) oordeel - vervolgens een primaat door de vakafdeling gemaakt waarin het verantwoordelijke bestuursorgaan werd aangegeven hoe op het ingekomen bezwaar te beslissen. Daar waar het advies kon worden opgevolgd werd het bezwaarschrift direct door de vakafdeling afgehandeld en bleef het opstellen van een primaat achterwege.
In alle gevallen lag de beslissingsbevoegdheid bij het verwerend bestuursorgaan.
In de afhandeling van ingekomen post is inmiddels wijziging aangebracht. Deze gaat thans niet meer eerst langs het college, maar wordt nu direct naar de vakafdeling doorgezonden. Deze beoordeelt vervolgens hoe daarmee om te gaan. Met deze benadering kan een snelle afwikkeling worden bevorderd.
Thans worden dus ook de adviezen van de bezwaarschriftencommissie direct naar de vakafdeling doorgestuurd, die vervolgens beoordeelt of deze moeten worden opgevolgd of dat er contrair moet worden gegaan. Slechts in dat laatste geval behoeft de afwikkeling het opstellen van een primaat.
Een dergelijke werkwijze werkt sneller - bezwaarde ontvangt eerder zijn beslissing op het bezwaar - en kost minder inspanning. Bovendien kan de afdeling, al dan niet in overleg met de portefeuillehouder, het beste beoordelen of er contrair moet worden gegaan.
Overigens ontvangen burgemeester en wethouders van het inkomende advies wel een afschrift.
Met hetgeen in dit artikel nu is vastgelegd kan worden bewerkstelligd dat niet alleen de afwikkeling van bezwaarschriften wordt vereenvoudigd, maar ook dat de doorlooptijd daarvan (verder) wordt verkort. Kortom er kan door het in voorkomende gevallen naar een lager niveau verleggen van de beslissingsbevoegdheid nog efficiënter worden gewerkt.
Volledigheidshalve is uitdrukkelijk bepaald dat degene die krachtens mandaat heeft beslist, niet bevoegd is om ook op het bezwaar tegen dat besluit te beslissen. Dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 10:3, lid 3 van de Awb.
Artikel 9
(Wijze van ondertekening)
De burger die met een besluit wordt geconfronteerd dat in mandaat is genomen, dient hierover te worden geïnformeerd, zo bepaalt artikel 10:10 van de Awb. Deze informatieplicht vloeit ook voort uit het meer omvattende beginsel van de rechtszekerheid. Het krachtens mandaat genomen besluit moet dan ook vermelden namens welk bestuursorgaan het is genomen. In artikel 9 staat precies beschreven hoe besluiten die in mandaat zijn genomen, moeten worden ondertekend.
Overigens is er, mede op basis van de gebezigde werkwijze dat door het bestuursorgaan genomen besluiten in de regel ook zelf/persoonlijk door dit orgaan worden ondertekend en er dus in zeer beperkte mate sprake is van sec een ondertekeningsmandaat, voor gekozen om - bijvoorbeeld door de aanduiding “ondertekend namens” - qua ondertekening geen onderscheid aan te brengen tussen besluiten die krachtens afdoeningsmandaat tot stand zijn gekomen en die waarvoor slechts ondertekeningsmandaat geldt. De aanduiding “namens” wordt afdoende geacht om duidelijk te maken dat hier van (een vorm van) mandaat sprake is.
Bij ondertekening volgens volmacht of machtiging is voor een zelfde systematiek gekozen.
Bij het vermelden van de functieaanduiding van de gemandateerde dient in beginsel van de in het functieboek opgenomen benaming van zijn/haar functie te worden uitgegaan. Daar waar dit evenwel tot onduidelijkheid zou kunnen leiden of anderszins ongewenst is, kan aan het vermelden van een meer op de gemandateerde bevoegdheid afgestemde aanduiding worden gedacht. Bijvoorbeeld medewerker grondverkoop.
Artikel 10
(Rechtsmiddelenverwijzing)
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting
Artikel 11
(Actualisatie)
Het mag voor zich spreken dat het om redenen van formele aard wenselijk is dat het overzicht van mandaten,volmachten en machtigingen actueel blijft. Dit brengt met zich mee dat alle wijzigingen in het besluit en het register – dus ook die welke het overdragen van de bevoegdheid aan externen betreft - moeten worden geregistreerd.
Dit artikel voorziet in een wijze waarop dit bewerkstelligd wordt.
Overigens verdient het, voor zover natuurlijk noodzakelijk, uit praktische overwegingen aanbeveling het bevoegdhedenregister in ieder geval éénmaal per jaar te (laten) actualiseren en openbaar te maken. Hierdoor kan worden voorkomen dat bijvoorbeeld in mandaat besluiten worden genomen, waarvoor een wettelijke grondslag, door het verouderd/achterhaald zijn daarvan, inmiddels ontbreekt.
Voorts is het aan te bevelen alle geregistreerde verleende mandaten, volmachten en machtigingen en wijzigingen daarin, op een centrale plek in de organisatie ter inzage te leggen en centraal raadpleegbaar te maken.
Artikel 12
(Terugkoppeling)
Het is van belang dat er vanuit de ambtelijke organisatie een goede terugkoppeling plaatsvindt met de bestuursorganen die mandaat e.d. verlenen. Bij het maken van een keuze ten aanzien van de wijze waarop dit behoort plaats te vinden kunnen diverse uitgangspunten relevant zijn.
Zo behoort een organisatie ook wat de toepassing van mandaat- en aanverwante bevoegdheden betreft transparant te zijn.
Daarnaast behoort iemand die bevoegdheden overgedragen heeft gekregen ook verantwoording af te leggen over de wijze waarop hij/zij daarvan gebruik heeft gemaakt.
Verder zijn er mogelijkerwijs politiek-bestuurlijke overwegingen die er, al naar gelang de zwaarte van de overgedragen bevoegdheid, voor (kunnen) pleiten dat met enige regelmaat, in meer of mindere mate, richting mandaat-/volmachtgever inzichtelijk wordt gemaakt in welke gevallen de overgedragen bevoegdheid is gebruikt.
Op basis van de terugkoppeling kan, indien nodig of gewenst, ook worden bepaald of en zo ja op welke manier, de wijze van afdoen aanpassing behoeft.
Artikel 13
(Inwerkingtreding en citeerartikel)
Mandaatbevoegdheden dienen op grond van de Awb bekend te worden gemaakt. Immers een mandaatbesluit is ingevolge deze wet een besluit. Artikel 3:42 daarvan geeft aan op welke wijze deze bekendmaking dient plaats te vinden.
3.
Opzet en uitleg kolommen Bevoegdhedenregister
Opzet en uitleg kolommen Bevoegdhedenregister
Bevoegdhedenlijst afdeling………..
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
AAH = Adjunct-afdelingshoofd (bureauhoofd A)
BH = Bureauhoofd
CTV = Coördinator team vergunningen
JMH = Juridisch medewerker handhaving
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
Kop
Melding wordt gemaakt voor welke afdeling(en) de onder deze kop genoemde toekenning van bevoegdheden geldt.
Daarnaast worden de voor de bevoegdheden en functies gebruikte afkortingen nader verklaard.
Volgnummer
Volgnummers zijn gebruikt om de bevoegdhedenlijst leesbaarder te maken. Hiermee wordt geen voorrangsregel aangegeven.
Omschrijving bevoegdheid
Omschreven wordt wat de bevoegdheid feitelijk inhoudt.
Een exacte omschrijving is noodzakelijk om de begrenzing van de bevoegdheid (los van de mogelijke beperkingen) te kunnen vaststellen.
Regeling
Aangegeven wordt op welke wettelijke regeling of op welk juridisch kader de gegeven bevoegdheid is gebaseerd.
Artikel(en)
Hier worden, voor zover aanwezig, de van toepassing zijnde artikelen uit de/het vermelde regeling(en)/kader aangehaald.
In combinatie met de gegeven omschrijving van de overgedragen bevoegdheid kan over de reikwijdte geen onduidelijkheid meer bestaan.
Indien de regeling/het kader – al dan niet in combinatie met de daarbij behorende artikelen - niet is aangegeven, dan wel deze is verouderd, zal uit de omschrijving van de bevoegdheid blijken om welke bevoegdheid het gaat. Deze omschrijving is in dat geval dan doorslaggevend.
Ma ndaat (Vorm, Door, Aan en Sub)
In deze kolom wordt onder “vorm” vermeld van welke vorm van bevoegdheidsoverdracht
(afdoenings-, ondertekeningsmandaat, volmacht of machtiging) sprake is.
De volgende afkortingen worden gebruikt:
A afdoeningsmandaat
O ondertekeningsmandaat
V volmacht
MG machtiging
Door
Hieronder wordt aangegeven welk bestuursorgaan zijn bevoegdheid overdraagt.
Aan
Deze kolom vermeldt aan wie de bevoegdheid (in principe) is overgedragen.
Sub (= sub- mandaat )
Indien de overgedragen bevoegdheid vervolgens weer aan anderen is overgedragen wordt hiervan in deze kolom melding gemaakt.
Opmerkingen
Hier worden andere nog relevant zijnde aandachtspunten vermeld. In enkele gevallen wordt verder naar een afzonderlijke bijlage verwezen.
4. Bevoegdhedenregister
4.1
Bevoegdhedenlijstalgemeen (geldend voor alle afdelingen)
Bevoegdhedenlijst algemeen ( geldend voor alle afd elingen)
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
AAH = Adjunct-afdelingshoofd (bureauhoofd A)
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
I |
Algemeen |
|||||||
|
Algemene correspondentie van informatieve aard en/of werkzaamheden de afdeling betreffende, voor zover hierna niet anders aangeduid |
-- |
MG |
B&W en B |
AH |
BA |
Met uitzondering van brieven of andersoortige stukken met persoonlijk karakter, waaronder brieven aan H.M. de Koningin, een Minister, een Commissaris van de Koningin of een lid van het college van Gedeputeerde Staten. |
||
|
Tekenbevoegdheid voor zover niet anders in dit register is opgenomen of voor zover dit hieruit niet blijkt in gevallen waarbij mandaat is verleend en op grond van de budgethoudersregeling over de benodigde (financiële) middelen kan worden beschikt |
-- |
Artikel 171 Gemeentewet |
V/ MG |
B&W en B |
AH |
|||
|
Ondertekening overeenkomsten in verband met •Stagiaires •Gedetineerden (POI) •Plaatsingen i.h.k.v. raad van kinderbescherming •Uitzendkrachten •ZZP-ers •Gedetacheerden •Re-integratiekandidaten |
-- |
V |
B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
|||
|
Algemeen mandaat t.b.v. uitvoeringshandelingen niet zijnde beschikkingen zoals het schriftelijk geven / vragen / rappelleren (om) informatie; indienen aanvragen; declareren/betaalbaar stellen van bijdragen; adviseren hogere overheden m.b.t. individuele aanvragen; gehoord worden; indienen planningen; toetsing aan vastgestelde criteria m.u.v. financiële regelingen volkshuisvesting (woningbouw, -verbetering, -aanpassing, -bewoning; incl. woonwagens) |
-- |
MG |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
|||
|
Machtiging om organen van de gemeente en de gemeente te vertegenwoordigen tijdens zittingen van het provinciaal bestuur, andere overheden, Rechtbank Middelburg, Afd. bestuursrechtspraak van de Raad van State, Centrale Raad van beroep |
Standaardmachtiging |
MG |
B&W en B |
BA |
Voor gemachtigden zie bijlage 5.1. Betreft standaardmachti-ging die zo nodig kan worden geactualiseerd |
|||
|
II |
CAR/UWO (voor overige CAR/UWO bevoegdheden zie afdeling P&O) |
|||||||
|
Aanstelling en arbeidsovereenkomst |
CAR/UWO: Aanstelling en arbeidsovereen-komst |
Hoofdstuk 2, artikelen 2:1 t/m 2:5 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Mandaat geldt tot en met functieniveau 8 |
|
|
Opdracht tot verrichten overwerk Beslissing al of niet uitbetalen |
CAR/UWO Salaris en vergoedingsregelingen |
Hoofdstuk 3, artikelen 3:2 en 3:2:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Feitelijke arbeidsduur incl. 4x9 uur werken |
CAR/UWO Arbeidsduur en werktijden |
Hoofdstuk 4, artikel 4:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Na overleg met sectorhoofd |
|
|
Opbouw spaaruren |
CAR/UWO Arbeidsduur en werktijden |
Hoofdstuk 4 , artikelen 4:3 en 4:3:1. t/m 4:3:3 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Koop/verkoop vakantie-uren |
CAR/UWO Uitwisselen van arbeidsvoorwaar-den (geheel) |
Hoofdstuk 4a |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Verlenen verlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6 artikel 6:1:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO, SH G, AH en BH |
Verlof wordt verleend door direct leidinggevende |
||
|
Overschrijden formele arbeidsduur |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikelen 6:2 en 6:2:2. |
A |
B&W |
DH, SH MO, SH G, AH en BH |
AH |
Maximaal 90,7 uur per jaar bij een volledige betrekking |
|
|
Intrekken verlof medewerkers en bureauhoofden; |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:2:5 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Calamiteitenverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SHG |
AH |
||
|
Kortdurend zorgverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikelen 6:4 en 6:4:3 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Verlenen buitengewoon verlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Na advies afdeling P&O |
|
|
Langdurend zorgverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4:1a |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Na advies afdeling P&O |
|
|
Sollicitatieverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4:1:2 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Na advies afdeling P&O |
|
|
Zwangerschaps- en bevallingsverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:7 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Na advies afdeling P&O |
|
|
Verplichting geneeskundig onderzoek |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:2:5 |
A |
B&W |
DH |
AH |
||
|
Opstellen plan van aanpak |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:9, lid 3 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Tezamen met personeels-consulent |
|
|
Medewerking aan reïntegratie |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:11 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Tezamen met personeels-consulent |
|
|
Verplichting medisch onderzoek |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:12 |
A |
B&W |
DH |
AH |
||
|
Persoonlijk gebruik van goederen en diensten |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:3 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Plicht tot aanvaarden van andere betrekking: Tijdelijk niet tot zijn betrekking behorende werkzaamheden te verrichten/tijdelijk een andere betrekking waarnemen; Tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de vastgestelde werktijden; |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:10 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Beoordeling van de ambtenaar |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:15 |
A |
B&W |
AH* |
* AH = diensthoofd, sector-hoofd, afdelingshoofd, bureauhoofd, opzichter, raadsgriffier, projectleider, coördinator havens |
||
|
Verlof korte cursussen |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:27:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Persoonlijk ontwikkelingsplan |
CAR/UWO Opleiding en ontwikkeling |
Hoofdstuk 17, artikel 17:1:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Toekenning aanvraag |
CAR/UWO PC-privé-regeling gemeente Goes |
Hoofdstuk 42.1, artikel 4 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Terugbetaling |
CAR/UWO PC-privé-regeling gemeente Goes |
Hoofdstuk 42.1, artikel 6 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Aan- en verkoop verlofuren |
CAR/UWO Uitvoeringsvoorschriften uitwisselen arbeidsvoorwaarden (geheel) |
Hoofdstuk 42.2 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Toekennen aanvraag |
CAR/UWO Fiets-privé-regeling |
Hoofdstuk 42.3, artikel 4 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Terugbetaling |
CAR/UWO Fiets-privé-regeling |
Hoofdstuk 42,3, artikel 7 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Aanvraag |
CAR/UWO Vakbondscontributie |
Hoofdstuk 42.4, artikel 3 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Aanvraag |
CAR/UWO Woon-werkverkeer |
Hoofdstuk 42.5, artikel 8 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Incidenteel drankgebruik: Werknemer direct naar huis sturen Disciplinaire maatregelen |
CAR/UWO Regeling alcohol en werk |
Hoofdstuk 43.5 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Na overleg met afdeling P&O |
|
|
Frequent drankgebruik Werknemer doorsturen naar bedrijfsarts |
CAR/UWO Regeling alcohol en werk |
Hoofdstuk 43.5 |
A |
B&W |
DH |
AH |
Na overleg met afdeling P&O |
|
|
Toepassen gemeentelijk reisbesluit 1994 |
CAR/UWO Gemeentelijk reisbesluit 1994 |
Hoofdstuk 45.1 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
II I |
Algemene wet bestuursrecht |
|||||||
|
Verlangen schriftelijke machtiging |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 2:1 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Doorzending stukken naar bevoegd orgaan |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 2:3 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
||
|
Aanvullen aanvraag, vertaling bijvoegen, leveren samenvatting en niet behandelen |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 4:5 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Afwijzen bij herhaalde aanvraag |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 4:6 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Horen aanvrager |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 4:7 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Horen belanghebbenden |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 4:8 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Verlenging termijn |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 4:14 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Besluiten met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden |
Algemene wet bestuursrecht |
Titel 4.4 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Invorderen dwangsom |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 5:37 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Verzuim herstellen |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 6:6 |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|
|
Uitstel beslissing op bezwaar |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 7:10 |
A |
B&W en B |
BA* |
* BA is coördinator cluster juridische zaken afdeling Samenleving |
||
|
IV |
Overig juridisch (o.a. Wob en Wbp) |
|||||||
|
Alle besluiten omtrent vragen om inlichtingen over genomen besluiten |
Wet openbaarheid van bestuur |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
||
|
Alle besluiten omtrent vragen over bestaand beleid |
Wet openbaarheid van bestuur |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
||
|
Alle overige besluiten van feitelijke aard |
Wet openbaarheid van bestuur |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
||
|
Melding, informeren betrokkene, inzage geven, corrigeren e.d. |
Wet bescherming persoons-gegevens (geheel) |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
||
|
Verzoek aan Raad van State, rechtbank en andere beroepsinstanties mede te delen of beroep is aangetekend |
-- |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
||
|
Opvragen stukken bij Raad van State, rechtbank en andere beroepsinstanties |
-- |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
||
|
Alle besluiten, die uitsluitend iets vastleggen over te volgen procedures alsmede over handelingen ter uitvoering van genomen besluiten, zoals Besluiten om geen nader verweer te voeren in beroepszaken als geen nieuwe feiten bekend zijn |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
Bij afdeling Vergunningen en Handhaving verder doorgemandateerd aan AAH |
|||
|
V |
Financieel |
|||||||
|
Het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in de tarieventabel behorende bij de legesverordening |
Gemeentelijke leges- Verordening + tarieventabel |
A |
AH Financiën |
AH, DH en BA |
Zie bijlage 5.2 |
|||
|
Vastleggen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden |
Regeling budgethouders gemeente Goes |
A |
B&W |
* |
* Voor mandatarissen zie bijlage 5.3 (Regeling budgethouders gemeente Goes) |
|||
|
Besluiten om ingediende verzoeken te betrekken bij de behandeling van de meerjarenbegroting, de begroting, het beleidsplan, het subsidieverdeelplan e.d. |
-- |
A |
B&W en B |
DH, SH MO en SH G |
AH |
4.2
Bevoegdhedenlijst stafafdeling Financiën
Bevoegdhedenlijst stafafdeling Financiën
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Op grond van a.m.v.b. verstrekken van gegevens inzake: •Liquiditeits- en schuldpositie; •Ontvangen waarborgsommen; •Reserves en voorzieningen; •Gesloten geldleningen; •Garantieverleningen. |
Wet FIDO |
Artikel 8 |
A |
B&W |
DH |
AH |
||
|
Bevoegdheid tot het ondertekenen van royementen van hypothecaire inschrijvingen van door de gemeente verstrekte leningen of garanties |
-- |
V |
B&W |
DH |
AH |
Onder voorwaarde dat er geen geldleningen of gemeentegaranties meer bij de gemeente openstaan. Indien het een nog open-staande gemeentegarantie van de RWS betreft wordt, indien sprake is van het laten vervallen van een hypothecair recht voor een koopgarant woning de bevoegdheid tot het ondertekenen van royementen van hypothecaire inschrijvingen ook gemandateerd aan het hoofd Financiën. |
||
|
Aangaan van kortlopende schulden (leningen met een looptijd korter dan 2 jaar, zoals daggeld- of kasgeldleningen) |
Liquiditeitsbeheer |
V |
B&W |
DH |
AH |
|||
|
Tekenen van schuldbekentenissen voortvloeiende uit het aangaan van kortlopende schulden |
Liquiditeitsbeheer |
V |
B |
DH |
AH |
|||
|
5. |
Tegemoetkoming aan onbillijkheden |
Algemene wet inzake rijksbelastingen |
Artikel 63 |
A |
B&W |
AH |
Ondermandatering is niet mogelijk |
|
|
Kwijtschelding van een bij beschikking opgelegde boete |
Algemene wet inzake rijksbelastingen |
Artikel 66 |
A |
B&W |
AH |
Ondermandatering is niet mogelijk |
||
|
Instellen van cassatie bij de Hoge Raad betreffende gem. belastingen |
Algemene wet inzake rijksbelastingen |
A |
B&W |
AH |
Ondermandatering is niet mogelijk |
|||
|
Geheel/gedeeltelijk oninbaar verklaren van belasting |
Gemeentewet |
Artikel 255, lid 5 |
A |
B&W |
AH |
Ondermandatering is niet mogelijk |
||
|
Toepassen hypotheekregeling |
CAR/UWO: Hypotheekregeling (geheel) |
Hoofdstuk 46.1 |
V |
B&W |
AH |
|||
|
10. |
Toekennen van vergoeding van schade aan kleding e.d. |
CAR/UWO: Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:23:1 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker financiën en voor zover betrekking hebbend op gladheidsbestrijders; voor overige zie P & O |
|
11. |
Toekennen van vergoeding van schade aan motorvoertuigen |
CAR/UWO: Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:23:2 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker financiën en voor zover betrekking hebbend op gladheidsbestrijders; voor overige zie P & O |
|
12. |
Uitvoering verzekering |
CAR/UWO: Collectieve ongevallen verzekering (geheel) |
Hoofdstuk 43,4 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker financiën |
|
13. |
Aangaan/beëindigen verzekeringen |
Verzekeringsaangelegenheden |
B&W |
SH G |
AH |
|||
|
14. |
Beschikken op aansprakelijkstelling door derden/gemeente personeel wegens schadeclaims aansprakelijkheids verzekering > € 500,- |
Verzekeringsaangelegenheden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
15. |
Beschikken op aansprakelijkstelling door derden/gemeente personeel wegens schadeclaims aansprakelijkheids verzekering < € 500,-; |
Verzekeringsaangelegenheden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
|
|
16. |
Beschikken over reserve glas |
Verzekeringsaangelegenheden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
|
|
17. |
Opvragen offertes |
Verzekeringsaangelegenheden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
|
|
18. |
Aansprakelijk stellen derden inzake beschadiging van gem. eigendommen en voeren verdere correspondentie, waaronder voeging in strafzaken. |
Verzekeringsaangelegenheden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
|
|
19. |
Indienen schadeclaims bij verzekeringsmaatschappijen betreffende geleden schades |
Verzekeringsaangelegenheden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
|
|
20. |
Wijzigen van lopende garanties t.b.v. hypothecaire leningen van bestaande woningen |
Regeling deelneming van het rijk in garanties van de gemeenten voor eigen woningen |
V |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
21. |
Wijziging garanties zonder extra risico gemeente |
V |
B&W |
SH G |
AH |
|||
|
22. |
Alle correspondentie t.a.v. toestemming geldlening, leges, declaraties e.d. |
V |
B&W |
SH G |
AH |
4.3
Bevoegdhedenlijst stafafdeling Personeel en Organisatie
Bevoegdhedenlijst Stafafdeling Personeel en Organisatie
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Aanstelling en arbeidsovereenkomst |
CAR/UWO: Aanstelling en arbeidsovereen-komst |
Hoofdstuk 2, artikelen 2:1 t/m 2:5 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
Mandaat geldt vanaf functieniveau 9 met dien verstande dat aanstelling van AH, SH en DH Secretaris is voorbehouden aan college |
||
|
Aanpassing arbeidsduur |
CAR/UWO: Aanstelling en arbeidsovereen-komst |
Hoofdstuk 2, artikel 2:7 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Waarnemingstoelage |
CAR/UWO: Salaris en vergoedingsregelingen |
Hoofdstuk 3, artikel 3:1:2 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Vergoedingsregeling |
CAR/UWO: Salaris en vergoedingsregelingen |
Hoofdstuk 3, artikel 3:3:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Verschuivingstoelage |
CAR/UWO: Salaris en vergoedingsregelingen |
Hoofdstuk 3, artikelen 3:4 en 3:4:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Toekenning/intrekking persoonlijke toelage: 1.medewerkers/bureauhoofden en afdelingshoofden; 2.sectorhoofden |
CAR/UWO: Salaris en vergoedingsregelingen |
Hoofdstuk 3, artikel 3:7:8 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G (voor 1) en DH (voor 2) |
|||
|
7. |
Seniorenmaatregelen |
CAR/UWO: Seniorenregeling (geheel) |
Hoofdstuk 5 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
||
|
FPU |
CAR/UWO: FPU gemeenten (geheel) |
Hoofdstuk 5a |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Roostervrije tijd |
CAR/UWO: Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:1:1:1 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Intrekken verlof afdelingshoofden |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:2:5. |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Intrekken verlof sectorhoofden |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:2:5 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Overschrijven verlof op verzoek van ambtenaar |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6.2.6 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Buitengewoon verlof jeugd en jongerenwerk |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4:1:1 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Buitengewoon verlof voor brandweeractiviteiten |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof) |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4:1:3 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Buitengewoon verlof vakbondsactiviteiten |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof |
Hoofdstuk 6, artikel 6:4:2 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ouderschapsverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof |
Hoofdstuk 6, artikelen 6:5 t/m 6:5:5 en 6:5a |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Adoptieverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof |
Hoofdstuk 6, artikel 6:8 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Levensloopverlof |
CAR/UWO Vakantie, vakantietoelage en verlof (w.o. betaald ouderschapsverlof |
Hoofdstuk 6, artikel 6:9 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Gemeentelijke levensloopregeling |
CAR/UWO Gem. levensloopregeling (geheel) |
Hoofdstuk 6a |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Buitendienststelling van ambtenaar |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:2:6 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Aanvraag maatregelen of voorzieningen |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:2:7 |
A |
B&W |
DH |
BA |
BA is personeelsconsulent |
|
|
Werktijd bij ziekte/toepas. art. 2.7a |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:8:3 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Terugkeer na ziekte |
CAR/UWO Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek en zwangerschap en bevalling |
Hoofdstuk 7, artikel 7:17 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Ontslag op eigen verzoek |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:1 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ontslag wegens ouderdomspensioen |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:2 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ontslag wegens beëindiging na 65-jarige leeftijd |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:2a |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:4 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:5 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ontslag wegens pré-vut |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:10 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Ontslag wegens FPU |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:11 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Schorsing als ordemaatregel |
CAR/UWO Ontslag |
Hoofdstuk 8, artikel 8:15:1 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Bovenwettelijke werkloosheidsuitkering |
CAR/UWO Voorzieningen bij werkloosheids-uitkering (geheel) |
Hoofdstuk 10d |
A |
B&W |
Raet b.v. |
Op basis van contract |
||
|
Suppletieregeling |
CAR/UWO Suppletie (geheel) |
Hoofdstuk 11a |
A |
B&W |
Raet b.v. |
Op basis van contract |
||
|
Uitoefenen nevenfunctie of bedrijf: Medewerkers, bureauhoofden |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1e |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O (Geen mandaat voor uitoefenen nevenfuncties of bedrijf SH G, SH MO en AH) |
||
|
Plicht tot aanvaarden van andere betrekking: Buiten de vastgestelde werktijden ter beschikking houden |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:10 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Vaststellen beoordeling (en personeelsvoorstellen) |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:15 |
A |
B&W |
SH MO en SH |
Geldt niet voor stafafdelingen; daarvoor ligt mandaat bij DH |
||
|
Verbod betreden arbeidsterrein |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:19 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Infectieziekten |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:20 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toekennen van vergoeding van schade aan kleding e.d. |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:23:1 |
A |
B&W |
DH |
Na advies afdeling P&O en voor zover niet betrekking hebbend op gladheidsbestrijders (zie daarvoor afdeling Financiën) |
||
|
Toekennen van vergoeding van schade aan motorvoertuigen |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:23:2 |
A |
B&W |
DH |
Na advies afdeling P&O en voor zover niet betrekking hebbend op gladheidsbestrijders (zie daarvoor afdeling Financiën) |
||
|
Verplicht volgen opleiding |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:26 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Bijzondere beloning in de vorm van extra verlof/gratificatie |
CAR/UWO Overige rechten en verplichtingen |
Hoofdstuk 15, artikel 15:1:28 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
Na advies afdeling P&O |
||
|
Studiefaciliteitenregeling |
CAR/UWO Opleiding en ontwikkeling |
Hoofdstuk 17, artikelen 17:1:1:1 t/m 17:1:1:16 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Toekenning tegemoetkoming verplaatsingskosten |
CAR/UWO Verplaatsingskosten |
Hoofdstuk 18, artikelen 18:1:1:1 t/m 18:1:13:1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
|||
|
Ontslag op grond van medische keuring |
CAR/UWO Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer |
Hoofdstuk 19, artikel 19:42, lid1i |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Piketregeling |
CAR/UWO Vergoeding piketdienst beroepsbrandweer (geheel) |
Hoofdstuk 20 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft bepaling salaris bij aanstelling |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 2 |
A |
B&W |
* |
* Uiteindelijke bevoegdheid ligt bij diegene die aanstellingsbevoegd is |
