Gemeenteblad van Scherpenzeel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ScherpenzeelGemeenteblad 2014, 82843Verordeningen
Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet 2015, gemeente Scherpenzeel
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Participatieraad
  • 1.
    De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door een participatieraad. De leden van de participatieraad worden benoemd door het college. Naast de personen bedoeld in dit lid maken ook personen deel uit als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 1.1. van de Jeugdwet of hun vertegenwoordigers.
  • 2.
    Deze verordening voorziet tevens in de voldoening aan het gestelde in artikel 21 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Scherpenzeel 2015 en artikel 16 van de Verordening jeugdhulp 2015.
  • 3.
    De participatieraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet betrokken personen.
  • 4.
    De participatieraad bestaat uit ten minste negen en ten hoogste twaalf personen.
  • 5.
    De participatieraad wordt getalsmatig evenwichtig samengesteld zodat er zoveel mogelijk een gelijkelijke verdeling van zetels onder de drie betrokken groepen van personen plaatsvindt.
  • 6.
    Het college benoemt een onafhankelijke voorzitter voor een termijn van vier jaar.
  • 7.
    De voorzitter is geen vertegenwoordiger van een in Scherpenzeel werkzame organisatie.
  • 8.
    Het college benoemt en ontslaat de leden van de Participatieraad, de benoeming geschiedt voor een periode van vier jaar.
  • 9.
    De benoeming van de leden gebeurt op voordracht van de Participatieraad. Het college is niet gebonden aan de voordracht.
  • 10.
    Herbenoeming van leden en voorzitter van de Participatieraad is eenmaal mogelijk voor een periode van vier jaar op voordracht van de Participatieraad.
  • 11.
    Het college stelt een permanent rooster van aan- en aftreden op
  • 12.
    De Participatieraad is bevoegd een secretaris aan te stellen.
  • 13.
    De participatieraad komt ten minste eens per kwartaal in vergadering bij elkaar.
  • 14.
    De participatieraad is bevoegd tot het instellen van maximaal drie subraden waarin (ervarings)deskundigen zitting hebben die de participatieraad van gedetailleerde adviezen kunnen voorzien zodat de participatieraad op basis van deze adviezen besluiten kan nemen op hoofdlijnen. De ambtelijk secretaris wordt van het voornemen tot het instellen van een subraad in kennis gesteld.
  • 15.
    De Participatieraad kan een huishoudelijk reglement opstellen in aanvulling op deze verordening, met volledige inachtneming van het gestelde in deze verordening.
  • 16.
    Het lidmaatschap van de Participatieraad is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad en/of het werkzaam zijn als medewerker of bestuurslid van een professionele organisatie op het gebied van zorg, wonen of welzijn of vergelijkbare diensten, tenzij dat werkzaam zijn niet strijdt met de belangenbehartiging van doelgroepen als bedoeld in artikel 2.2 lid 1.
Artikel 2. Ontslag.
  • 1.
    De leden en de voorzitter van de Participatieraad en/ of de subraad kunnen door het college op hun verzoek worden ontslagen.
  • 2.
    Een lid van de participatieraad en/of Subraad of de voorzitter kan door burgemeester en wethouders worden ontslagen op voordracht van de Participatieraad en nadat dat lid of de voorzitter door het college is gehoord, indien hij/zij:
    • a.
      handelt in strijd met deze Regeling;
    • b.
      handelt in strijd met de besluiten en afspraken van de Participatieraad;
    • c.
      herhaaldelijk zonder goede reden verzuimt aan de vergaderingen van de Participatieraad of een commissie of werkgroep daaruit deel te nemen;
    • d.
      de vergaderorde herhaaldelijk verstoort.
  • 3.
    Over besluiten omtrent een voordracht als bedoeld in het tweede lid, beslist de Participatieraad door schriftelijke stemming nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze daaromtrent kenbaar te maken. Voor een besluit tot een voordracht voor ontslag is een 2/3 meerderheid van het aantal aanwezige leden noodzakelijk, waarbij tenminste de helft van het aantal zittende leden aanwezig moet zijn.
  • 4.
    De Participatieraad kan bij het besluit omtrent de voordracht tot ontslag besluiten een lid voor maximaal 3 maanden te schorsen.
  • 5.
    De Participatieraad kan besluiten een lid, ten aanzien van wie een voordracht als bedoeld in het tweede lid wordt overwogen, de toegang tot de betreffende vergadering te ontne-men.
Artikel 3. Ambtelijk secretaris
Het college stelt een ambtenaar van de gemeente aan als ambtelijk secretaris om te waarborgen dat de participatieraad in staat is zijn taken naar behoren te vervullen.
HOOFDSTUK 2. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE GEMEENTE, HET COLLEGE, DE PARTICIPATIERAAD EN DE AMBTELIJK SECRETARIS
Artikel 4. Taken van gemeentebestuur
  • 1.
    Het gemeentebestuur vraagt over beleidsvoornemens van de gemeenteraad en het college via de ambtelijk secretaris advies aan de participatieraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
  • 2.
    Van een tijdstip als bedoeld in het eerste lid is sprake als de adviesaanvraag aan de participatieraad wordt toegezonden uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen.
  • 3.
    Het gemeentebestuur zorgt ervoor dat de participatieraad wordt betrokken bij de ontwikkeling, evaluatie en bijstelling van het beleid.
