Gemeente Nijkerk - Subsidieregeling versterking voorliggend veld
Collegebesluit nummer 417783 / 417946
Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk;
gelet op artikel 1, onder g, van de Algemene subsidieverordening 2014;
b e s l u i t :   vast te stellen de Subsidieregeling versterking voorliggend veld
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
 
aanvrager:
een rechtspersoon die namens meerdere partijen de subsidie aanvraagt;
 
activiteit:
een activiteit waarop het bepaalde in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is;
 
ASV:
de Algemene subsidieverordening 2014;
 
college:
het college van burgemeester en wethouders;
 
partijen:
personen, groepen of instellingen die zich tot doel stellen de maatschappelijke zelfredzaamheid en participatie van inwoners van de gemeente Nijkerk te stimuleren;
 
project:
het geheel van activiteiten, gericht op versterking van het voorliggend veld, uitgevoerd door samenwerkende partijen, waarvoor in het kader van deze regeling subsidie wordt aangevraagd;
 
samenwerking:
het geheel van onderlinge afspraken tussen lokaal werkzame partijen, waarbij de samenwerking uitmondt in activiteiten in het kader van versterking van het voorliggend veld;
 
tranche:
periode waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend;
 
voorliggend veld:
het geheel van algemeen toegankelijke ondersteuning, zowel aangeboden door professionele als vrijwilligersorganisaties.
Artikel 2. Reikwijdte van de subsidieregeling
  • 1.
    Deze regeling heeft betrekking op het stimuleren van nieuwe of vernieuwende activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie van inwoners van de gemeente Nijkerk.
  • 2.
    Voor de uitvoering van deze regeling is in de periode 2015 tot en met 2016 door de gemeenteraad een budget beschikbaar gesteld van € 400.000,--.
Artikel 3. Subsidieplafond
  • 1.
    Binnen de grenzen van het beschikbare budget worden in de periode tot en met 2016 een of meer subsidieplafonds vastgesteld en bekendgemaakt.
  • 2.
    De bekendmaking van het subsidieplafond vermeldt het beschikbare bedrag, tot welke datum aanvragen kunnen worden ingediend en de verdeelmaatstaf.
  • 3.
    Aanvragen die aan de eisen van deze regeling voldoen en in voldoende mate bijdragen aan de doelstelling van deze regeling, worden toegekend in volgorde van binnenkomst.
  • 4.
    De subsidie bedraagt maximaal 75% van de kosten van het project.
  • 5.
    Aanvragen die uitsluitend wegens overschrijding van het subsidieplafond zijn afgewezen, kunnen na een verhoging van het subsidieplafond opnieuw worden ingediend, waarbij de oorspronkelijke indieningsdatum van toepassing blijft bij het bepalen van de volgorde van binnenkomst.
Artikel 4. Projecten, doelstellingen en resultaten
  • 1.
    Projecten dragen bij aan ten minste één van de volgende doelstellingen:
    • -
      het optimaliseren van het aanbod in het voorliggend veld in de gemeente, in afstemming op de vraag vanuit de samenleving;
    • -
      het tot stand brengen van dan wel versterken van de integrale samenwerking tussen partijen binnen het voorliggend veld, in het bijzonder tussen professionele en vrijwilligersorganisaties, of tussen het voorliggend veld en de niet-algemeen toegankelijke ondersteuning;
    • -
      het verbeteren van de kwaliteit, doelmatigheid, effectiviteit en efficiency van de ondersteuning in het voorliggend veld.
  • 2.
    De uitvoering van een project wordt gestart binnen zes maanden nadat de subsidie is verleend en vindt plaats met inachtneming van de voorschriften die in de beschikking tot subsidieverlening zijn vastgesteld.
Artikel 5. Aanvraag
  • 1.
    De aanvraag wordt schriftelijk ingediend en bevat de volgende gegevens:
    • -
      het gevraagde subsidiebedrag;
    • -
      een motivering van de aanvraag;
    • -
      een beschrijving van het project, waarin de activiteiten en de te leveren prestaties worden beschreven;