||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft onthouden periodieke verhoging |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 9 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen extra periodieke verhoging |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 10 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft bevordering naar hogere schaal |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 11 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft bevordering naar uitloopschaal |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 12 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen gratificatie |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 14 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen tijdelijke persoonlijke toelage |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 15 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft nadere regels stellen rondom flexibele beloning |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artike1 17 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen toelage voor onregelmatige diensten |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 19 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 20 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft vuilwerktoelage |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 21 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toelage begraafplaatsen |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 22 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft EHBO-toelage |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 24 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft BHV-vergoeding |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 25 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen beloning civiele verdediging rampenbestrijding en – voorkoming |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 26 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen bijzondere toelage |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel 27 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft toekennen afbouwtoelage |
CAR/UWO Bezoldigingsregeling Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.1, artikel28 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft de bevordering naar de functieschaal |
CAR/UWO Richtlijnen bezoldigingsbesluit Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.2, artikel 4 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft •Toekennen periodieke verhoging •Onthouding normale periodieke verhoging •Toekennen extra periodieke verhoging •Toekennen twee extra periodieke verhogingen •Toekennen gratificatie •Toekennen tijdelijke toelage |
CAR/UWO Richtlijnen bezoldigingsbesluit Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.2, artikel 5 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toepassen bezoldigingsbeleid voor wat betreft bevordering naar de uitloopschaal |
CAR/UWO Richtlijnen bezoldigingsbesluit Goes 1993 |
Hoofdstuk 40.2, artikel 6 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Toekennen gratificatie |
CAR/UWO Handreiking voor het toekennen van gratificaties |
Hoofdstuk 40.3 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Aflopende toelage |
CAR/UWO Regeling afbouwtoelage |
Hoofdstuk 40.4, artikel 2 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Uitbetalen leeftijdsverlof |
CAR/UWO Verlofregeling gemeentepersoneel |
Hoofdstuk 41, artikel 4, lid 2 |
A |
B&W |
DH en SH MO en SH G |
|||
|
Renteloze lening |
CAR/UWO PC-privé-regeling gemeente Goes |
Hoofdstuk 42.1, artikel 7 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH* |
* AH = AH P&O |
|
|
Renteloze lening |
CAR/UWO Fiets-privé-regeling |
Hoofdstuk 42.3, artikel 8 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
AH* |
* AH = AH P&O |
|
|
Toekennen recht op suppletie |
CAR/UWO Uitvoeringsvoorschriften suppletieregeling (geheel) |
Hoofdstuk 43.1 |
A |
B&W |
Raet b.v. |
Op basis van contract |
||
|
Voorwaarden bedrijfssport |
CAR/UWO Bedrijfssport (geheel) |
Hoofdstuk 44.2 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Toepassen regeling bedrijfssport |
CAR/UWO Bedrijfssport |
Hoofdstuk 44.2 |
A |
B&W |
DH |
BA |
BA is junior personeels-consulent |
|
|
Voorwaarden receptieregeling |
CAR/UWO Receptieregeling (geheel) |
Hoofdstuk 44.2 |
A |
B&W |
DH |
|||
|
Toepassen receptieregeling |
CAR/UWO Receptieregeling |
Hoofdstuk 44.2 |
A |
B&W |
DH |
BA |
BA is junior personeels-consulent |
|
|
Toepassen spaarloonregeling |
CAR/UWO Spaarloonregeling |
Hoofdstuk 44.2 |
A |
B&W |
DH |
BA |
BA is medewerker salarisadministratie |
|
|
Uitvoering regeling |
CAR/UWO Regeling variabele werktijden (geheel) |
Hoofdstuk 44.8 |
A |
B&W |
DH |
BA |
BA is junior personeels-consulent |
|
|
79. |
Sollicitatie: -Beslissen uitnodigen kandidaat -Beslissen afschrijven kandidaat |
CAR/UWO Sollicitatiecode Goes 1994 |
Hoofdstuk 52.1 |
A |
B&W |
DH, SH MO en SH G |
BA |
BA is voorzitter selectieteams |
4.4
Bevoegdhedenlijst afdeling Vergunningen en Handhaving
Bevoegdhedenlijst afdeling Vergunningen en Handhaving
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
AAH = Adjunct-afdelingshoofd (bureauhoofd A)
CTV = Coördinator team vergunningen
JMH = Juridisch medewerker handhaving
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van een bevoegdheid behoren die in dit onderdeel van de bevoegdhedenlijst is opgenomen en betrekking heeft op team Vergunningen |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|||
|
Het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van een bevoegdheid behoren die in dit onderdeel van de bevoegdhedenlijst is opgenomen en betrekking heeft op team Toezicht en Handhaving (inclusief het afhandelen van klachten en meldingen) |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan JMH |
|||
|
Het afhandelen van klachten die verband houden met (het toezicht op) openbare ruimte en parkeren |
B&W en B |
AH |
AAH |
|||||
|
Het doorzenden van een aanvraag om een beschikking of een melding naar het bevoegd gezag |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 2:3 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV en JMH (aan de laatste in het geval de aanvraag een verzoek tot handhaving is) |
|
|
Het niet behandelen van een aanvraag om een beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen |
Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 4:5 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verlenen van een omgevingsvergunning, mits de aanvraag in overeenstemming is met de toetsingscriteria volgens artikel 2.10 tot en met 2.21 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.1 en 2.2 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Bevoegdheid tot het beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, voor zover deze niet in overeenstemming is met de toetsingscriteria volgens de artikelen 2.10, 2.11 en 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en waarop de reguliere voorbereidingsprocedure ingevolge paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.1, 2.2 en paragraaf 3.2 |
A |
B&W |
AH |
Voornemen tot weigering wordt vooraf besproken met PH. Bevoegdheid behelst ook het afwijken van een negatief welstandsadvies en het verlenen van een omgevingsvergunning in strijd met redelijke eisen van welstand |
||
|
Het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 2.22 lid 2 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het bepalen dat een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk geldt voor een daarin aangegeven termijn |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 2.23 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verzoeken om het uitbrengen van advies of het geven van een verklaring van geen bedenkingen |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.26 en 2.27 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het uitbrengen van advies in het kader van de vergunningverlening door een ander bevoegd gezag |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 2.26 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanhouden van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning in verband met een in voorbereiding zijnd bestemmingsplan |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 3.3 lid 1 en 3.6 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het ‘doorbreken’ van de aanhoudingsplicht in verband met een in voorbereiding zijnd bestemmingsplan |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 3.3 lid 3 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanhouden van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning in verband met de herbouw in de plaats van een te slopen bouwwerk |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 3.4 lid 1 en 3.6 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanhouden van een omgevingsvergunning in verband met een exploitatieplan |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 3.5 lid 1 en 3.6 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het 'doorbreken' van de aanhoudingsplicht in verband met een exploitatieplan |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 3.5 lid 3 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verlengen van de termijn om te beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 3.9 lid 2 en 3.12 lid 8 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het bekendmaken van een van rechtswege gegeven beschikking op een aanvraag om een omgevingsvergunning |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 3.9 lid 4 (Wabo) en 4:20c (Awb) |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het bepalen dat een omgevingsvergunning niet in werking treedt in verband met een vereiste monumentenvergunning |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 6.2a |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het bepalen dat een omgevingsvergunning niet in werking treedt in verband met een redelijk vermoeden van ernstige bodemverontreiniging |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 6.2c |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen omtrent een (principe)verzoek om een afwijking van een in de Bouwverordening vastgesteld voorschrift |
Bouwverordening |
Hoofdstuk 2, paragraaf 5 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het bij een omgevingsvergunning afwijken van voorschriften van het Bouwbesluit of de bouwverordening |
Woningwet |
Artikel 6 en 11 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen omtrent het wijzigen of intrekken van een omgevingsvergunning of fasebeschikking of van voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 2.5 lid 5, 2.31 en 2.33 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen omtrent een (principe)verzoek om een binnenplanse afwijking van bestemmingsplan, inpassingsplan of beheersverordening |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.1 lid 1 onder c en 2.12 lid 1 onder a onder 1 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het beslissen omtrent een (principe)verzoek om een buitenplanse afwijking van bestemmingsplan, inpassingsplan of beheersverordening |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.1 lid 1 onder c en 2.12 lid 1 onder a onder 2 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het beslissen omtrent een (principe)verzoek om een tijdelijke afwijking van een bestemmingsplan, inpassingsplan of beheersverordening |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.1 lid 1 onder c en 2.12 lid 2 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het verlenen van een omgevingsvergunning nadat B&W hebben besloten toepassing te geven aan artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 2.1 lid 1 onder c en 2.12 lid 1 onder a onder 3 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het stellen van nadere eisen ten aanzien van in een bestemmingsplan omschreven onderwerpen of onderdelen |
Wet ruimtelijke ordening |
Artikel 3.6 lid 1 onder d |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het stellen van nadere regels met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied |
Erfgoedverordening Goes 2010 |
Artikel 16 lid d |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een evenementenvergunning voor inrichtingen en incidenteel ander gebruik van een bouwwerk |
Brandbeveiligingsverordening Goes |
Paragraaf 2 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het afhandelen van gebruiksmeldingen |
Bouwbesluit 2012 |
Artikel 1.20 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het opleggen en wijzigen van nadere voorwaarden in het kader van een gebruiksmelding |
Bouwbesluit 2012 |
Artikelen 1.21 en 1.22 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het afhandelen van sloopmeldingen |
Bouwbesluit 2012 |
Artikel 1.28 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het opleggen en wijzigen van nadere voorwaarden in het kader van een sloopmelding |
Bouwbesluit 2012 |
Artikelen 1.29 en 1.30 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het afhandelen van meldingen in het kader van de diverse algemene maatregelen van bestuur |
Wet milieubeheer |
Artikel 8.40 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het opleggen van de verplichting te voldoen aan nader te bepalen maatwerkvoorschriften |
Wet milieubeheer |
Artikel 8.42 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Alle beschikkingen (waaronder ontheffingen van het verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden) |
Wet milieubeheer (geheel) |
A |
B&W |
AH |
AAH |
|||
|
Alle beschikkingen |
Wet bodembescherming (geheel) |
A |
B&W |
AH |
AAH |
|||
|
Alle beschikkingen |
Lozingsbesluit bodembescherming (geheel) |
A |
B&W |
AH |
AAH |
|||
|
Het niet behandelen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing wegens te late indiening |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 1:3 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
Wordt vooraf besproken met PH |
|
|
Het verbinden van voorschriften en beperkingen aan een vergunning of ontheffing |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 1:4 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
||
|
Het intrekken of wijzigen van een vergunning of ontheffing |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 1:6 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om zich te bevinden op afgezette openbare plaatsen |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:1 |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor voorwerpen op of aan de weg |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:10 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:11 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het afhandelen van meldingen van het maken en veranderen van een uitweg |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:12 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:25 |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:28 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:29 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod tot verstrekking van sterkte drank |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:31A |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een speelgelegenheid |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:39 |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:40A |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van aanplakborden en het verlenen van ontheffing alsmede het aanwijzen van plaatsen voor spuitwerken |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:42 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van plaatsen waar het verbod om honden aan te lijnen niet geldt |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:57 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van plaatsen waar het bepaalde omtrent het verwijderen van uitwerpselen niet geldt |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:58 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het opleggen van een aanlijn- of muilkorfgebod voor gevaarlijke honden |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:59 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om hinderlijke of schadelijke dieren te houden |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:60 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van terreinen waarvoor een detectorverbod geldt en het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het zich begeven op dergelijke terreinen |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:65A |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vrijstelling van de verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:65A |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2:72 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 3:4 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 3:6 |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van collectieve festiviteiten |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 4:2 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het afhandelen van kennisgevingen van incidentele festiviteiten (twaalfdagenregeling) |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 4:3 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan CTV |
|
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om geluidshinder te veroorzaken |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 4:6 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van gebieden waar het is verboden om voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. op te slaan en het stellen van nadere regels |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 4:13 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om kampeermiddelen te plaatsen |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 4:18 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van plaatsen waar het verbod om kampeermiddelen te plaatsen niet geldt en het stellen van nadere regels |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 4:19 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om voertuigen bedrijfsmatig te parkeren of de weg als werkplaats te gebruiken |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:2 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om voertuigen te koop aan te bieden |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:3 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om recreatievoertuigen te parkeren |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:6 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om reclamevoertuigen te parkeren |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:7 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om grote voertuigen te parkeren |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5.8 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om groenvoorzieningen aan te tasten met een voertuig |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5.11 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het uitoefenen van bevoegdheden die verband houden met overlast van fietsen of bromfietsen |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5.12 |
A |
B&W |
BA |
BA = hoofd AFAC |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het innemen van een standplaats |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:18 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:23 |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het aanwijzen van crossterreinen en het stellen van nadere regels |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:32 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod om afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur te stoken |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:34 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verbieden van incidentele asverstrooiing op bepaalde plaatsen en het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod op incidentele asverstrooiing |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 5:36 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het ten aanzien van de markt bepalen van het aantal standplaatsen, de afmetingen van standplaatsen, de opstelling en indeling van de markt en welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats |
Marktverordening Goes 2009 |
Artikel 2 lid 1 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het voor de markt vaststellen van een lijst met artikelengroepen of branches en een maximumaantal standplaatsen per branche. |
Marktverordening Goes 2009 |
Artikel 2 lid 2 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verbinden van voorschriften en beperkingen aan een krachtens de Marktverordening verleende vergunning of ontheffing |
Marktverordening Goes 2009 |
Artikel 4 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een standplaatsvergunning |
Marktverordening Goes 2009 |
Artikel 5 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het intrekken van een vaste standplaatsvergunning |
Marktverordening Goes 2009 |
Artikel 7 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het gelasten van een vergunninghouder om zich onmiddellijk van de markt te verwijderen bij niet-naleving marktverordening, wangedrag, bedrog e.d. |
Marktverordening Goes 2009 |
Artikel 10 |
A |
B&W |
BA |
BA = marktmeester |
||
|
Het inschrijven van de aanvrager op de wachtlijst en het doorhalen van de inschrijving op de wachtlijst |
Marktreglement Goes 2009 |
Artikelen 4 en 5 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het overschrijven van een vaste standplaatsvergunning |
Marktreglement Goes 2009 |
Artikel 7 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het toewijzen van een dagplaats en het toewijzen van een standwerkerplaats |
Marktreglement Goes 2009 |
Artikelen 8 en 9 |
A |
B&W |
BA |
BA = marktmeester |
||
|
Het aan de vergunninghouder verlenen van een tijdelijke ontheffing en van een vergunning om zich te laten vervangen |
Marktreglement Goes 2009 |
Artikel 13 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verlenen van ontheffing van de verplichting de standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen en van de voor aan- en afvoer van goederen vastgestelde tijden |
Marktreglement Goes 2009 |
Artikel 15 |
A |
B&W |
BA |
BA = marktmeester |
||
|
Het naar aanleiding van een kennisgeving stellen van voorschriften en beperkingen of het geven van een verbod met betrekking tot samenkomsten, vergaderingen en betogingen |
Wet openbare manifestaties |
Artikel 5 |
A |
B |
AH |
AAH |
Wordt vooraf besproken met PH |
|
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het verbod op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden |
Wegenverkeerswet 1994 |
Artikel 148 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het bepaalde krachtens de Wegenverkeerswet (transporten met afwijkende afmetingen e.d.) |
Wegenverkeerswet 1994 |
Artikel 149 |
B&W |
AH |
AAH |
Zie relatie tot gemandateerde bevoegdheid RDW |
||
|
Het beslissen omtrent het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, waarvan verwijdering noodzakelijk is alsmede het innen van kosten bij een "loze" rit |
Wegenverkeerswet 1994 |
Artikel 170 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan Marktmeester, toezichthouder openbare ruimte en politie |
|
|
Het bekendmaken van een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang overeenkomstig artikel 170 van de Wegenverkeerswet |
Wegenverkeerswet 1994 |
Artikel 171 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het feitelijk toepassen van bestuursdwang (wegslepen en bewaren voertuig), het uitreiken van de last onder bestuursdwang (indien voertuig binnen 48 uur wordt opgehaald), het innen van kosten bij de teruggave van het voertuig |
Wegenverkeerswet 1994 en Wegsleepverordening Goes |
A |
B&W |
Autobergings bedrijf De Moor vof te Wissenkerke of ander bedrijf uit Zeeuwse Bergingscen-trale BV |
||||
|
Het plaatsen of verwijderen van verkeerstekens ten behoeve van een invalidenparkeerplaats krachtens een verkeersbesluit |
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer |
Artikel 12 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Tevens doorgemandateerd aan AH Publiekszaken |
|
|
Het beslissen op een aanvraag om een invalidenparkeerkaart te verstrekken |
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer |
Artikel 49 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Tevens doorgemandateerd aan AH Publiekszaken |
|
|
Het aanstellen van verkeersregelaars |
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer |
Artikel 56 |
A |
B |
AH |
AAH |
||
|
Het verlenen van ontheffing van nader genoemde artikelen in het RVV |
Reglement verkeersregels en verkeerstekens |
Artikel 87 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
gedelegeerd door raad |
|
|
Alle beschikkingen (waaronder vergunningen voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten in horeca-inrichtingen) |
Wet op de kansspelen (geheel) |
A |
B&W en B |
AH |
AAH |
|||
|
Het verlenen van vrijstelling of ontheffing van de in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden en het verbinden van voorschriften daaraan |
Winkeltijdenwet |
Artikel 4 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verlenen van een vergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf |
Drank- en Horecawet |
Artikel 3 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verbinden van voorschriften of beperkingen aan vergunning |
Drank- en Horecawet |
Artikel 4 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het verlenen van een vergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf |
Drank- en Horecawet |
Artikel 27 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het intrekken van een vergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf |
Drank- en Horecawet |
Artikel 31 |
A |
B&W |
AH |
Wordt vooraf besproken met PH |
||
|
Het beslissen op een aanvraag om een ontheffing van het in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod |
Drank- en Horecawet |
Artikel 35 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Ambtelijke waarschuwing herstelsancties |
Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 125 (Gemeentewet) en titel 5.3 (Awb) |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan JMH |
|
|
Bestuurlijke waarschuwing of vooraankondiging herstelsancties |
Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 125 (Gemeentewet) en titel 5.3 (Awb) |
A |
B&W |
AH |
AAH |
Verder doorgemandateerd aan JMH |
|
|
Het besluiten tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom |
Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht |
Artikel 125 (Gemeentewet) en titel 5.3 (Awb) |
A |
B&W |
AH |
Wordt vooraf besproken met PH |
||
|
Het in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last alsmede het terstond toepassen van bestuursdwang, indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht |
Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikelen 125 (Gemeentewet) 5:31 (Awb) en 5.14 (Wabo) |
A |
B&W |
PH |
AH |
Wordt vooraf besproken met PH |
|
|
Het beslissen dat het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk wordt gestaakt of dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen van een bouwwerk, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 5.17 |
A |
B&W |
AH |
Wordt vooraf besproken met PH |
||
|
Het intrekken van een vergunning of ontheffing |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 5.19 |
A |
B&W |
AH |
Wordt vooraf besproken met PH |
||
|
Het verplichten tot het laten opstellen van een onderhoudsplan, het verplichten tot het treffen van voorzieningen, het verplichten te voldoen aan redelijke eisen van welstand, het verplichten een gebouw, open erf of terrein in gebruik of beheer geven, het gelijktijdig opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom en het besluiten een gebouw, open erf of terrein te sluiten in verband met bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid |
Woningwet |
Artikelen 12d, 13, 13a, 14, 15 en 17 |
A |
B&W |
AH |
Wordt vooraf besproken met PH |
||
|
Het openbaar verkopen van de uit de naar aanleiding van een na toepassing van bestuursdwang plaatsgevonden sloop overblijvende materialen |
Woningwet |
Artikel 104 |
A |
B&W |
AH |
AAH |
||
|
Het opmaken van schriftelijke verklaringen strekkende tot het signaleren van wijzigingen in de feitelijke situatie die van invloed zijn op de gebouwenregistratie en die niet in een ander krachtens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument zijn opgenomen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
BA |
BA = nader aangewezen ambtenaar V&H. Geschillen omtrent toepassing worden voorgelegd aan B&W |
|||
|
Rapportage naar belanghebbenden, voor zover aan- of verkoop van gemeentelijke gronden |
Afhandeling bodemonderzoeken |
V |
B&W |
SH G |
AH |
Nadat vereiste procedure is gevolgd |
||
|
Uitvoering en besluitvorming van milieutaken behorend tot het standaardtakenpakket |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland (Mandaatbesluit RUD Zeeland 2014 gemeente Goes) d.d. 16 december 2013 |
A / V / MG |
B&W |
Directeur RUD |
Voor inhoud overgedragen bevoegdheid c.a. zie onderdeel 4.18 |
|||
|
Uitvoering van VTH-taken voor Wabo BRZO- en RIE 4-bedrijven door Regionale Uitvoerings Dienst |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes houdende de verlening van mandaat en machtiging, ten behoeve van de uitvoering van VTH-taken voor Wabo BRZO- en RIE 4-bedrijven aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2014 d.d. 16 december 2013 |
A / MG |
B&W |
Directeur RUD |
Voor inhoud overgedragen bevoegdheid c.a. zie onderdeel 4.19 |
4.5
Bevoegdhedenlijst afdeling Omgeving en Economie
Bevoegdhedenlijst afdeling Omgeving en Economie
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Verlenen omgevingsvergunning voor verandering gebruik/zonder activiteit bouwen |
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
Artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
(zie relatie met afdeling Vergunningen en Handha-ving) |
|
|
Niet-ontvankelijk verklaring wegens niet betalen drempelbedrag |
Wet ruimtelijke ordening |
Artikel 6.4 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
Aanwijzen adviseur en verstrekken opdracht uitbrengen advies |
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
|||
|
Subsidiëring activiteiten belangenbehartiging volkshuisvesting |
Nadere regels subsidies Goes en Awb |
Artikel 2.5 Na-dere regels subsidies Goes en artikelen 4:5 en 4:6 Awb |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Alle beschikkingen en correspondentie voormalig BWS |
Voormalig BWS (geheel) |
A |
B&W |
AH |
BA |
|||
|
Vaststellen inspraakprocedures ruimtelijk beleid |
Inspraakverordening |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker Omgeving en Economie |
||
|
Het schriftelijk geven/vragen/rappelleren (om) informatie; indienen aanvragen; declareren/betaalbaar stellen van bijdragen; adviseren hogere overheden m.b.t. individuele aanvragen; gehoord worden; indienen planningen; toetsing aan vastgestelde criteria ten aanzien van financiële regelingen volkshuisvesting (woningbouw, -verbetering, -aanpassing, bewoning (exclusief woonwagens)) |
Algemeen mandaat t.b.v. uitvoeringshandelingen niet zijnde beschikkingen |
A |
B&W |
SH G |
AH |
|||
|
Uitvoeren van de projecten |
Uitvoering sanering weg- en railverkeerproject |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker geluid van Omgeving en Economie |
||
|
Alle beschikkingen en andere besluiten |
Wet Geluidhinder (geheel) |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker geluid van Omgeving en Economie |
||
|
Aanleggen, beschadigen, veranderen van een weg |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
Artikel 2.1.5.2 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Ook AH Vergunningen en Handhaving |
|
|
11. |
Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten |
Fonds Stedelijke Vernieuwing en Verordening Stedelijke Vernieuwing |
A |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
Verlenen van vergunning voor tijdelijke verhuur van woningen per woning |
Leegstandwet |
Artikelen 15 en 16 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
Nemen verkeersbesluiten/plaatsing verkeersborden/-tekens in bijlagen van het RVV |
Besluit administratieve bepalingen van het wegverkeer (BABW) + Wegenverkeerswet 1994 |
Artikelen 12 en 18 (Wegenver-keerswet) en 34 en 37 BABW) |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Bekendmaking verkeersbesluiten |
Besluit administratieve bepalingen van het wegverkeer |
Artikel 26 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Elektronisch waarmerken en publiceren van ruimtelijke plannen en besluiten |
Besluit ruimtelijke ordening en Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 |
Artikelen 1.2.1, lid 1 en 1.2.2, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening en Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Verlenen van toestemming tot doorverkoop m.b.t. bouwkavels/ woningen en bedrijfsterreinen/ winkels in geval op een verzoek positief conform de geldende normen gereageerd kan worden |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker omgeving en economie |
|
|
Afdoening van correspondentie m.b.t. aanvragen om bouwgrond (woningbouw; industrie terrein en overige bestemmingen) en het reserveren van percelen voor aspirant gegadigden |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker omgeving en economie |
|
|
Verlenen van opties/reserveringen aan potentiële gegadigden voor aankoop van bouwkavels, bedrijfs-terreinen en overige bestemmingen |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker omgeving en economie |