Artikel 5. Ondersteuning participatieraad
Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de participatieraad. Hiertoe:
  • a.
    stelt het een vergaderruimte ter beschikking;
  • b.
    geeft het de leden van de participatieraad toegang tot kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een printer;
  • c.
    zorgt het ervoor, met inachtneming van artikel 4, tweede lid, dat adviesaanvragen en conceptbeleid de ambtelijk secretaris tijdig bereiken;
  • d.
    stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid een vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of uitleg, als daarom door de participatieraad is verzocht;
  • e.
    zorgt het ervoor dat aan de participatieraad de nodige informatie wordt verstrekt voor zover dat nodig is voor het naar behoren functioneren van de participatieraad
  • f.
    verstrekt het de informatie, bedoeld onder e, op een zodanig tijdstip dat daadwerkelijk invloed mogelijk is op de beleidsvorming en besluitvorming, en
  • g.
    indien van toepassing, ziet het erop toe dat de participatieraad wordt geïnformeerd over de redenen van afwijking van het door de participatieraad gevraagd of ongevraagd gegeven advies.]
Artikel 6. Taken en bevoegdheden van de participatieraad
  • 1.
    De participatieraad brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit in verband met door het college of de gemeenteraad voorgenomen beleid, beleidsuitvoering, evaluatie en bijstelling.
  • 2.
    Het schriftelijke advies als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk tien werkdagen voordat het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de betreffende beleidsafdeling.
  • 3.
    De participatieraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende individuele klachten, bezwaarschriften, andere zaken met betrekking tot een individuele persoon en in zaken betreffende de uitvoering van het beleid.
  • 4.
    Ieder lid is bevoegd agendapunten aan te dragen. Dit dient te geschieden uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering door toezending aan de secretaris van de participatieraad.
Artikel 7. Taken van de ambtelijk secretaris
De ambtelijk secretaris:
  • a.
    draagt in overleg met de participatieraad zorg voor een vergaderreglement en ziet toe op de naleving ervan;
  • b.
    stelt voor aanvang van het kalenderjaar in overleg met de voorzitter van de participatieraad een vergaderkalender samen;
  • c.
    stelt in overleg met de voorzitter en secretaris van de participatieraad voorafgaand aan iedere vergadering de agenda samen;
  • d.
    de secretaris van de participatieraad verzendt de uitnodigingen en, indien van toepassing, conceptbeleid en adviesverzoeken, met inachtneming van artikel 3, tweede lid, uiterlijk vijf werkdagen voordat de vergadering plaatsvindt aan de leden;
  • e.
    ziet er samen met de secretaris van de participatieraad op toe dat adviesvragen en conceptbeleid de leden op een zodanig tijdstip bereiken dat zij hun rol effectief kunnen vervullen. Indien nodig last hij een tussentijds extra overleg in, en draagt er desgewenstzorg voor dat de voor het onderwerp verantwoordelijke wethouder en/of betrokken ambtenaren tijdig ter vergadering verschijnen voor toelichting of gedachtenwisseling;
  • f.
    de secretaris van de participatieraad maakt een verslag van de vergaderingen en zendt deze gelijktijdig met de uitnodiging van de volgende vergadering aan de leden.
Artikel 8. Budget participatieraad
  • 1.
    Ten behoeve van de participatieraad wordt jaarlijks een budget beschikbaar gesteld.
  • 2.
    Ten laste hiervan kunnen, ter beoordeling van het college, onder meer kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten.
  • 3.
    Jaarlijks voor 1 april brengt de participatieraad aan het college verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een eventueel beschikbaar gesteld budget.
Artikel 9. Vergoeding aan de leden
  • 1.
    De voorzitter, de secretaris en de leden van de participatieraad ontvangen een vergoeding voor onkosten en per halfjaar een vergoeding achteraf voor deelname aan de vergaderingen ingevolge de ‘Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2012’;
  • 2.
    de leden van een subraad zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel 14 ontvangen uitsluitend een vergoeding voor onkosten.
HOOFDSTUK 3. SLOTBEPALINGEN
Artikel 10. Evaluatie
De participatieraad stelt - in samenspraak met het hoofd van afdeling Samenleving van de gemeente Scherpenzeel - jaarlijks een evaluatieverslag op, zoals dit door het college aan de raad wordt toegezonden om kennis van te kunnen nemen.
Artikel 11. Intrekken oude verordening
De Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren Scherpenzeel 2010 is ingetrokken nadat de Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Scherpenzeel 2015 in werking is getreden op de manier zoals beschreven in artikel 12, lid 1.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.
    Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Participatieraad daadwerkelijk is samengesteld en operationeel is, doch uiterlijk op 30 juni 2015.
  • 2.
    Het college informeert de raad over de startdatum voor zover de startdatum voor 30 juni 2015 uitkomt; de melding van deze datum is de formele ingangsdatum.
  • 3.
    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Scherpenzeel 2015.
     