    • -
      de namen van de partijen die het project in samenwerking met de aanvrager uitvoeren, en een beschrijving van het aandeel van elke partij;
    • -
      gegevens die aannemelijk maken dat voor het project draagvlak bestaat;
    • -
      een begroting voorzien van toelichting, waaruit blijkt waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
  • 2.
    De aanvraag is ondertekend door de daartoe bevoegde vertegenwoordiger(s) van de rechtspersoon.
  • 3.
    Door ondertekening van de aanvraag verklaart de rechtspersoon dat deze de verantwoordelijkheid draagt (namens de partijen) voor de uitvoering van het project en voor de inhoudelijke en financiële verantwoording.
Artikel 6. Verlening
  • 1.
    Aanvragen, die tijdig zijn ingediend, worden beoordeeld aan de hand van de doelstellingen in artikel 4.
  • 2.
    De subsidie wordt toegekend in de vorm van een beschikking tot het verlenen van subsidie, die vermeldt:
    • -
      het subsidiebedrag en de eventuele bevoorschotting;
    • -
      voor welke activiteiten de subsidie wordt toegekend;
    • -
      de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden.
  • 3.
    De subsidiebeschikking wordt binnen acht weken na afloop van de tranche bekend gemaakt. Deze termijn kan eenmaal met vier weken worden verlengd.
Artikel 7. Weigeringsgronden
  • 1.
    Een aanvraag wordt afgewezen als het project niet of niet voldoende bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling, en voorts als door toekenning van de gevraagde subsidie het subsidieplafond wordt overschreden.
  • 2.
    De subsidie wordt geweigerd als en voor zover de activiteiten behoren tot het reguliere activiteitenprogramma van de aanvrager of een daarmee samenwerkende partij, of zijn opgenomen in een activiteitenprogramma waarvoor de gemeente reeds middelen beschikbaar heeft gesteld.
  • 3.
    De subsidie wordt geweigerd als en voor zover de aanvrager beschikt over voldoende middelen om de activiteiten uit te voeren.
Artikel 8. Verantwoording
  • 1.
    De ontvanger van een subsidie van € 5.000 of meer, dient binnen acht weken na uitvoering van het project waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van de volgende stukken:
    • -
      financiële verantwoording van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend;
    • -
      een inhoudelijk verslag van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.
  • 2.
    Het college toetst de realisering van de in de verleningsbeschikking vastgestelde verplichtingen en prestaties.
  • 3.
    Het college kan nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren.
  • 4.
    Bij subsidies tot € 5.000 wordt toepassing gegeven aan artikel 13 van de ASV.
  • 5.
    Binnen acht weken na indiening van de verantwoording stelt het college de subsidie vast door middel van een beschikking tot het vaststellen van subsidie. Deze termijn kan eenmaal met vier weken worden verlengd.
Artikel 9. Afwijkingsbevoegdheid
Het college kan, met inachtneming van de doelstelling van deze regeling, ten behoeve van een aanvrager besluiten nemen in afwijking van deze regeling, mits de belangen van andere aanvragers daardoor niet worden geschaad.
Artikel 10. Inwerkingtreding en einde regeling
  • 1.
    Dit besluit wordt bekendgemaakt in het elektronische gemeenteblad en treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.
  • 2.
    De regeling wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2017, maar blijft van toepassing op aanvragen en beschikkingen die voor die datum zijn ingediend respectievelijk zijn bekendgemaakt.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling versterking voorliggend veld.
    
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 16 december 2014,
de secretaris, mevrouw mr. M.D. Haalstra.
de burgemeester, de heer mr. drs. G.D. Renkema.
     