|
|
Kopen van onroerende zaken tot een tegenprestatie c.q. betrokken belang van € 15.000,00 |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker omgeving en economie |
|
|
Idem, tussen € 15.000,00 en € 50.000,00 |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
Verkoop van zgn. groensnippers |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker omgeving en economie |
|
|
Verkoop van gronden binnen bouwgrondexploitaties |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker omgeving en economie |
|
|
Ondertekening Ondertekening |
Ondertekenen van akten voor aan-/verkopen van gronden Ondertekenen van akten voor aan-/verkopen van gronden |
V V |
B B |
SH G Medewerker notariskan-toor |
AH |
|||
|
Ondertekenen machtigingen |
V |
B |
SH G |
AH |
||||
|
Beantwoorden vragen, klachten over parkeervergunningen, parkeerabonnementen en betaald parkeren in het algemeen |
Parkeerverordening Goes en Verordening parkeerbelasting |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
||
|
Weigeren van parkeervergunning en parkeerabonnement |
Parkeerverordening Goes en Verordening parkeerbelasting |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
||
|
Intrekken parkeervergunningen en parkeerabonnementen |
Parkeerverordening Goes en Verordening parkeerbelasting |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan BA |
||
|
Beschikken aanvraag subsidie bestaande en nieuw te bouwen woningen |
Subsidieverordening duurzaam en energiezuinig bouwen gemeente Goes 2008 |
Artikelen 5 lid 1 en 2, 11, 12, 13, 14, 15, 20, 22, 24, 28 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Aanpassen van normbedragen en subsidiepercentages genoemd in de verordening |
Subsidieverordening duurzaam en energiezuinig bouwen gemeente Goes 2008 |
Artikel 7 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Beschikken op aanvraag lening |
Subsidieverordening duurzaam en energiezuinig bouwen gemeente Goes 2008 |
Artikelen 29, 30, 32, 40 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Beschikken op aanvraag lening |
Verordening Stimuleringslening Duurzame Particuliere Woningverbetering Goes 2011 |
Artikelen 5, 12, 13 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
O pleggen naheffingsaanslagen parkeerbelasting |
Aanwijzingsbesluit ambtenaren parkeerbelastingen van burgemeester en wethou ders d.d. 30 januari 2014 en het Mandaatbesluit inspecteurs parkeerbelastingen d.d. 3 februari 2014 |
Artikelen 231 en 225 van de Gemeentewet |
A |
AH |
Diverse me-dewerkers |
Geen (direct) mandaat bestuursorgaan. AH fungeert als heffings - ambtenaar parkeer-belastingen. Zie verder bijlage 5.4 |
4.6
Bevoegdhedenlijst afdeling Openbare Ruimte
Bevoegdhedenlijst afdeling Openbare Ruimte
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Toekennen subsidie volgens regeling |
Subsidieregeling oud papier |
A |
B&W |
AH |
||||
|
Het aangaan en beëindigen van daarop betrekking hebbende overeenkomsten en het ondertekenen van deze overeenkomsten |
Inzamelen HDO-afval (bedrijfsafvalstoffen kantoren, winkels en dienstensector) onder voorwaarden |
A V |
B&W B |
BH BH |
BH is bureauhoofd gemeentelijk aannemimgs-bedrijf Gaat overigens om afval-stoffen die, wat hoeveelheid, aard en samenstelling betreffen vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen |
|||
|
Het aangaan en beëindigen van daarop betrekking hebbende overeenkomsten en het ondertekenen van deze overeenkomsten |
Afsluiten overeenkomst met particulieren over tweede container voor inzamelen afval |
A V |
B&W B |
BH BH |
BH is bureauhoofd gemeentelijk aannemings-bedrijf |
|||
|
Inwilligen of afwijzen verzoek aanbrengen markeringsstrepen of NP op wegdek |
-- |
MG |
B&W |
AH |
||||
|
Aanwijzen locaties en het daarbij bepalen van afstanden waar inzamelvoorzieningen voor afval dienen te worden aangeboden |
Afvalstoffenverordening gemeente Goes 2006 |
Artikel 9 |
A |
B&W |
AH |
Mits er geen zienswijzen zijn ingediend. Aanwijzing vindt plaats met inachtneming voorwaarden zoals aangegeven in bijlage 5.5 van dit besluit |
||
|
Het opmaken van schriftelijke verklaringen strekken-de tot het signaleren van wijzigingen in de feitelijke situatie die van invloed zijn op de gebouwenregistra-tie en die niet in een ander krachtens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument zijn opgenomen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
BA |
BA is landmeter afdeling Openbare Ruimte Geschillen omtrent toepas-sing worden voorgelegd aan college |
4.7
Bevoegdhedenlijst afdeling Publiekszaken
Bevoegdhedenlijst afdeling Publiekszaken
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Uitvoering regeling voor zover opgedragen aan B&W of burgemeester |
Verordening Basisregistratie Personen |
art. 1.10 en 1.11 Wet BRP |
A |
B&W of B |
SH MO |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker Publiekszaken |
|
|
Uitvoering regeling voor zover opgedragen aan B&W of burgemeester |
Reglement Basisregistratie personen |
art. 3.8 art. 3.9 Wet BRP |
A |
B&W of B |
SH MO |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker Publiekszaken |
|
|
Het opstellen van de 'ambtelijke verklaringen' behalve het opmaken van schriftelijke verklaringen strekkende tot het signaleren van wijzigingen in de feitelijke situatie die van invloed zijn op de gebouwenregi-stratie en die niet in een ander krachtens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument zijn opgenomen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
AH |
Adj. hoofd, applicatiebe-heerder en medewerkers van afd. Publiekszaken met BAG in takenpakket funge-ren als plaatsvervanger. Geschillen omtrent toepas-sing worden voorgelegd aan college |
|||
|
Het uitgeven van inschrijfnummers en identificatienummers |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
AH |
Idem |
|||
|
Het verzorgen van een zodanige opzet van het adressenregister en het gebouwenregister, dat de inhoud daarvan duurzaam kan worden bewaard en te allen tijde binnen een redelijke termijn raadpleegbaar en beschikbaar is |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikel 9 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het inschrijven van de in of op grond van artikel 10, eerste lid van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocumenten in het adressenregister dan wel het gebouwenregister |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikel 10, lid 2 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het toetsen van (overige) brondocumenten aan de vereisten voor inschrijving ingevolge artikel 11 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikel 11 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het zorg dragen voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie; |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikel 14 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het op basis van de brondocumenten opnemen van gegevens in de adressenregistratie en de gebouwen-registratie overeenkomstig de voorschriften uit de artikelen 14A en 15 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikelen 14A en 15 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het ontvangen, doorgeleiden en afhandelen van meldingen zoals bedoeld in artikel 37 en verzoeken zoals bedoeld in artikel 38 van de Wet basis-registraties adressen en gebouwen, inclusief de verwerking daarvan zoals bedoeld in de artikelen 31, 39, 40 en 41 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikelen 31, 37, 38, 39, 40 en 41 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het onderhouden dan wel doen onderhouden van het berichtenverkeer met de Landelijke Voorziening basisregistraties adressen en gebouwen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikel 31 |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het op verzoek aan eenieder verlenen van inzage in het adressenregister, het gebouwenregister, de adressenregistratie en de gebouwenregistratie, alsmede het aan eenieder verstrekken van de in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen gegevens |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
Artikel 32, lid 1, onder a |
A |
B&W |
AH |
Idem |
||
|
Het bevorderen van de nakoming van de gemeente-lijke verplichtingen in het kader van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, met inbegrip van de inrichting van de processen, de conformiteit van het gebruikte informatiesysteem en de beveiligingsmaatregelen alsmede het rapporteren over die nakoming daarvan aan burgemeester en wethouders |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
AH |
Idem |
|||
|
Het opmaken van schriftelijke verklaringen strekkende tot het signaleren van wijzigingen in de feitelijke situatie die van invloed zijn op de gebouwenregistratie en die niet in een ander krachtens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument zijn opgenomen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
BA |
BA is ambtenaar afdeling Publiekszaken met bevolkingscontrole in takenpakket Geschillen omtrent toepas-sing worden voorgelegd aan college |
|||
|
•Beschikkingen van B&W m.b.t. het gebruik van graven •Alle beschikkingen van B&W m.b.t. beheer van begraafplaatsen |
Beheersverordening begraafplaatsen (geheel) |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
Verder doorgemandateerd aan ambtenaar burgerlijke stand |
||
|
Vergunningen tot het plaatsen van grafgedenktekenen; correspondentie betreffende de begraafplaatsadministratie; grafakten |
-- |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
Verder doorgemandateerd aan ambtenaar burgerlijke stand; zie aparte doorman-dateringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Wet Basisregistratie Personen voor zover opgedragen aan B&W |
Wet Basisregistratie Personen |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Kieswet en –besluit voor zover opgedragen aan B&W en burgemeester |
Kieswet en –besluit (geheel) |
A |
B&W of B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Dienstplichtwet en –besluit voor zover opgedragen aan de burgemeester |
Dienstplichtwet en –besluit (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Rijkswet op het Nederlanderschap voor zover opgedragen aan de burgemeester |
Rijkswet op het Nederlanderschap (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Wet justitiële documentatie en verklaring omtrent het gedrag voor zover opgedragen aan de burgemeester |
Wet justitiële documentatie en verklaring omtrent het gedrag (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
In bijzondere gevallen over-leg met de burgemeester |
||
|
Uitvoering Paspoortwet voor zover opgedragen aan de burgemeester |
Paspoortwet (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Rijtijdenbesluit voor zover opgedragen aan de burgemeester |
Rijtijdenbesluit (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Arbeidswet voor zover opgedragen aan de burgemeester |
Arbeidswet (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Uitvoering Wegenverkeerswet en wegenverkeers-reglement, Voorzover betreft de aanvraag, afgifte en vervanging rijbewijzen/de omwisseling buitenlandse rijbewijzen |
Wegenverkeerswet en wegenverkeersreglement |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Ontheffing verkeersmaatregelen (incidenteel) |
Reglement verkeersregels verkeerstekens |
Artikel 87 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
Gedelegeerd door raad |
|
|
Legalisatie van handtekeningen |
-- |
A |
B |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
||
|
Nummeren van een object of onderdeel daarvan, alsmede het wijzigen van de nummering en het intrekken van de toekenning tot nummering |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
5.6.3 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
Zie aparte doormandate-ringslijst (bijlage 5.6) |
|
|
Correspondentie m.b.t. aanbrengen van straatnamen en huisnummering |
Algemene Plaatselijke Verordening Goes |
5.6.4 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
||
|
Alle beschikkingen van burg. (o.a. verlof tot opgraving, bijzetting van een urn e.d.) |
Wet op de lijkbezorging (geheel) |
A |
B |
SH MO |
AH |
|||
|
Uitvoering regeling NS-business card |
CAR/UWO: Regeling NS-business card |
A |
B&W |
DH |
BA* |
*BA van de Receptie afdeling Publiekszaken |
||
|
Verstrekken abonnementen |
Parkeerverordening Goes |
Artikel 3 |
A |
B&W |
SH G |
AH* |
Verder doorgemandateerd aan BA afdeling Publiekszaken (*AH is AH afdeling Omgeving en Economie) |
|
|
Verstrekken parkeervergunningen |
Parkeerverordening Goes |
Artikel 3 |
A |
B&W |
SH G |
AH* |
Verder doorgemandateerd aan BA afdeling Publiekszaken (*AH is AH afdeling Omgeving en Economie) |
|
|
Aangaan overeenkomst parkeerabonnement voor bedrijven Parkeergarage Westwal |
Gemeentewet |
Artikel 160, lid 1, sub e |
V |
B |
AH |
|||
|
Aangaan overeenkomst parkeerabonnement voor bewoners Parkeergarage Westwal |
Gemeentewet |
Artikel 160, lid 1, sub e |
V |
B |
AH |
|||
|
Aangaan overeenkomst parkeerabonnement Parkeergarage Westwal Bewoners koopgarantappartement |
Gemeentewet |
Artikel 160, lid 1, sub e |
V |
B |
AH |
|||
|
Uitvoering RNI-werkzaamheden in het kader van de Wet Basisregistratie personen voor zover deze door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan B&W zijn overgedragen |
Wet BRP/RNI Convenant Dienstverlening/Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 27 november 2013 |
Artikel 2.65 Wet BRP |
A |
B&W |
AH |
* |
* Zie aparte doormandate-ringslijst en het op deze mandatering betrekking hebbende Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezete-nen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 27 november 2013 (bijlage 5.6) |
|
|
Aanwijzing trouwlocatie voor het eenmalig voltrekken van een huwelijk |
Gemeentewet Besluit burgerlijke stand |
108, juncto artikel 147 artikel 1 |
A |
B&W |
AH |
4.8
Bevoegdhedenlijst afdeling Samenleving
Bevoegdhedenlijst afdeling Samenleving
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Het doen van verzoeken om het verstrekken van gegevens t.b.v. het samenstellen van het onder-wijshoofdstuk van de gemeentebegroting |
Algemeen |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
|||
|
Toewijzing reservering |
Verhuren gemeentelijke sportaccommodatie |
V |
B&W |
SH MO |
AH |
|||
|
De aanvrager wijzen op de voorschriften voor het in behandeling nemen van een aanvraag en het opvragen van benodigde gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. |
Nadere regels subsidies Goes en Awb |
Artikel 2.5 Na-dere regels subsidies Goes en artikel 4:5 Awb |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het nemen van het besluit om een aanvraag niet verder in behandeling te nemen op grond van het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. |
Nadere regels subsidies Goes en Awb |
Artikel 2.5 Na-dere regels subsidies Goes en artikelen 4:5 en 4:6 Awb |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het weigeren van een aanvraag om subsidie tot € 5.000 indien deze in strijd is met de verordening en/of de nadere regels. |
Nadere regels subsidies Goes |
Artikel 2.5 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het verlenen van een eenmalige subsidie tot een bedrag van € 5.000. Dit onder de voorwaarde dat de aanvraag past binnen de nadere regels. |
Nadere regels subsidies Goes |
Artikel 2.5 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het verlenen van een jaarlijkse subsidies tot een bedrag van € 50.000. Dit onder de voorwaarde dat de aanvraag past binnen de nadere regels. |
Nadere regels subsidies Goes |
Artikel 2.5 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het verlenen van subsidies (incidenteel of jaarlijks) tot een bedrag van € 10.000,-- voor Brede schoolactivi-teiten |
Nadere regels subsidies Goes |
A |
B&W |
AH |
||||
|
Het vaststellen van subsidie tot een bedrag van € 100.000 indien de aanvraag hiertoe in overeenstemming is met de eerdere subsidieverlening door of namens het college. |
Nadere regels subsidies Goes |
Artikel 2.5 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Alle besluiten over subsidies met betrekking tot het verlenen van een voorschot, betalen van subsidie en wettelijke rente, intrekken, wijzigen en terugvorderen van te veel ontvangen subsidie. |
Nadere regels subsidies Goes |
Artikel 2.5 |
A |
B&W |
AH |
|||
|
Het verlenen van toestemming tot verhuur van een schoolgebouw |
Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting gemeente Goes |
Artikel 36 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
||
|
•Het in gebruik geven van schoolgebouwen voor ander onderwijs, dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden •Het voeren van overleg over ingediende aanvragen in het kader van de onderwijshuisvesting •Het bestemmen van een gedeelte van een gebouw of terrein dat voor langer dan 1 jaar niet nodig zal zijn voor de daar gevestigde school gedurende die tijd als huisvesting voor een andere school of voor ander onderwijs, alsmede het voeren van overleg hierover met de betrokken scholen/besturen |
Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting gemeente Goes |
Paragraaf 5.2 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
||
|
Toezicht en handhaving op grond van de Wet Kinderopvang |
Wet Kinderopvang |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
|||
|
Bekendmaking alg. verbindende voorschriften |
Gemeentewet |
Artikel 139 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
||
|
Verlening van vrijwilligerspenningen |
Regeling voor onderscheiding van vrijwilligers (geheel) |
A |
B&W |
SH MO |
BA |
|||
|
(Ver)huur sportaccommodatie |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH MO |
AH |
||
|
Tekenen (ver)huurovereenkomsten sportaccommodatie |
Gemeentewet |
Artikel 171 |
V |
B |
SH MO |
AH |
||
|
Verhuren of op andere wijze in gebruik geven van gemeente-eigendommen (vestigen zakelijke rechten) |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker samenleving |
|
|
Ontbinden van overeenkomsten ter zake van huur, pacht of een andere wijze van ingebruikgeving waardoor de schadevergoeding niet meer bedraagt dan € 5.000,-- |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker samenleving |
|
|
Ruilen en vervreemden van onroerende zaken tot een tegenprestatie c.q. betrokken belang van € 15.000,00 |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
Verder doorgemandateerd aan medewerker samen-leving en/of medewerker omgeving en economie |
|
|
Idem, tussen € 15.000,00 en € 50.000,00 |
Gemeentewet |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
||
|
Ontbinden van overeenkomsten ter zake van huur, pacht of een andere wijze van ingebruikgeving waardoor de schadevergoeding niet meer bedraagt dan € 5.000,00 |
Artikel 160 |
A |
B&W |
SH G |
AH |
|||
|
Aanschrijvingen (b.v. t.a.v. nakomen bouwplicht) |
Algemene Erfpachtsvoorwaarden |
V |
B&W |
SH G |
AH |
|||
|
Het schriftelijk geven/vragen/rappelleren (om) informatie; indienen aanvragen; declareren/betaalbaar stellen van bijdragen; adviseren hogere overheden m.b.t. individuele aanvragen; gehoord worden; indienen planningen; toetsing aan vastgestelde criteria ten aanzien van financiële regelingen volkshuisvesting (woningbouw, -verbetering, -aanpassing, bewoning) uitsluitend voor zover deze op woonwagens betrekking hebben. |
Algemeen mandaat t.b.v. uitvoeringshandelingen niet zijnde beschikkingen |
MG |
B&W |
SH G |
AH |
4.9
Bevoegdhedenlijst afdeling Activering en inkomen / Zorg
Bevoegdhedenlijst afdeling Activering en Inkomen / Zorg
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Het nemen van beslissingen |
WWB + WIJ |
Artikel 7, lid 5 WWB |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager + sociaal rechercheur |
|
|
Het nemen van beslissingen inzake onderh. bijdrage/verhaal |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of verhaals-medewerkster |
||
|
Het nemen van beslissingen inzake terugvordering |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of sociaal rechercheur |
||
|
Verzoeken om informatie |
WWB + WIJ |
Artikelen 63 en 64 (WWB) |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of sociaal rechercheur |
|
|
Verzoeken om informatie |
WWB + WIJ |
Artikelen 66 en 67 (WWB) |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of sociaal rechercheur |
|
|
Looninfo-aanvragen |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of sociaal rechercheur |
||
|
Verzoeken opgave vakantiegeld |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of sociaal rechercheur |
||
|
Termijn van orde geven |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, team-coördinator of sociaal rechercheur |
||
|
Bericht einde inhoudingen |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager of teamcoördinator |
||
|
Kennisgeving beslag derden |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA (BA is administratief-finan-cieel medewerker |
||
|
Uitnodiging verhoor sociale recherche |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. sociaal rechercheur |
||
|
Trajectplan |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager |
||
|
Tegenprestatie overeenkomst |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager |
||
|
Proces-verbaal aangifte |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
|||
|
Aanmaningen/correspondentie n.a.v. beheer debiteuren |
WWB + WIJ |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager, financieel administratief medewerker of teamcoördinator |
||
|
Het nemen van beslissingen |
IOAW/IOAZ |
Artikel 34 |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager |
|
|
Het nemen van beslissingen |
Verordening GKB |
Artikel 6 |
A |
B&W |
SH MO |
AH Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. consulent Schuldhulpverlening |
|
|
Uitvoering beslissingen inzake GKB + verzoek om info |
GKB |
A |
B&W |
SH MO |
AH Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. consulent Schuldhulpverlening |
||
|
Buiteninvordering stellen vorderingen WWB/GKB/SNF/Bbz. € 0,00 tot € 10.000,00 |
WWB/Bbz |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Doorgemandateerd aan teamcoördinator |
||
|
Buiteninvordering stellen vorderingen WWB/GKB/SNF/Bbz. > € 10.000,00 |
WWB/Bbz |
O |
B&W |
SH MO |
AH A&I en Z |
Na primaat college |
||
|
Het nemen van beslissingen |
IOAW/IOAZ/Bbz/WI |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager + sociaal rechercheur |
||
|
Uitnodiging verhoor sociale recherche |
IOAW/IOAZ/Bbz/WI |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. sociaal rechercheur |
||
|
Proces-verbaal aangifte |
IOAW/IOAZ/Bbz/WI |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
|||
|
Besluit continuering heronderzoek |
IOAW/IOAZ/Bbz/WI |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager |
||
|
Trajectplan pre-startfase |
IOAW/IOAZ/Bbz/WI |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager |
||
|
Toekennen/afwijzen van aanvragen om (WMO-)voor-zieningen + verzoek om info |
WMO (geheel) |
A |
B&W |
SH MO |
AH Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager of teamcoördinator |
||
|
Het afdoen van beroepen op vrijstellingen van de Leerplichtwet |
Leerplichtwet |
Artikelen 5 en volgende |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. leerplichtambtenaar |
|
|
Het afdoen van verzoeken om omzetting van de volledige leerplicht in partiële leerplicht |
Leerplichtwet |
Artikel 3 |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. leerplichtambtenaar |
|
|
Mededelingen aan div. instanties (districtshoofd, arbeidsinspectie, gemeenten, minister) |
Leerplichtwet |
Artikelen 3,6 en 7 |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. leerplichtambtenaar |
|
|
Het controleren of leerplichtigen als leerling op school staan ingeschreven |
Leerplichtwet |
Artikel 19 |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. leerplichtambtenaar |
|
|
Het uitbrengen van verslag over de uitvoering van de Leerplichtwet |
Leerplichtwet |
Artikel 25 |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. leerplichtambtenaar |
|
|
Het beslissen op aanvragen (waaronder het toekennen en verstrekken van gemeentelijke bijdragen) op grond van de Wet Kinderopvang |
Wet Kinderopvang |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager of teamcoördinator |
||
|
Bijhouden register Wet Kinderopvang |
Wet Kinderopvang |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager of teamcoördinator |
||
|
Het nemen van beslissingen |
Minimaregelingen (o.a. declaratiefonds) |
A |
B&W |
SH MO |
AH Z |
Doorgemandateerd aan BA i.c. klantmanager of teamcoördinator |
||
|
Het nemen van beslissingen, horen en het opleggen en terugvorderen van een boete conform de WWB, het boetebesluit en de Awb |
WWB / boetebesluit / Awb |
A |
B&W |
SH MO |
AH A&I |
Doorgemandateerd aan BA i.c. teamcoördinator + klantmanager + sociaal rechercheur + financieel administratief medewerker |
4.10
Bevoegdhedenlijst Gemeentearchief
Bevoegdhedenlijst Gemeentearchief
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Het uitbrengen van offertes voor zover deze het verrichten van werkzaamheden betreffen die behoren tot de discipline/het takenpakket van deze afdeling. |
Gemeentewet |
Artikel 160, lid 1, sub e |
V |
B&W |
SH MO |
AH |
||
|
Het ondertekenen van overeenkomsten voor de door derden/particulieren in bewaring gegeven archieven |
Gemeentewet |
Artikel 171 |
V |
B |
BA* |
* = gemeentearchivaris |
4.11
Bevoegdhedenlijst Haven
Bevoegdhedenlijst Haven
Let op afwijkend afdoenings- en ondertekeningsmandaat tijdens transitiefase van sectoren- naar directiemodel (zie Toelichting op het Bevoegdhedenbesluit 2014) !
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Water uit haven pompen en afleiden; vlotten maken; baggeren; duiken en opvissen voorwerpen; onbeheerde objecten; ijsbreken; ankeren of aanmeren; ligplaatsen; verhalen vaartuig; laten draaien voortstuwen |
Havenverordening |
Artikelen 10.1b, 11, 12, 15, 16, 20, 22, 25, 32, 30 lid 2 |
MG |
B&W |
AH |
BH |
||
|
Onderhoud sluis, haven |
Haven |
MG |
B&W |
AH |
BH |
“Doorgemandateerd” aan Havenmeester |
4.12
Bevoegdhedenlijst Keuringscommissie Motorrijtuigen
Bevoegdhedenlijst Keuringscommissie Motorrijtuigen
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Verzenden van de persoonlijke oproeping aan houders van motorvoertuigen die zullen worden ge-keurd |
Inkwartieringsbesluit |
Artikel 51 |
A |
B |
Keuringscom-missie Motor-rijtuigen |
|||
|
Verzenden van de lastgeving (de verplichting het motorvoertuig in voorkomend geval ter vordering aan te bieden + het verzenden van vervallenverklaringen en tijdelijke vrijstellingen bij het vervallen van de indeling) |
Artikel 62 |
A |
B |
Keuringscom-missie Motor-rijtuigen |
4.13
Bevoegdhedenlijst Politie
Bevoegdhedenlijst Politie
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Geven aanwijzingen tijdens een samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging, vergadering of betoging |
Wet openbare manifestaties/ Het belijden van godsdienst of levensovertuiging |
Artikel 6 |
MG |
B |
Politie |
Melden aan portefeuillehouder |
4.14
Bevoegdhedenlijst Hulpofficier van Justitie Politie Zeeland (belast met uitvoering huisverbod)
Bevoegdhedenlijst Hulpofficier van Justitie Politie Zeeland (belast met uitvoering huisverbod)
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Nemen besluit opleggen huisverbod, plegen overleg Bureau Jeugdzorg, mondeling aanzeggen, mededelen huisverbod, regelen juridische bijstand |
Wet tijdelijk huisverbod |
Artikelen 3, lid 1 en 2, lid 3, 7, en 8 en 5, lid 1 |
A |
B |
Hulpofficier van justitie politie Zee-land (belast met uitvoe-ring huisver-bod.) |
4.15
Bevoegdhedenlijst Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer
Bevoegdhedenlijst Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Leges bijzondere transporten |
Verordening leges |
A |
B&W |
Directeur RDW |
||||
|
Ontheffingen transporten met afwijkende afmetingen e.d. |
Wegenverkeerswet |
Artikel 149, lid 1 onder b en onder d |
A |
B&W |
Directeur RDW |
Voor zover het betreft ont-heffingen overschrijding afmetingen en massa's bij exceptioneel transport gekentekende voertuigen e.e.a. met inachtneming van beslisruimte (zie bijlage 5.7) Voor overig zie afdeling Vergunningen en Handhaving |
4.16
Bevoegdhedenlijst Directeur SaBeWa
Bevoegdhedenlijst Directeur SaBeWa
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van door SaBeWa uitgevoerde vorderingen gemeentelijke belastingen |
Gemeentewet, Wet Waardering onroerende zaken en besluit DB SaBeWa d.d. 18-12-‘06 |
Artikelen 231, lid 2, onder b en 255, lid 5 Gemeentewet en 1, lid 2 Wet Waardering on-roerende zaken |
A |
B&W |
Dir. SaBeWa |
Onder voorwaarde maandelijks overleggen lijst met oninbaar verklaringen voorafgaande maand en reden daarvoor. Ondermandaat is niet mogelijk. Voor criteria oninbaarverklaring zie bijlage 5.8 |
||
|
2. |
Het opmaken van schriftelijke verklaringen strekkende tot het signaleren van wijzigingen in de feitelijke situatie die van invloed zijn op de gebouwenregistratie en die niet in een ander krachtens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument zijn opgenomen |
Wet basisregistraties adressen en gebouwen |
A |
B&W |
BA |
BA is medewerker SaBeWa Geschillen omtrent toepas-sing worden voorgelegd aan college |
4.17
Bevoegdhedenlijst secretaris Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)
Bevoegdhedenlijst secretaris Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)
A = Afdoeningsmandaat (afdoen + tekenen) B = Burgemeester
O = Ondertekeningsmandaat (alleen tekenen) B&W = College van Burgemeester en wethouders
V = Volmacht PH = Portefeuillehouder
MG = Machtiging DH = Diensthoofden (secretaris)
Sub = Sub-mandaat (ondermandaat) SH G = Sectorhoofd Grondgebied
SH MO = Sectorhoofd Maatschappelijke Ontwikkeling
AH = Afdelingshoofd
BH = Bureauhoofd
BA = Behandelend ambtenaar
|
Volg Nr. |
Omschrijving bevoegdheid |
Regeling |
Artikel(en) |
Mandaat |
Opmerkingen |
|||
|
Vorm |
Door |
Aan |
Sub |
|||||
|
Het afgeven, wijzigen en intrekken van beschikkingen op basis van de Wet gemeentelijke regelingen leerlingenvervoer of Verordening leerlingenvervoer van de gemeente Goes. |
Gemeentewet, de Wet gemeente-lijke regelingen leerlingenvervoer en de Verordening leerlingen-vervoer van de gemeente Goes. |
A |
B&W |
Secr. SWVO |
Zie bijlage 5.9 voor in acht te nemen voorwaarden en voorschriften |
|||
|
Volmacht tot het verrichten van financiële handelingen ter uitvoering van de hiervoor onder 1 beschreven bevoegdheden. |
Gemeentewet, de Wet gemeente-lijke regelingen leerlingenvervoer en de Verordening leerlingen-vervoer van de gemeente Goes. |
V |
B&W |
Secr. SWVO |
Zie bijlage 5.9 voor in acht te nemen voorwaarden en voorschriften |
|||
|
Volmacht om de gemeente Goes te vertegenwoordigen bij de hiervoor onder 2 bedoelde handelingen |
Gemeentewet, de Wet gemeente-lijke regelingen leerlingenvervoer en de Verordening leerlingen-vervoer van de gemeente Goes. |
V |
B |
Secr. SWVO |
Zie bijlage 5.9 voor in acht te nemen voorwaarden en voorschriften |
4.18
Bevoegdhedenlijst Directeur van de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (Mandaatbesluit RUD Zeeland 2014 gemeente Goes)
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland (Mandaatbesluit RUD Zeeland 2014 gemeente Goes)
Het college van burgemeester en wethouders van Goes
Gelet op:
-afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
-de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Waterwet, de Wet ammoniak en veehouderij, de Natuurbeschermingswet 1998, de Gemeentewet, de Provinciewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet luchtvaart, de Woningwet, de Landschapsverordening, de Luchtvaartverordening, de Provinciale Milieuverordening en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten, circulaires en regelingen, en
-artikel 10 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;
besluit vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit RUD Zeeland 2014 - Gemeente Goes
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
b.dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 34 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;
c.directeur: de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland, bedoeld in
artikel 1, onder f, van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;
d.gemeente: de gemeente Goes;
e.mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders besluiten, in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht, te nemen;
f.machtiging: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
g.schriftelijk: ten behoeve van dit besluit wordt daaronder mede verstaan per e-mail en per fax, en
h.volmacht: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2 Mandaat en ondermandaat
11.Aan de directeur wordt mandaat verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende mandaatlijst.