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 december 2014.
 

B.S. van Ginkel-Schuur

griffier

B. Visser

voorzitter

Toelichting
 
Algemeen
Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening regels vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de ontwikkeling van het gemeentelijke beleid. Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet zijn personen:
  • -
    die algemene bijstand ontvangen;
  • -
    als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend;
  • -
    personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
  • -
    personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet;
  • -
    personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
  • -
    personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
  • -
    personen zonder uitkering; en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college aangeboden voorziening.
Naast de wettelijke doelgroep ziet deze verordening op de belanghebbenden en hun vertegenwoordigers zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO) en de Jeugdwet. De gemeente Scherpenzeel streeft een integraal beleid na, neergelegd in de op 31 oktober 2013 door de gemeenteraad van Scherpenzeel vastgestelde ‘Nota Maatschappelijke Ondersteuning’. Uit overwegingen van eenduidigheid en eenvoud is deze verordening gericht op de cliëntparticipatie die is voorzien vanuit de drie wettelijke regelingen: Participatiewet, Wmo en Jeugdwet. In de artikelen 21 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Scherpenzeel 2015 en artikel 16 van de Verordening jeugdhulp 2015 zijn de regels opgenomen voor het betrekken van de doelgroep of hun vertegenwoordigers bij de beleidsontwikkeling, beleidsevaluatie en eventuele bijstelling. Het integrale beleid kan alleen maar tot stand komen door de partijen die zijn betrokken bij één (of meer) van de genoemde regelingen in een gezamenlijk overleg te betrekken. Immers de maatschappelijke ondersteuning zal in verband met de transformaties steeds meer een integraal karakter krijgen.
 
Om een goede werking van de participatieraad te waarborgen worden de leden van de participatieraad ondersteund en gefaciliteerd door de gemeente. De regering hecht sterk aan actieve betrokkenheid van burgers die met de Participatiewet te maken krijgen.
 
