Gemeenteblad van Roosendaal

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RoosendaalGemeenteblad 2014, 73852Overige besluiten van algemene strekking
Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant
 
Overwegingen en besluit
 
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert
 
Overwegende,
 
de door de deelnemende colleges genomen besluiten, waarin is ingestemd met de businesscase/Besluitvormingsnotitie “Gezamenlijke werkorganisatie Werk en Inkomen”, waarin is gekozen voor het instellen van een openbaar lichaam;
 
dat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend voor het aangaan van deze regeling op grond van artikel 1 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen aan de colleges, in de gemeenteraadsvergaderingen van gemeente Etten-Leur d.d. 29 oktober 2014, gemeente Halderberge d.d. 3 november 2014, gemeente Moerdijk d.d. 6 november 2014, gemeente Roosendaal d.d. 29 oktober 2014, gemeente Rucphen d.d. 29 oktober 2014 en de gemeente Zundert d.d. 30 oktober 2014;
 
dat de gezamenlijke visie van de deelnemers is om op termijn een integrale benadering te realiseren van de doelgroep in de gehele keten van het sociale domein en dat derhalve uitbreiding van taken van het openbaar lichaam in het verschiet ligt.
 
Gelet op de Wet werk en bijstand, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Archiefwet 1995 en de Algemene wet bestuursrecht
 
besluiten:
 
tot het treffen van de: “Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant” en het instellen van een openbaar lichaam “ Werkplein Hart van West-Brabant”.
 
 
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
 
Artikel 1: Begripsomschrijvingen en afkortingen
  • 1.
    Deze regeling verstaat onder:
    • a.
      de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, verder te noemen “ Werkplein Hart van West-Brabant”;
    • b.
      de deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert;
    • c.
      de gemeenten: de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert;
    • d.
      de voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Werkplein Hart van West-Brabant;
    • e.
      de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
    • f.
      Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
    • g.
      Gemw: de Gemeentewet;
    • h.
      Boekjaar: het kalenderjaar;
    • i.
      Awb: Algemene wet bestuursrecht;
    • j.
      Wwb: Wet werk en bijstand.
  • 2.
    Waar in deze regeling artikelen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de in artikel 6 genoemde wetten en regelingen of enige andere wet of regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, dienen in die artikelen in plaats van “de gemeente”, “de raad”, “het college van burgemeester en wethouders” en “de burgemeester” onderscheidenlijk te worden gelezen: “Werkplein Hart van West-Brabant”, “het algemeen bestuur”, “het dagelijks bestuur” en “de voorzitter”.
  • 3.
    De wet- en regelgeving die in plaats treedt van de in deze regeling genoemde wet- en regelgeving, alsmede het ter zake geldende overgangsrecht, is in deze regeling van toepassing.
Artikel 2: Openbaar lichaam
  • 1.
    Er is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wgr, genaamd “ Werkplein Hart van West-Brabant”, gevestigd en kantoor houdend te Etten-Leur.
  • 2.
    Het werkgebied van het Werkplein Hart van West-Brabant omvat het grondgebied van de gemeenten.
Artikel 3: Duur van de regeling
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
 