11.De directeur kan de bevoegdheden genoemd in lid 1, in ondermandaat opdragen aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concreet mandaat in de mandaatlijst uitdrukkelijk is uitgesloten.
12.In geval van afwezigheid of ontstentenis van de directeur worden zijn bevoegdheden door zijn plaatsvervanger uitgeoefend.
13.De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
14.De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te besluiten tot de intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 5.19 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
15.De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheden die bij de bij dit besluit behorende mandaatlijst uitdrukkelijk zijn uitgezonderd.
Artikel 3 Uitsluiting BRZO- en RIE 4-inrichtingen
Het mandaatbesluit geldt niet ten aanzien van bevoegdheden die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving van de BRZO- en RIE 4-inrichtingen.
Artikel 4 Kaders uitoefening bevoegdheden
1.Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend houdt bij de uitoefening van de aan hen opgedragen bevoegdheden rekening met de relevante door de gemeenteraad/provinciale staten vastgestelde kaders alsmede het door het college vastgestelde beleid.
2.Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend past de algemene dan wel specifieke instructies als bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht van het college betreffende de gemandateerde bevoegdheden toe.
3.Het college zorgt ervoor dat de directeur over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. De directeur zorgt ervoor dat de door hem/haar gemandateerden tevens kunnen beschikken over deze informatie.
4.Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur over uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland uitvoert.
5.De directeur treedt in overleg met het college indien hij/zij het noodzakelijk acht af te wijken van de in het eerste lid bedoelde kaders of beleid.
Artikel 5 Informatieplicht
1.De directeur informeert het college over alle ingekomen aanvragen en verzoekschriften en alle door de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland geconstateerde overtredingen die betrekking hebben op de overeenkomstig artikel 2 gemandateerde bevoegdheden.
2.Het college maakt binnen tien dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde informatie kenbaar of nader overleg over een of meerdere specifieke gevallen gewenst is.
3.Onverminderd het eerste lid informeert een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend het college schriftelijk bij de toepassing van de procedures bedoeld in afdeling 3.4, artikel 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
4.Onverminderd het eerste en derde lid heeft een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend een voorafgaande informatieplicht en een signaleringsplicht jegens het college indien de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor het college gelet op de inhoud van het besluit, de geadresseerde of de politieke gevoelens in de gemeenteraad of de samenleving naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen zal hebben of indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld of anderszins in rechte zal worden aangesproken. In de gevallen bedoeld in de vorige volzin verschaft de directeur alle benodigde informatie en voert overleg met het college alvorens de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 uit te oefenen.
5.De directeur en het college overleggen regelmatig over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de bij of krachtens dit besluit in mandaat te nemen en reeds genomen besluiten.
Artikel 6 Volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld:
a)de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en
b)de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 7 Ondertekening
1.Een besluit in mandaat dan wel ondermandaat overeenkomstig artikel 2, wordt als volgt ondertekend.
Het college van burgemeester en wethouders van Goes,
namens dezen,
gevolgd door:
-de functieaanduiding;
-de handtekening, en
-de naam van de (onder)gemandateerde.
1.Indien er gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 6, luidt de ondertekening:
De gemeente x/de provincie Zeeland,
namens dezen,
gevolgd door:
-de functieaanduiding;
-de handtekening, en
-de naam van de (ge(vol)machtigde.
Artikel 8 Slotbepalingen
1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
2.Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit RUD Zeeland 2014 gemeente Goes
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Goes op 16 december 2013
Burgemeester en Wethouders van Goes,
de secretaris (loco), de burgemeester,
mr. H.E. Schild. mr. L.J. Verhulst.
|
Mandaten voor combi Basis- en Plustaken |
|
|
Mandaten voor Basistaken |
|
|
Mandaten voor Plustaken |
MANDAATLIJST Gemeente Goes voor RUD Zeeland 2014
Algemeen
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
A01 |
Besluiten inzake bestuursrechtelijke procedures. |
Omvat: Advisering Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer in opdracht van het college. |
|
|
A02 |
Besluiten op grond van: aa.art. 4:5 en 4:6 Awb (vereenvoudigde wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag); aa.afdeling 4.1.3 Awb (opschorten beslistermijn); ab.art. 4:15, 4:17 en 4:18 Awb (besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen); ac.titel 4.4 Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) m.u.v. afdeling 4.4.4 Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel); ad.art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b Awb (bestuurlijke lus en tussenuitspraak). |
||
|
A03 |
De voorbereiding van besluiten met gebruikmaking van Afdeling 3.4 Awb, Afdeling 3.6 Awb en Titel 4.1 Awb |
||
|
A04 |
Behandelen van correspondentie van uitsluitend uitvoerende en/of informatieve aard betrekking hebbende op de gemandateerde bevoegdheden. |
||
|
A05 |
Machtiging om Burgemeester en Wethouders door medewerkers of externe adviseurs te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures in bezwaar en beroep. |
||
|
A06 |
Het vragen van advies op basis van de Wet Bibob en het maken van afspraken naar aanleiding van het uitgebrachte advies (art. 9). |
||
|
A07 |
Besluiten op een verzoek om (milieu)informatie op grond van de Wob. |
De directeur kan hiermee dus ook WOB besluiten gericht aan het college afhandelen. |
|
|
A08 |
Aanbesteden werken, leveringen en diensten. |
Per individuele deelnemer uit te werken |
Vergunningen
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
|||
|
V01 |
Besluiten inzake vergunningverlening bij of krachtens de Wabo, Besluiten inzake het stellen van nadere voorwaarden na een gebruiksmelding brandveilig gebruik op grond van het Bouwbesluit. Besluiten inzake het stellen van nadere voorwaarden na een sloopmelding op grond van het Bouwbesluit. Besluiten inzake het toestaan van een gelijkwaardige oplossing op grond van het Bouwbesluit. |
Betreft: -Procedurestappen -Ontwerpbesluit -Besluit Geldt niet voor besluiten op grond van: -art. 3.1 Bor of indien anderszins sprake is van een provinciaal ruimtelijke belang -art. 3 Wet Bibob |
De mandaatverlening betreft de taken en bevoegdheden die binnen het belang van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland vallen overeenkomstig artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling; een en ander als bedoeld in artikel 31 van de Gemeenschappelijke regeling. |
|
V02 |
Besluiten op grond van de Wabo tot of in verband met het afgeven of weigeren van: -een wettelijk advies op grond van art. 2.26, Wabo; -een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) op grond van art. 2.27 of 2.28, Wabo, aan het bevoegd gezag voor een onderdeel van de omgevingsvergunning, behoudens besluiten op grond van de art. 6.5, vierde lid, en 6.6, eerste lid, Besluit omgevingsrecht. |
Betreft: a.opstellen en afgeven van één of meer vvgb en/of wettelijk verplichte adviezen aan het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, behoudens als het wettelijk verplicht advies uitsluitend betrekking heeft op een provinciale weg. a.verzoek aan de gemeente tot wijziging of intrekking van een door de gemeente afgegeven omgevingsvergunning voor zover dit verzoek betrekking heeft op één of meerdere provinciale taken, behoudens als deze taak uitsluitend betrekking heeft op het provinciale wegbeheer. Daaronder vallen zowel de vvgb voor één onderdeel van de omgevingsvergunning als de vvgb voor het totaal van de onderdelen van de omgevingsvergunning. |
|
|
V03 |
Uitbrengen advies met het oog op de samenhang tussen de omgevingsvergunning en de vergunning o.g.v. de Waterwet (art. 6.27). |
||
|
V04 |
Het nemen van besluiten over, op grond van vergunningvoorschriften, te overleggen meldingen, rapportages e.d. |
||
|
Wet milieubeheer |
|||
|
V05 |
Besluiten en of handelingen op grond van paragraaf 2.1 en Hoofdstuk 8, 10, 13, 14, 16, 19 en 21 Wet milieubeheer. |
Betreft: -procedurestappen -ontwerpbesluit of conceptbesluit -besluit -uitbrengen van advies -verstrekken van gegevens |
De mandaatverlening betreft de taken en bevoegdheden die binnen het belang van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland vallen overeenkomstig artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling; een en ander als bedoeld in artikel 31 van de Gemeenschappelijke regeling. |
|
V06 |
Besluiten en of handelingen in het kader van de Milieu-effectrapportage (Hoofdstuk 7 Wet Milieubeheer). |
Betreft: -procedurestappen -advies reikwijdte en detailniveau MER -besluit MER-beoordeling -aanvaardbaarheidsverklaring (op grond van overgangsregels) |
|
|
V07 |
Besluiten inzake maatwerkvoorschriften op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. |
||
|
V08 |
Besluiten op grond van het Besluit stortplaatsen en stortverboden Afvalstoffen. |
Betreft het verlenen van ontheffing voor bepaalde afvalstoffen |
|
|
V09 |
Besluiten en handelingen op grond van het Vuurwerkbesluit. |
||
|
Wet luchtvaart |
|||
|
V10 |
Besluiten en/of handelingen bij of krachtens de Wet luchtvaart en de Luchtvaart Verordening Zeeland inzake: -de voorbereiding van besluiten op een aanvraag om dan wel een (ambtshalve) wijziging of een omzetting van een luchthavenbesluit en een luchthavenregeling -inzake de verlening of weigering van ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik ogv art. 8a.51 van de Wet luchtvaart |
Betreft: -Procedurestappen (luchthavenbesluiten en –regelingen en TUG-ontheffing) -Ontwerpbesluiten (luchthavenbesluiten en –regelingen) Omvat mede: -Vaststellen aanvraagformulier -overleg met de burgemeester (art. 35 Regeling tijdelijk gebruik luchthavens en andere terreinen; -goedkeuring formatrapportages luchthavenbesluiten en – regelingen; -aanvraag bij min. IenM voor verklaring veilig gebruik luchtruim (art. 8.49 Wet luchtvaart). |
|
|
V11 |
Besluiten en handelingen ten behoeve van het luchthavenbesluit: -art. 8.47 juncto art. 8.9, derde lid (verlenen verklaring van geen bezwaar) -art. 8.47 juncto art. 8.12, derde lid (verlenen ontheffing bij verbod tot oprichten of plaatsen objecten ism luchthavenbesluit |
||
|
V12 |
Geven van advies over vaststelling luchtverkeersroutes en procedures aan ministerie ingevolge art. 8.50, eerste lid |
||
|
V13 |
Jaarlijks verslag uitbrengen aan provinciale staten over milieu-aspecten en externe veiligheidsaspecten vanwege het luchthavenluchtverkeer voor zowel luchthavenbesluiten en luchthavenregelingen (art. 8.55, eerste lid onder a. en art.8.65) |
||
|
V14 |
Voeren overleg met ministerie bij luchthavenbesluit militair vliegveld ingevolge art. 10.18. |
||
|
Wet geluidhinder |
|||
|
V15 |
Besluiten bij of krachtens de Wet geluidhinder: -Op grond van artikel 110a, zevende lid voor het vaststellen van hogere waarden genoemd in Hoofdstuk V zones rond industrieterreinen en Hoofdstuk VI zones langs Wegen; -Hoofdstuk V, afdeling 3 overige voorschriften: het afwijken van hogere waarden ingevolge artikel 65 en 66; -Hoofdstuk VIIIA Hogere waarde en onderzoeksbepalingen •art. 110i, eerste lid, juncto afdeling 2 van titel 1 van boek BW; •art. 110i, tweede lid (indien een besluit als bedoeld in art. 110i, eerste lid, ingevolge een besluit of uitspraak in rechte is ingetrokken of gewijzigd of anderszins zijn waarde heeft verloren) |
Betreft: -zowel ambtshalve besluiten als besluiten op verzoek; -procedurestappen -ontwerpbesluit/conceptbesluit -besluit en besluiten inzake de ontvankelijkheid. |
|
|
Provinciale milieuverordening |
|||
|
V16 |
Besluiten en/of handelingen op grond van Titel 3.4, paragraaf 3.5.2, Titel 4.4, 4.5, 4.6, 5.4, hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 van de PMV |
Betreft: -procedurestappen -ontwerpbesluit/conceptbesluit -besluit |
|
|
Waterwet |
|||
|
V17 |
Besluiten en of handelingen inzake vergunningverlening bij of krachtens de Waterwet en de Waterverordening Zeeland voor zover het betreft onttrekking en infiltratie van grondwater |
Betreft: -Procedurestappen -Ontwerpbesluit -Besluit |
|
|
V18 |
Het nemen van besluiten en het voeren van correspondentie op grond van vergunningvoorschriften, te overleggen meldingen, rapportages e.d. |
||
|
Ontgrondingenwet |
|||
|
V19 |
Besluiten en of handelingen inzake vergunningverlening bij of krachtens de Ontgrondingwet en de Ontgrondingenverordening Zeeland |
Betreft: -Procedurestappen -Ontwerpbesluit -Besluit |
|
|
V20 |
Het nemen van besluiten en het voeren van correspondentie op grond van vergunningvoorschriften, te overleggen meldingen, rapportages e.d. |
Bodemsanering
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
Wet bodembescherming |
|||
|
BS01 |
Besluiten en handelingen bij of krachtens hoofdstuk IV, paragraaf 1. algemeen en paragraaf 3. Saneringen: Wet bodembescherming (nieuwe en oude gevallen van verontreiniging) a. procedurestappen b. ontwerpbesluiten c. besluiten |
Omvat niet de besluiten tot de inzet van het bevelsinstrumentarium (wel alle procedure stappen). Art. 50, eerste lid kan niet in ondermandaat worden gegeven. |
|
|
BS02 |
Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van art. 43, 55b en 74 Wbb, met betrekking tot de inzet van het bevelsinstrumentarium. |
Omvat niet de besluiten tot de inzet van het bevelsinstrumentarium. |
|
|
BS03 |
Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van art. 70, 71 en 72, Wbb (gedogen van onderzoek en inzet middelen). |
Omvat niet de besluiten tot het gedogen van onderzoek en inzet middelen |
|
|
Besluit Verbond/BSB |
|||
|
BS04 |
Besluiten en handelingen in het kader van de uitvoering van het besluit Verbond c.q. Bsb-operatie met uitzondering van de in BS07 bedoelde besluiten |
||
|
BS05 |
Voorbereiden van de ontwerpaanwijzing ex. Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen op grond van verkennend onderzoek van art. 4, Besluit Verbond en het uitvoering geven van de aanwijzing. |
Omvat niet de aanwijzing. |
|
|
Besluit financiële bepalingen bodemsanering |
|||
|
BS06 |
Besluiten en handelingen inzake subsidieverlening en vaststelling voor de sanering van bedrijfsterreinen bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Besluit financiële bepalingen bodemsanering juncto artikel 76j. Wbb |
Betreft: -procedurestappen -ontwerpbesluit/conceptbesluit -besluit omvat ook handelingen inzake -het verstrekken van een voorschot -het Ouderdomsprotocol -indienen aanvraag/melding bij de minister -laten stellen van financiële zekerheid |
|
|
Besluit uniforme saneringen en Regeling uniforme saneringen |
|||
|
BS07 |
Besluiten en handelingen op grond van het Besluit uniforme saneringen (BUS) en de Regeling uniforme saneringen (RUS) in het kader van uit te voeren uniforme saneringen |
||
|
Overige Wet bodembescherming |
|||
|
BS08 |
Besluiten op grond van de Wet bodembescherming in het kader van de nazorg van gesaneerde bodemsaneringslocaties |
Betreft: •meldingen en adviesaanvragen •verzoek om toestemming voor bodemonderzoek, monitoring en nazorgmaatregelen •aanmeldingen schademelding bij verzekeraar of schade-expert. |
|
|
BS09 |
Gegevens verstrekken dan wel opvragen ingevolge art.87a, eerste en derde lid en art. 92b en ad hoc op verzoek van het ministerie over gegevens in het kader van de Wet bodembescherming. |
||
|
BS10 |
Correspondentie in het kader van de voorbereiding en uitvoering van bodemonderzoeken en saneringen in opdracht van het bevoegd gezag (inclusief bodemsaneringsovereenkomsten en opdrachtverlening) |
Betreft ook het in opdracht van de provincie indienen van meldingen ingevolge hoofdstuk IV, paragraaf 1. algemeen en paragraaf 3. Saneringen: Wet bodembescherming. |
Handhaving
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
H01 |
Het aanwijzen van ambtenaren belast met het houden van toezicht |
Betreft toezicht op naleving op grond van: -Wabo -Ontgrondingenwet -Ontgrondingenverordening Zeeland -Whvbz -Waterwet -Woningwet -Wet ruimtelijke ordening -Grondwaterwet -Natuurbeschermingswet 1998 -Wet geluidhinder -Flora- en Faunawet -Landschapsverordening Zeeland 2001 -Wet op de waterhuishouding -Wet milieugevaarlijke stoffen -Wet inzake de luchtverontreiniging -Wet bodembescherming -Wet milieubeheer -Luchtvaartverordening Zeeland -Provinciale milieuverordening Zeeland -Wet luchtvaart -Waterwet -Waterverordening Zeeland -Boswet |
|
|
H02 |
Het voeren van correspondentie in het kader van toezicht en handhaving, waaronder in ieder geval begrepen: a.een bezoekbevestigingsbrief b.een voorwaarschuwingsbrief / formele waarschuwing c.een vooraankondiging last onder bestuursdwang of last onder dwangsom (hoorbrief) d.vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (art. 5.16 Awb) |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. |
|
|
H03 |
Besluiten tot het vaststellen van ontwerpgedoogbeschikkingen en definitieve gedoogbeschikkingen |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. |
|
|
H04 |
Het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuurlijk optreden |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. |
|
|
H05 |
Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4, Awb, (herstelsancties en bestuurlijke boete) met uitzondering van: a.het invorderen van dwangsommen; b.het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten in verband met het toepassen van bestuursdwang |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. Omvat tevens besluiten en (feitelijke) handelingen ter voorbereiding en uitvoering van deze besluiten. NB. De besluiten die in dit mandaat expliciet zijn uitgezonderd, vallen onder H07. Voor het vuurwerkbesluit gelden de instructies voor toezichthouders toepassing bestuursdwang bij professioneel vuurwerk |
. |
|
H06 |
Het nemen van besluiten op grond van artikel 5:27 Awb welke zijn benodigd ten behoeve van de toepassing van bestuursdwang |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. |
|
|
H07 |
Besluit tot: a.starten van verhaalsprocedure voor kosten bestuursdwang (inclusief conservatoir beslag) of het afzien van kostenverhaal; b.vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten in verband met het toepassen van bestuursdwang (art. 5:25, lid 6 Awb); c.invordering dwangsom, restitutie van te veel betaalde dwangsombedragen, vermindering of het afzien van invordering van de dwangsom; d.het treffen van een betalingsregeling in het kader van de onder a. genoemde verhaalsprocedure, of in het kader van de inning van verbeurde dwangsommen e.beslaglegging in het kader van executie van een dwangbevel, met betrekking tot een dwangsombesluit f.inroepen retentierecht |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. |
|
|
H08 |
Besluit: a.op verzoek om ontheffing op grond van art. 5 Whvbz b.tot het stellen van nadere voorschriften als bedoeld in art. 7 Whvbz c.inzake instellen / uitbrengen en opheffen / intrekken zwemverbod of negatief zwemadvies op grond van art. 11 en art. 11a Whvbz d.verrichten van onderzoek op grond van art. 12, eerste lid, art. 2a, zevende lid en art. 37 Bhvbz |
Betreft: -Procedurestappen -Conceptbesluit -Besluit |
|
|
H09 |
Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk/handhavend op te treden |
Betreft de onder H01 genoemde wetten. |
|
|
H10 |
Het beoordelen van milieuverslagen, overeenkomstig de bij of krachtens titel 12.3 Wm gestelde regels |
||
|
H11 |
Het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 17 Wm inzake maatregelen bij ongewoon voorval |
||
|
H12 |
Het indienen van een aanvraag op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar |
De mandaatverlening betreft de taken en bevoegdheden die binnen het belang van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland vallen overeenkomstig artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling; een en ander als bedoeld in artikel 31 van de Gemeenschappelijke regeling. |
|
|
H13 |
Besluit tot het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang conform art. 5.31, Awb juncto 5.17, Wabo dan wel de schriftelijke bekrachtiging van de mondelinge aanzegging daartoe |
||
|
H14 |
Besluiten bij of krachtens de Wet luchtvaart: -voorschrijven maatregelen bij overschrijden grenswaarde opgenomen in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling (art. 8.45, eerste lid en art. 8.64, eerste lid) -intrekken of matigen van de maatregel bij luchthaven besluit en luchthavenregeling inclusief in de gelegenheid stellen zienswijze kenbaar te maken(art. 8.45, tweede lid juncto art. 8.22, derde lid en art. 8.64) -vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit of luchthavenregeling (art. 8.46, eerste lid onder a en art. 8.64, zesde lid) -een in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling vastgelegde grenswaarde voor geluid vervangen voor een andere grenswaarde (art. 8.46, eerste lid onder b en art. 8.64, zesde lid) -opleggen van een bestuurlijke boete ingevolge artikel 11.23. |
Betreft: -Procedurestappen -Ontwerpbesluit/conceptbesluit -Besluit. |
|
|
H15 |
Besluiten op grond van art. 30, 32 en 33 Wbb, met betrekking tot het treffen van maatregelen bij ongewone voorvallen |
Betreft ook alle procedurestappen. Omvat ook het opleggen van bevelen indien overleg met de gedeputeerde heeft plaatsgevonden |
|
|
H16 |
Het uitvoeren van maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art. 30, 32 en 33 Wbb, die zijn genomen met behulp van BS02 |
Omvat niet de besluiten tot het nemen van maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art. 30, 32 en 33, Wbb |
Bijlage A Lijst van afkortingen
• AmvB: Algemene Maatregel van Bestuur
• Art.: artikel
• Awb: Algemene wet bestuursrecht
• BenW: Burgemeester en Wethouders
• Bgs: Besluit geluidproductie sportmotoren
• Bibob: bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
• Bor: Besluit omgevingsrecht
• Brzo: Besluit risico's zware ongevallen 1999
• BSB: Bodemsanering bedrijfsterreinen
• Bssa: Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
• GS: Gedeputeerde Staten
• Gww: Grondwaterwet
• IPPC-richtlijn: Europese Richtlijn (2008/1/EG).
• MER: Milieu Effect Rapportage
• Ontgr.wet: Ontgrondingenwet
• PMV: Provinciale milieuverordening Zeeland
• PS: Provinciale Staten
• RIE: Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU)
• Vvgb: verklaring van geen bedenkingen
• Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
• Wbb: Wet bodembescherming
• Wgh: Wet geluidhinder
• Wm: Wet milieubeheer
• Whbvz: Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
• Wro: Wet ruimtelijke ordening
Toelichting behorende bij het mandaatbesluit RUD-Zeeland
ALGEMEEN
Inleiding
Bijna dagelijks moeten er allerlei beslissingen door het college van Burgemeester en Wethouders (hierna te noemen: het college) worden genomen. Het zou niet werkbaar zijn als die beslissingen steeds in de vergadering van het college moeten worden genomen. Daarom bestaat al sinds jaar en dag de mogelijkheid dat het college aan een ander de bevoegdheid toekennen om dit namens hem te doen; dit heet "mandaat". Het onderhavige besluit voorziet hierin en heeft betrekking op de verlening van mandaat, machtiging en volmacht met betrekking tot bevoegdheden van GS / BW aan de directeur van het gemeenschappelijke openbaar lichaam de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland (hierna te noemen: RUD Zeeland). Daarnaast ziet dit besluit op de verlening van ondermandaat, machtiging en ondervolmacht door de directeur aan functionarissen binnen zijn dienst.
Mandaat
Onder mandaat wordt in de Algemene wet bestuursrecht verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Met andere woorden de functionaris, dit is de gemandateerde, krijgt de bevoegdheid om een besluit te nemen dat geldt als een besluit van het bestuursorgaan dat het mandaat heeft verleend (mandaatgever). Het door de gemandateerde genomen besluit geldt derhalve als een besluit van het bestuursorgaan en heeft dezelfde juridische consequenties als een door het bestuursorgaan zelf genomen besluit. Er worden evenwel geen publiekrechtelijke bevoegdheden van het college overgedragen aan het bestuur of aan de directeur van RUD Zeeland. Het betreft hier een vorm van publiekrechtelijke vertegenwoordiging. Bij de omschrijving van het begrip mandaat wordt uitgegaan van de bevoegdheid tot het nemen van een besluit. Met andere woorden de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden wordt zichtbaar in het nemen van besluiten (zie ondertekening). Mandaat wordt in dit besluit niet verleend aan een persoon, maar aan een functionaris, dus aan degene die een functie bekleedt. De mandaatgever kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Daarnaast blijft de mandaatgever ook altijd zelf bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.
Volmacht en machtiging
Aan de directeur wordt ook volmacht verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Een voorbeeld van de eerste categorie is het sluiten van een overeenkomst. Voorbeelden van de tweede categorie zijn procesvertegenwoordiging, het vaststellen van brieven zonder rechtsgevolg en het feitelijk toepassen van bestuursdwang. De bepalingen in voorliggend besluit inzake ondermandaat moeten analoog worden toegepast op ondervolmacht en machtiging van ondergeschikten. Dit is in lijn met de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitgangspunten
I.Wettelijke beperkingen
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft als hoofdregel dat mandaat geoorloofd is, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet. Deze hoofdregel is derhalve ook van toepassing op het onderhavige mandaatbesluit en geeft als zodanig, blijkens artikel 10:3 Awb, de uiterste grenzen aan waarbinnen dit besluit kan worden toegepast. Nu de wet zelf beperkingen stelt ten aanzien van de bevoegdheid om van mandaat gebruik te maken, zijn deze beperkingen niet in het mandaatbesluit opgenomen.
I.Vertrouwen
In de praktijk hangt een effectieve toepassing van het mandaatbesluit direct samen met het vertrouwen van de mandaatgever in de gemandateerde, dat deze laatste zal handelen in de geest van dat orgaan en bij twijfel de zaak zal voorleggen aan het orgaan zelf. Slechts het bestaan van deze vertrouwensbasis, die ook impliceert dat het bestuursorgaan de gemandateerde bevoegdheid slechts in uitzonderingsgevallen aan zich trekt, maakt een wezenlijke mandatering van bevoegdheden mogelijk. Bij de toepassing van dit besluit wordt het bestaan van de vorenbedoelde vertrouwensbasis dan ook uitdrukkelijk verondersteld.
In dit besluit is daarom gekozen voor een algemeen breed mandaat aan de directeur van RUD Zeeland. Dit betekent bijvoorbeeld dat in beginsel alle vergunningen en ontheffingen of handhavingsbesluiten door hem mogen worden vastgesteld en ondertekend namens het college. Hierbij wordt aangesloten op het landelijk beleid waarin beoogd is omgevingsdiensten in het leven te roepen als professionele uitvoeringsorganisaties die met een hoge mate van zelfstandigheid moeten kunnen werken.