Artikelsgewijze toelichting
Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld. Doordat de huidige ‘Regeling Wmo-raad Scherpenzeel 2013 zal worden ingetrokken is het zaak - in de modelverordening ontbrekende - elementen uit deze regeling over te nemen in deze verordening. Het zijn met name de bevoegdheden van het college met betrekking tot benoeming en ontslag van de voorzitter en de leden van de Participatieraad.
 
Artikel 1. Participatieraad
Dit artikel bepaalt hoe de cliëntenparticipatie concreet wordt vorm gegeven.
 
Eerste lid
Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te betrekken bij het beleid ligt het voor de hand een participatieraad samen te stellen die bestaat uit vertegenwoordigers van de doelgroepen zelf of vertegenwoordigers uit belangenorganisaties. In dit artikel is geregeld dat vanuit de Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet de diverse participanten of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij het beleid door een Participatieraad waarin zij zitting kunnen hebben.
 
Tweede lid
Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn recht te kunnen laten komen, is het van belang dat de participatieraad een afspiegeling is van alle in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet genoemde doelgroepen. Daarnaast dus participanten die te maken hebben met de Wmo en/of jeugdwet. Een evenredige vertegenwoordiging van bovengenoemde groepen in de participatieraad is daarom het uitgangspunt van deze verordening. Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid en het bevorderen van de eerbiediging van hun inherente waardigheid (zie het Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2007, nummer 169).
 
Derde lid en vierde lid
Het derde en vierde lid samengenomen voorzien in een gelijke verdeling van de zetels in de Partcipatieraad. Minimaal 3 en maximaal 4 leden per geleding exclusief de voorzitter.
 
Vijfde en zesde lid
Het is belangrijk dat de voorzitter ‘boven de partijden staat’, zeker omdat in de participatieraad sprake is van drie geledingen.
 
Zevende (tot en met tiende) lid
Deze leden zijn overgenomen uit de regeling Wmo raad 2013 en bieden concreet houvast voor de start en het verloop van een benoeming. Omdat de participatieraad een adviesraad van het college is (artikel 84 gemeentewet) is het van belang dat het college invloed heeft op de samenstelling.
 
Achtste lid
Leden worden benoemd op voordracht van de Participatieraad. Het college kan deze voordracht negeren en overgaan tot een besluit. Het college zal de voordracht gemotiveerd negeren. Er zal dus sprake zijn van goed overleg als een dergelijke situatie zich voordoet.
 
Negende lid
Een benoeming kan eenmalig voor 4 jaar verlengd worden. De totale benoemingsperiode bedraagt dus maximaal 8 jaar.
 
Tiende lid
Om goede uitvoering te geven aan lid 7 en artikel 2 is een rooster van benoeming en aftreden noodzakelijk. Aan de hand van dit rooster kunnen ontslagen en eventuele herbenoemingen eenvoudig wordt vastgelegd en bewaakt en tijdig worden besloten.
 
Elfde lid
Naast de ambtelijk secretaris zoals bedoeld in artikel 3 is een secretaris van de Participatieraad noodzakelijk voor onder meer de volgende taken: met de voorzitter opstellen van de agenda, het uitschrijven van de vergaderingen, uitnodigen leden, verslaglegging etcetera. De rol van de ambtelijk secretaris is beschreven in artikel 7.
 
Twaalfde lid
In overleg met de voormalige Wmo-adviesraad is besloten uit te gaan van minimaal vier vergaderingen per jaar. Indien gewenst of noodzakelijk kan vaker vergaderd worden. Omdat de vormgeving van de Participatieraad voorziet in subraden is er wellicht ook geen noodzaak zeer frequent te vergaderen. De praktijk zal uitwijzen welke frequentie noodzakelijk is.
 
Dertiende lid
Via de in te stellen subraden wordt aan de integrale samenstelling van de Participatieraad uitvoering gegeven. Iedere regeling kent eigen aandachtsgebieden en resultaatverplichtingen, om die reden is het belangrijk dat deze regelingen afzonderlijk kunnen worden behandeld. De regelingen worden weer integraal behandeld in de participatieraad zelf. Het ligt voor de hand drie subraden in te stellen voor de Partcipatiewet, de Wmo en de jeugdwet.
 