Hoofdstuk 2: Belang en taken
Artikel 4: Werkterrein
Het Werkplein Hart van West-Brabant is werkzaam op het terrein van werk en inkomen. Indien tijdens de looptijd van deze regeling blijkt dat het wenselijk / noodzakelijk is dat er meer taken en bevoegdheden binnen het sociale domein aan de regeling overgedragen dienen te worden, kunnen de bevoegde bestuursorganen van de gemeenten daartoe besluiten. Alsdan geldt dit als een wijziging in de zin van de artikel 1, lid 3 Wgr.
Artikel 5: Belang/missie
  • 1.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant behartigt de belangen van de deelnemers op het gebied van de aan deze gemeenten in medebewind opgedragen wetgeving inzake werk en inkomen.
  • 2.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant zorgt voor een rechtmatige, cliëntgerichte, efficiënte en effectieve uitvoering van de Wet werk en bijstand en aanverwante wetten en regelingen.
Artikel 6: Taken
  • 1.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant vervult ten behoeve van de in artikel 5 genoemde belangen alle uitvoerende taken en verzorgt of ondersteunt het operationeel beleid, inclusief beleidsvoorbereiding van het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant en de deelnemers inzake de:
    • a.
      Wet werk en bijstand (Wwb);
    • b.
      Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw);
    • c.
      Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
    • d.
      Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz);
    • e.
      Uitvoering van het minimabeleid en bijzondere bijstand, een en ander zoals vastgesteld door de afzonderlijke deelnemende gemeente;
    • f.
      De algemene maatregelen van bestuur, algemeen verbindende voorschriften en uitvoeringsregelingen, behorende tot de onder a tot en met e en h genoemde wet- en regelgeving;
    • g.
      De wet- en regelgeving die in plaats treedt van de onder a tot en met f genoemde wet- en regelgeving, alsmede het ter zake geldende overgangsrecht;
    • h.
      Voor zover dit niet onder a tot en met g valt: de uit de Participatiewet volgende taken
  • 2.
    Aan het Werkplein Hart van West-Brabant is opgedragen de behandeling van bezwaarschriften en beroep, inclusief het beslissen op bezwaar.
  • 3.
    Indien de raad van een gemeente dan wel het college, ieder voor wat zijn bevoegdheid betreft, ten aanzien van een bepaald onderwerp beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het beleid van de andere gemeenten, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze gemeente in het meer jaren beleidsplan opgenomen en door het Werkplein Hart van West-Brabant uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen van dit lid zijn de artikelen 37, 38 en 39 van toepassing.
  • 4.
    De taken genoemd onder lid 1 worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met (keten)partners en derden die door het Werkplein Hart van West-Brabant worden ingeschakeld bij de activering, reïntegratie en arbeidstoeleiding van cliënten.
  • 5.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant vervult hierbij de regiefunctie namens de deelnemers.
  • 6.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant kan de deelnemers adviseren over het te voeren beleid op het terrein van werk en inkomen en de ontwikkelingen op de lokale en regionale arbeidsmarkt.
  • 7.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant vertegenwoordigt de deelnemers in de regio.
Artikel 7: Basistakenpakket en plustaken
  • 1.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant is ten behoeve van de deelnemers belast met het uitvoeren van het basistakenpakket zoals jaarlijks door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.
  • 2.
    In aanvulling op de taken uit het basistakenpakket kan het Werkplein Hart van West-Brabant, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de taken uit het basistakenpakket, op verzoek van één van de deelnemers ook andere adviserende, ondersteunende of uitvoerende werkzaamheden op het werkterrein van het Werkplein Hart van West-Brabant, uitvoeren.
Artikel 8: Dienstverleningsovereenkomsten
  • 1.
    Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in artikel 7 genoemde taken maken het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers afzonderlijk, schriftelijke werkafspraken in de vorm van overeenkomsten. De beschrijving van de te leveren dienst, de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder de diensten worden geleverd, worden vastgelegd in deze dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente(n) en het algemeen bestuur.
  • 2.
    Met betrekking tot de beëindiging van de in artikel 7 lid twee genoemde taken worden door het dagelijks bestuur en de deelnemende gemeente die het aangaat, in deze overeenkomsten eveneens schriftelijke afspraken gemaakt over de afwikkeling van de financiële gevolgen alsmede compensatie voor de overige rechten en verplichtingen.
     