I.Verantwoordelijkheid
Ondanks dat de feitelijke bevoegdheidsuitoefening komt te liggen bij degene die het mandaat heeft, blijft de mandaatgever daarvoor naar buiten toe ten volle verantwoordelijk. Deze kan uit dien hoofde dan ook te allen tijde algemene en specifieke instructies geven of het mandaat doorbreken en de bevoegdheid zelf uitoefenen; het onderhavige besluit behoeft in dat laatste geval geen voorafgaande intrekking. Naar buiten toe zal altijd duidelijk moeten zijn dat de gemandateerde de bevoegdheid uitoefent onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever en de burger moet kunnen nagaan of de gemandateerde wel bevoegd namens het bestuursorgaan optreedt. Derhalve wordt gebruik gemaakt van een mandaatregister.
I.Informatie en overleg
Omdat het college, ook al hebben zij mandaat verleend, verantwoordelijk blijven voor de 'in mandaat' genomen beslissing is het van belang dat zij tijdig op de hoogte worden gesteld van die beslissingen of handelingen waarvan kennisneming door hen van belang is. In het mandaatbesluit is daarom voorzien in een regeling waarbij alvorens bepaalde bevoegdheden worden uitgeoefend, overleg moet worden gevoerd met, of informatie moet worden verstrekt aan het bestuursorgaan dat het mandaat heeft gegeven. In het specifieke geval kan dan worden beslist of de bevoegdheid in mandaat kan worden uitgeoefend, dan wel kunnen door het bestuursorgaan instructies worden gegeven.
I.Mandaat en ondertekeningsmandaat
Het onderhavige mandaatbesluit hanteert als uitgangspunt dat de gemandateerde die het besluit neemt dit ook ondertekent. Dit geldt ook voor het ontwerp van het besluit of het voornemen tot het nemen van het besluit in die gevallen dat het ontwerp of het voornemen formeel aan een burger of een bedrijf kenbaar wordt gemaakt.
I.Aansluiting BRZO-RUD
Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van het " Mandaatbesluit van het college van Goes voor de DCMR Milieudienst Rijnmond 2013" en "Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen voor de DCMR Milieudienst Rijnmond 2013" dat geldt voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de BRZO- en RIE 4-bedrijven aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond.
Reikwijdte
Het mandaatbesluit heeft betrekking op alle bevoegdheden van het college die horen bij de opdrachtverlening aan RUD Zeeland. Deze opdrachtverlening is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland, het dienstverleningshandvest en de dienstverleningsovereenkomst tussen de provincie Zeeland / gemeente X en RUD Zeeland, waarin de opdrachtverlening nader is uitgewerkt. Daarmee bepalen de grenzen van de aldus opgedragen taken, naast de wettelijke grenzen, de grenzen van het mandaat aan de directeur.
Dit besluit is een regeling van algemene aard. Als mandaatgever blijft het college echter bevoegd om voor bijzondere gevallen een specifieke regeling te treffen. Daarvoor zal dan steeds een apart collegebesluit nodig zijn. Uitgangspunt blijft echter een zo groot mogelijke uniformiteit op grond van deze regeling en een beperking van het aantal bijzondere regelingen.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2 Mandaat en ondermandaat
Het eerste en tweede lid regelen het mandaat aan de directeur van RUD Zeeland en de mogelijkheid om zijn bevoegdheden in ondermandaat op te dragen aan binnen de dienst werkzame functionarissen.
Het invullen van ondermandaat is een aangelegenheid voor de directeur. Het ligt voor de hand dat de directeur in ieder geval ondermandaat geeft aan zijn leidinggevenden en daarbij gelet op het wettelijke vereiste van functiescheiding een duidelijke scheiding tussen handhaving en vergunningverlening hanteert.
Vanzelfsprekend zijn de uitgangspunten en regels van dit mandaatbesluit ook volledig van toepassing op het gebruik van ondermandaat, inclusief de ondertekening. De directeur behoudt bij ondermandaat volledig zijn verantwoordelijkheid tegenover het college en zal dit moeten kunnen waarmaken. Hij kan dit bereiken via toepasselijke (hiërarchische) verantwoordelijkheidsstructuren. Daartoe kan hij voorwaarden en beperkingen stellen aan het ondermandaat, dan wel een eenmaal verleend ondermandaat intrekken. Verder kan hij ook in de plaats treden van de functionaris aan wie ondermandaat is verleend.
Het derde lid regelt de vervanging. In geval van afwezigheid van de directeur, kan de bevoegdheid worden uitgeoefend door diens formele plaatsvervanger.
Ten aanzien van het algemene mandaat zijn uitzonderingen geformuleerd, de zogenaamde negatieve lijst (in het vierde, vijfde en zesde lid). Zo geldt het mandaat niet voor de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften. Wel mag de directeur namens het college een verweerschrift uitbrengen. De Algemene wet bestuursrecht laat niet toe dat mandaat wordt verleend tot het beslissen op een bezwaarschrift ingeval de gemandateerde zelf het besluit waartegen het bezwaar zich richt krachtens mandaat heeft genomen. Verder zijn niet gemandateerd de intrekking van een vergunning bij wege van sanctie (artikel 5.19 Wabo) en de in de mandaatlijst opgenomen uitzonderingen.
Artikel 3 Uitsluiting BRZO- en RIE 4-inrichtingen
Het mandaatbesluit geldt niet voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van de BRZO- en RIE 4-inrichtingen. Hiervoor is mandaat verleend aan de directeur van DCMR die vervolgens ondermandaat verleent aan de directeur van RUD Zeeland. Voor deze inrichtingen is een aparte -wettelijk verplichte- (mandaat)regeling getroffen met de zogenaamde BRZO-RUD (DCMR). De RUD Zeeland voert wel in ondermandaat deze taken uit, maar de bevoegdheid hiertoe is elders geregeld zodat voldaan wordt aan de wettelijke kwaliteitscriteria.
Artikel 4 Kaders uitoefening bevoegdheden
Het vaststellen van beleidskaders en beleidsregels blijft voorbehouden aan de gemeentelijke en provinciale bestuursorganen. Uit het eerste lid van dit artikel volgt dat rekening moet worden gehouden met deze kaders en het beleid dat van toepassing is op de bevoegdheden die zijn gemandateerd. Aan de andere kant dienen de bestuursorganen er voor te zorgen dat RUD Zeeland beschikking krijgt over die informatie (tweede lid). Tevens geldt er een overlegplicht bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen als dat betrekking heeft op de taken en bevoegdheden die RUD Zeeland uitvoert (derde lid).
In een bijzonder geval kan het noodzakelijk zijn om van het gemeentelijk of provinciaal beleid af te wijken. Indien de directeur meent dat zich een zodanig geval voordoet, treedt hij hierover in overleg met het college, alvorens hij gebruik maakt van zijn mandaat (vierde lid).
Overigens volstaat hierbij dat het overleg tussen ambtenaren werkzaam bij RUD Zeeland en ambtenaren werkzaam bij de deelnemer heeft plaatsgevonden. Die ambtenaren behoren zelf in staat te zijn om te beoordelen wanneer iets aan het bestuur dient te worden voorgelegd.
Artikel 5 Informatieplicht
Teneinde het college tijdig te informeren over gestarte procedures, is in het eerste lid voorzien in een standaard actieve informatieplicht. Van alle ingekomen aanvragen, verzoekschriften en geconstateerde overtredingen door de RUD Zeeland zal het college op de hoogte worden gesteld. Deze uitwisseling van informatie gaat bij voorkeur via digitale weg, bijvoorbeeld middels e-mail of het Omgevingsloket Online (OLO). Het is vervolgens aan de deelnemer om te bepalen of hij over een bepaalde procedure nader overleg wenst. Binnen 10 dagen na ontvangst van de informatie zal dat aan RUD Zeeland kenbaar moeten worden gemaakt (tweede lid). In beginsel vindt de informatie-uitwisseling op ambtelijk niveau plaats. Het derde lid regelt dat de directeur het college een afschrift stuurt van het ontwerp-besluit bij toepassing van de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afdeling 3.4 Awb) en bij het horen van de aanvrager of belanghebbende (artikel 4:7 en 4:8 Awb). Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld bij een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom. Het voornemen zal dan tevens aan het college kenbaar moeten worden gemaakt. Indien het college dat nodig acht kan het voor de uitoefening van de bevoegdheid specifieke instructies meegeven, dan wel zelf de bevoegdheid terugnemen.
Daarnaast moet het college altijd tijdig op de hoogte worden gebracht van voorgenomen besluiten of reeds genomen besluiten die naar verwachting maatschappelijke, politieke, juridische of financiële gevolgen hebben (vierde lid). Het college kan zich jegens Provinciale Staten / gemeenteraad, voor de rechter en naar buiten toe nimmer verschuilen achter mandaat. Dit gegeven vereist niet alleen een hoge mate van bestuurlijke sensitiviteit van de directeur, maar ook van de medewerkers binnen zijn dienst die over ondermandaat beschikken. Het vorenstaande impliceert onder meer een zeer korte communicatielijn tussen directeur en college, al dan niet vertegenwoordigd door de betrokken portefeuillehouder.
Het college kan, bijvoorbeeld op grond van de informatie van de directeur van de omgevingsdienst in een concreet geval, de besluitvorming naar zich toe trekken. Dit betekent dat dan de directeur geen gebruik maakt van het gegeven mandaat ofwel dat de aangewezen functionarissen geen gebruik maken van het gegeven ondermandaat. Wel blijft de directeur dan een belangrijk adviseur. Uiteraard kan ook in alle andere gevallen – om tegemoet te komen aan de vaak wisselende inzichten die het gewicht van een bepaald besluit op enig moment bepalen – door de directeur zelf worden besloten van zijn bevoegdheid geen gebruik te willen maken en derhalve aan te sturen op een besluit van het college zelf.
In het vijfde lid is voorzien in een overlegstructuur met betrekking tot de planning, de aantallen en de kwaliteit van de gemandateerde besluiten. Het initiatief hiervoor ligt gelet op de mandaatverhouding en het eerder genoemde, veronderstelde vertrouwen van het college in de gemandateerde, bij de directeur van RUD Zeeland.
Artikel 6 Volmacht en machtiging
Bestuursorganen verrichten naast publiekrechtelijke rechtshandelingen ook privaatrechtelijke
rechtshandeling en feitelijke handelingen. In die gevallen wordt bij vertegenwoordiging niet van mandaat gesproken, maar van volmacht respectievelijk machtiging. Om te voorkomen dat voor de verschillende vormen van vertegenwoordiging verschillende regimes zouden gelden, verklaart art. 10:12 Awb dat alle bepalingen die betrekking hebben op mandaat van overeenkomstige toepassing zijn indien een bestuursorgaan volmacht of machtiging verleent aan een ander, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid. Van deze benadering is ook bij dit mandaatbesluit uitgegaan: het gaat over mandaat, maar is ook van toepassing op volmacht en machtiging.
Artikel 7 Ondertekening
Voor wat betreft de ondertekening van een besluit dat krachtens mandaat is genomen, is in de Awb slechts vastgelegd dat het besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het is genomen. Het is van belang dat stukken die namens het college uitgaan op een uniforme wijze worden ondertekend. Om deze reden is de standaardformulering in dit artikel vastgelegd.
Artikel 8 Slotbepalingen
Het mandaat mag worden uitgeoefend met ingang van 1 januari 2014. Om te voorkomen dat bevoegdheden dubbel zijn gemandateerd, worden per dezelfde datum de door GS/B&W bestaande mandaten ingetrokken welke betrekking hebben op de bevoegdheden die bij RUD Zeeland worden ondergebracht.
Ingevolge art. 3:40 Awb treedt een besluit pas in werking als het bekendgemaakt is (). De
bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze (art. 3:42 Awb). Daarnaast worden deze besluiten bekendgemaakt in het Provinciaal Blad / Gemeentelijk Blad.
4.19
Bevoegdhedenlijst Directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2014
(t.b.v. de uitvoering van VTH-taken voor Wabo BRZO- en RIE 4-bedrijven)
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes houdende de verlening van mandaat en machtiging, ten behoeve van de uitvoering van VTH-taken voor Wabo BRZO- en RIE 4-bedrijven aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2014
Het college van burgemeester en wethouders van Goes;
-overwegende dat het Rijk heeft besloten voor risicovolle bedrijven gespecialiseerde regionale uitvoeringsdiensten in te richten voor het uitvoeren van VTH-taken bij de BRZO- en RIE 4-bedrijven;
-dat voor de Zeeuwse BRZO- en RIE 4-bedrijven de DCMR Milieudienst Rijnmond is aangewezen als gespecialiseerde uitvoeringsdienst voor het uitvoeren van VTH-taken;
-dat het wenselijk is een aantal bevoegdheden voor de uitvoering van genoemde VTH-taken te mandateren aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond;
-gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht
besluit vast te stellen het navolgende
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes;
b.directeur DCMR: de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond;
c.directeur RUD Zeeland: de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;
d.gemeente: de gemeente Goes;
e.mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders besluiten, in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht te nemen;
f.machtiging: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
Artikel 2 Mandaat en ondermandaat
11.Aan de directeur DCMR wordt mandaat verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende mandaatlijst.
11.Het mandaat heeft uitsluitend betrekking op taken, genoemd in de mandaatlijst behorende bij dit besluit, op het gebied van het omgevingsrecht (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de in artikel 5.1 van deze wet genoemde wetten en de Algemene wet bestuursrecht) ten aanzien van de BRZO- en RIE4-inrichtingen binnen het geografische gebied van de gemeente.
12.De directeur DCMR kan de bevoegdheden genoemd in het eerste lid, in ondermandaat opdragen aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concreet mandaat in de mandaatlijst uitdrukkelijk is uitgesloten.
13.In geval van afwezigheid of ontstentenis van de directeur worden zijn bevoegdheden door zijn plaatsvervanger uitgeoefend.
14.De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
15.De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te besluiten tot de intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 5.19 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
16.De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheden die bij de bij dit besluit behorende mandaatlijst uitdrukkelijk zijn uitgezonderd.
Artikel 3 Ondermandaat aan directeur RUD Zeeland
De directeur DCMR kan de bevoegdheden genoemd in artikel 2, eerste lid, in ondermandaat opdragen aan de directeur RUD Zeeland, met de bevoegdheid tot ondermandaat aan personen die onder verantwoordelijkheid van de directeur RUD Zeeland werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concreet mandaat in de mandaatlijst uitdrukkelijk is uitgesloten.
Artikel 4 Kaders uitoefening bevoegdheden
1.De directeur DCMR en de door hem ondergemandateerden houden bij de uitoefening van de aan hen opgedragen bevoegdheden rekening met de relevante door de gemeenteraad / provinciale staten vastgestelde kaders alsmede het door het college vastgestelde beleid.
2.De directeur DCMR en de door hem ondergemandateerden passen de algemene dan wel specifieke instructies als bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht van het college betreffende de gemandateerde bevoegdheden toe.
3.Het college zorgt ervoor dat de directeur DCMR over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. De directeur DCMR zorgt ervoor dat de door hem/haar gemandateerden tevens kunnen beschikken over deze informatie.
4.Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur DCMR over uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de DCMR Rijnmond uitvoert.
5.De directeur DCMR treedt in overleg met het college indien hij/zij het noodzakelijk acht af te wijken van de in het eerste lid bedoelde kaders of beleid.
Artikel 5 Informatieplicht
1.De directeur DCMR, dan wel de door hem ondergemandateerden informeert het college over alle ingekomen aanvragen en verzoekschriften, en alle door de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland geconstateerde overtredingen die betrekking hebben op de overeenkomstig artikel 2 gemandateerde bevoegdheden.
2.Het college maakt binnen tien dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde informatie kenbaar of nader overleg over een of meerdere specifieke gevallen gewenst is.
3.Onverminderd het eerste lid informeert de directeur DCMR, dan wel de door hem ondergemandateerden het college schriftelijk, daaronder mede wordt verstaan per e-mail en per fax, bij de toepassing van de procedures bedoeld in afdeling 3.4, artikel 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
4.Onverminderd het eerste en derde lid heeft de directeur DCMR, dan wel de door hem ondergemandateerden een voorafgaande informatieplicht en een signaleringsplicht jegens het college indien de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor het college gelet op de inhoud van het besluit, de geadresseerde of de politieke gevoelens in de gemeenteraad of de samenleving naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen zal hebben of indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld of anderszins in rechte zal worden aangesproken. In de gevallen bedoeld in de vorige volzin verschaft de directeur DCMR, dan wel de door hem ondergemandateerden alle benodigde informatie en voert overleg met het college alvorens de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 uit te oefenen.
5.De directeur DCMR en het college overleggen regelmatig over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de bij of krachtens dit besluit in mandaat te nemen en reeds genomen besluiten.
Artikel 6 Machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing, en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 7 Ondertekening
1.Een besluit in mandaat dan wel ondermandaat overeenkomstig artikel 2 en artikel 3, wordt als volgt ondertekend:
Burgemeester en wethouders van Goes,
namens dezen,
gevolgd door:
-de functieaanduiding,
-de handtekening en
-de naam van de (onder)gemandateerde.
1.Indien gebruik wordt gemaakt van machtiging overeenkomstig artikel 6, luidt de ondertekening:
De gemeente x/ De provincie Zeeland,
Namens deze
gevolgd door:
-de functieaanduiding,
-de handtekening en
-de naam van de (ge(vol)machtigde.
Artikel 8 Slotbepalingen
1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
2.Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit van het college van Goes voor de DCMR Milieudienst Rijnmond 2014.
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes op 16 december 2013.
Burgemeester en Wethouders van Goes,
de secretaris (loco), de burgemeester,
mr. H.E. Schild. mr. L.J. Verhulst.
MANDAATLIJST Provincie Zeeland voor DCMR Milieudienst Rijnmond 2014
Algemeen
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
A01 |
Besluiten inzake bestuursrechtelijke procedures. |
Omvat: Advisering Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer in opdracht van het college. |
|
|
A02 |
Besluiten op grond van: aa.art. 4:5 en 4:6 Awb (vereenvoudigde wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag); aa.afdeling 4.1.3 Awb (opschorten beslistermijn); ab.art. 4:15, 4:17 en 4:18 Awb (besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen); ac.titel 4.4 Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) m.u.v. afdeling 4.4.4 Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel); ad.art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b Awb (bestuurlijke lus en tussenuitspraak). |
||
|
A03 |
De voorbereiding van besluiten met gebruikmaking van Afdeling 3.4 Awb, Afdeling 3.6 Awb en Titel 4.1 Awb |
||
|
A04 |
Behandelen van correspondentie van uitsluitend uitvoerende en/of informatieve aard betrekking hebbende op de gemandateerde bevoegdheden. |
||
|
A05 |
Machtiging om Burgemeester en Wethouders door medewerkers of externe adviseurs te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures in bezwaar en beroep. |
||
|
A06 |
Het vragen van advies op basis van de Wet Bibob en het maken van afspraken naar aanleiding van het uitgebrachte advies (art. 9). |
||
|
A07 |
Besluiten op een verzoek om (milieu)informatie op grond van de Wob. |
De directeur kan hiermee dus ook WOB besluiten gericht aan het college afhandelen. |
Vergunningen
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht |
|||
|
V01 |
Besluiten inzake vergunningverlening bij of krachtens de Wabo, Besluiten inzake het stellen van nadere voorwaarden na een gebruiksmelding brandveilig gebruik op grond van het Bouwbesluit. Besluiten inzake het stellen van nadere voorwaarden na een sloopmelding op grond van het Bouwbesluit. Besluiten inzake het toestaan van een gelijkwaardige oplossing op grond van het Bouwbesluit. |
Betreft: -Procedurestappen -Ontwerpbesluit -Besluit Geldt niet voor besluiten op grond van: -art. 3.1 Bor of indien anderszins sprake is van een provinciaal ruimtelijke belang -art. 3 Wet Bibob |
|
|
V02 |
Uitbrengen advies met het oog op de samenhang tussen de omgevingsvergunning en de vergunning o.g.v. de Waterwet (art. 6.27). |
||
|
V03 |
Het nemen van besluiten over, op grond van vergunningvoorschriften, te overleggen meldingen, rapportages e.d. |
||
|
Wet milieubeheer |
|||
|
V04 |
Besluiten op grond van Hoofdstuk 8, 10, 13, 14, 16 en 19 Wet milieubeheer. |
Betreft: -procedurestappen -ontwerpbesluit of conceptbesluit -besluit -uitbrengen van advies |
|
|
V05 |
Besluiten in het kader van de Milieu-effectrapportage (Hoofdstuk 7 Wet Milieubeheer). |
Betreft: -procedurestappen -advies reikwijdte en detailniveau MER -besluit MER-beoordeling -aanvaardbaarheidsverklaring (op grond van overgangsregels) |
|
|
V06 |
Besluiten inzake maatwerkvoorschriften op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. |
||
|
Besluit Risico's Zware Ongevallen 1999 |
|||
|
V07 |
Besluiten op grond van BRZO: a.verzenden kennisgeving aan in art. 6 BRZO genoemde bestuursorganen b.aanwijzing dominobedrijven ex. art. 7 BRZO c.besluiten dat veiligheidsrapport geen betrekking behoeft te hebben op in een inrichting of een onderdeel daarvan aanwezige stof ex. art.10 BRZO d.verzoeken om veiligheidsrapport op grond van art. 14 BRZO e.bevestigen ontvangst en verzenden VR aan in art.15 BRZO genoemde bestuursorganen f.art. 16 BRZO, inzake de beoordeling van veiligheidsrapporten art. 18 BRZO, mededeling doen van conclusies en VR + verzenden aan betrokken bestuursorganen |
Betreft: -procedurestappen -ontwerpbesluit/conceptbesluit -besluit |
Handhaving
|
BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN |
VOORWAARDEN EN REIKWIJDTE (INSTRUCTIES) |
OPMERKING |
|
|
H01 |
Het aanwijzen van ambtenaren belast met het houden van toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten juncto 5.2 van deze wet |
||
|
H02 |
Het voeren van correspondentie in het kader van toezicht en handhaving, waaronder in ieder geval begrepen: a.een bezoekbevestigingsbrief b.een voorwaarschuwingsbrief / formele waarschuwing c.een vooraankondiging last onder bestuursdwang of last onder dwangsom (hoorbrief) d.vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (art. 5.16 Awb) |
||
|
H03 |
Besluiten tot het vaststellen van ontwerpgedoogbeschikkingen en definitieve gedoogbeschikkingen |
||
|
H04 |
Het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuurlijk optreden |
||
|
H05 |
Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4, Awb, (herstelsancties en bestuurlijke boete) met uitzondering van: a.het invorderen van dwangsommen; b.het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten in verband met het toepassen van bestuursdwang |
Omvat tevens besluiten en (feitelijke) handelingen ter voorbereiding en uitvoering van deze besluiten. NB. De besluiten die in dit mandaat expliciet zijn uitgezonderd, vallen onder H07. |
|
|
H06 |
Het nemen van besluiten op grond van artikel 5:27 Awb welke zijn benodigd ten behoeve van de toepassing van bestuursdwang |
||
|
H07 |
Besluit tot het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang conform art. 5.31, Awb juncto 5.17, Wabo dan wel de schriftelijke bekrachtiging van de mondelinge aanzegging daartoe |
||
|
H08 |
Besluit tot: a.starten van verhaalsprocedure voor kosten bestuursdwang (inclusief conservatoir beslag) of het afzien van kostenverhaal; b.vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten in verband met het toepassen van bestuursdwang (art. 5:25, lid 6 Awb); c.invordering dwangsom, restitutie van te veel betaalde dwangsombedragen, vermindering of het afzien van invordering van de dwangsom; d.het treffen van een betalingsregeling in het kader van de onder a. genoemde verhaalsprocedure, of in het kader van de inning van verbeurde dwangsommen e.beslaglegging in het kader van executie van een dwangbevel, met betrekking tot een dwangsombesluit f.inroepen retentierecht |
||
|
H09 |
Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk/handhavend op te treden |
||
|
H10 |
Het vaststellen van een inspectieprogramma als bedoeld in art. 24, lid 1 BRZO |
Kan niet worden ondergemandateerd aan de directeur RUD Zeeland |
|
|
H11 |
Het beoordelen van milieuverslagen, overeenkomstig de bij of krachtens titel 12.3 Wm gestelde regels |
||
|
H12 |
Het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 17 Wm inzake maatregelen bij ongewoon voorval |
||
|
H13 |
Het indienen van een aanvraag op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar |
Bijlage A Lijst van afkortingen
• Art.: artikel
• Awb: Algemene wet bestuursrecht
• Bibob: bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
• Bor: Besluit omgevingsrecht
• Brzo: Besluit risico's zware ongevallen 1999
• IPPC-richtlijn: Europese Richtlijn (2008/1/EG).
• MER: Milieu Effect Rapportage
• RIE: Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU)
• Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
• Wm: Wet milieubeheer
Toelichting behorende bij het mandaatbesluit DCMR
ALGEMEEN
Inleiding
Bijna dagelijks moeten er allerlei beslissingen door het college van Burgemeester en Wethouders (hierna te noemen: het college) worden genomen. Het zou niet werkbaar zijn als die beslissingen steeds in de vergadering van het college moeten worden genomen. Daarom bestaat al sinds jaar en dag de mogelijkheid dat het college aan een ander de bevoegdheid toekennen om dit namens hem te doen; dit heet "mandaat". Het onderhavige besluit voorziet hierin en heeft betrekking op de verlening van mandaat, machtiging en volmacht met betrekking tot bevoegdheden van GS / BW aan de directeur van de DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna te noemen: DCMR). Daarnaast ziet dit besluit op de verlening van ondermandaat en machtiging door de directeur DCMR aan functionarissen binnen zijn dienst en functionarissen werkzaam bij de regionale uitvoeringsdienst Zeeland (hierna te noemen: RUD Zeeland).
Mandaat
Onder mandaat wordt in de Algemene wet bestuursrecht verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Met andere woorden de functionaris, dit is de gemandateerde, krijgt de bevoegdheid om een besluit te nemen dat geldt als een besluit van het bestuursorgaan dat het mandaat heeft verleend (mandaatgever). Het door de gemandateerde genomen besluit geldt derhalve als een besluit van het bestuursorgaan en heeft dezelfde juridische consequenties als een door het bestuursorgaan zelf genomen besluit. Er worden evenwel geen publiekrechtelijke bevoegdheden van het college overgedragen aan de directeur DCMR. Het betreft hier een vorm van publiekrechtelijke vertegenwoordiging. Bij de omschrijving van het begrip mandaat wordt uitgegaan van de bevoegdheid tot het nemen van een besluit. Met andere woorden de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden wordt zichtbaar in het nemen van besluiten (zie ondertekening). Mandaat wordt in dit besluit niet verleend aan een persoon, maar aan een functionaris, dus aan degene die een functie bekleedt. De mandaatgever kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Daarnaast blijft de mandaatgever ook altijd zelf bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.
Machtiging
Aan de directeur DCMR wordt ook een machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Voorbeelden hiervan zijn de procesvertegenwoordiging, het vaststellen van brieven zonder rechtsgevolg en het feitelijk toepassen van bestuursdwang. De bepalingen in voorliggend besluit inzake ondermandaat moeten analoog worden toegepast op machtiging. Dit is in lijn met de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitgangspunten
I.Wettelijke beperkingen
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft als hoofdregel dat mandaat geoorloofd is, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet. Deze hoofdregel is derhalve ook van toepassing op het onderhavige mandaatbesluit en geeft als zodanig, blijkens artikel 10:3 Awb, de uiterste grenzen aan waarbinnen dit besluit kan worden toegepast. Nu de wet zelf beperkingen stelt ten aanzien van de bevoegdheid om van mandaat gebruik te maken, zijn deze beperkingen niet in het mandaatbesluit opgenomen.
I.Vertrouwen
In de praktijk hangt een effectieve toepassing van het mandaatbesluit direct samen met het vertrouwen van de mandaatgever in de gemandateerde, dat deze laatste zal handelen in de geest van dat orgaan en bij twijfel de zaak zal voorleggen aan het orgaan zelf. Slechts het bestaan van deze vertrouwensbasis, die ook impliceert dat het bestuursorgaan de gemandateerde bevoegdheid slechts in uitzonderingsgevallen aan zich trekt, maakt een wezenlijke mandatering van bevoegdheden mogelijk. Bij de toepassing van dit besluit wordt het bestaan van de vorenbedoelde vertrouwensbasis dan ook uitdrukkelijk verondersteld.