Veertiende lid
De Participatieraad kent in combinatie met de subraden een complexe vormgeving. Bovendien zijn de inhoudelijke onderwerpen vanuit de drie regelingen gecompliceerd. Dit vraagt een goede en evenwichtige overlegstructuur en een set van afspraken om vergaderingen en de communicatie naar buiten in goede banen te leiden. Daarom voorziet deze verordening in de mogelijkheid een huishoudelijk reglement op te stellen. Dit reglement moet wel passen binnen de kaders van deze verordening.
 
Vijftiende lid
Omdat de wettelijke regelingen die ten grondslag liggen aan deze verordening voorschrijven dat de belanghebbende doelgroepen of hun vertegenwoordigers betrokken moeten worden bij de ontwikkeling en evaluatie van het beleid is het ongewenst leden met andere belangen (bijvoorbeeld Commerciële-, bestuurlijke of politieke) in de Participatieraad zitting te laten nemen. Naar het voorbeeld van de voormalige regeling Wmo-adviesraad is daarom dit artikel opgenomen. Overigens is het zo dat vertegenwoordigers van professionele organisatie in een uitvoerende functie in beginsel wél kunnen toetreden als lid, al is de toelating voor voordracht voorbehouden aan de Participatieraad zelf. Het is ongewenst dat bestuurders of beleidsmakers van professionele instellingen zitting hebben in de Participatieraad.
 
Artikel 2. Ontslag
Evenals in de voormalige regeling Wmo-adviesraad is in deze verordening een artikel opgenomen die het mogelijk maakt de voorzitter of een lid op eigen verzoek te ontslaan. Daarnaast biedt dit artikel een aantal mogelijkheden een lid om andere redenen te ontslaan. Deze redenen en de handelwijze zijn uitgewerkt in dit artikel.
 
Artikel 3
Op grond van artikel 47, onderdeel b, van de Participatiewet moet worden voorzien in ondersteuning om de participatieraad zijn rol effectief te kunnen laten vervullen. Om hierin te kunnen voorzien wordt een ambtelijk secretaris aan de participatieraad toegevoegd. Deze kan de communicatie tussen college en gemeenteraad enerzijds en de participatieraad anderzijds stroomlijnen. In de toelichting op artikel 1, lid 12 is het verschil tussen de ambtelijk secretaris en de eigen secretaris van de Participatieraad uitgelegd.
 
Artikel 4. Taken van het gemeentebestuur
Het gemeentebestuur zal over beleidsvoornemens van de gemeenteraad en het college via de ambtelijk secretaris advies vragen aan de participatieraad c.q. de participatieraad bij de beleidsvoorbereiding betrekken op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Als de adviesaanvraag uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen, wordt toegezonden aan de participatieraad, dan kan het advies van de participatieraad van wezenlijke invloed zijn op het door de gemeenteraad of het college te nemen besluit.
 
Artikel 5. Ondersteuning participatieraad
Om zijn taken effectief te kunnen vervullen is het van belang dat de participatieraad wordt gefaciliteerd. Niet alleen vergaderruimte is van belang, maar ook de toegang tot kantoormiddelen. Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de participatieraad. Om het door het college en de raad gewenste participatieniveau te bereiken zorgt het college voor voldoende inhoudelijke ondersteuning om op die manier de participatieraad daadwerkelijk in staat te stellen om maximaal te participeren in het proces van beleidsvoorbereiding.
 
Artikel 6. Taken en bevoegdheden van de participatieraad
De participatieraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies te geven over het te ontwikkelen beleid. Het advies wordt uiterlijk tienwerkdagen voordat het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de betreffende beleidsafdeling.
Dit artikel regelt tevens uitdrukkelijk dat de participatieraad geen bevoegdheid heeft in individuele- en uitvoeringsvraagstukken. Wel is de participatieraad bevoegd om opgevangen ‘signalen uit de samenleving aan het college door te geven, mits die signalen een algemeen karakter hebben. Ieder lid van de participatieraad is bevoegd agendapunten aan te dragen, de Participatieraad kan daarover desgewenst regels opstellen in het huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 1, lid 15
 
Artikel 7. Taken van de ambtelijk secretaris
De ambtelijk secretaris vormt de ambtelijke schakel tussen de gemeenteraad en het college en de participatieraad. Hij zal erop moeten toezien dat alle partijen informatie tijdig ontvangen of verstrekken, zodat alle partijen hun taak effectief kunnen vervullen. De ambtelijk secretaris stelt zich dienstbaar en bereidwillig op in de richting van de Participatieraad en bewaakt daarin zijn eigen grenzen van haalbaarheid en aanvaardbaarheid met betrekking informatieverzoeken of werkzaamheden ten behoeve van de Participatieraad.
 