Hoofdstuk 3: Inrichting
Artikel 9 : Bestuur
Het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant bestaat uit:
  • a.
    het algemeen bestuur,
  • a.
    het dagelijks bestuur,
  • b.
    de voorzitter.
Hoofdstuk 4: Het algemeen bestuur
Artikel 10: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur
  • 1.
    Het algemeen bestuur bestaat uit leden of hun plaatsvervangers die door de deelnemers uit hun midden worden aangewezen.
  • 2.
    Iedere deelnemer benoemt een lid en een plaatsvervangend lid.
  • 3.
    Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.
  • 4.
    De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd voor een periode, gelijk aan die van de zittingsduur van het college.
  • 5.
    De colleges beslissen zo spoedig mogelijk aan het begin van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en diens plaatsvervangers.
  • 6.
    Aftredende leden en plaatsvervangend leden kunnen opnieuw worden aangewezen, mits zij blijven voldoen aan de vereisten zoals bedoeld in lid 1.
  • 7.
    De leden kunnen te allen tijde schriftelijk ontslag nemen.
  • 8.
    Het betrokken college voorziet zo spoedig mogelijk in de tussentijdse vacature.
  • 9.
    Elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid wordt door het college binnen 8 dagen schriftelijk medegedeeld aan de voorzitter van het algemeen bestuur.
  • 10.
    Het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen bestuur is, onverlet het bepaalde in de Wgr, onverenigbaar:
    • a.
      met een dienstverband bij het Werkplein Hart van West-Brabant;
    • b.
      voor degenen, die op grond van enig wettelijk voorschrift direct toezicht houden op de uitvoering van de aan het Werkplein Hart van West-Brabant opgedragen taken;
    • c.
      voor degenen, die cliënt zijn van het Werkplein Hart van West-Brabant;
    • d.
      voor degenen, die in dienst zijn van een andere gemeenschappelijke regeling waarin een of meer deelnemer(s) participeren.
Artikel 11: Einde lidmaatschap
  • 1.
    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt:
    • a.
      doordat een lid zijn ontslag indient;
    • b.
      door ontslag door het college dat hem heeft aangewezen in geval dit lid niet langer het vertrouwen van het college heeft, waarbij van het besluit onmiddellijk mededeling wordt gedaan aan de voorzitter van het algemeen bestuur;
    • c.
      van rechtswege doordat het lid geen deel meer uitmaakt van het college;
    • d.
      met ingang van de datum waarop onverenigbaarheid met het (plaatsvervangend) lidmaatschap ontstaat, zoals bedoeld in artikel 10, lid 10;
    • e.
      op de dag waarop de zittingsperiode van het college is beëindigd.
  • 2.
    Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
  • 3.
    De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede het college dat hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien, voor zover voldaan blijft aan het vereiste zoals bedoeld in artikel 10, lid 1 en lid 10 van de regeling.
Artikel 12: Bevoegdheden en taken algemeen bestuur
  • 1.
    Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.
  • 2.
    Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wgr, uitsluitend op het gebied van de bedrijfsvoering.
  • 3.
    De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar:
    • a.
      het aanwijzen en ontslaan van de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, alsmede de overige leden van het dagelijks bestuur;
    • b.
      het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en diens plaatsvervanger;
    • c.
      het vaststellen van het jaarplan;
    • d.
      het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzingen en de jaarrekening;
    • e.
      het vaststellen van bestuursrapportages;
    • f.
      het vaststellen van een regeling voor het financieel en administratief beheer;
    • g.
      het vaststellen van een bezoldigingsregeling, organisatieregeling en archiefregeling;
    • h.
      het vaststellen van een reglement van orde;
    • i.
      het aanstellen van een vaste commissie van advies voor bezwaar ex artikel 7:13 Awb en klachten;
    • j.
      het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling;
    • k.
      het eenmaal in de vier jaar initiëren van het laten uitvoeren van een brede evaluatie naar onder meer doelmatigheid en resultaatgerichtheid van de samenwerking.
Artikel 13: Werkwijze
  • 1.
    Het algemeen bestuur stelt, indien gewenst, een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.
  • 2.
    Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij de wet- en regelgeving unanimiteit van stemmen vereist. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. In de vergadering heeft elke deelnemende gemeente één stem.
  • 3.
    Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen). In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken na het gedane verzoek plaats conform de bepalingen van de Wgr. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.
  • 4.
    Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen – met uitzondering van de in Gemeentewet artikel 25, lid 2 (stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd), bedoelde stukken – worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd conform de bepalingen van de Wgr.
  • 5.
    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
  • 6.
    De vergadering vindt doorgang indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen.
  • 7.
    De deuren worden gesloten wanneer tenminste één van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
  • 8.
    Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.
  • 9.
    De bepalingen, die omtrent het houden van vergaderingen opgenomen zijn in de Wgr en Gemeentewet, zijn op de regeling eveneens van toepassing.
Artikel 14: Besloten vergadering
  • 1.
    Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur over de geheimhouding van de inhoud van stukken is het bepaalde in de Wgr over het opleggen van geheimhouding van toepassing.
  • 2.
    In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het jaarplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarrekening, de kadernota, het meerjarenbeleidsplan, het liquidatieplan, toetreding en uittreding, wijziging van de regeling en ontslag en benoeming van de voorzitter en leden van het dagelijks bestuur.
Artikel 15: Inlichtingenplicht lid van het algemeen bestuur
  • 1.
    Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is gehouden aan het college dat dit lid heeft aangewezen, de door één of meerdere leden van dit college en/of raad gevraagde inlichtingen te verschaffen.
  • 2.
    Het verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ter kennis gebracht van het door dit college aangewezen lid van het algemeen bestuur.
  • 3.
    De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt, zo mogelijk binnen vier weken.
  • 4.
    Indien bij het lid van het algemeen bestuur overwegende bezwaren bestaan tegen het verstrekken van de gevraagde inlichtingen, wordt daarvan met redenen omkleed mededeling gedaan overeenkomstig het lid 3.
Artikel 16: Inlichtingenplicht algemeen bestuur
  • 1.
    Het algemeen bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle informatie aan de deelnemers en (één of meer leden van) de gemeenteraden van de gemeenten, die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.
  • 2.
    Het algemeen bestuur is gehouden aan de deelnemers, de gemeenteraad of een of meer leden van de gemeenteraad van de gemeenten de gevraagde inlichtingen te verstrekken.
  • 3.
    Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter.
  • 4.
    De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verstrekt. Een afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt vanwege het algemeen bestuur gezonden aan de voorzitters van de deelnemers.
Artikel 17: Verantwoording aan het college
  • 1.
    Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door het college die het lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerd beleid.
  • 2.
    Het college van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het vertrouwen van het college geniet.
     