In dit besluit is daarom gekozen voor een algemeen breed mandaat aan de directeur DCMR. Dit betekent bijvoorbeeld dat in beginsel alle vergunningen en ontheffingen of handhavingsbesluiten door hem mogen worden vastgesteld en ondertekend namens het college. Hierbij wordt aangesloten op het landelijk beleid waarin beoogd is omgevingsdiensten in het leven te roepen als professionele uitvoeringsorganisaties die met een hoge mate van zelfstandigheid moeten kunnen werken.
I.Verantwoordelijkheid
Ondanks dat de feitelijke bevoegdheidsuitoefening komt te liggen bij degene die het mandaat heeft, blijft de mandaatgever daarvoor naar buiten toe ten volle verantwoordelijk. Deze kan uit dien hoofde dan ook te allen tijde algemene en specifieke instructies geven of het mandaat doorbreken en de bevoegdheid zelf uitoefenen; het onderhavige besluit behoeft in dat laatste geval geen voorafgaande intrekking. Naar buiten toe zal altijd duidelijk moeten zijn dat de gemandateerde de bevoegdheid uitoefent onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever en de burger moet kunnen nagaan of de gemandateerde wel bevoegd namens het bestuursorgaan optreedt. Derhalve wordt gebruik gemaakt van een mandaatregister.
I.Informatie en overleg
Omdat het college, ook al hebben zij mandaat verleend, verantwoordelijk blijven voor de 'in mandaat' genomen beslissing is het van belang dat zij tijdig op de hoogte worden gesteld van die beslissingen of handelingen waarvan kennisneming door hen van belang is. In het mandaatbesluit is daarom voorzien in een regeling waarbij alvorens bepaalde bevoegdheden worden uitgeoefend, overleg moet worden gevoerd met, of informatie moet worden verstrekt aan het bestuursorgaan dat het mandaat heeft gegeven. In het specifieke geval kan dan worden beslist of de bevoegdheid in mandaat kan worden uitgeoefend, dan wel kunnen door het bestuursorgaan instructies worden gegeven.
I.Mandaat en ondertekeningsmandaat
Het onderhavige mandaatbesluit hanteert als uitgangspunt dat de gemandateerde die het besluit neemt dit ook ondertekent. Dit geldt ook voor het ontwerp van het besluit of het voornemen tot het nemen van het besluit in die gevallen dat het ontwerp of het voornemen formeel aan een burger of een bedrijf kenbaar wordt gemaakt.
I.Aansluiting model mandaatbesluit RUD Zeeland
Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van het Model mandaatbesluit RUD Zeeland, zoals dat in samenwerking tussen de deelnemende gemeenten, waterschap en provincie tot stand is gebracht en in de vergadering van het Algemeen bestuur van de RUD Zeeland op 28 oktober 2013 is vastgesteld.
Reikwijdte
Het mandaatbesluit heeft betrekking op alle bevoegdheden van het college die horen bij de uitvoering van de vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende taken voor Wabo BRZO- en RIE4 bedrijven en waarover afspraken zijn gemaakt in de samenwerkingsovereenkomst. Daarmee bepalen de grenzen van de aldus opgedragen taken, naast de wettelijke grenzen, de grenzen van het mandaat aan de directeur.
Dit besluit is een regeling van algemene aard. Als mandaatgever blijft het college echter bevoegd om voor bijzondere gevallen een specifieke regeling te treffen. Daarvoor zal dan steeds een apart collegebesluit nodig zijn. Uitgangspunt blijft echter een zo groot mogelijke uniformiteit op grond van deze regeling en een beperking van het aantal bijzondere regelingen.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2 Mandaat en ondermandaat
Het eerste, tweede en derde lid regelen het mandaat aan de directeur DCMR en de mogelijkheid om zijn bevoegdheden in ondermandaat op te dragen aan binnen de dienst werkzame functionarissen.
Het invullen van ondermandaat is een aangelegenheid voor de directeur. Het ligt voor de hand dat de directeur in ieder geval ondermandaat geeft aan zijn leidinggevenden en daarbij gelet op het wettelijke vereiste van functiescheiding een duidelijke scheiding tussen handhaving en vergunningverlening hanteert.
Vanzelfsprekend zijn de uitgangspunten en regels van dit mandaatbesluit ook volledig van toepassing op het gebruik van ondermandaat, inclusief de ondertekening. De directeur behoudt bij ondermandaat volledig zijn verantwoordelijkheid tegenover het college en zal dit moeten kunnen waarmaken. Hij kan dit bereiken via toepasselijke (hiërarchische) verantwoordelijkheidsstructuren. Daartoe kan hij voorwaarden en beperkingen stellen aan het ondermandaat, dan wel een eenmaal verleend ondermandaat intrekken. Verder kan hij ook in de plaats treden van de functionaris aan wie ondermandaat is verleend.
Het tweede lid regelt de reikwijdte van het mandaatbesluit. Het mandaatbesluit beperkt zich tot de uitvoering van de VTH-taken voor Wabo BRZO- en RIE4-bedrijven.
Het vierde lid regelt de vervanging. In geval van afwezigheid van de directeur, kan de bevoegdheid worden uitgeoefend door diens formele plaatsvervanger.
Ten aanzien van het algemene mandaat zijn uitzonderingen geformuleerd, de zogenaamde negatieve lijst (in het vijfde, zesde en zevende lid). Zo geldt het mandaat niet voor de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften. Wel mag de directeur namens het college een verweerschrift uitbrengen. De Algemene wet bestuursrecht laat niet toe dat mandaat wordt verleend tot het beslissen op een bezwaarschrift ingeval de gemandateerde zelf het besluit waartegen het bezwaar zich richt krachtens mandaat heeft genomen. Verder zijn niet gemandateerd de intrekking van een vergunning bij wege van sanctie (artikel 5.19 Wabo) en de in de mandaatlijst opgenomen uitzonderingen.
Artikel 3 Ondermandatering aan de directeur RUD-Zeeland
Het mandaatbesluit geldt voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van de BRZO- en RIE 4-inrichtingen. Hiervoor is mandaat verleend aan de directeur van DCMR die vervolgens ondermandaat verleent aan de directeur van RUD Zeeland. De RUD Zeeland voert in ondermandaat deze taken uit, zodat voldaan wordt aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria.
Artikel 4 Kaders uitoefening bevoegdheden
Het vaststellen van beleidskaders en beleidsregels blijft voorbehouden aan de gemeentelijke en provinciale bestuursorganen. Uit het eerste lid van dit artikel volgt dat rekening moet worden gehouden met deze kaders en het beleid dat van toepassing is op de bevoegdheden die zijn gemandateerd dan wel ondergemandateerd. Aan de andere kant dienen de bestuursorganen er voor te zorgen dat de DCMR beschikking krijgt over die informatie (derde lid). Tevens geldt er een overlegplicht bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen als dat betrekking heeft op de taken en bevoegdheden die de DCMR/RUD Zeeland (vierde lid).
In een bijzonder geval kan het noodzakelijk zijn om van het gemeentelijk of provinciaal beleid af te wijken. Indien de directeur meent dat zich een zodanig geval voordoet, treedt hij hierover in overleg met het college, alvorens hij gebruik maakt van zijn mandaat (vijfde lid).
Overigens volstaat hierbij dat het overleg tussen ambtenaren werkzaam bij de DCMR/RUD Zeeland en ambtenaren werkzaam bij de deelnemer heeft plaatsgevonden. Die ambtenaren behoren zelf in staat te zijn om te beoordelen wanneer iets aan het bestuur dient te worden voorgelegd.
Artikel 5 Informatieplicht
Teneinde het college tijdig te informeren over gestarte procedures, is in het eerste lid voorzien in een standaard actieve informatieplicht. Van alle ingekomen aanvragen, verzoekschriften en geconstateerde overtredingen zal het college op de hoogte worden gesteld. Deze uitwisseling van informatie gaat bij voorkeur via digitale weg, bijvoorbeeld middels e-mail of het Omgevingsloket Online (OLO). Het is vervolgens aan het college om te bepalen of hij over een bepaalde procedure nader overleg wenst. Binnen 10 dagen na ontvangst van de informatie zal dat kenbaar moeten worden gemaakt (tweede lid). In beginsel vindt de informatie-uitwisseling op ambtelijk niveau plaats. Het derde lid regelt dat de directeur het college een afschrift stuurt van het ontwerp-besluit bij toepassing van de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afdeling 3.4 Awb) en bij het horen van de aanvrager of belanghebbende (artikel 4:7 en 4:8 Awb). Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld bij een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom. Het voornemen zal dan tevens aan het college kenbaar moeten worden gemaakt. Indien het college dat nodig acht kan het voor de uitoefening van de bevoegdheid specifieke instructies meegeven, dan wel zelf de bevoegdheid terugnemen.
Daarnaast moet het college altijd tijdig op de hoogte worden gebracht van voorgenomen besluiten of reeds genomen besluiten die naar verwachting maatschappelijke, politieke, juridische of financiële gevolgen hebben (vierde lid). Het college kan zich jegens Provinciale Staten / gemeenteraad, voor de rechter en naar buiten toe nimmer verschuilen achter mandaat. Dit gegeven vereist niet alleen een hoge mate van bestuurlijke sensitiviteit van de directeur, maar ook van de medewerkers binnen zijn dienst of RUD Zeeland die over ondermandaat beschikken. Het vorenstaande impliceert onder meer een zeer korte communicatielijn tussen directeur DCMR dan wel de ondergemandateerde functionarissen en college, al dan niet vertegenwoordigd door de betrokken portefeuillehouder.
Het college kan, bijvoorbeeld op grond van de informatie van de directeur van de DCMR in een concreet geval, de besluitvorming naar zich toe trekken. Dit betekent dat dan de directeur geen gebruik maakt van het gegeven mandaat ofwel dat de aangewezen functionarissen geen gebruik maken van het gegeven ondermandaat. Wel blijft de directeur dan een belangrijk adviseur. Uiteraard kan ook in alle andere gevallen – om tegemoet te komen aan de vaak wisselende inzichten die het gewicht van een bepaald besluit op enig moment bepalen – door de directeur zelf worden besloten van zijn bevoegdheid geen gebruik te willen maken en derhalve aan te sturen op een besluit van het college zelf.
In het vijfde lid is voorzien in een overlegstructuur met betrekking tot de planning, de aantallen en de kwaliteit van de gemandateerde besluiten. Het initiatief hiervoor ligt gelet op de mandaatverhouding en het eerder genoemde, veronderstelde vertrouwen van het college in de gemandateerde, bij de directeur.
Artikel 6 Machtiging
Bestuursorganen verrichten naast publiekrechtelijke rechtshandelingen ook feitelijke handelingen. In die gevallen wordt bij vertegenwoordiging niet van mandaat gesproken, maar van machtiging. Om te voorkomen dat voor de verschillende vormen van vertegenwoordiging verschillende regimes zouden gelden, verklaart art. 10:12 Awb dat alle bepalingen die betrekking hebben op mandaat van overeenkomstige toepassing zijn indien een bestuursorgaan (onder)machtiging verleent aan een andere functionaris. Van deze benadering is ook bij dit mandaatbesluit uitgegaan: het gaat over mandaat, maar is ook van toepassing op machtiging.
Artikel 7 Ondertekening
Voor wat betreft de ondertekening van een besluit dat krachtens mandaat is genomen, is in de Awb slechts vastgelegd dat het besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het is genomen. Het is van belang dat stukken die namens het college uitgaan op een uniforme wijze worden ondertekend. Om deze reden is de standaardformulering in dit artikel vastgelegd.
Artikel 8 Slotbepalingen
Het mandaat mag worden uitgeoefend met ingang van 1 januari 2014. Om te voorkomen dat bevoegdheden dubbel zijn gemandateerd, worden per dezelfde datum de door GS/B&W bestaande mandaten ingetrokken welke betrekking hebben op de bevoegdheden die bij DCMR worden ondergebracht.
Ingevolge art. 3:40 Awb treedt een besluit pas in werking als het bekendgemaakt is (). De
bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze (art. 3:42 Awb). Daarnaast worden deze besluiten bekendgemaakt in het Provinciaal Blad / Gemeentelijk Blad.
5.
Bijlagen
5.1
Standaardmachtiging
Onderwerp (Algemene) Machtiging voor het vertegenwoordigen van de gemeente Goes, de gemeenteraad, burgemeester en wethouders en de burgemeester van Goes.
Burgemeester en wethouders en de Burgemeester van Goes;
overwegende dat diverse medewerkers regelmatig de gemeente Goes, de gemeenteraad (na machtiging aan burgemeester en wethouders), burgemeester en wethouders of de burgemeester van Goes tijdens zittingen van het provinciaal bestuur van Zeeland, andere overheden, de Rechtbank Middelburg, de Centrale Raad van Beroep of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vertegenwoordigen;
dat het uit een oogpunt van efficiency wenselijk is dat voor hen een (algemene) machtiging bij bovenvermelde instanties wordt gedeponeerd;
b e s l u i t e n:
•de heer mr. G.M. van Belzen
•mevrouw J.J. de Bert
•de heer L.M. Bot
•mevrouw M. Boeij
•de heer R. Bustraan
•de heer R. Caljouw
•mevrouw L. Catsman
•de heer mr. P.J. Daniëlse
•mevrouw mr. F.E.W. van Dijk
•de heer ing. A.D. Feijtel
•mevrouw E. van Gerwen
•mevrouw I.J. Goedegebure
•de heer G.J. Goemaat
•mevrouw A. Haerkens
•de heer T.K. de Jonge
•de heer M. Jonker
•mevrouw S.C. Kluijfhout
•de heer mr. M. Koole
•de heer E. Kotvis
•mevrouw N. Kriele
•de heer B.J. van Leerdam
•de heer ing. R.D.J. Lemmens
•mevrouw S. de Looze
•mevrouw M. van Mackelenbergh - van Oosten
•de heer A. Markusse
•mevrouw K. Mastenbroek
•mevrouw J.G. Menheere- Monteiro
•de heer D. Mesu
•de heer M. Otte
•mevrouw W.J. Overbeeke
•mevrouw A.M.A. Rentmeester
•mevrouw E.P. Ridderhof
•de heer mr. J.C.G. Schouten
•mevrouw A.M. Slootmans
•de heer M.G.F. Stuart
•mevrouw ing. M. Vanhommerig
•de heer J. v.d. Velde
•mevrouw C.M. Vleugel-Coppoolse
•mevrouw W. Wolters
•de heer R. Wondergem
allen werkzaam bij de gemeente Goes,
te machtigen om - in voorkomende gevallen - namens hen/hem tijdens zittingen van het provinciaal bestuur van Zeeland, andere overheden, de Rechtbank te Middelburg, de Centrale Raad van Beroep of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, op te treden en het woord te voeren.
Goes, 30 januari 2014.
De burgemeester van Goes,
mr. L.J. Verhulst
Burgemeester en Wethouders van Goes,
de secretaris, de burgemeester,
mr. H.E. Schild. mr. L.J. Verhulst.
5.2
Het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in de tarieventabel behorende bij de legesverordening
Het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Goes;
b e s l u i t :
1.het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in de volgende hoofdstukken van de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening:
1. Titel 1, hoofdstuk 1, Burgerlijke stand;
1. Titel 1, hoofdstuk 2, Reisdocumenten;
1. Titel 1, hoofdstuk 3 Rijbewijzen;
Titel 1, hoofdstuk 4, Uittreksels en verstrekkingen uit de Basis Registratie Personen;
Titel 1, hoofdstuk 5, onderdeel 5.1.1 Exemplaar van de jaarstatistiek gemeente Goes;
Titel 1, hoofdstuk 14, Diversen (afdeling Publiekszaken);
te mandateren aan:
het hoofd van de afdeling Publiekszaken.
Ondermandaat van bovengenoemde bevoegdheden is niet mogelijk.
2.het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in de volgende hoofdstukken van de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening:
2. Titel 1, hoofdstuk 10, Winkeltijdenwet;
Titel 1, hoofdstuk 11, Kansspelen;
Titel 1, hoofdstuk 12, Telecommunicatie;
Titel 1, hoofdstuk 13. Verkeer en vervoer;
Titel 2, hoofdstuk 2 Omgevingsvergunning;
Titel 2, hoofdstuk 3 Algemene Plaatselijke Verordening bepalingen, niet vallend onder titel 3;
Titel 2, hoofdstuk 4 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking;
Titel 3, hoofdstuk 1 Horeca;
Titel 3, hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten;
Titel 3, hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven;
Titel 3, hoofdstuk 4 Brandbeveiligingsverordening;
Titel 3, hoofdstuk 5 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking;
te mandateren aan:
de coördinator van het team Vergunningen van de afdeling Vergunningen en Handhaving.
Ondermandaat van bovengenoemde bevoegdheden is niet mogelijk.
3.het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in titel 1, hoofdstuk 14 (Diversen) van de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening, voor zover niet vallend onder 1 en 2
te mandateren aan:
de medewerkers in dienst van de gemeente Goes.
Ondermandaat van bovengenoemde bevoegdheden is niet mogelijk.
4 het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in titel 1, hoofdstuk 6 (Gemeentearchief) van de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening:
te mandateren aan:
medewerkers van het gemeentearchief.
Ondermandaat van bovengenoemde bevoegdheden is niet mogelijk.
5 het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in titel 1, hoofdstuk 9 (Marktstandplaatsen) van de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening:
te mandateren aan:
de Marktmeester.
Ondermandaat van bovengenoemde bevoegdheden is niet mogelijk.
6.het vaststellen, bekendmaken en invorderen in eerste aanleg, van het verschuldigde bedrag aan leges als bedoeld in de volgende hoofdstukken van de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening:
Titel 1, hoofdstuk 5, onderdeel 5.1.2 Bestemmingsplan en bijlagenboek;
Titel 1, hoofdstuk 5, onderdeel 5.1.3 Extra bijlagenboek (per stuk) behorende bij bestemmingsplan als bedoeld in titel 1, hoofdstuk 5, onderdeel 5.1.2;
Titel 1, hoofdstuk 7 Leegstandswet;
te mandateren aan:
het hoofd van de afdeling Omgeving en Economie.
Ondermandaat van bovengenoemde bevoegdheden is niet mogelijk.
5.3
Regeling budgethouders gemeente Goes
BESLUIT REGELING BUDGETHOUDERS GEMEENTE GOES
Het college van burgemeester en wethouders van Goes
Gelet op:
-de Gemeentewet
-het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
-de verordeningen op basis van de artikelen 212, 213 en 213A van de Gemeentewet
-het Mandaatbesluit 2003
-overige delegatie- en mandaatbesluiten
BESLUIT:
De Regeling budgethouders gemeente Goes als volgt vast te stellen
Artikel 1: definities
Voor deze regeling gelden de definities zoals vermeld in de bijlage 1. Deze bijlage maakt onlosmakelijk deel uit van deze regeling.
Artikel 2: vaststelling budgetten
lid 1
Jaarlijks voor een door burgemeester en wethouders te bepalen datum bieden de hoofdbudgethouders de voorlopige productenraming (met onderliggende kostenplaatsen) voor het volgende jaar aan burgemeester en wethouders aan met daarin de vertaling naar de voorlopige programmabegroting.
lid 2
De budgetten worden vastgesteld op het moment dat de raad bij de vaststelling van de programmabegroting of tussentijds bij begrotingswijziging middelen beschikbaar heeft gesteld en vervolgens burgemeester en wethouders bij de vaststelling van de productenraming of tussentijds bij begrotingswijziging de productopdracht hebben verstrekt aan de hoofdbudgethouders.
Artikel 3: hoofdbudgethouder en budgethouder
lid 1
De gemeentesecretaris, de sectorhoofden en de commandant brandweer zijn door burgemeester en wethouders aangewezen als hoofdbudgethouder voor de stafafdelingen, respectievelijk de onder hun sector vallende afdelingen en de brandweer. De hoofdbudgethouders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het uitvoeren van de productenraming en de uitvoering van deze regeling.
lid 2
De afdelingshoofden (integraal managers) zijn de door de hoofdbudgethouder schriftelijk aangewezen budgethouders en hebben mandaat tot uitvoering van de hen toegewezen budgetten en kapitaalkredieten.
lid 3
In afwijking van lid 2 kan de hoofdbudgethouder een niet onder een afdelingshoofd vallende projectleider aanwijzen als budgethouder.
lid 4
De hoofdbudgethouder respectievelijk de budgethouders verstrekken burgemeester en wethouders respectievelijk de hoofdbudgethouder en het managementteam op hun verzoek alle informatie over de uitvoering van de aan hen toegekende budgetten en kapitaalkredieten.
Een budgethouder signaleert direct (dreigende) budget- en kredietafwijkingen en/of (dreigende) afwijkingen van de hierbij behorende taakstellingen ten behoeve van de betreffende hoofdbudgethouder.
lid 5
De hoofdbudgethouder en de budgethouders leggen, door tussenkomst van het managementteam, tenminste tweemaal per jaar in een rapportage verantwoording af aan burgemeester en wethouders over de uitvoering van de onder hen ressorterende budgetten en kapitaalkredieten en de uitvoering van de hieraan verbonden taakstellingen.
De eerste maal in mei/juni over de eerste vier maanden (t.b.v. de 1e bestuursrapportage) en de tweede maal in september/oktober de eerste acht maanden (t.b.v. de 2e bestuursrapportage).
De budgethouder rapporteert tenminste over (te verwachten) budget- en kredietafwijkingen (lasten en baten) van 10% of meer. In de bestuursrapportages worden budget- en kredietafwijkingen gemeld met een minimum van € 10.000,--.
De overschrijdingen op programmaniveau en kapitaalkredieten moeten voor het einde van het jaar ter accordering aan de raad worden voorgelegd.
lid 6
De functie van budgethouder is onverenigbaar met de functie van betalingsfiatteur, met de functie van kassier en met de functie van administrateur.
lid 7
De budgethouder draagt zorg voor een zodanige organisatie van de werkzaamheden verbonden aan de onder zijn verantwoordelijkheid vallende budgetten en kapitaalkredieten dat voldaan wordt aan de eisen van een doelmatig, doeltreffend en rechtmatig beheer.
De budgethouder dient te allen tijde inzicht te kunnen geven in de door hem aangegane financiële verplichtingen.
lid 8
De budgethouder van wie het budget of kapitaalkrediet ontoereikend is om een voorgenomen uitgaaf te dekken, is verantwoordelijk voor de totstandkoming van het advies aan burgemeester en wethouders waarin vooraf (aanvullende) dekking voor de betreffende uitgaaf wordt aangegeven. De afdeling financiën toetst het advies vooraf op financiële haalbaarheid.
Artikel 4: budgetbeheer
lid 1
Budgetbeheerders worden door een schriftelijk mandaat van een budgethouder aangewezen om een of meer (onderdelen) van budgetten en kapitaalkredieten te beheren. (beschikkingsbevoegdheid over de hen toevertrouwde budgetten en kapitaalkredieten).
lid 2
De budgetbeheerder draagt zorg voor een zodanige organisatie van de werkzaamheden verbonden aan het aan hem toevertrouwde budget dan wel kapitaalkrediet dat voldaan wordt aan de eisen van doelmatig, doeltreffend en rechtmatig beheer.
lid 3
De budgetbeheerder dient te allen tijde inzicht te kunnen geven in door hem aangegane financiële verplichtingen.
lid 4
De budgetbeheerder legt op verzoek van de budgethouder over het door hem gevoerde beheer van een budget of kapitaalkrediet en de uitvoering van de daaraan verbonden taakstellingen verantwoording aan hem af door alle informatie, betrekking hebbend op dat budget of kapitaalkrediet, te verstrekken.
lid 5
De functie van budgetbeheerder is onverenigbaar met de functie van betalingsfiatteur, met de functie van kassier en met de functie van administrateur.
lid 6
Een budgetbeheerder signaleert direct (dreigende) budget- en kredietafwijkingen en/of (dreigende) afwijkingen van de hierbij behorende taakstellingen ten behoeve van de betreffende budgethouder.
Artikel 5: kapitaalkredieten
lid 1
Volledig ongebruikte kapitaalkredieten die ouder zijn dan twee jaar worden afgesloten.
lid 2
Restanten van in de loop van het boekjaar gevoteerde kredieten lopen automatisch over naar het nieuwe boekjaar.
De overige restant kapitaalkredieten lopen eerst naar een nieuw boekjaar over nadat de betreffende budgethouder met toestemming van de hoofdbudgethouder de afdeling financiën daarom schriftelijk heeft verzocht. Dit verzoek dient voldoende gemotiveerd te zijn.
De afdeling financiën legt het overzicht van alle restant kredieten door tussenkomst van het managementteam ter accordering voor aan burgemeester en wethouders.
De betreffende budgethouder dient het verzoek uiterlijk in per eind december voorafgaande aan het nieuwe boekjaar.
Restant kapitaalkredieten waarvoor op 1 januari van het nieuwe boekjaar geen verzoek is ontvangen worden bij de jaarrekening afgeraamd.
De aanwending van een restant kapitaalkrediet voor (kapitaal)uitgaven, anders dan die voor welke het kapitaalkrediet door de raad werd gevoteerd, is niet toegestaan.
lid 3
Na realisatie van het kapitaalgoed wordt het betreffende kapitaalkrediet ultimo boekjaar afgesloten.
lid 4
Voor kapitaalkredieten van minder dan € 50.000,-- en waarbij geen sprake is van een overschrijding behoeft geen nacalculatie te worden opgesteld.
Voor de overige kapitaalkredieten moet binnen drie maanden na ingebruikname een nacalculatie worden opgesteld.
Een kopie hiervan wordt aan de afdeling financiën gezonden.
De nacalculaties met overschrijdingen worden ter vaststelling voorgelegd aan burgemeester en wethouders en aan de raad.
Artikel 6: ontoereikend budget of kapitaalkrediet
lid 1
Een opdracht voor werken, leveringen en diensten wordt eerst geplaatst nadat is komen vast te staan dat het budget ten laste waarvan de factuur moet worden gebracht voldoende dekking biedt.
lid 2
Indien budgetsubstitutie niet mogelijk is kan, op advies van de betreffende budgethouder, door burgemeester en wethouders aan de raad aanvullende budgetruimte worden gevraagd.
lid 3
Indien geen toereikend kapitaalkrediet aanwezig is kan, op advies van de betreffende budgethouder, door burgemeester en wethouders aan de raad een aanvullend kapitaalkrediet worden gevraagd.
Daarbij wordt aangegeven op welke wijze de met deze aanvraag samenhangende extra kapitaallasten zullen worden gedekt.
Artikel 7. aangaan van verplichtingen
lid 1
Verplichtingen mogen slechts worden aangegaan nadat de budgethouder heeft geconstateerd dat ter zake een toereikend budget of kapitaalkrediet beschikbaar is dan wel beschikbaar komt. Alle verplichtingen dienen schriftelijk te worden vastgelegd.
Verplichtingen of opdrachten mogen slechts worden aangegaan op de wijze zoals vermeld in de bijlage 2.
Afwijking hiervan is slechts toegestaan na voorafgaande instemming van burgemeester en wethouders.
Artikel 8: budgetsubstitutie
lid 1
De betreffende budgethouder is bevoegd om met budgetten te schuiven teneinde (dreigende) overschrijdingen op bepaalde budgetten te compenseren met onderschrijdingen op andere budgetten.
Voorwaarde is dat slechts wordt geschoven met budgetten binnen één en hetzelfde product of kostenplaats, zonder wijziging van het bestedingsdoel en mits van incidentele aard. Elke substitutie wordt vastgelegd in een ambtelijke begrotingswijziging. Deze begrotingswijziging is budgettair neutraal.
lid 2
De bevoegdheid om met budgetten te schuiven tussen producten en/of (hulp)kostenplaatsen, maar binnen één en hetzelfde programma, is voorbehouden aan burgemeester en wethouders.
lid 3
Budgetsubstitutie tussen programma’s vereist een raadsbesluit.
lid 4
De volgende budgetten kunnen niet bij budgetsubstitutie betrokken zijn:
• dotaties en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen;
• kapitaallasten;
• alle budgetten vallend onder “Algemene dekkingsmiddelen”.
