Gemeenteblad van Hollands Kroon

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hollands KroonGemeenteblad 2014, 82111Verordeningen
Hollands Kroon - Verordening leerlingenvervoer gemeente Hollands Kroon 2015
 
De gemeenteraad heeft op 18 december 2014 de verordening leerlingenvervoer gemeente Hollands Kroon 2015 vastgesteld.
De wet schrijft voor dat een gemeente moet beschikken over een verordening leerlingenvervoer om de toegankelijkheid van het onderwijs te waarborgen. In de verordening leest u onder andere wanneer er aanspraak bestaat op leerlingenvervoer, welke vormen van leerlingenvervoer er zijn en hoe de gemeente bepaalt welke vorm wordt toegewezen.
 
Inwerkingtreding
 
De verordening leerlingenvervoer gemeente Hollands Kroon 2015 treedt op 1 januari 2015 in werking. U kunt hieronder de inhoud nalezen. Ook ligt de verordening vanaf 29 december 2014 voor een periode van twaalf weken kosteloos ter inzage in het gemeentekantoor in MFA De Ontmoeting, De Verwachting 1, 1761 VM in Anna Paulowna. U kunt op verzoek een kopie van de verordening krijgen. Hieraan zijn kosten verbonden. In de bijlage vindt u een toelichting op de artikelen.
 
Geen bezwaar
 
Tegen het vaststellen van een verordening kan geen bezwaar worden gemaakt.
 
De verordening
 
 
§1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder:
  • -
    aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)bus, taxi, taxibus of bustaxi;
  • -
    afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg die toegankelijk is voor het beoogde vervoersmiddel;
  • -
    begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
  • -
    commissie van onderzoek:  commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;
  • -
    commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra;
  • -
    eigen vervoer: vervoer per eigen vervoersmiddel;
  • -
    inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
  • -
    leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel;
  • -
    ondersteuningsplan:
    • 1°.
      voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
    • 2°.
      voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • -
    opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • -
    openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of een andere vorm van openbaar vervoer, zoals bijvoorbeeld de regiotaxi ;
  • -
    opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
  • -
    ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling;
  • -
    regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • -
    reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;
  • -
    samenwerkingsverband:
    • 1°.
      voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
    • 2°.
      voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • -
    school:
    • 1°.
      basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
    • 2°.
      school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of
    • 3°.
      school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • -
    stage: verplichte praktische leertijd bij de opleiding;
  • -
    toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
  • -
    vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele beperking van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
  • -
    vervoersvoorziening:
    • bekostiging van de meest voordelige wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
    • gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
    • aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of
  • -
    woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.
Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening
  • 1.
    Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
  • 2.
    Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage kan de aanspraak op de vervoersvoorziening doen vervallen.
  • 3.
    De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.
  • 4.
    Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.
Artikel 3. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
  • 1.
    Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
  • 2.
    Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.
  • 3.
    Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het ondersteuningsplan betrekken, zoals dat is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het college.
Artikel 4. Uitbetaling c.q. verstrekking vervoersvoorziening
  • 1.
    Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.
  • 2.
    In geval van ernstig wangedrag door de leerling gedurende het door de gemeente bekostigde vervoer, kan het college besluiten de toegekende vervoersvoorziening te wijzigen, op te schorten of in te trekken.
Artikel 5. Aanvraagprocedure
  • 1.
    Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.
  • 2.
    Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.
  • 3.
    Het college besluit over de aanvraag binnen twaalf weken na ontvangst van alle benodigde
    gegevens.
  • 4.
    Indien dit voor een zorgvuldige afhandeling van de aanvraag gewenst is, kan het college de ouders uitnodigen in een persoonlijk gesprek de door hen ingediende aanvraag nader toe te lichten.
  • 5.
    Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
    • a.
      wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;
    • b.
      wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Artikel 6. Doorgeven van wijzigingen
  • 1.
    De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld mede te delen aan het college.
  • 2.
    Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, kan het college de verstrekte vervoersvoorziening intrekken en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.
  • 3.
    Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, kan het college de verstrekte vervoersvoorziening intrekken en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.
  • 4.
    Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Artikel 7. Peildatum leeftijd leerling
Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel 11 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft.
Artikel 8. Andere vergoedingen
De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht.
 