Hoofdstuk 5: Het dagelijks bestuur
Artikel 18: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur
  • 1.
    Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en twee leden van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur wordt bijgestaan door de directeur in de functie van secretaris/adviseur.
  • 2.
    De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat overeenkomstig artikel 10 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen.
  • 3.
    De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch uiterlijk binnen een maand na de melding van de opengevallen plaats.
  • 4.
    Het dagelijks bestuur regelt de plaatsvervanging van de leden met uitzondering van die van de voorzitter.
Artikel 19: Einde lidmaatschap
  • 1.
    Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.
  • 2.
    De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de zittingsperiode afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het moment dat het algemeen bestuur nieuwe leden voor het dagelijks bestuur heeft aangewezen.
  • 3.
    Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in de artikelen 49 en 50 Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20: Bevoegdheden dagelijks bestuur
Binnen de kaders van artikel 6 worden aan het dagelijks bestuur door de deelnemers de volgende bevoegdheden overgedragen:
  • a.
    het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen;
  • b.
    het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;
  • c.
    het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit;
  • d.
    het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van het Werkplein Hart van West-Brabant, alsmede op al wat het Werkplein Hart van West-Brabant aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden;
  • e.
    het vaststellen van het directiestatuut en een algemeen mandaat- en volmachtbesluit, zoals bedoeld in artikel 30, lid 2 van de regeling;
  • f.
    het behartigen van de belangen van het Werkplein Hart van West-Brabant bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het Werkplein Hart van West-Brabant van belang is;
  • g.
    de behandeling van bezwaar- en beroepschriften zoals genoemd in artikel 6, alsmede het nemen van besluiten op bezwaar;
  • h.
    het nemen van besluiten of het doen van een uitvoeringshandeling, waaronder begrepen besluiten en handelingen naar aanleiding van een uitspraak van een bestuursrechter;
  • i.
    het besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het, algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. Het ingestelde beroep of het gemaakte bezwaar wordt ingetrokken, indien het algemeen bestuur de beslissing van het dagelijks bestuur tot het instellen van beroep of het maken bezwaar, niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt;
  • j.
    het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van het Werkplein Hart van West-Brabant;
  • k.
    het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders met uitzondering van de oprichting van en de deelneming in private rechtspersonen of instellingen.
Artikel 21: Werkwijze
  • 1.
    Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.
  • 2.
    De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden gehouden met gesloten deuren, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.
  • 3.
    Besluiten worden met meerderheid van stemmen genomen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
  • 4.
    Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van burgemeester en wethouders van toepassing.
  • 5.
    Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur.
Artikel 22: Verantwoordings- en inlichtingenplicht aan algemeen bestuur
  • 1.
    Overeenkomstig het bepaalde in de Wgr is het dagelijks bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. Het dagelijks bestuur en één of meer leden daarvan geven gevraagd en ongevraagd alle informatie aan het algemeen bestuur, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
  • 2.
    Het dagelijks bestuur verstrekt aan het algemeen bestuur, door één of meer leden daarvan, gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die het algemeen bestuur nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.
  • 3.
    De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingezonden aan de voorzitter.
  • 4.
    De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de verzoeker. Een afschrift van de inlichtingen wordt gezonden aan de overige leden van het algemeen bestuur.
Artikel 23: Inlichtingenplicht aan het college
  • 1.
    Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle informatie aan de deelnemers, die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.
  • 2.
    Het college van een deelnemende gemeente dan wel een of meer leden van het college kunnen aan het dagelijks bestuur inlichtingen vragen.
  • 3.
    De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingediend bij de voorzitter van het dagelijks bestuur door tussenkomst van de voorzitter van het college.
  • 4.
    De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk gezonden aan het college dat de inlichtingen gevraagd heeft alsmede aan de overige colleges.
Artikel 24: Verantwoording
  • 1.
    Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur, of één of meer leden van het dagelijks bestuur, ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur onderscheidenlijk door dat orgaan gevoerde beleid.
  • 2.
    De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van het algemeen bestuur. Het reglement van orde van het algemeen bestuur kan voorschriften geven over de wijze waarop de verantwoording wordt afgelegd.
     
Hoofdstuk 6: De voorzitter
Artikel 25: Aanwijzing en ontslag
  • 1.
    De voorzitter van het bestuur en diens plaatsvervanger worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen, voor de duur van de zittingsperiode.
  • 2.
    Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, waarbij het bepaalde in artikel 49 en 50 Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 26: Bevoegdheden en taken
  • 1.
    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
  • 2.
    De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. De voorzitter kan de ondertekening van de stukken van het dagelijks bestuur opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.
  • 3.
    De voorzitter vertegenwoordigt het Werkplein Hart van West-Brabant in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde. Bij de uitoefening van de wettelijke bevoegdheden wordt de voorzitter, in geval de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij het Werkplein Hart van West-Brabant is betrokken, wordt het Werkplein Hart van West-Brabant door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid vertegenwoordigd.
  • 4.
    Hij is belast met het toezicht op de uitvoering van de besluiten van het algemeen en dagelijks bestuur.
Artikel 27: Informatieplicht en verantwoording
  • 1.
    Ten aanzien van de informatieplicht is het bepaalde in artikel 15 voor leden van het algemeen bestuur en het bepaalde in artikel 22 voor leden van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
  • 2.
    Ten aanzien van het afleggen van verantwoording is het bepaalde in artikel 16 voor leden van het algemeen bestuur en het bepaalde in artikel 23 voor leden van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
     
