Voor de toelichting op artikel 1 van dit besluit wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting bij de relevante bepalingen uit de APV. Deze artikelen zijn eerder opgenomen in de Aanwijzingsbesluiten parkeerexcessen ex artikel 5.1.2, 5.1.3 en 5.1.6 in de Waalhaven en Aanwijzingsbesluit parkeerexcessen havengebied Rotterdam per 1 juli 2012, welk eerste besluit is komen te vervallen met de inwerkingtreding van Aanwijzingsbesluit parkeerexcessen havengebied Rotterdam per 1 juli 2012, welk komt te vervallen met de inwerkingtreding van het nieuwe besluit
Aanwijzingsbesluit APV parkeerexcessen Havengebied Rotterdam 2015.
Het toepasselijke gebied is hetzelfde gebleven. Het aanwijzingsbesluit is aangevuld met een bepaling (artikel 2) betreffende het verbod op parkeren van grote voertuigen en chassis. Ter toelichting op dit nieuwe artikel wordt het volgende opgemerkt:
In aanvulling op de toelichting op artikel 5.8 van de APV ‘Parkeren van Grote voertuigen’ het volgende: in het Rotterdamse havengebied wordt veel overlast ervaren van vrachtwagens en chassis die hinderlijk geparkeerd worden, in die zin dat er verkeersonveilige situaties ontstaan en de bereikbaarheid van bedrijven voor klanten wordt belemmerd. Bovendien overnachten veel chauffeurs vaak in hun voertuig, waardoor (ook voor de chauffeurs zelf) onveilige situaties ontstaan en waarbij niet zelden sprake is van verstoring van de openbare orde en vervuiling van het gebied met afval.
Voorjuli 2012 is op basis van de APV (verstoring openbare orde) opgetreden tegen deze vorm van illegale overnachting, maar een structurele oplossing had uiteindelijk de voorkeur. Daarom is per 1 juli 2012 het parkeerverbod ingesteld.
Om tegemoet te komen aan de behoefte aan parkeergelegenheid in de nachtelijke uren, biedt het Havenbedrijf een alternatief. Inmiddels zijn drie truckparkings geopend in het havengebied, een in de Waalhaven en twee in de Botlek. In totaal is er parkeercapaciteit voor 272 vrachtwagens. Naast deze drie parkings komt er eind 2017 een parking gereed op de Maasvlakte voor nog eens 500 vrachtwagens. Deze aanpak is in lijn met de visie van Transport en Logistiek Nederland (TLN).
Door het cluster Stadsbeheer is extra inzet gepleegd op het handhaven van het APV-verbod.
Op verzoek van TLN, EVO en omliggende gemeenten heeft het Havenbedrijf het parkeer- en handhavingsbeleid in het aangewezen gebied geëvalueerd. Uit de evaluatie is bijvoorbeeld gebleken dat enkele restaurants in het havengebied last hebben van de maatregelen, omdat het parkeerverbod geen rekening houdt met de openingstijden van de restaurants die na 18.00 uur nog geopend zijn. Uitwaaiering van de bovengenoemde problemen naar buurtgemeenten is ontstaan en chauffeurs zich gedwongen voelen de drukke spitsperiode te gebruiken om de dan toch al overvolle wegen te gebruiken om voor 18.00 uur het Havengebied uit te zijn.
In samenspraak met alle stakeholders zijn de hierna volgende oplossingen gekozen:
- 1.
op de drie beveiligde truckparkings gaat het betaald parkeren in plaats van om 18.00 uur pas om 20.00 uur in;
- 2.
voor de restaurants wordt daar waar mogelijk en noodzakelijk naar maatwerk gezocht middels ontheffingen, en
- 3.
er komen parkeerschijfzones, zogenaamde ‘blauwe zones’, waar chauffeurs maximaal 4 uur kunnen parkeren voordat ze bijvoorbeeld bij bedrijven laden en lossen of om een bezoek aan een restaurant te brengen.
Hiermee sluit het parkeerbeleid in het Havengebied meer aan bij de behoefte van het bedrijfsleven. De drempel wordt verlaagd voor chauffeurs om de drukke spitsperiode te vermijden, zodat de bereikbaarheid van de havens wordt bevorderd en de overlast voor eenieder zoveel mogelijk wordt beperkt. Tevens worden hiermee gezamenlijke doelen van de Gemeente en het Havenbedrijf bereikt.
Overigens blijft ook tijdens de perioden waarin het verbod bedoeld in artikel 2 niet van toepassing is, het zodanig parkeren van vrachtwagens dat aan bewoners of gebruikers van gebouwen hinder of overlast wordt aangedaan, verboden krachtens artikel 5. 8 eerste lid APV.
Nadere toelichting artikel 2
Artikel 5.8 lid 2 APV geeft het gemeentebestuur de mogelijkheid om op te treden tegen parkeren van grote voertuigen op door het college van burgemeester en wethouders met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte aangewezen wegen of weggedeelten. In het vijfde lid van dit artikel is bepaald dat het in het tweede lid gestelde verbod niet geldt op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 uur tot 18.00 uur.
Artikel 2 van dit Aanwijzingsbesluit 2015 geeft de afwijkingen en aanvullingen op het bepaalde in artikel 5.8 APV ‘parkeren grote voertuigen’ aan. Zo is bepaald in lid 1 van dit artikel dat in afwijking van het in het vijfde lid van artikel 5.8 van de APV bepaalde, dat het verbod in het onder artikel 1 van dit besluit aangewezen gebied mede niet geldt op werkdagen van 06.00 uur tot 08.00 uur en van 18.00 uur tot 20.00 uur. De verbodsperiode wordt daarmee verder ingeperkt dan in dat lid al geregeld is, om de doorstroming uit het havengebied met name rond de spitsperiode te verruimen en de chauffeurs meer speling te geven in het bezoek aan de restaurants in het havengebied.
In lid 2 van dit artikel zijn de uitzonderingen op het verbod in het aangewezen gebied weergegeven.
In lid 6 van artikel 5.8 APV is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders ontheffing kan verlenen van de in het tweede lid gestelde verboden. Tot slot is in lid 7 van artikel 5.8 APV bepaald dat op de ontheffing paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is.
Hiermee kan worden voorkomen dat de werking van het verbod in incidentele gevallen zou leiden tot een onevenredige aantasting van bedrijfsbelangen. Voor restaurants wordt van de mogelijkheid ontheffing te verlenen via een pilot gebruik gemaakt om maatwerk te leveren. Deze pilot zal worden geëvalueerd na 1 jaar.
Overige verzoeken om ontheffing zullen in beginsel worden afgewezen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden betreffende de tijd en plaats waarop deze zal gelden en ten behoeve van de verkeersveiligheid en ter voorkoming van misbruik.
Artikelen 3 tot en met 5 bevatten slotbepalingen.