TOELICHTING
Algemeen
De gemeenteraad heeft op 30 oktober 2014 het ‘Aanvullend beleidskader voor de vernieuwing van het sociaal domein’ vastgesteld. Het algemene gedeelte van deze toelichting is daaraan ontleend.
Het voorliggend veld is “het geheel van algemeen toegankelijke ondersteuning, zowel aangeboden door professionele als vrijwilligersorganisaties”. De activiteiten in het voorliggend veld zijn algemeen toegankelijk, dat wil zeggen dat iedereen hier gebruik van kan maken (zonder uitgebreid voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënt/ deelnemer) en gericht op het versterken van de zelfredzaamheid en participatie.
In het ‘Aanvullend beleidskader voor de vernieuwing sociaal domein’ zijn voor het versterken van het voorliggende veld de beleidsuitgangspunten vastgesteld:
Door versterking van het voorliggende veld worden de inwoners van Nijkerk in staat gesteld om zelf regie te voeren (zelfredzaamheid) en naar vermogen mee te doen aan de samenleving (participatie). Door het versterken van het voorliggend veld wordt ook het beroep op meer intensieve vormen van ondersteuning voorkomen. Dit betekent dat het voorliggend veld moet vernieuwen: er moet voldoende
algemeen toegankelijke ondersteuningsaanbod zijn waar de inwoners uit kunnen kiezen. Deze beweging wordt onderschreven door het Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Samen de uitdaging aangaan’.
De vernieuwing van het aanbod in het voorliggend veld is de verantwoordelijkheid van de professionals en vrijwilligers in het voorliggend veld. Daar waar nodig stimuleert de gemeente nieuwe initiatieven door partijen bij elkaar te brengen. Wanneer vanuit de samenleving goede initiatieven komen, dan is er tijd en geld beschikbaar om deze initiatieven door middel van co creatie en/of cofinanciering verder uit te werken. Goede initiatieven worden geborgd in o.a. het inkoopproces, waarna het onderdeel gaat uitmaken van het systeem van monitoring en verantwoording.
In het ‘Aanvullend beleidskader voor de vernieuwing sociaal domein’ zijn voor het voorliggende veld de volgende speerpunten vastgesteld:
  • 1.
    Investeren op een nieuwe manier van (samen)werken
  • 2.
    Versterken en vernieuwen van informele ondersteuning
  • 3.
    Vernieuwen van het algemeen toegankelijke professionele ondersteuningsaanbod
  • 4.
    Meer inzet plegen op preventie
1. Investeren op een nieuwe manier van (samen)werken
Het realiseren van de vernieuwing, waarbij de vraag van de inwoners centraal staan en niet het aanbod, vraagt een andere werkhouding en een nieuwe manier van samenwerken. Ervaringen met o.a. de doorontwikkeling van het CJG laat zien dat de gemeente hierin een faciliterende en aanjagende rol moet spelen. Het zijn de professionals en vrijwilligers, die op een andere manier moeten (samen)werken. In de praktijk blijkt dat de professionals in Nijkerk hun werkhouding zullen moeten professionaliseren, bijvoorbeeld door meer resultaatgericht te gaan werken en/of kennis en kunde te ontwikkelen om te kunnen handelen in onveilige situaties (gebruik van meldcodes). Ook moet door professionele partijen meer gebruik gemaakt worden van het informele netwerk, want uit gesprekken met de partners in het veld blijkt dat het huidige informele aanbod/netwerk nog niet optimaal gebruikt wordt door de professionals. Bovendien blijkt uit gesprekken dat de bestaande netwerken (jeugdzorg, eerstelijns gezondheidszorg en Wmo) nog niet optimaal samenwerken en van elkaars expertise gebruik maken.