Hoofdstuk 7: De directeur
Artikel 28: De Directeur
  • 1.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat.
  • 2.
    De directeur wordt benoemd en ontslagen door het algemeen bestuur.
  • 3.
    De bevoegdheid tot schorsing van de directeur ligt bij het algemeen bestuur.
Artikel 29: Taken en bevoegdheden
  • 1.
    De bestuursorganen van het Werkplein Hart van West-Brabant worden bijgestaan door de directeur aan wie in het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur een adviserende stem toekomt.
  • 2.
    De directeur vervult in het algemeen bestuur en in het dagelijks bestuur de secretarisfunctie.
  • 3.
    De directeur is belast met de dagelijkse leiding van het Werkplein Hart van West-Brabant.
  • 4.
    De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
  • 5.
    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
  • 6.
    De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden.
  • 7.
    De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur.
  • 8.
    Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de directeur bij zijn afwezigheid.
Artikel 30: Mandaat
  • 1.
    Ten aanzien van de bedrijfsvoering in de organisatie draagt het dagelijks bestuur zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk over in mandaat aan de directeur. In een door het algemeen bestuur vast te stellen directiestatuut worden de taken en bevoegdheden van de directeur, alsmede de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering en naleving daarvan, nader omschreven. Op deze bepaling is hoofdstuk 10 van de Awb van toepassing.
  • 2.
    Het dagelijks bestuur stelt, uit een oogpunt van doelmatig en doeltreffend bestuur en de uitoefening van bevoegdheden binnen de organisatie, een algemeen mandaat- en volmachtbesluit vast.
     
Hoofdstuk 8: Het personeel
Artikel 31: Personeel
  • 1.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur.
  • 2.
    Het algemeen bestuur bepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is op het personeel van het Werkplein Hart van West-Brabant, voor zover al niet bepaald bij CAO.
  • 3.
    De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.
  • 4.
    Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging vast van de directeur en het overige personeel.
  • 5.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een georganiseerd overleg als mede een ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden.
  • 6.
    Het Werkplein Hart van West-Brabant verplicht zich alle diensten betrekking hebbend op uitvoerings- en organisatiekosten zoals gedefinieerd in artikel 39, voor zover daar intern niet in kan worden voorzien, af te nemen bij gemeenten, tenzij dit niet mogelijk is.
     
Hoofdstuk 9: De cliëntenraad
Artikel 32: Cliëntenparticipatie
  • 1.
    Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren van cliëntenparticipatie volgens op zijn voorstel bij verordening vast te stellen regels met betrekking tot:
    • a.
      De samenstelling van de cliëntenvertegenwoordiging (platform, cliëntenraad);
    • b.
      De bevoegdheden, waaronder het informatierecht, het adviesrecht en het initiatiefrecht;
    • c.
      De activiteiten en de begroting van de cliëntenparticipatie in enig jaar;
    • d.
      Het periodiek overleg met het bestuur en de directie.
  • 2.
    Met de cliëntenvertegenwoordiging wordt voorafgaand aan de besluitvorming in elk geval overleg gevoerd over:
    • a.
      het concept meerjaren beleidsplan;
    • b.
      wijzigingen van beleid, verordeningen e.d.;
    • c.
      wijzigingen in de dienstverlening;
    • d.
      onderwerpen die door de cliëntenvertegenwoordiging worden ingebracht.
       
Hoofdstuk 10 : Meerjaren beleidsplan en jaarplan
Artikel 33: Beleidsontwikkeling en vaststelling
  • 1.
    Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli het meerjaren beleidsplan vast.
  • 2.
    Het meerjaren beleidsplan omvat binnen de taken en bevoegdheden zoals omschreven in deze regeling:
    • a.
      een strategische visie op basis van landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op het terrein van werk & inkomen, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, die mede richting geeft aan het te voeren beleid;
    • b.
      een samenhangend geheel aan beleidskeuzes waarmee de deelnemers hun doelstelling kunnen bereiken;
    • c.
      afgestemd met de overige beleidsterreinen van de deelnemers zoals welzijn, economische zaken en onderwijs.
  • 3.
    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het jaarlijks opstellen van een ontwerp meerjaren beleidsplan als onderdeel van de ontwerpbegroting en zend deze uiterlijk op 15 april van het jaar voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het betrekking heeft, aan de raden van de gemeenten.
  • 4.
    De raden als bedoeld in lid 3 kunnen binnen acht weken na toezending van het meerjaren beleidsplan het dagelijks bestuur hun zienswijzen aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij het meerjaren beleidsplan, zoals dat aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
  • 5.
    In geval de raad dan wel het college van de gemeenten ten aanzien van een bepaald onderwerp afwijkend beleid wenst te laten uitvoeren is daarop artikel 6, lid 3 van toepassing.
  • 6.
    De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur.
  • 7.
    Met verwijzing naar artikel 36 vindt de behandeling van het meerjaren beleidsplan gelijktijdig plaats met de behandeling van de meerjaren begroting.
  • 8.
    Het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren begroting gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant.
  • 9.
    Het algemeen bestuur stuurt het beleidsplan en de begroting binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers.
Artikel 34: Het jaarplanWerkplein Hart van West-Brabant
  • 1.
    Op basis van het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren begroting stelt het dagelijks bestuur het jaarplan op, waarin tevens is opgenomen:
    • a.
      De concreet te realiseren taakstellingen;
    • b.
      Een hoofdstuk betreffende het te voeren personeelsbeleid;
    • c.
      Een hoofdstuk betreffende automatisering;
    • d.
      Een hoofdstuk betreffende de organisatieontwikkeling, inclusief uit te voeren projecten;
    • e.
      De programma- en productenbegroting voor het komende kalenderjaar, waarin is opgenomen de bijdrage per afzonderlijke gemeente voor de uitvoering van het beleid, zoals opgedragen aan het Werkplein Hart van West-Brabant, alsmede de bijdrage in de uitvoeringskosten per deelnemende gemeente.
  • 2.
    Op basis van het jaarplan wordt door het dagelijks bestuur het managementcontract opgesteld met de directeur.
     
Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen
Artikel 35: Financiële administratie
  • 1.
    De door het rijk aan de gemeenten verstrekte uitkeringen in het kader van de Wet werk en bijstand (inkomensdeel en werkdeel), alsmede de andere fondsen, doeluitkeringen en algemene uitkeringen bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee het Werkplein Hart van West-Brabant is belast, worden door het Werkplein Hart van West-Brabant beheerd.
  • 2.
    Het algemeen bestuur stelt bij regeling vast:
    • a.
      de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het Werkplein Hart van West-Brabant, een en ander conform artikel 212 Gemw. De regeling waarborgt, dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan;
    • b.
      regels voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van het Werkplein Hart van West-Brabant, een en ander conform artikel 213 en artikel 213a Gemw. De regeling waarborgt onder meer dat de rechtmatigheid van het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie, doelmatigheid en doeltreffendheid worden getoetst.
  • 3.
    De regeling als bedoeld in lid 2 wordt door het dagelijks bestuur, binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur, toegezonden aan de raden van de gemeenten.
  • 4.
    Minimaal drie maal per jaar zal aan de deelnemers een bestuursrapportage worden verstrekt.
Artikel 36: Begrotingsprocedure
  • 1.
    Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting voor het volgende jaar vast.
  • 2.
    Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting en meerjarenraming met toelichting op en zendt deze acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de raden van de gemeenten. Bij deze ontwerpbegroting en meerjarenraming wordt aangegeven welke vastgestelde of verwachte (landelijke) beleidswijzigingen van invloed zijn.
  • 3.
    De ontwerpbegroting en meerjarenraming, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, worden voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in de Wgr en de Gemw is van overeenkomstige toepassing.
  • 4.
    De raden als bedoeld in lid 2 kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
  • 5.
    De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur.
  • 6.
    Met verwijzing naar artikel 33 vindt de behandeling van de begroting gelijktijdig plaats met de behandeling van het meerjaren beleidsplan.
  • 7.
    De vastgestelde meerjaren begroting en het meerjaren beleidsplan gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant.
  • 8.
    Het algemeen bestuur stuurt de begroting en meerjarenraming binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers.
  • 9.
    Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde staten.
  • 10.
    Het bepaalde in voorgaande leden is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdrage van de gemeenten.
  • 11.
    Jaarlijks worden in overleg met de deelnemers de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken alsmede de behandeling daarvan, zodat aansluiting wordt gemaakt tussen de planning & control- cyclus van de gemeenten met die van het Werkplein Hart van West-Brabant.
Artikel 37: Bijdragen van de gemeenten
  • 1.
    In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor alle kosten van het Werkplein Hart van West-Brabant, onderscheiden naar directe produktkosten en uitvoerings- en organisatiekosten.
  • 2.
    De deelnemers betalen bij wijze van voorschot op de eerste dag van het kwartaal een kwart van de in lid 1 bedoelde bijdrage uitvoerings- en organisatiekosten. De deelnemers betalen bij voorschot maandelijks 1/12 deel van de in lid 1 bedoelde directe produktkosten. De deelnemers dragen er zorg voor dat het Werkplein Hart van West-Brabant over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
  • 3.
    De deelnemers staan garant voor de betaling van de rente en aflossingen van de door het Werkplein Hart van West-Brabant te sluiten of afgesloten geldleningen voor zover ter zake door andere overheden geen garanties worden of zijn verstrekt. De kosten die het Werkplein Hart van West-Brabant aan de deelnemers toerekent bestaan uit directe kosten en uitvoerings- en organisatiekosten.
Artikel 38: Directe produktkosten
  • 1.
    De directe produktkosten worden rechtstreeks toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt.
  • 2.
    Tot de directe produktkosten behoren:
    • a.
      De kosten van uitkeringen en verstrekte leningen, onder aftrek van de ontvangsten, alsmede de kosten van de reïntegratie en activering van cliënten.
    • b.
      De kosten van verstrekte inkomensondersteuning in het kader van het minimabeleid en verstrekkingen in het kader van de bijzondere bijstand, alsmede de verstrekkingen in het kader van de overige door de deelnemers aan het Werkplein Hart van West-Brabant opgedragen uitvoering van wet- en regelgeving.
    • c.
