Gemeenteblad van Zwolle

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZwolleGemeenteblad 2014, 8498Verordeningen

De Raad van de gemeente Zwolle, heeft in de vergadering van 16 december 2013 een wijziging in de Algemene Plaatselijke Verordening vastgesteld. Het betreft een wijziging in artikel 5.1.11. Door het herformuleren van dit artikel kan op de door het college aangewezen locaties worden opgetreden tegen fietsoverlast. Deze wijziging treedt op 27 februari 2014 in werking en heeft betrekking op de Gemeente Zwolle.

Hoofdstuk 5
Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Afdeling Parkeerexcessen

Artikel 5.1.1
Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • b.voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:

    • 1.treinen en trams;

    • 2.fietsen, bromfietsen;

    • 3.invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    • 4.kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;

  • c.parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

Artikel 5.1.2
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

  • a.drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel

  • b.de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:

  • a.het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

  • b.het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend:

  • a.voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

  • b.voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.

Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5.1.2a
Te koop aanbieden van voertuigen

Het is verboden op door het college aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

Het college kan van het in het eerste lid bedoelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5.1.3
Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op veertien achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5.1.4
Voertuigwrakken

Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te hebben.

Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5.1.5
Caravans e.d.

Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, kampeerauto, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:

  • aa.langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;

  • ab.op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 5.1.6
Parkeren van reclamevoertuigen

Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5.1.7
Parkeren van grote voertuigen

Het is verboden een autoambulance of voertuig dat, met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,40 meter, alsook een oplegger of aanhangwagen, te parkeren binnen de bebouwde kom.

Het college kan plaatsen aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet

Voor voertuigen als bedoeld in artikel 5.1.5 van deze verordening

Op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 8.00 tot 18.00 uur.

Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5.1.8
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5.1.9
Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen

Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

Dit verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5.1.10
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing:

  • ba.op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder a;

  • bb.op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de overheid;

  • bc.op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.

Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5.1.11
Overlast van fiets of bromfiets

Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren op de weg te laten staan.

Afdeling Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Paragraaf Collecteren

Artikel 5.2.1
Inzameling van geld of goed

Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.

Paragraaf Venten

Artikel 5.2.2.1
Begripsomschrijving

In deze titel wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op of aan de weg, aan huis dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden.

Onder venten wordt niet verstaan:

  • a.het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

  • b.b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 van deze verordening;

  • c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op een standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3.1 van deze verordening.

Artikel 5.2.2.2
Ventverbod

Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.

Het is verboden te venten op zondagen en op maandag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 8.00 uur.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van het Wegenverkeerswet.

Paragraaf Standplaatsen

Artikel 5.2.3.1
Begripsomschrijving

In deze titel wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Onder standplaats wordt niet verstaan:

  • ba..vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet;

  • bb.vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;

  • bc.vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4.1.

Artikel 5.2.3.2
Standplaatsvergunning en weigeringgronden

  • 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  • 2.Het college weigert de vergunning:

    • a.wegens strijd met een geldend bestemmingsplan;

    • b.indien de standplaats niet staat aangegeven op de door het college vastgestelde standplaatsenkaart.

  • 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd:

    • a.indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet

      i.iiiiiiaan eisen van redelijke welstand;

    • b.indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Begrip: vaste standplaats

Een vaste standplaats wordt wekelijks, gedurende het hele jaar, op één of meer vastgestelde dagen door dezelfde standplaatshouder op een vaste locatie ingenomen. Onder vaste standplaatsen vallen ook de locaties op particuliere bedrijventerreinen.

Begrip: standplaats voor oliebollenkramen

Een standplaats voor een oliebollenkraam wordt wekelijks, gedurende de maanden november en december, op één of meer vastgestelde dagen, door dezelfde standplaatshouder op een vaste locatie ingenomen.

Artikel 5.2.3.3
Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5.2.3.4
Afbakeningsbepalingen

Het verbod van artikel 5.2.3.2, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

De weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, tweede lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Paragraaf Snuffelmarkten

Artikel 5.2.4.1
Begripsomschrijving

In deze titel wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:

  • a.een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

  • b.een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1.

Artikel 5.2.4.2
Snuffelmarkt

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:

  • a.in of op een -al dan niet met enige beperking- voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld;

  • b.toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken.

Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.

Afdeling Openbaar water

Artikel 5.3.1
Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Het is verboden op het openbaar water een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, als:

  • a.dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water;

  • b.van het beoogde gebruik niet tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college.

De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Artikel 5.3.2
Ligplaats vaartuigen, die geen woonschip als bedoeld in de Ligplaatsenverordening woonschepen zijn.

Het is verboden met een recreatievaartuig ligplaats in te nemen op niet door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken , de Provinciale vaarwegenverordening, of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 5.3.3
Aanwijzingen ligplaats

Onverminderd het krachtens het eerste lid van artikel 5.3.2 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 5.3.4
Verbod innemen ligplaats

Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.3.2, eerste lid en 5.3.3 bepaalde.

Artikel 5.3.5
Beschadigen van waterstaatwerken en oevers

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5.3.6
Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5.3.7
Veiligheid op het water

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5.3.8
Overlast aan vaartuigen

Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Artikel 5.3.9
Overlast door snelle kleine vaartuigen

In dit artikel wordt verstaan onder snelle kleine vaartuigen: een klein vaartuig dat bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller kan varen dan 20 km per uur en gebouwd of ingericht is om door één of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen.

Het is verboden zich met recreatieve doeleinden met snelle kleine vaartuigen op openbaar water voor te (laten) bewegen.

Het is verboden zich met recreatieve doeleinden met snelle kleine vaartuigen op de IJssel binnen de grenzen van de gemeente Zwolle voor te (laten) bewegen.

Het is verboden om aan de oevers van de IJssel snelle kleine vaartuigen aanwezig te hebben, te brengen of daarmee de IJssel op te gaan

Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet of het Binnenvaartpolitiereglement.

Afdeling Verbod vuur te stoken

Artikel 5.4.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  • 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  • 2.Het verbod geldt niet voor zover het betreft:

    • a.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    • bc.vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.

  • 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  • 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  • 5.Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429,aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Afdeling Asverstrooiing

Artikel 5.5.1
Begripsomschrijving

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele as verstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5.5.2
Incidentele asverstrooiing

Incidentele asverstrooiing is verboden op:

  • a.verharde delen van de weg;

  • b.gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;

  • c.openbaar water binnen de bebouwde kom, aanlegplaatsen voor vaartuigen, recreatieplassen en ijsvlakten;

  • d.voor het publiek toegankelijke pleinen en openbare plaatsen, speelweiden en speelplaatsen;

  • e.openbare weg direct liggend bij de woonomgeving van derden;

  • f.natuurterreinen en voedselarme bossen (Agnietenberg, Boschwijk, Bikkenarde, Eierbelten, Erfgenamenbos en Zandhove).

Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, met uitzondering van het gestelde in het eerste lid sub b.

Artikel 5.5.3
Verbod incidentele as verstrooiing

Incidentele as verstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.