Artikel 8. Budget participatieraad
Het budget ten behoeve van de Participatieraad wordt benut voor de bekostiging van de (onkosten) vergoedingen aan de voorzitter, de leden en de secretaris van de participatieraad. Verder kunnenten laste van het budget onder meer kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten (tweede lid). Deze kosten kunnen uitsluitend ten laste van het budget worden gebracht indien deze zijn beoordeeld en goedgekeurd door de budgethouder van de gemeente, afdeling Samenleving. Het ligt voor de hand dat de budgethouder dit beoordeelt voordat de kosten worden gemaakt. De participatieraad zal daarom vooraf om goedkeuring moeten vragen.
 
De participatieraad moet jaarlijks voor 1 september een begroting ter goedkeuring indienen. Ook moet de participatieraad jaarlijks achteraf verantwoording afleggen over de besteding van de middelen, zoals vastgelegd in het derde lid.
 
Artikel 9
Evenals de voormalige Wmo-adviesraad ontvangen de leden van de participatie een vergoeding per bezochte vergadering. De vergoeding wordt gebaseerd op de presentielijst die tijdens iedere vergadering circuleert. Deze vergoeding is een kleine vergoeding voor de inspanningen (voorbereiden en bezoeken vergaderingen, deelname aan informatiebijeenkomsten e.d.) en is gebaseerd op het landelijke Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De gemeente volgt de tabel die is opgenomen in het Rechtspositiebesluit voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding.
 
Artikel 10
De voormalige Wmo-adviesraad heeft vanaf haar oprichting een hele ontwikkeling doorgemaakt en inmiddels een stadium bereikt van een volwaardig adviesorgaan voor het college. Met deze verordening wordt de zelfstandige positie van de participatieraad nog meer bekrachtigd, onder meer door van de participatieraad een een begroting en een inhoudelijk jaarverslag te vragen inclusief een financiële paragraaf. Bij de totstandkoming van deze documenten ontvangt de Participatieraad desgewenst ondersteuning van de ambtelijk secretaris.
 
Artikel 11
Op dit moment functioneert er een Cliëntenraad op grond van de de ‘Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren Scherpenzeel 2010’ verder is er een Wmo-adviesraad in functie op basis van de Regeling Wmo-raad Scherpenzeel 2013.
De cliëntenraad dient zich op basis van de ‘Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren Scherpenzeel 2010’ formeel te richten op de Wwb en de daaraan verwante (uitkerings)regelingen zoals de Ioaw. In de praktijk richt de cliëntenraad zich op alle producten die vanuit het voormalige loket Vraagwijzer werden geleverd en die thans worden geleverd door de afdeling gemeentewinkel. Daaronder ook alle producten van de Wmo. De cliëntenraad is te typeren als een gebruikersoverleg en zij beoordelen geen documenten op beleidsniveau. Hierover is frequent gecommuniceerd met de cliëntenraad door de ambtelijk voorzitter. Ook is met de cliëntenraad gecommuniceerd over de een mogelijke toekomstige vormgeving in verband met de decentralisaties. Daarbij is het idee te komen tot subraden onder de participatieraad zoals bedoeld in deze verordening. De cliëntenraad kan zich daar goed in vinden. De afspraken voor toekomstige opname als subraad kunnen door de Participatieraad eventueel worden vastgelegd in een eventueel huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 1 onder lid 15 van deze verordening.
Zodra de ‘Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Scherpenzeel 2015’in werking treedt is de ‘Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren Scherpenzeel 2010’ ingetrokken.