      Alle kosten van het Werkplein Hart van West-Brabant die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering door (een van) de deelnemers van wet- en regelgeving als bedoeld in artikel 6, in de periode vóór inwerkingtreding van deze regeling.
    • d.
      Alle kosten verband houdende met rechterlijke procedures.
    • e.
      De kosten van de vooraf en op basis van individuele afspraken met de desbetreffende gemeente vastgestelde plustaken.
  • 3.
    Indien na vaststelling van de begroting blijkt dat de geraamde directe productkosten de bij de gemeenten beschikbare rijksbijdragen overstijgen, is het dagelijks bestuur verplicht maatregelen te treffen om de geraamde directe productkosten zo veel mogelijk in overeenstemming te brengen met de beschikbare rijksbedragen en hiertoe de nodige voorstellen aan het Algemeen bestuur voor te bereiden.
Artikel 39: Uitvoerings- en organisatiekosten
  • 1.
    Tot de uitvoerings- en organisatiekosten behoren alle kosten van het Werkplein Hart van West-Brabant die niet behoren tot de directe produktkosten, zoals:
    • a.
      De personeelskosten van het Werkplein Hart van West-Brabant;
    • b.
      De kosten van huisvesting, de werkplekinrichting en de overige inrichtingskosten;
    • c.
      De kosten van automatisering;
    • d.
      De kosten voor inhuur van derden;
    • e.
      Advieskosten;
    • f.
      Accountantskosten;
    • g.
      Alle extra uitvoeringskosten van het Werkplein Hart van West-Brabant die worden veroorzaakt door gemeentelijk bijstandsbeleid dat afwijkt van het gezamenlijke beleid van het Werkplein Hart van West-Brabant
    • h.
      Overige uitvoeringskosten, waaronder vergoedingen voor leden van commissies, representatiekosten, kosten Cliëntenraad.
  • 2.
    De uitvoerings- en organisatiekosten worden onderscheiden naar kosten basistakenpakket en plustaken. De kosten voor uitvoering van het vooraf vastgestelde basistakenpakket worden aan elke deelnemende gemeente toegerekend op basis van een vastgestelde verdeelsleutel zijnde het gewogen gemiddelde van het aantal WWB-klanten en inwoneraantal. Voor de eerste vier kalenderjaren na inwerkingtreding van de regeling met een verhouding 85 procent-15 procent. Na afloop van de periode van vier jaar wordt de verdeelsleutel voor het basistakenpakket vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor besluiten tot vaststellen van de verdeelsleutel is een tweederde meerderheid vereist. Deze vaststelling maakt onderdeel uit van het meerjarenbeleidsplan. De kosten voor uitvoering van de vooraf vastgestelde plustaken worden op basis van individuele afspraken aan de betreffende gemeente toegerekend.
  • 3.
    In afwijking van het tweede lid worden de personeelskosten als bedoeld in het eerste lid, sub a, de eerste vier kalenderjaren na inwerkingtreding van de regeling niet via de vastgestelde verdeelsleutel berekend. Gedurende deze periode worden aan de deelnemers de loonkosten in rekening gebracht van de door de betreffende gemeente op de datum van inwerkintreding ingebrachte personele formatie. De bespaarde personeelskosten in deze periode vloeien terug naar de deelnemers op basis van de verdeelsleutel zoals bedoeld in het tweede lid.
Artikel 40: Verrekening
Het Werkplein Hart van West-Brabant brengt de kosten, zoals genoemd onder artikel 38 en 39, bij de deelnemers in rekening en betaalt eventuele jaarlijkse overschotten direct na vaststelling van de jaarrekening binnen het boekjaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft terug.
Artikel 41: Jaarrekening
  • 1.
    Het dagelijks bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het algemeen bestuur over de inkomsten en uitgaven over het afgelopen begrotingsjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarrekening, het jaarverslag met de daarbij behorende bescheiden en de berekening van de door de deelnemers verschuldigde bijdrage, alsmede het rapport van bevindingen naar aanleiding van het onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de baten en lasten door een daartoe overeenkomstig het bepaalde in artikel 213 Gemw bevoegde accountant.
  • 2.
    Uiterlijk 1 april in het jaar volgend op het jaar waarover verantwoording wordt afgelegd, levert de regeling inzake het onderdeel SiSa (verantwoording bijdragen van andere overheden) door een daartoe bevoegd accountant gecertificeerde gegevens aan bij de deelnemers ten behoeve van de accountantscontrole bij die gemeenten
  • 3.
    Het algemeen bestuur controleert de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast.
  • 4.
    Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag uiterlijk 1 april aan de deelnemers.
  • 5.
    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, vergezeld van de daarbij behorende documenten zoals omschreven in lid 1, ter kennisneming toe aan de raden van de gemeenten.
  • 6.
    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan Gedeputeerde staten.
     