Artikel 9: onvoorziene uitgaven en stelposten
lid 1
Budgetten voor onvoorziene uitgaven, respectievelijk budgetten op stelposten binnen een programma, worden beheerd door de afdeling financiën; de beschikkingsbevoegdheid over deze budgetten ligt bij burgemeester en wethouders.
De budgetten binnen de algemene dekkingsmiddelen, inclusief de post onvoorziene uitgaven, worden beheerd door de afdeling financiën; de beschikkingsbevoegdheid ligt bij de raad.
lid 2
Op stelposten mogen geen baten en lasten worden verantwoord.
Artikel 10: budgetrestanten
lid 1
De na afloop van een boekjaar resterende budgetten vallen vrij in het rekeningresultaat van dat boekjaar.
lid 2
Slechts verplichtingen die zijn ontstaan in een boekjaar kunnen, op voorwaarde dat
• de opdracht schriftelijk is verleend, èn
• de factuur dan wel het boekstuk niet meer in dat boekjaar is ontvangen dan wel uitgereikt,
na afloop van dat boekjaar (in de vorm van balansposten nto/ntb-posten) nog ten laste dan wel ten gunste van budgetten van dat boekjaar worden gebracht.
Uiterlijk op 1 september van het jaar volgend op het boekjaar moet de dienst dan wel het product zijn verleend dan wel geleverd en de factuur dan wel het boekstuk zijn uitgereikt dan wel ontvangen. Op basis van een gemotiveerd verzoek kunnen burgemeester en wethouders van deze datum afwijken. De betreffende ntb-post wordt dan overgeboekt naar een voorziening.
lid 3
De in lid 2 genoemde verplichtingen worden, met uitzondering van de budgetten die betrekking hebben op niet-compensabele activiteiten, exclusief compensabele en/of verrekenbare BTW in de financiële administratie verantwoord.
Artikel 11: boekstukken
lid 1
Voor de betaalbaarstelling van facturen zijn altijd twee parafen vereist: één van de betreffende budgethouder en één van de aangewezen medewerker crediteurenadministratie van de afdeling financiën.
lid 2
De beoordeling van de factuur, de rechtmatigheidstoets en de codering geschiedt door de betreffende budgethouder. De budgethouder voegt een omschrijving toe die wordt gebruikt bij het vastleggen in de financiële administratie.
lid 3
De budgethouder draagt binnen zijn afdeling zorg voor tijdige afdoening van inkomende facturen. Tijdig is tenminste een week voor het verstrijken van de betalingsdatum.
lid 4
De afdeling financiën controleert de codering van inkomende facturen en de paraaf van de budgethouder aan de hand van een parafenlijst.
lid 5
Indien er sprake is van baten geeft de budgethouder opdracht aan de afdeling financiën een factuur uit te sturen. Voor overige baten, zoals subsidies informeert de budgethouder de afdeling financiën schriftelijk op het moment, dat de bate bekend is.
Voor de baten gelden dezelfde controles als bij de inkomende facturen.
lid 6
De afdeling financiën draagt zorg voor de tijdige en correcte boeking van alle ontvangen boekstukken in de financiële administratie.
Artikel 12: structurele lasten
Incidentele budgetten mogen niet worden aangewend voor dekking van structurele lasten.
Artikel 13: financiële administratie (begrotingswijzigingen
lid 1
Begrotingswijzigingen worden voorbereid door de afdeling financiën.
Budgettair neutrale wijzigingen binnen dezelfde producten en kostenplaatsen worden op verzoek van de budgethouder vastgelegd in een ambtelijke begrotingswijziging.
Budgettair neutrale wijzigingen binnen dezelfde programma’s worden vastgelegd in een door burgemeester en wethouders goed te keuren begrotingswijziging.
Niet-budgettair neutrale wijzigingen en wijzigingen die programma-overstijgend zijn worden ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
lid 2
De afdeling financiën draagt zorg voor de tijdige en correcte verwerking van alle begrotings-wijzigingen in de financiële administratie.
Artikel 14: onvoorziene omstandigheden
Daar waarin deze regeling niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders na advies van het managementteam.
Artikel 15: in werking treding
Deze regeling treedt in werking op 1 november 2006.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Goes op 17 oktober 2006.
de secretaris, de burgemeester
drs. C.G.M. Maas drs. D.J. van der Zaag
Bijlage 1: Overzicht definities
Integraal management
Een managementsysteem waarbij de aangewezen manager verantwoordelijk is voor de kwalitatief en kwantitatief te realiseren producten en voor de doelmatige, doeltreffende en rechtmatige inzet van de beschikbare middelen.
Productenraming
Alle binnen de programma’s van de programmabegroting vallende kwalitatief en kwantitatief geformuleerde producten voorzien van een raming van lasten en baten. De productenraming wordt opgebouwd vanuit de programmabegroting en geeft alle gemeentelijke activiteiten aan in termen van producten.
Apparaatskosten
Dit betreft alle personele en materiële kosten die betrekking hebben op de gemeentelijke ambtelijke organisatie en welke via een stelsel van verdeelsleutels en kostenplaatsen worden toegerekend aan de producten van de productenraming.
Mandaat
Een mandaat is de bevoegdheid om namens een mandaatgever handelingen te verrichten. De mandaatgever blijft eindverantwoordelijk en kan regels geven met betrekking tot de uitoefening van het mandaat. Zonder mandaat kunnen geen verplichtingen worden aangegaan.
Budget
Dit betreft een taakstelling (opdrachtuitvoering) op basis van de productenraming, tot uitdrukking komend in het bedrag dat verbonden is aan een product, kostenplaats of voorziening, welke door de hoofdbudgethouder is toegekend aan de budgethouder. Een budget voor een investering wordt een kapitaalkrediet genoemd.
Budgetsubstitutie
Het binnen de samenstellende onderdelen van het budget van een product, kostenplaats of kapitaalkrediet incidenteel schuiven zonder wijziging van het bestedingsdoel (schuiven in kostensoorten).
Kapitaalkrediet
Betreft een door de raad aan burgemeester en wethouders gegeven mandaat om uitgaven te doen voor een te realiseren kapitaalgoed binnen de door de raad gegeven bestemming en een daaraan door de raad verbonden maximum bedrag.
Kapitaalkredieten worden geraamd in het investeringsprogramma bij de begroting.
Voor het aanvragen van hierin niet geraamde kapitaalkredieten gelden de richtlijnen van de Financiële verordening gemeente Goes, artikel 7, lid 5 en 6.
Kapitaalgoed
Onder een kapitaalgoed wordt verstaan een investering die meerjarig nut genereert dan wel een investering met maatschappelijk nut, welke wordt geactiveerd.
Balanspost
In het kader van deze regeling betreft dit per het einde van het jaar nog te betalen bedragen (ntb) en nog te ontvangen bedragen (nto).
De budgethouder is verantwoordelijk voor het aanmelden van deze posten bij de afdeling financiën.
Verplichting
Hiervan is sprake als er een mondelinge of schriftelijk opdracht is gegeven aan dan wel een mondelinge of schriftelijke overeenkomst is aangegaan met een derde, waaraan de gemeente is gehouden na ontvangst van de geleverde prestatie tot betaling over te gaan.
Onder derde worden ook verstaan gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen.
Hoofdbudgethouder
De gemeentesecretaris, de sectorhoofden en de commandant brandweer. Elk voor de onder hen vallende afdelingen of projectleiders.
Griffier
De door de raad benoemde functionaris, die door het presidium van de raad is opgedragen de budgetten van de raad te beheren.
Budgethouder
Dit betreft de door de hoofdbudgethouder schriftelijk aangewezen integraal manager (afdelingshoofd). Vervanger van de budgethouder is het waarnemend afdelingshoofd of bij gebreke hieraan de hoofdbudgethouder. Uitgangspunt is één budgethouder per product, kostenplaats, voorziening en kapitaalkrediet.
Projectleider
In het kader van deze regeling: de door de hoofdbudgethouder schriftelijk als budgethouder aan te wijzen budgethouder, die niet onder een afdelingshoofd valt.
Budgetbeheerder
De door een budgethouder schriftelijk aangewezen medewerker aan wie het beheer van een of meer (onderdelen van) budgetten en kapitaalkredieten is opgedragen.
De budgetbeheerder voert zijn werkzaamheden uit binnen de door de budgethouder gestelde randvoorwaarden. De eindverantwoordelijkheid blijft bij de budgethouder.
Boekstuk
Alle inkomende en uitgaande facturen, afschriften van bankmutaties, bewijzen van chartale geldhandelingen en stukken m.b.t. verplichtingen en rechten e.d. welke leiden tot mutaties in de financiële positie en welke daarom in de financiële administratie moeten worden vastgelegd.
Betalingsfiatteur
Dit is de medewerker van de afdeling financiën die binnen de hem gegeven instructie betalingsopdrachten geeft aan de bank.
Kasmedewerker
Dit is de medewerker die binnen de hem gegeven instructie belast is met chartale geldhandelingen.
Administrateur
Dit is de medewerker die binnen de hem gegeven instructie belast is met het voeren van de financiële administratie.
ALGEMENE EN ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP HET BESLUIT REGELING BUDGETHOUDERS GEMEENTE GOES
ALGEMENE TOELICHTING
In de programmabegroting geeft de raad aan wat hij de komende vier jaar in de gemeente wil bereiken en wat hij concreet in het eerstvolgende jaar gaat doen. De voornemens zijn geordend per programma. De bedoeling van de programmabegroting is dat de raad SMART formuleert wat hij via elk programma tot stand wil brengen. Daarmee geeft de raad aan burgemeester en wethouders een uitvoeringsopdracht mee voor het komende jaar. De programmabegroting is het stuur- en controle-instrument van de deelraad. Over de realisering van de programmabegroting legt de raad verantwoording af aan de burgers van Goes.
Om de uitvoeringsopdracht van de raad te realiseren zijn de programma’s vertaald naar producten in de productenraming. De productenraming is het sturingsinstrument van burgemeester en wethouders. In de productenraming zijn de producten beschreven, zijn de kosten van de ambtelijke organisatie toegerekend, is vastgelegd welke portefeuillehouder voor welk product het eerstverantwoordelijk is en dient via deze regeling te worden vastgelegd welke budgethouder voor welk product en kostenplaats verantwoordelijk is.
Deze regeling beoogt via een voor de gehele ambtelijke organisatie geldende uniforme regeling de bevoegdheden en verantwoordelijkheden transparant te maken.
Via bestuurlijke mandaatverlening verricht de ambtelijke organisatie de door burgemeester en wethouders gewenste activiteiten. De eindverantwoordelijkheid voor de resultaten blijft aldus bij burgemeester en wethouders. Zij leggen periodiek en bij het jaarverslag verantwoording af aan de raad.
Ongeacht de eindverantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris voor de gehele ambtelijke organisatie is er in deze regeling van uitgegaan dat burgemeester en wethouders de gemeentesecretaris en sectorhoofden aanwijzen als hoofdbudgethouder voor de stafafdelingen respectievelijk de sectoren. Zij kunnen vervolgens via schriftelijke mandaatverlening aan de afdelingshoofden (als integrale managers) opdragen bepaalde delen van de productenraming en de onderliggende kostenplaatsen uit te voeren respectievelijk te beheren. De commandant brandweer is door het college aangewezen als hoofdbudgethouder voor de brandweer.
Elke budgethouder kan door schriftelijke mandaatverlening aan een of meer medewerkers het dagelijks beheer van een of meer (onderdelen van) budgetten opdragen. De aangewezen budgetbeheerders leggen verantwoording af aan de betreffende budgethouder.
Het vorenstaande is ook van toepassing voor kapitaalkredieten.
Het beheer van de budgetten, waarvan de beschikkingsbevoegdheid uitsluitend bij de raad ligt (kosten bestuursorganen: raad en raadscommissies en kosten bestuursondersteuning: griffier enz.) valt buiten de werking van deze regeling. De raad kan bij schriftelijk besluit voor het beheer van zijn budgetten een van zijn leden of de griffier aanwijzen als budgethouder en ter zake regels vaststellen.
ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1.
In dit artikel wordt verwezen naar de bijlage met definities zoals deze worden gehanteerd in het kader van deze regeling. Budgetten zijn hier niet traditioneel gedefinieerd als inkomsten en uitgaven, maar juist als de te realiseren kwantitatieve en kwalitatieve taakstellingen en wel in de onderlinge samenhang met uitgaven en inkomsten. Per product wordt in beginsel 1 budgethouder aangewezen. De budgethouder kan aan andere functionarissen mandaat verlenen om onder zijn verantwoordelijkheid een deel van de aan het product verbonden taakstelling uit te voeren. Deze functionarissen noemen we budgetbeheerders.
De hoofdbudgethouders wijzen de budgethouders aan en deze eventueel op hun beurt weer de budgetbeheerders. Op deze wijze wordt inhoud gegeven aan het uitgangspunt van integrale verantwoordelijkheid en het streven de verantwoordelijkheden en bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie te leggen. De hoofdbudgethouders kunnen desgewenst besluiten zelf als budgethouder op te treden voor door hen aan te wijzen budgetten en kapitaalkredieten.
Artikel 2.
De raad heeft wettelijk het budgetrecht. De budgetten kunnen daarom pas definitief worden vastgesteld na zijn besluit tot vaststelling van de programmabegroting. De programmabegroting moet voor 15 november voorafgaande aan het begrotingsjaar worden vastgesteld.
Jaarlijks stellen burgemeester en wethouders richtlijnen op met betrekking tot de tijdstippen waarbinnen de budgethouders hun begrotingsvoorstellen moeten aanleveren, met de financiële kaders waarmee bij het opstellen van de ramingen rekening moet worden gehouden.
In lid 2 wordt de besluitvormingshiërarchie aangegeven, te weten:
Programmabegroting productenraming budgetten
Artikel 3.
In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze mandatering plaatsvindt. Gekozen is voor een opzet die spoort met de hiërarchische verhouding tussen functionarissen. Dit houdt ook in dat een verleend mandaat altijd weer geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken. Aangegeven is verder wanneer en hoe verantwoording dient te worden afgelegd. Uiteraard is het budgethouderschap in principe onverenigbaar met enkele financiële functies.
Artikel 4.
In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze budgetbeheerders kunnen worden aangewezen en hoe het budgetbeheer kan plaatsvinden. Elke budgethouder kan desgewenst nadere regels vaststellen.
Artikel 5.
In dit artikel wordt aangegeven op welke uniforme wijze met kapitaalkredieten wordt omgegaan. Bij de voorbereiding van kapitaaluitgaven kan het voorkomen dat de kapitaaluitgaaf die wordt voorbereid uiteindelijk geen doorgang vindt. In dat geval dienen de voorbereidingskosten ten laste van de lopende exploitatie te worden gebracht.
Lid 1 betreft uitsluitend ongebruikte kapitaalkredieten. Doel van dit lid is enerzijds een tijdige uitvoering van het met het kapitaalkrediet beoogde en anderzijds het voorkomen van een ongewenst beslag op de budgettaire ruimte.
Artikel 6.
In dit artikel wordt aangegeven dat geen verplichtingen mogen worden aangegaan dan wel uitgaven gedaan bij een onvoldoende budget en/of kapitaalkrediet. Dit is ter bescherming van het budgetrecht van de raad.
Artikel 7.
In dit artikel en de bijlage 2 wordt aangegeven op welke wijze verplichtingen en opdrachten mogen worden aangegaan.
De budgethouder is primair verantwoordelijk voor een goede registratie van de budgetten. Dat wil niet zeggen dat de budgethouder zelf de budgetregistratie moet bijhouden, maar wel dat de budgethouder er op toe moet zien dat de budgetregistratie op een adequate wijze plaatsvindt. Informatie is alleen zinvol als deze actueel is. Om die reden is het van belang dat de budgethouder de aangegane verplichtingen adequaat vastlegt en alle informatie - in het geval dat een centrale vastlegging van toepassing is - tijdig verstrekt aan de afdeling financiën.
Artikel 8.
Binnen de centrale kaders en richtlijnen moet de budgethouder de bevoegdheid hebben te kunnen schuiven tussen kostensoorten. Doelmatig handelen vereist immers dat de integraal verantwoordelijke budgethouder continu beoordeelt op welke wijze de prestaties kwantitatief en kwalitatief gerealiseerd kunnen worden met een zo gering mogelijk middelenbeslag.
Artikel 9.
In dit artikel wordt aangegeven welke budgetten uitsluitend vallen onder de beschikkingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders en de raad.
Artikel 10.
In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze wordt omgegaan met budgetrestanten en nog te ontvangen respectievelijk nog te betalen posten. Uiteraard is dit in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording.
Artikel 13.
De dualisering heeft wijziging gebracht in het niveau waarop de raad burgemeester en wethouders autoriseert tot het doen van uitgaven en ontvangen van inkomsten. Die autorisatie vindt thans formeel plaats op programmaniveau. Omdat dit een hoog abstractieniveau is, is in de 4e alinea bepaald dat alle niet-budgettair neutrale begrotingswijzigingen en alle wijzigingen die programma-overstijgend zijn ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.
Bijlage 2 : Richtlijnen voor het aangaan van verplichtingen en opdrachten gemeente Goes
(bijlage I Inloopkaart behorende bij Nota Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Goes juni 2013)
a.Te hanteren aanbestedingsprocedure voor leveringen en diensten:
|
Geraamde opdrachtwaarde (exclusief BTW) |
Te hanteren aanbestedingsprocedure |
Minimaal/ maximaal aantal uit te nodigen ondernemers |
Mandaat tot aangaan verplichting |
Mandaat tot beslissen af te wijken van het inkoopbeleid* |
|
|
1 |
Vanaf Europese drempel |
Europese aanbesteding |
n.v.t.** |
Burgemeester en Wethouders |
n.v.t. |
|
2 |
Van € 100.000,- tot Europese drempel |
Meervoudig onderhands |
3 tot 5 bij 3 ( 2 lokaal/ regionaal 1 nationaal) bij 4 ( 3 lokaal/ regionaal 1 nationaal) bij 5 ( 3 of 4 lokaal/ regionaal 1 of 2 nationaal) |
Budgethouder (melding aan hoofdbudgethouder) |
Burgemeester en Wethouders |
|
3 |
Van € 25.000,- tot € 100.000,- |
Meervoudig onderhands |
3 tot 5 bij 3 ( 2 lokaal/ regionaal 1 nationaal) bij 4 ( 3 lokaal/ regionaal 1 nationaal) bij 5 ( 3 of 4 lokaal/ regionaal 1 of 2 nationaal) |
Budgethouder (melding aan hoofdbudgethouder) |
Hoofdbudgethouder |
|
4 |
Tot € 25.000,- |
Enkelvoudig onderhands |
1 (bij voorkeur regionaal) |
Budgethouder / budgetbeheerder |
Budgethouder |
|
5 |
Tot € 1.000,- |
Enkelvoudig onderhands |
1 (bij voorkeur regionaal) |
Gemandateerde functie*** |
Budgethouder |
* Punten uit het beleid waarop afgeweken kan worden zijn, de te volgen procedure, duurzaamheidseisen, eisen met betrekking tot social return en de inkoopvoorwaarden. Motivering en de beslissing tot afwijken dienen opgenomen te worden in het inkoopdossier een advies van het Inkoopbureau is hierbij verplicht.
** Indien er geen openbare Europese of nationale procedure gevolgd wordt, bijvoorbeeld bij 2B diensten, dient men meervoudig onderhands aan te besteden waarbij minimaal 3 en maximaal 5 ondernemers uitgenodigd moeten worden.
*** Gemandateerde functie, zie bijlage I van het handboek inkoop- en aanbestedingsprocedures. Hierin zijn per afdeling de functies genoemd.
b.Te hanteren aanbestedingsprocedure voor werken:
|
Geraamde opdrachtwaarde (exclusief BTW) |
Te hanteren aanbestedingsprocedure |
Minimaal/ maximaal aantal uit te nodigen ondernemers |
Mandaat tot aangaan verplichting |
Mandaat tot beslissen af te wijken van het inkoopbeleid* |
|
|
1 |
Vanaf Europese drempel |
Europese aanbesteding |
n.v.t. |
Burgemeester en Wethouders |
n.v.t. |
|
2 |
Van € 1.000.000,-tot Europese drempel |
Nationale (niet-) openbare aanbesteding |
n.v.t. |
Burgemeester en Wethouders |
Burgemeester en Wethouders |
|
3 |
Van € 50.000-, tot € 1.000.000,- |
Meervoudig onderhands |
3 tot 5 bij 3 ( 2 lokaal/ regionaal 1 nationaal) bij 4 ( 3 lokaal/ regionaal 1 nationaal) bij 5 ( 3 of 4 lokaal/ regionaal 1 of 2 nationaal) |
Budgethouder (melding aan hoofdbudgethouder) |
Hoofdbudgethouder |
|
4 |
Tot € 50.000,- |
Enkelvoudig onderhands |
1 (bij voorkeur regionaal) |
Budgethouder / budgetbeheerder |
Budgethouder |
|
5 |
Tot € 5.000,- |
Enkelvoudig onderhands |
1 (bij voorkeur regionaal) |
Gemandateerde functie ** |
Budgethouder |
* Punten uit het beleid waarop afgeweken kan worden zijn, de te volgen procedure, duurzaamheidseisen, eisen met betrekking tot social return en de inkoopvoorwaarden. Motivering en de beslissing tot afwijken dienen opgenomen te worden in het inkoopdossier een advies van het Inkoopbureau is hierbij verplicht.
** Gemandateerde functie, zie bijlage I van het handboek inkoop- en aanbestedingsprocedures. Hierin zijn per afdeling de functies genoemd.
c.Het is toegestaan om de aanbestedingsprocedure van een hogere (lees: zwaardere) categorie toe te passen dan voorgeschreven wordt in deze tabel, mits beschreven waarom hiervoor gekozen is. Wanneer de markt zich niet leent voor dit aantal kan er van afgeweken worden. Er dient te allen tijden gemotiveerd te worden waarom voor een bepaald aantal en welke leveranciers gekozen is.
5.4
Mandaatbesluit inspecteurs parkeerbelastingen
Mandaatbesluit inspecteurs parkeerbelastingen
Aanwijzingsbesluit ambtenaren parkeerbelastingen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes
Gelet op artikel 2.1 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Goes, de artikelen 231, tweede lid onderdeel b en d van de Gemeentewet, artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
B E S L U I T :
1.aan te wijzen als de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet, de volgende gemeenteambtenaar:
het hoofd van de afdeling Omgeving en Economie
Deze aanwijzing heeft uitsluitend betrekking op uitvoering van de heffing van de in artikel 225 van de Gemeentewet genoemde gemeentelijke parkeerbelastingen.
2.aan te wijzen als de gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d van de Gemeentewet, de volgende gemeenteambtenaren:
De medewerkers van de afdeling Vergunningen en Handhaving voor zover deze zijn aangewezen als toezichthouder in de zin van artikel 5.11 Algemene wet bestuursrecht
Deze aanwijzing heeft uitsluitend betrekking op uitvoering van de heffing van de in artikel 225 van de Gemeentewet genoemde gemeentelijke parkeerbelastingen.
3.in te trekken het besluit van 1 juli 2007, waarbij het hoofd van de afdeling Economische Zaken is aangewezen als gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet.
4.dat dit besluit, dat kan worden aangehaald als ‘aanwijzingsbesluit ambtenaren parkeerbelastingen’, op 1 maart 2014 in werking treedt.
Goes, 30 januari 2014
Burgemeester en Wethouders van Goes,
de secretaris, de burgemeester,
mr. H.E. Schild. mr. L.J. Verhulst.
Toelichting op aanwijzingsbesluit
De algemene bevoegdheid tot het heffen van gemeentelijke belastingen komt bij attributie toe aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, genoemde gemeenteambtenaar. Bij afzonderlijk besluit heeft het college medio 2007 het hoofd van de afdeling Economische Zaken aangewezen als heffingsambtenaar parkeerbelastingen. Als gevolg van de onlangs doorgevoerde wijzigingen van de gemeentelijke organisatie is de afdeling Economische Zaken met ingang van 1 december 2013 opgeheven.
De taak van de heffingsambtenaar parkeerbelastingen wordt nu uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het hoofd van de nieuwe afdeling Omgeving en Economie. Middels dit aanwijzingsbesluit wordt deze verandering geformaliseerd.
Tevens wordt voorgesteld de medewerkers van de afdeling Vergunningen en Handhaving, voor zover deze zijn aangewezen als toezichthouder in de zin van artikel 5.11 Algemene wet bestuursrecht, generiek aan te wijzen als gemeenteambtenaren belast met de heffing van parkeerbelastingen. In de praktijk komt dit neer op het opleggen van naheffingsaanslagen aan parkeerders die geen dan wel onvoldoende parkeerrechten hebben. Deze taak voeren zij uit in naam en onder verantwoordelijkheid van de heffingsambtenaar parkeerbelastingen.
Mandaatbesluit inspecteurs parkeerbelastingen
De heffingsambtenaar parkeerbelastingen van de gemeente Goes;
gelet op het gestelde in Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;
B E S L U I T :
mandaat te verlenen om namens hem naheffingsaanslagen parkeerbelastingen op te leggen aan:
De medewerkers van de afdeling Vergunningen en Handhaving voor zover deze zijn aangewezen als toezichthouder in de zin van artikel 5.11 Algemene wet bestuursrecht.
Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2014.
Goes, 3 februari 2014
De heffingsambtenaar parkeerbelastingen van de gemeente Goes
(mr. F.E.W. van Dijk).
Toelichting
Het college heeft het hoofd van de afdeling Omgeving en Economie aangewezen als heffingsambtenaar parkeerbelastingen. De controle op de naleving van de belastingplicht en het zo nodig opleggen van naheffingsaanslagen zijn taken die niet door de heffingsambtenaar zelf worden uitgevoerd. Namens de heffingsambtenaar worden deze taken uitgevoerd door (parkeer)controleurs van de afdeling Vergunning en Handhaving. Deze medewerkers moeten daartoe worden gemachtigd door de heffingsambtenaar. Dit wordt geregeld in dit Mandaatbesluit.
5.5
In acht te nemen criteria voor bepalen locatie voor realisatie inzamelvoorzieningen ex artikel 9 van de Afvalstoffenverordening gemeente Goes
In acht te nemen criteria voor bepalen locatie voor realisatie inzamelvoorzieningen ex artikel 9 van de Afvalstoffenverordening gemeente Goes.
Ter bepaling van de locatie moeten door gemandateerde en college rekening worden gehouden met de volgende criteria:
a) (Loop)afstand
Voor verschillende soorten afvalstoffen gelden verschillende acceptabele afstanden.
•Voor restafval moeten de containers zodanig gesitueerd worden dat de loopafstand tussen de grens van een op de containerlocatie aan te sluiten perceel en de (ondergrondse) container telkens maximaal 75 meter bedraagt.
Slechts in een beperkt aantal gevallen kan hierop door het college van burgemeester en wethouders een uitzondering worden gemaakt. Het moet dan gaan om (dringende) redenen van praktische belemmeringen in verband met de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid, of de aanwezigheid van kabels en leidingen en andere objecten. Gelet op de tekst van de landelijke regeling en de afvalstoffenverordening kan oprekking van de loopafstand van 75 meter naar 125 meter alleen plaatsvinden indien dit een algemeen belang dient.
Voor het oprekken van de loopafstand is een apart besluit van het college nodig.
•Voor glas, papier en plastic is de acceptabele afstand groter. Ervaring leert dat mensen het gescheiden inzamelen van deze reststoffen vaak combineren met het doen van boodschappen. Voor de plaatsing van deze containers wordt daarom gekozen om naast een gelijkmatige spreiding over de gehele gemeente, de containers zoveel mogelijk te plaatsen in de nabijheid van winkelcentra.
b) Bereikbaarheid
De container moet zowel voor de inzamelaar als voor de gebruikers voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn.
