Verordening tot wijziging van de Algemene subsidieverordening 2008
De raad van de gemeente Wijchen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, nr. pm,
inzake wijziging van de Algemene Subsidieverordening;
gelet op titel 4.2 de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit
  
vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de Algemene subsidieverordening 2008
Artikel I Wijziging verordening
De Algemene subsidieverordening wordt als volgt gewijzigd:
  
A. Aan artikel 1.1 wordt de volgende bepaling toegevoegd:
Innovatiefonds: ingesteld bij raadsbesluit van 31 oktober 2013 ten behoeve van het versterken van de leefbaarheid in de dorpen enerzijds en het versterken van de concurrentiekracht van het midden- en kleinbedrijf anderzijds.
  
B. Aan artikel 1.6 wordt een vierde en een vijfde lid toegevoegd, luidende:
  • 4.:
    Lid 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing op besluiten voor het innovatiefonds.
  • 5.:
    Ten behoeve van de besluitvorming in het kader van het innovatiefonds kan het bestuur zich bij laten staan door een adviescommissie.
C. Na artikel 1.11 worden een nieuw artikel 1.12 ingevoegd, luidende:
  
Artikel 1.12
  • 1.
    Op een waarderingssubsidie in het kader van het Innovatiefonds zijn de volgende bepalingen van deze verordening niet van toepassing: artikel 1.1 onder e, 1.2 lid 2, 3 en 5, 1.3, 1.4, 1.5, 1.7, 1.8, 1.9, 1.11, 2.2 en 3.1 lid 3.
  • 2.
    Voor waarderingssubsidies in het kader van het Innovatiefonds stelt het college bij beleidsregel, zoals bedoeld in artikel 1.2, lid 4 van deze verordening, vast voor welke activiteiten deze subsidie wordt verleend. Voor zover van toepassing, wordt hierbij tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, op welke wijze een aanvraag kan worden ingediend en welke gegevens hierbij moeten worden gevoegd, hoe de subsidie wordt berekend, gedurende welk tijdvak subsidie kan worden aangevraagd, de verdeling van de subsidie en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Hierbij kan het college een of meerdere subsidieplafonds vaststellen.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie in het kader van het Innovatiefonds binnen 26 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
  • 4.
    Voor subsidies in het kader van het innovatiefonds wordt alleen een beschikking tot vaststelling van een subsidie gegeven overeenkomstig art. 4:43 van de Awb.
Artikel II Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
  
Aldus vastgesteld door in de openbare raadsvergadering van 11 december 2014.

De voorzitter,

De griffier,

Artikelsgewijze toelichting
Artikel A:
In dit artikel wordt het besluit van de raad en de doelstelling van het fonds benoemd.
Artikel B:
Lid 2 en 3 van artikel 6.1 noemen drempelbedragen waarna er naar de raad gegaan moet worden voor een besluit. Voor het innovatiefonds leefbaarheid willen we de beslissingsbevoegdheid bij het college houden, omdat het om uitvoeringsbesluiten gaat, binnen kaders van de raad.
Om te komen tot besluitvorming kan het bestuur zich bij laten staan door een adviescommissie. Dit kan zijn een jury, een bewonerscommissie of een andere vorm van een adviescommissie.
Artikel C:
Lid 1: in dit artikel ontdoen we ons van regelgeving die als knellend ervaren wordt in het kader van het fonds: het streven is om een laagdrempelige regeling te ontwikkelen met zo min mogelijk bureaucratie. Bijzondere toelichting betreft artikel 1.1 e van de huidige verordening: hierin wordt bepaalt dat commerciële activiteiten buiten de werking van de verordening vallen. Het MKB-gedeelte van het fonds is gericht op commerciële bedrijven. Om dit mogelijk te maken dient deze bepaling geschrapt. Voor het leefbaarheidsgedeelte van het fonds is in de beleidsregel een begripsbepaling opgenomen over organisaties. Hier worden de commerciële organisaties uitgesloten voor het leefbaarheidsdeel.
Lid 2: door een aantal artikelen en leden van artikelen buiten werking te stellen in lid 1, moeten een aantal zaken op een andere plek geregeld worden. Dit artikel bepaalt dat we dit doen in de beleidsregel. Het college is bevoegd om beleidsregels vast te stellen. Dit is in de verordening geregeld in art. 2.1 lid 4.
Lid 3: de termijn van 26 weken is gekozen, omdat tussen aanvraag en verlening een procedure zit met communicatie om de openstelling van het fonds voor het leefbaarheidsgedeelte bekend te maken, een tijdvak voor het indienen van aanvragen, een presentatie en tenslotte de beoordeling en vaststelling van de subsidie. Is deze termijn te krap dan kan de gemeente in gebreke gesteld worden op straffe van een dwangsom. De termijn van 26 weken is een maximale termijn. Voor de uitvoering kan voor een kortere termijn gekozen worden.
Lid 4: voor de waarderingssubsidie wordt geen separaat besluit tot verlening gegeven. Dit verkort en vereenvoudigd de procedure en past in de geest van een waarderingssubsidie.
Artikel D:
De term subsidie is toegevoegd om de bepaling te verduidelijken en toe te spitsen op toetsing aan de beleidsregels op grond van art. 1.2 vierde lid van de verordening en art. 1.12, tweede lid.
Naar boven