Hoofdstuk 12: Het archief
Artikel 42: Archief
  • 1.
    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het Werkplein Hart van West-Brabant overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, die ter kennisneming aan Gedeputeerde staten wordt gezonden.
  • 2.
    De bepalingen van de Archiefwet en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen voor zover betrekking hebbend op de archiefbescheiden van organen ingesteld bij een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, zijn van overeenkomstige toepassing.
  • 3.
    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en de bewaring van de archiefbescheiden van het Werkplein Hart van West-Brabant.
  • 4.
    De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, doch kan dit in mandaat overdragen aan een andere medewerker.
     
Hoofdstuk 13: Toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en opheffing
Artikel 43: Toetreding
  • 1.
    Het college van de gemeente die wenst toe te treden tot de regeling, richt het verzoek daartoe aan het algemeen bestuur.
  • 2.
    Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in lid 1 binnen drie maanden door aan de deelnemers onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de daaraan te verbinden voorwaarden, inclusief toetredingskosten.
  • 3.
    Toetreding vindt plaats indien de raden van de gemeenten daarmee instemmen.
  • 4.
    De deelnemers besluiten over de toetreding, inclusief de voorwaarden en gevolgen, binnen drie maanden van de toezending door het algemeen bestuur zoals bedoeld in lid 2.
  • 5.
    De toetreding gaat in op 1 januari volgend op het jaar waarin het verzoek om toetreding is ontvangen, tenzij het besluit een latere datum noodzaakt.
  • 6.
    Terstond na de toetreding worden door het college van de toetredende gemeente de leden van het algemeen bestuur aangewezen.
Artikel 44: Uittreding
  • 1.
    Het college van een deelnemende gemeente die wenst uit te treden, deelt dit schriftelijk mee aan het algemeen bestuur.
  • 2.
    Aan de uittreding worden door het algemeen bestuur voorwaarden en gevolgen verbonden.
  • 3.
    Het algemeen bestuur zendt de in lid 1 bedoelde mededeling binnen drie maanden na ontvangst aan de deelnemers voor het nemen van een besluit over de aan de uittreding te verbinden voorwaarden en gevolgen zoals bedoeld in lid 2, onder overlegging van zijn advies.
  • 4.
    Alle deelnemers besluiten over de voorwaarden en gevolgen van uittreding binnen een termijn van drie maanden na de toezending door het algemeen bestuur als bedoeld in lid 3.
  • 5.
    De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in lid 1 in kennis is gesteld.
  • 6.
    De nadelige financiële gevolgen voor het Werkplein Hart van West-Brabant, die veroorzaakt worden door de uittreding, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, worden bij de uittredende gemeente in rekening gebracht.
  • 7.
    Voor de vaststelling van de financiële gevolgen als bedoeld in lid 6 wordt door het algemeen bestuur en de uittredende gemeente gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend.
Artikel 45: Wijziging
  • 1.
    Het dagelijks bestuur, alsmede de bestuursorganen van de gemeenten kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
  • 2.
    Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel ter besluitvorming toekomen aan de deelnemers.
  • 3.
    De regeling wordt gewijzigd zodra de meerderheid van de deelnemers tot de wijziging hebben besloten.
  • 4.
    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de kennisgeving aan Gedeputeerde staten.
  • 5.
    De wijziging wordt van kracht zodra is voldaan aan de vereisten zoals bepaald in de Wgr (opname in registers).
Artikel 46: Liquidatie
  • 1.
    De regeling wordt opgeheven wanneer de meerderheid van deelnemers daartoe besluit.
  • 2.
    Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de noodzakelijke regels op.
  • 3.
    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten gehoord, vastgesteld, Een zodanig besluit wordt met tweederde meerderheid genomen.
  • 4.
    Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.
  • 5.
    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het verkrijgen van een gecertificeerde verklaring inzake de liquidatiebalans van een daartoe bevoegde accountant
  • 6.
    Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
  • 7.
    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
  • 8.
    De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
  • 9.
    De opheffing van de regeling gaat niet eerder in dan nadat is voldaan de vereisten zoals die zijn opgenomen in de Wgr.
Artikel 47: Geschillen
  • 1.
    Voordat over een geschil als bedoeld in de Wgr de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie.
  • 2.
    De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en een lid wordt aangewezen door de betrokken gemeente(n). Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de commissie optreedt.
  • 3.
    De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.
  • 4.
    De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
     
Hoofdstuk 14: Slotbepalingen
Artikel 48: Inwerkingtreding en overgangsregeling
  • 1.
    De regeling treedt in werking op 1 januari 2015.
  • 2.
    Op alle uitvoerende zaken die voor de inwerkingtreding van deze regeling in behandeling waren bij een van de aan deze regeling deelnemers en volgens artikel 6 van deze regeling tot het takenpakket van het Werkplein Hart van West-Brabant behoren, wordt beslist door het Werkplein Hart van West-Brabant.
  • 3.
    Verrekening vindt plaats overeenkomstig de artikelen 38 en 39.
Artikel 49: Titel
De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant”.
Artikel 50: Toezending regeling aan Gedeputeerde staten
Het toezenden van de regeling, wijzigingen en andere handelingen tussen de deelnemers die voortvloeien uit de Wgr worden namens de deelnemende gemeenten opgedragen aan de gemeente Etten-Leur.
Artikel 51: Slotbepaling
In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet beslist het algemeen bestuur.
 
Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door
Gemeente Etten-Leur
het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, de burgemeester,
 
Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door
Gemeente Halderberge
Het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, de burgemeester,
 
Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door
Gemeente Moerdijk
Het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, de burgemeester,
 
Aldus besloten d.d. 18 november 2014 door
Gemeente Roosendaal
Het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, de burgemeester,
 
Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door
Gemeente Rucphen
Het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, de burgemeester,
 
Aldus besloten d.d. 11 november 2014 door
Gemeente Zundert
Het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, de burgemeester,