§ 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
Artikel 9. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
  • 1.
    In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
    • a.
      een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of
    • b.
      een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
  • 2.
    Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs volgen.
  • 3.
    Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en:
    • a.
      de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of
    • b.
      een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a. De in dit lid bedoelde basisschool betreft de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool.
4. Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele
(vervoers-)adviezen van deskundigen betrekken die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 10. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan 6 kilometer bedraagt.
  • 2.
    Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets
Artikel 11. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider indien:
    • a.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de leerling jonger dan 9 jaar is, òf door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken tenzij dit tot onevenredige benadeling van het gezin leidt.
    • b.
      de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
  • 2.
    Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 12. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
  • 1.
    Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt, indien:
    • a.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
    • b.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets of, indien mogelijk, eigen vervoer;
    • c.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot onevenredige benadeling van het gezin zal leiden en een andere, aanvaardbare oplossing niet mogelijk is;
    • d.
      de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken;
    • e.
      naar het oordeel van het college deze vorm van vervoer, gelet op de bijzondere, individuele omstandigheden, het meest passend is.
  • 2.
    Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.
  • 3.
    Bij toekenning van een vervoersvoorziening voor het aangepast vervoer kan van de ouders verlangd worden de leerling deel te laten nemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets.
Artikel 13. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
  • 1.
    Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college op aanvraag toestaan of van de ouders redelijkerwijs verlangen één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
  • 2.
    Indien toestemming is verleend of eigen vervoer is verlangd als bedoeld in het eerste lid , bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:
    • a.
      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het tweede lid onderdeel c; of
    • b.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
    • c.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
  • 3.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
  • 4.
    Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
Artikel 14. Drempelbedrag
  • 1.
    Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
  • 2.
    In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300,-.
  • 3.
    De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
  • 4.
    Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-.
  • 5.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige beperking niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
Artikel 15. Financiële draagkracht
  • 1.
    Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.
  • 2.
    In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
  • 3.
    De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders.
    Zij bedragen: 
Inkomen in euro’s
Eigen bijdragen in euro’s
0-32.500
Nihil
32.500-39.000
130
39.000-45.000
545
45.000-51.000
1015
51.000-58.000
1485
58.000-64.000
1955
64.000 en verder
Voor elke extra € 5.000: € 480 erbij
  • 4.
    De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.
  • 5.
    De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-.
  • 6.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige beperking niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
     
§ 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
Artikel 16. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
  • 1.
    In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
    • a.
      een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; of
    • b.
      een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
  • 2.
    Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die (primair) speciaal onderwijs volgen.
  • 3.
    Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen betrekken die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor voortgezet speciaal onderwijs bezoekt een bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.
  • 2.
    In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets als de leerling naar het oordeel van het college gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, als de leerling gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.
  • 2.
    Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
  • 3.
    In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, als de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
  • 1.
    Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoeraan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt, als:
    • a.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
    • b.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets of eigen vervoer;
    • c.
      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot onevenredige benadeling van het gezin zal leiden en een andere, aanvaardbare oplossing niet mogelijk is; of
    • d.
      de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken; of
    • e.
      naar het oordeel van het college deze vorm van vervoer, gelet op de bijzondere, individuele omstandigheden, het meest passend is.
  • 2.
    Als begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer.
  • 3.
    Als de leerling gezien zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken vervalt de afstandsgrens van 6 kilometer.
  • 4.
    Bij toekenning van een vervoersvoorziening voor het aangepast vervoer kan van de ouders verlangd worden de leerling deel te laten nemen aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets.
Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
  • 1.
    Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college op aanvraag toestaan of van de ouders redelijkerwijs verlangen één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
  • 2.
    Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend of eigen vervoer is verlangd, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:
    • a.
      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, met uitzondering van het bepaalde in lid 2 c;
    • b.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid.
    • c.
      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
  • 3.
    Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend of eigen vervoer is verlangd, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
  • 4.
    Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
     
§ 4 Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer
Artikel 21.Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders
Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze paragraaf.
Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie
  • 1.
    Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.
  • 2.
    Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.
  • 3.
    Paragraaf 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a.
     
§ 5 Slotbepalingen
Artikel 23. Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet
In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
Artikel 24. Afwijken van bepalingen
Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zonodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.
Artikel 25. Intrekking oude regeling
De Verordening leerlingenvervoer gemeente Hollands Kroon 2012 wordt ingetrokken.
Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.
    Deze verordening treedt in werking op 01-01-2015
  • 2.
    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer gemeente Hollands Kroon 2015.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014,
Griffier Voorzitter