2. Versterken en vernieuwen van informele ondersteuning
Het voorliggend veld wordt de komende jaren geconfronteerd met een grotere groep inwoners met een grotere hulpvraag. Tijdens gesprekken in het veld zijn de volgende kansrijke mogelijkheden voor informele ondersteuning genoemd: ondersteunen van mantelzorgers, organiseren van activiteiten op het gebied van ontmoeten en vrije tijdsbesteding, vervoer, financiële administratie en vormen van begeleiding, zoals zelfhulpgroepen, begeleiding bij omgang in vechtscheidingen of begeleiding van kwetsbare gezinnen (Homestart). De inzet van vormen van informele ondersteuning is alleen kansrijk als de vrijwilligers goed begeleid en geschoold worden in het omgaan met kwetsbare mensen.
Omgekeerd is het vanuit de inwoner met een ondersteuningsvraag belangrijk dat er voldoende continuïteit en stabiliteit geboden wordt.
3. Vernieuwen van het algemeen toegankelijke professionele ondersteuningsaanbod
Vanuit het besef dat er meer gedaan moet worden met minder geld, zijn er ook op basis van onderzoeksrapporten gesprekken gevoerd met de partners in het veld over vernieuwingsrichtingen voor het professionele ondersteuningsaanbod. Sommige ideeën worden al concreet meegenomen in het inkoopproces, terwijl andere ideeën eerst nog verder uitgewerkt moeten worden:
- Verschuiving van niet-algemeen toegankelijke naar algemeen toegankelijke voorzieningen, zoals de ontwikkeling van een deel van de niet-algemeen toegankelijke groepsbegeleiding (AWBZ dagbesteding) naar een algemeen toegankelijke voorzieningen voor een brede doelgroep gericht op ontmoeten of de mogelijkheid om hulp bij huishouden niveau 1 om te vormen naar een algemeen voorliggende voorziening.
- Verschuiving van individuele naar collectieve voorzieningen, zoals de mogelijkheid om de niet algemeen toegankelijke individuele begeleiding onder de AWBZ voor een deel te verschuiven naar de algemeen toegankelijke collectieve vaardigheidstrainingen voor het aanleren van vaardigheden (koken, schoonmaken), hulp bij thuisadministratie etc.
- Het organiseren van een vraaggericht en geharmoniseerd aanbod van algemeen toegankelijke voorzieningen, zoals het organiseren van aanbod voor adequate ondersteuning voor de doelgroep 17-23 jaar met problemen op het gebied van arbeidsparticipatie of het efficiënter organiseren van de verschillende algemeen toegankelijk en niet algemeen toegankelijke vervoersstromen (openbaar vervoer, leerlingenvervoer en het sociaal vervoer onder Wmo).
4. Meer inzet plegen op preventie
In de Visie en Hoofdlijnennota wordt veel belang gehecht aan preventie op het gebied van welzijn, gezondheid, bewegen etc. Vanuit o.a. het gezondheidsbeleid en de doorontwikkeling van het CJG wordt veel aandacht besteed aan preventie. Op basis van onderzoek en gesprekken in het veld is duidelijk geworden dat extra inzet nodig is, bijvoorbeeld als het gaat om de preventie van kindermishandeling. Maar ook in het kader van de werkgeversbenadering wordt aandacht besteed aan preventie.
     