Vanuit de kant van de inzamelaar houdt dit minimaal in dat de containers zo gesitueerd dienen te zijn dat het technisch mogelijk is de container te legen en op een zodanige wijze geleegd kan worden dat de inzamelwagen en/of de container geen objecten in de openbare ruimte (zoals bomen, lantaarnpalen, auto's e.d.) of gebouwen (bijvoorbeeld muren, balkons, uitsteeksels aan gebouwen e.d.) raakt. Vanuit de kant van de gebruikers dienen de containers makkelijk bereikbaar en toegankelijk te zijn, in het bijzonder ook (altijd) voor ouderen en minder validen.
c) Verkeersveiligheid
De container moet zowel voor de inzamelaar als voor de gebruiker op een veilige wijze bereikt kunnen worden.
Vanuit de kant van de inzamelaar houdt dit minimaal in dat de container in alle rust geleegd moet kunnen worden zonder dat hierdoor een gevaarlijke verkeerssituatie ontstaat. Vanuit de kant van de gebruiker betekent dit dat zij hun afval kwijt moeten kunnen geraken, zonder hiervoor verkeersonveilige handelingen te moeten verrichten. Het moeten oversteken van een druk bereden rijweg, zonder dat er een veilige oversteekplaats - bijvoorbeeld een zebra, al dan niet met stoplicht - in de directe nabijheid is, is een voorbeeld van een verkeersonveilige handeling.
d) Ondergrondse obstakels
Bij het bepalen van locaties wordt de ondergrond onderzocht op de aanwezigheid van obstakels. Belangrijkste voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van kabels en leidingen.
Het omleggen van de waterleiding of hoofdriolering - zo al technisch mogelijk en wenselijk - is over het algemeen een zeer kostbare aangelegenheid. Tot de omlegging van dergelijke leidingen wordt alleen overgegaan indien dit tegen relatief geringe kosten mogelijk is. De kosten voor het omleggen van gas, telecom- en elektriciteitskabels zijn over het algemeen geringer tot nihil. Idem voor het verplaatsen van straatkolken en omleggen van huisaansluitingen van de riolering. De mogelijkheid tot het omleggen van dergelijke kabels en leidingen wordt dan ook standaard meegenomen bij de locatiekeuze.
e) Parkeerplaatsen
In veel wijken bestaat een tekort aan parkeerplaatsen. Bij de locatiebepaling moet hier rekening mee gehouden worden. Bestaande parkeerplaatsen dienen zoveel als mogelijk behouden te blijven. Indien er geen andere mogelijkheid is dan het opheffen van een parkeerplaats, moet in beginsel in de omgeving een nieuwe parkeerplaats komen. Dit kan stuiten op nieuwe bezwaren.
f) Bomen
Gelet op het belang van het aanwezige groen in wijken, zullen bomen slechts bij wijze van zeer hoge uitzondering mogen wijken voor een (ondergrondse) container.
g) Inpassing in de openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten
De situering van de ondergrondse containers moet in beginsel passen binnen het straatbeeld. In het bijzonder indien het een historische omgeving of een architectonisch belangrijke locatie betreft.
Bij het uitzoeken van locaties moet rekening gehouden worden met objecten in de openbare ruimte, die niet onder een van de hiervoor genoemde randvoorwaarden vallen. De containers worden bijvoorbeeld zoveel mogelijk buiten eventuele zichtlijnen met woningen geplaatst, maar dit zal niet altijd mogelijk zijn. Het algemeen belang gaat ook hier uiteindelijk voor op het individuele belang. Met betrekking tot de afstand tussen een container en de gevel (lees: voorzijde!) van een woning wordt in ieder geval een minimumafstand gehanteerd van drie meter. Voor andere zijden van een woning geldt dat de minimumafstand minder dan drie meter kan bedragen, bijvoorbeeld als er geen (direct) uitzicht op de container is. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een blinde muur.
Ook kan gedacht worden aan de situering van ondergrondse containers ten opzichte van speelplaatsen, glas- en papiercontainers, parkeervakken e.d.. Containers voor restafval worden bijvoorbeeld in beginsel niet direct naast een speelplaats of direct naast glas- en papiercontainers geplaatst. Containers nabij parkeervakken worden, vanwege het straatbeeld, in beginsel in lijn met de parkeervakken geplaatst.
5.6
Lijst van aan medewerk(st)ers afdeling Publiekszaken doorgemandateerde bevoegdheden
Lijst van aan medewerk(st)ers afdeling Publiekzaken doorgemandateerde bevoegdheden
Afdeling Publiekszaken
Namens het gemeentebestuur
Wet Basisregistratie Personen
Alle medewerkers:
Het ondertekenen van:
•Uittreksels uit de BRP;
•Bewijzen van Nederlanderschap;
•Legalisatie van de handtekening;
•Waarmerken van stukken;
•Arbeidskaarten;
•Alle correspondentie voortvloeiende uit de bijhouding van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, inclusief het tekenen van voorgenomen besluiten ingevolge artikel 2.60 Wet BRP.
•De medewerkers vallende onder de functiebeschrijving Burgerlijke Stand specialist en GBA-specialist/applicatiebeheerder: het tekenen van definitieve besluiten ingevolge artikel 2.60 Wet BRP, indien tegen het voorgenomen besluit niet is opgekomen.
Grafadministratie
De medewerkers op de functies vakspecialist D2 en E1:
•Het nemen van positieve beslissingen op aanvragen van vergunningen ingevolge de Verordening op de begraafplaatsen (uitgifte van graven, verlenging van graven, grafakten, vergunningen gedenktekens en grafonderhoud). Alle correspondentie m.b.t. de grafadministratie;
•Het afgeven van vergunningen en beschikkingen voortvloeiende uit de Wet op de Lijkbezorging (uitstel termijn van begraven, toestemming ontleding).
Huisnummering en straatnaamgeving
De medewerkers op de functies vakspecialist E1:
•Correspondentie betreffende huisnummering of nummerwijziging en straatnaamgeving.
•Het nummeren van een object of onderdelen daarvan, alsmede het wijzigen van de nummering en het intrekken van een toekenning tot nummering
Reisdocumenten
Alle medewerkers belast met de uitgifte van reisdocumenten en de daartoe voortvloeiende correspondentie;
De verantwoordingsopgaven uitgegeven en vervallen reisdocumenten;
De medewerkers op de functie vakspecialist D2 en E1, die zijn aangewezen als kassier of hulpkassier
De medewerkers die op het Registratieformulier ontvangstbevoegdheid reisdocumenten zijn gemachtigd:
•Het in ontvangst nemen van reisdocumenten;
•De ondertekening van het ontvangstbewijs.
Rijbewijzen
Alle medewerkers belast met de uitgifte van rijbewijzen en daartoe voortvloeiende correspondentie;
De verantwoordingsopgaven uitgegeven en vervallen rijbewijzen;
De medewerkers op de functies vakspecialist D2 en E1, die zijn aangewezen als kassier of hulpkassier
De medewerkers die op het Registratieformulier ontvangstbevoegdheid reisdocumenten zijn gemachtigd;
•Het in ontvangst nemen van rijbewijzen
•De ondertekening van het ontvangstbewijs;
De medewerkers op de functies vakspecialist C en D2.
•Correspondentie m.b.t. ontzegging rijbevoegdheid en ongeldigverklaring rijbewijzen.
Kieswet en kiesbesluit
Aan het hoofd en het waarnemend hoofd:
•Het ondertekenen van stukken en correspondentie, ter uitvoering van de Kieswet en het Kiesbesluit;
•Registratie van partijen;
•In ontvangst nemen van kandidatenlijsten;
•In ontvangst nemen van waarborgsommen;
Aan alle medewerkers:
•Afgifte van verklaringen van opname in het kiezersregister;
•In ontvangst nemen en ondertekenen van verzoeken om bij volmacht of in een stembureau naar keuze te mogen stemmen;
•Het ondertekenen van duplicaat oproepkaarten, volmachten en kiezerspassen;
•Het ondertekenen en in ontvangst nemen van ondersteuningsverklaringen en inleidende verzoeken tot het houden van referenda.
Nationaliteitsaangelegenheden
De medewerkers op de functies vakspecialist C en D2:
•Het aannemen en behandelen van nationaliteitsverklaringen;
•Het aannemen en behandelen van optieverklaringen;
•Het behandelen van naturalisatieverzoeken en de daaruit voortvloeiende correspondentie.
Aanvragen om inlichtingen uit de justitiële documentatieregisters
•De medewerkers die daartoe op een door het ministerie van Justitie voorgeschreven formulier zijn gemachtigd.
Uitvoering RNI-werkzaamheden
De medewerkers die een persoonsgebonden PKI overheidscertificaat hebben ontvangen en als zodanig zijn geregistreerd bij BZK.
Zie voor toepassing tevens het hierna opgenomen Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen
Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
Datum, 27 november 2013
Kenmerk: 2013-0000722358
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 10:4 en artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht,
Gezien het RNI Convenant Dienstverlening en de daarin overeengekomen werkzaamheden genoemd
in artikel 2,
besluit
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b.aangesloten gemeenten: de in de Bijlage bij dit besluit genoemde gemeenten;
c.het convenant: het RNI Convenant Dienstverlening afgesloten tussen de Minister en de aangesloten gemeenten afzonderlijk;
d.het college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van een aangesloten gemeente;
e.de wet: de Wet basisregistratie personen.
Artikel 2
1.Ter uitvoering van het convenant wordt aan het college van burgemeester en wethouders mandaat verleend voor het nemen van besluiten die verband houden met:
a.de inschrijving in de basisregistratie bedoeld in de artikel 2.66, in samenhang met artikel 2.67, van de wet;
b.de opneming van persoonsgegevens op grond van paragraaf 2.2.3 van de wet in verband met die inschrijving of in verband met een verzoek van de ingeschrevene op grond van artikel 2.70, derde lid, onderdeel b, van de wet;
c.het heffen van rechten op grond van artikel 36 van het Besluit basisregistratie personen;
d.de uitvoering van de artikelen 2.80 en 2.81, eerste tot en met derde lid, van de wet; en
e.de toepassing van de artikelen 3.22 en 3.23 van de wet.
2.Onder mandaat wordt in dit besluit tevens verstaan machtiging tot het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de in het eerste lid bedoelde taken.
Artikel 3
1.Het college van burgemeester en wethouders kan voor de in artikel 2 bedoelde aangelegenheden ondermandaat verlenen aan ambtenaren van de gemeente die zijn aangewezen om de inschrijving te verrichten.
2.Het verlenen van ondermandaat geschiedt schriftelijk.
3.Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat wordt gezonden aan de Minister.
Artikel 4
Het krachtens mandaat ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens deze,
(handtekening)
Medewerker inschrijfvoorziening [naam gemeente]
Artikel 5
1.Het college van burgemeester en wethouders neemt bij de uitoefening van het mandaat de instructies van de Minister in acht.
2.Indien de Minister het college een instructie geeft ter zake van de uitoefening van een in dit besluit gemandateerde bevoegdheid doet de Minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant.
Artikel 6
Het college van burgemeester en wethouders is niet bevoegd om zelfstandig verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet nationale ombudsman, dan wel verzoeken van gelijksoortig karakter, voor zover die verband houden met de uitvoering van de in artikel 2 van dit besluit bedoelde taken, namens de Minister af te doen. Dergelijke verzoeken worden door het college inhoudelijk voorbereid en ter afdoening aan de Minister voorgelegd.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie personen in werking treedt.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen.
Dit besluit zal met Bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
dr. F.H.A. Plasterk
Bijlage bij het Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen
Dit Besluit ziet op de navolgende aangesloten gemeenten:
Alkmaar, Almelo, Amsterdam, Breda, Den Haag, Doetinchem, Eindhoven, Goes, Groningen, Heerlen, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, Terneuzen, Utrecht, Venlo en Zwolle.
5.7
Mandaat ontheffingen exceptioneel transport
|
Onderwerp |
Voertuigreglement. |
Burgemeester en wethouders van Goes;
gelet op artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 7.1 van het Voertuigenreglement, artikel 87 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 alsmede het besluit van 27 november 1995 inzake mandaat ontheffingen exceptioneel transport aan de Dienst Wegverkeer;
b e s l u i t e n :
Artikel 1
1.De bevoegdheid ingevolge artikel 149, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 7.1 van het Voertuigreglement tot het verlenen van ontheffingen te mandateren aan de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW);
2.Dit mandaat betreft de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen van het bepaalde in de afdelingen 7, 8 en 14 van hoofdstuk 5 van het Voertuigreglement, voor de eisen en voorwaarden, aan de inrichting van deze voertuigen gesteld en ten aanzien van het rijden met deze voertuigen waarvan de afmetingen en massa’s de wettelijke maxima overschrijden;
3.De bevoegdheid ingevolge artikel 149, eerste lid onder b, van het Voertuigreglement juncto artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 tot het verlenen van ontheffingen te mandateren aan de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer, voor zover noodzakelijk en direct samenhangend met de in lid 2 van dit artikel genoemde voertuigen waarvan de afmetingen en massa’s de wettelijke maxima overschrijden;
4.Voor de wegen en weggedeelten, genoemd in de bijlage behorende bij dit besluit, wordt geen ontheffing verleend dan na voorafgaande toestemming daartoe onzerzijds;
5.Voor een voertuig met een breedte groter dan 3.50 meter wordt geen ontheffing verleend dan na voorafgaande toestemming onzerzijds.
Artikel 2
1.Het besluit van 27 november 1995 is met uitzondering van de bijlagen als bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing op dit mandaatbesluit;
2.Het besluit van 27 november 1995 inzake de aanwijzing en benoeming van de heer J.G. Hakkenberg is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inwerkingtreding bepaalt is op de dag bedoeld in artikel 3 van dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de schriftelijke mededeling van de gemandateerde is ontvangen waarin wordt ingestemd met het verleende mandaat.
Goes, 30 mei 1997.
Burgemeester en wethouders van Goes,
de secretaris, de burgemeester,
drs. C.G.M. Maas. drs. D.J. v.d. Zaag.
Bijlage als bedoeld in artikel 1, vierde lid:
1.- opgave van wegen en weggedeelten;
-de straten in de binnenstad van Goes (binnen de vesten);
-de woonstraten in de wijken Goes-West en Goes-Oost.
Toelichting:
Artikel 1 geeft de wettelijke grondslag voor het mandaat aan alsmede de grenzen van het te verlenen mandaat. Het tweede lid van artikel 1 biedt de mogelijkheid om ontheffingen exceptioneel transport voor landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid te mandateren aan de Dienst Wegverkeer.
Vanuit het oogpunt van efficiency en doelmatigheid wordt het mandaat in artikel 2, eerste lid, verleende onder dezelfde condities als in het mandaatbesluit van 27 november 1995 inzake de ontheffingverlening exceptioneel transport aan de Dienst Wegverkeer, zij het met uitzondering van de bijlagen. De bijlage wordt hierbij afzonderlijk vastgesteld.
Voor de uitvoering van het mandaat is zowel de gemeente als de RDW erbij gebaat om in de bijlage geen wegen op te nemen met een agrarische bestemming, aangezien dit een zeer frequent overleg, en daarmee een groot beslag op geld en middelen, tot gevolg zou hebben.
Artikel 2, tweede lid bepaalt dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer, de heer J.G. Hakkenberg, bevoegd is om op basis van het aanwijzings- en benoemingsbesluit van 27 november 1995 de leges te heffen en te innen. Afdracht vindt vervolgens plaats volgens het mandaatbesluit ontheffingen exceptioneel transport.
De inwerkingtreding van dit besluit alsmede van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, is in artikel 3 gekoppeld aan de datum van ontvangst van de schriftelijke instemming van de gemandateerde.
Tot slot wordt een bijlage ingevolge artikel 1, lid 4 van het mandaat opgenomen: een overzicht van uitgezonderde wegen en weggedeelten.
|
Onderwerp |
Mandaatbesluit ontheffingen bijzondere transporten. |
Burgemeester en wethouders van Goes;
Gelet op artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 7.1 van het Voertuigenreglement, artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 6 oktober 1988, DOI/10097, inzake nadere plaatsbepaling en taakopdracht Rijksdienst voor het Wegverkeer binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Stcrt.1998, 216) en gewijzigd bij regeling van 10 november 1988/88/10113 (Stcrt. 1989, 3).
b e s l u i t e n :
Artikel 1
1.De bevoegdheid ingevolge artikel 149, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 7.1 van het Voertuigreglement tot het verlenen van ontheffing te mandateren aan de directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
2.Dit mandaat betreft de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing van het bepaalde in de afdelingen 3, 12, 13 en 18 van hoofdstuk 5 van het Voertuigreglement, voor de eisen en voorwaarden, aan de inrichting en belading van deze voertuigen gesteld en ten aanzien van het rijden met deze voertuigen waarvan de afmetingen en massa’s, inclusief de lading, de wettelijke maxima overschrijden.
3.De bevoegdheid ingevolge artikel 149, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 tot het verlenen van ontheffing te mandateren aan de directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, voorzover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten.
4.Voor de wegen en weggedeelten, genoemd in bijlage 1 behorende bij dit besluit, wordt geen ontheffing verleend dan na voorafgaande toestemming daartoe onzerzijds.
5.Voor een voertuig dat een of meer van de in bijlage 2 behorende bij dit besluit genoemde grenswaarden overschrijdt, wordt geen ontheffing verleend dan na voorafgaande toestemming daartoe onzerzijds.
Artikel 2
De directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer wordt toegestaan ten aanzien van de in artikel 1 verleende bevoegdheden aan medewerkers in dienst van de Rijksdienst voor het Wegverkeer ondermandaat te verlenen.
Artikel 3
Een beschikking als bedoeld in artikel 1 wordt verleend met vermelding van de voertuigen waarvoor deze wordt afgegeven, de wegen en weggedeelten waarvoor de ontheffing geldt, en overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.3 van het Voertuigreglement.
Artikel 4
1.De ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.
2.Langlopende ontheffingen worden verleend:
a.voor een geldigheidsduur van maximaal drie jaren;
b.voor een bepaald gebied, waarbij zo nodig bepaalde wegen worden uitgezonderd, of uitsluitend voor met name genoemde wegen.
3.Incidentele ontheffingen worden verleend:
a.voor maximaal twee weken of, in bijzondere gevalle verband houdende met de uitvoering van projecten, voor drie maanden;
a.voor één bepaalde route;
b.onder de voorwaarde dat de vervoerder de gemeente van tevoren moet informeren over het tijdstip waarop het transport zal of de transporten zullen plaatsvinden.
1.Ontheffingen worden verleend voor niet meer dan één voertuig of voertuigcombinatie. In beschikkingen strekkende tot verlening van een incidentele ontheffing kunnen, ter vervanging van het eerst opgegeven voertuig of de eerst opgegeven voertuigcombinatie, de kentekens of registratiebewijzen van maximaal drie andere voertuigen of voertuigcombinaties worden opgenomen.
Artikel 5
De gemandateerde dient de houder van de ontheffing erop te wijzen dat deze zich vooraf dient te overtuigen van de mogelijkheid van transport over de te berijden wegen.
Artikel 6
De gemandateerde zendt afschriften van zijn beschikkingen op basis van dit mandaat per omgaande toe aan het college.
Artikel 7
De leges die verschuldigd zijn voor de behandeling van de ontheffing-aanvraag worden geïnd door de gemandateerde.
Artikel 8
1.Per ontheffingaanvraag draagt de gemandateerde 30/65 af aan het college. Het overig deel behoudt gemandateerde.
2.De gemandateerde ontvangt buiten het gestelde in het eerste lid geen vergoeding voor de op grond van het mandaat uitgevoerde werkzaamheden.
3.In januari van ieder jaar wordt het ons toekomende aandeel van de legesopbrengsten, dat in het voorafgaande jaar door gemandateerde geïnd is, aan ons afgedragen.
Artikel 9
De gemandateerde verschaft het college per kwartaal een overzicht van de geïnde legesbedragen en eventuele openstaande vorderingen.
Artikel 10
Met ingang van de dag van inwerkingtreding van het wetvoorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, wordt:
1.De bevoegdheid als bedoeld in artikel 1 gemandateerd aan de directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW);
2.In dit besluit “Rijksdienst voor het Wegverkeer” telkens vervangen door “Dienst Wegverkeer” (RDW).
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de schriftelijke mededeling van de gemandateerde is ontvangen waarin wordt ingestemd met het verleende mandaat.
Goes, 27 november 1995.
Burgemeester en wethouders van Goes,
de secretaris, de burgemeester,
drs. C.G.M. Maas. drs. D.J. v.d. Zaag.
Bijlage 1 behorende bij het mandaatbesluit ontheffingen bijzondere transporten.
Wegen en weggedeelten zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid.
-De straten in de binnenstad van Goes (binnen de vesten).
-De woonstraten in de wijken Goes-West en Goes-Oost.
Bijlage 2 behorende bij het mandaatbesluit ontheffingen bijzondere transporten.
Model-Grenswaarden zoals bedoeld in artikel 1, vijfde lid.
Voertuigen inclusief lading:
-lengte trekker-opleggercombinatie 27,00 m (22,00 m)
-lengte vrachtauto-aanhangwagen 27,00 m (18,35 m)
-voortuigstekende lading t.o.v. midden stuurwiel 6,00 m ( 3,50 m)*
-idem voor voorzijde aanhangwagen 8,00 m (-)*
-massa voertuig(combinatie) (treingewicht) 60 ton (50 ton)*
Voertuigen exclusief lading
-lengte onbeladen voertuigcombinatie 27,00 m (18,35 m)
-breedte 3,00 m (2,55/2,60 m)
-massa voertuig(combinatie) (treingewicht) 60 ton (50 ton)
* Alleen ten behoeve van gieken en werktuigen.
De tussen haakjes genoemde getallen zijn de maxima op grond van het huidige Voertuigreglement, waarbij geen ontheffing nodig is. Ten aanzien van hoogtematen worden geen afwijkingen van de maten als genoemd in het Voertuigreglement toegestaan. Dit is in verband met de standaard hoogtematen voor kunstwerken.
5.8
Criteria oninbaar verklaringen
Criteria oninbaar verklaringen
•Aanmaningskosten
Oninbaar als:
• de betaling voor verzending/op de dagtekening van de aanmaning door SaBeWa is ontvangen,
• de herinnering/aanmaning naar het verkeerde adres is verzonden,
• de aanslag volledig wordt verminderd nadat een aanmaning is verzonden,
• de aanslag volledig/gedeeltelijk wordt kwijtgescholden.
NIET INDIEN MEN STELT DE AANMANING NIET TE HEBBEN ONTVANGEN.
•Dwangbevelkosten
Oninbaar als:
• de betaling voor betekening van het dwangbevel/ op de dag van betekening door SaBeWa / Cannock Chase Public is ontvangen,
• het dwangbevel naar het verkeerde adres is verzonden,
• de aanslag volledig wordt verminderd nadat een dwangbevel is verzonden,
• de aanslag volledig/gedeeltelijk wordt kwijtgescholden.
•Belastingen
Oninbaar als:
• uit het dossier van de deurwaarder blijkt dat er geen verhaal mogelijk is,
• de belastingschuldige is overleden en de nabestaanden zijn niet meer te achterhalen via publiekszaken/burgerzaken van de gemeente waar belastingschuldige is overleden,
• WSNP, Faillissement of SHV. Oninbaar afboeken tenzij uit het dossier blijkt dat er maandelijks een betaling binnen komt,
• uit het GBA blijkt dat de belastingschuldige gedurende een halfjaar tijd vow is of het adres reeds een half jaar in onderzoek is,
• indien het saldo beneden de grens is van € 10,00,
• indien de vordering namelijk verjaard.
5.9
Voorwaarden en voorschriften mandaat, volmacht en machtigingsbesluit leerlingenvervoer
Mandaat, volmacht en machtigingsbesluit leerlingenvervoer
Burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Goes elk handelend voor z o ver het de eigen bevoegdheden betreft;
overwegende, dat:
•de taken ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van het beleid van het leerlingenvervoer zijn ondergebracht binnen de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (hierna: SWVO);
•het SWVO bereid is deze taken uit te voeren;
•één van de taken is het voorbereiden en afgeven van beschikkingen;
•het ten behoeve van het uitvoeren van deze taken gewenst is om uitvoeringsbevoegdheden daarvan op te dragen aan de secretaris van het SWVO, hierna te noemen "de secretaris";
•zij daarom de aan hen toekomende uitvoeringsbevoegdheden door middel van een mandaat en volmacht wensen op te dragen aan de secretaris;
gelet op de afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet gemeentelijke regelingen leerlingenvervoer en de Verordening leerlingenvervoer van de gemeente Goes.
b e s l u i t e n :
vast te stellen het navolgende Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit leerlingenvervoer gemeente Goes.
Artikel 1 Reikwijdte besluit
1.Het college verleent aan de secretaris van het SWVO mandaat ten aanzien van het afgeven, wijzigen en intrekken van beschikkingen op basis van de Wet gemeentelijke regelingen leerlingenvervoer of Verordening leerlingenvervoer van de gemeente Goes.
2.Het college verleent aan de secretaris van het SWVO volmacht tot het verrichten van financiële handelingen ter uitvoering van de in het eerste lid beschreven bevoegdheden.
3.De burgemeester verleent aan de secretaris van het SWVO volmacht om de gemeente Goes te vertegenwoordigen bij de in het tweede lid bedoelde handelingen.
Artikel 2 Vervanging
In geval van afwezigheid van de secretaris van het SWVO oefent de voorzitter van het algemeen bestuur van het SWVO de in artikel 1 aangegeven bevoegdheden in zijn plaats uit.
Artikel 3 Gebruik mandaat
1.Van het mandaat mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, wanneer deze uitoefening van de bevoegdheid past binnen de geldende wetgeving.
2.De gemandateerde maakt van de hem verleende bevoegdheid geen gebruik indien de afdoening van een zaak niet als routine kan worden aangemerkt en/of een afzonderlijke specifieke beoordeling / afweging is noodzakelijk. Daartoe worden in elk geval gerekend weigering of intrekking van beschikkingen, tenzij dat in overeenstemming is met regels en richtlijnen die rechtstreeks volgen uit regelgeving of op schrift gestelde en bekendgemaakte beleidsregels, of indien de intrekking geschiedt op verzoek van de houder van de beschikking.
3.Ondermandaat aan anderen dan de in artikel 1 en 2 genoemde functionaris of bestuurder is
niet toegestaan.
4.Het mandaat geldt niet voor de bevoegdheid tot:
a.het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften;
b.het vaststellen van beleidsregels;
c.het beslissen op een bezwaarschrift.
Artikel 4 Eisen aan het bij mandaat genomen besluit
1.Alle krachtens mandaat genomen besluiten dienen schriftelijk te worden vastgelegd en naar
behoren te worden gearchiveerd.
2.Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
3.Als tegen een besluit welke krachtens mandaat is genomen bezwaar kan worden gemaakt of
beroep kan worden ingesteld wordt daarvan bij de bekendmaking en bij de mededeling van het besluit melding gemaakt.
Artikel 5 Terugkoppeling
1.Van de op grond van dit besluit tot stand gekomen besluiten wordt onder verantwoordelijkheid
van de gemandateerde periodiek, per kalenderkwartaal een overzicht opgesteld.
2.Het in het voorgaande lid vermelde overzicht wordt ter kennis gebracht van het college.
Artikel 6 De ondertekening van besluiten (volmacht, afdoenings- en ondertekeningsmandaat )
1.Een krachtens mandaat genomen besluit dient te vermelden dat het besluit namens het college is genomen.
2.Een besluit dat in mandaat is genomen namens het college dient als volgt te worden ondertekend:
namens burgemeester en wethouders van de gemeente Goes,
drs. F. Witkam, ambtelijk secretaris/ directeur SWVO
1.Indien de ondertekening in volmacht geschiedt namens de gemeente, dient de ondertekening als volgt te worden ondertekend.
namens de burgemeester van de gemeente Goes,
drs. F. Witkam, ambtelijk secretaris/ directeur SWVO
Goes, d.d. 3 mei 2011
Burgemeester en wethouders van de gemeente Goes,
de secretaris, de burgemeester,
drs. C.G.M. Maasmr. L.J. Verhulst
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-8743.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.