Artikelsgewijze toelichting   
Aanhef
De subsidieregeling is gebaseerd op de Algemene subsidieverordening 2014 (verder te noemen: ASV). De bepalingen van de ASV zijn onverkort van toepassing, voor zover er in deze regeling niet van wordt afgeweken.
De ASV bevat waarborgen om te voorkomen dat subsidieverstrekking niet in strijd komt met regels van Europees recht. Zie met name de artikelen 4 en 9 van de ASV.
   
Artikel 3. Subsidieplafond
algemeen
Een subsidieplafond is iets anders dan alleen vermelding op de begroting dat er voor een bepaald beleidsterrein een bepaald bedrag beschikbaar is aan subsidies. Een subsidieplafond is concreter: het moet onder die naam worden vastgesteld als het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van een bepaalde met name genoemde subsidies (art. 4:22) Awb). Het subsidieplafond en de manier waarop het verdeeld wordt, moeten worden bekendgemaakt voorafgaand aan het tijdvak waarvoor het geldt (art 4:27 en 4:26 Awb). Belangrijk is dat als het subsidieplafond is bereikt, een aanvraag om subsidie moet worden afgewezen (art 4:25, lid 2 Awb). Hiermee worden open-einde-regelingen voorkomen.
tranches
Het is de bedoeling het beschikbare budget te verdelen in tranches, die als subsidieplafond voor een periode van ongeveer een half jaar worden vastgesteld en bekendgemaakt. Per tranche worden de aanvragen beoordeeld en toegewezen.
uitvoering
Met gebruikmaking van de bepalingen in de Awb over het subsidieplafond kan de juridische vertaling van deze gedachte bijvoorbeeld als volgt plaatsvinden.
    
Voor de periode 2015-2016 wordt in eerste instantie een subsidieplafond vastgesteld van € 150.000, met een aanvraagperiode van een half jaar. Aanvragen die aan de eisen en doelstelling voldoen worden toegekend in volgorde van binnenkomst. Een aanvraag die aan de eisen voldoet maar het subsidieplafond overschrijdt, moet worden geweigerd, maar kan met voorrang meedoen in een volgende tranche.
Nadat de aanvraagperiode is verstreken kan worden besloten en bekendgemaakt dat het subsidieplafond is verhoogd, bijvoorbeeld tot € 250.000, en dat opnieuw aanvragen kunnen worden ingediend gedurende een half jaar. In de bekendmaking daarvan wordt ter informatie meegedeeld dat van de € 250.000 al € 93.000 in de eerste periode is toegekend, zodat voor nieuwe aanvragen een bedrag beschikbaar is van € 157.000. Ook de aanvragen die in de tweede periode worden ingediend worden, na beoordelen of ze aan de eisen voldoen en voldoende bijdragen aan de doelstelling van de regeling, toegekend in volgorde van binnenkomst.
Na het verstrijken van de tweede tranche kan de beschreven procedure nog enkele malen worden herhaald.
   
De exacte werking van het tranche-systeem is niet in de regeling vastgelegd om zo flexibel mogelijk op de ontwikkelingen te kunnen inspelen.
Ook om redenen van flexibiliteit is niet gekozen voor een systeem van bijvoorbeeld vier tranches met telkens een vast subsidieplafond van € 100.000. In het gekozen systeem is meer gewaarborgd dat het volledige budget tot het einde van de looptijd van de regeling benut kan worden.
    
Artikel 6
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de doelstellingen in artikel 4. Daarbij wordt getoetst of het project naar het oordeel van het college in voldoende mate:
  • -
    bijdraagt aan het creëren van een dekkend aanbod van ondersteuning in het voorliggend veld;
  • -
    bijdraagt aan het vergroten van integrale samenwerking tussen partijen in het voorliggend veld;
  • -
    bijdraagt aan het vergroten van de aansluiting tussen professionele en vrijwilligersorganisaties;
  • -
    bijdraagt aan de ondersteuning en deskundigheidsbevordering van vrijwilligers- en vrijwilligersorganisaties in het voorliggend veld;
  • -
    gebruik maakt van werkzame componenten van bewezen effectieve methodes;
  • -
    bijdraagt aan vermindering van dubbelingen in het aanbod in het voorliggend veld;
  • -
    bijdraagt in het afnemen van de vraag naar intensievere professionele ondersteuning.
        
Artikel 8. Verantwoording, terugbetaling
De artikelen 13 tot en met 15 van de Algemene subsidieverordening 2014 regelen de verantwoording van subsidies. Doel daarvan is om de administratieve lasten voor de subsidieontvanger te beperken tot wat redelijkerwijs noodzakelijk is. Zo is bijvoorbeeld alleen bij subsidies groter dan € 50.000 een accountantsverklaring vereist.
De verantwoording kan leiden tot lagere vaststelling van de subsidie. In dat geval wordt zo nodig toepassing gegeven aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht over het terugvorderen van teveel betaalde subsidies.
Naar boven