Gemeenteblad van Goeree-Overflakkee

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Goeree-OverflakkeeGemeenteblad 2014, 73078Verordeningen
Gemeente Goeree-Overflakkee - Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015
 
Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015
De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende verordening:
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Artikel 2 Belastingplicht
  • 1.
    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.
  • 2.
    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
  • 3.
    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
Artikel 3 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
  • a.
    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;
  • b.
    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c,d,f,g,h, van voornoemde wet en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
  • c.
    van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
  • d.
    op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
  • 1.
    Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
    • a.
      vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
    • b.
      mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
    • c.
      vaste jaarplaats : een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;
    • d.
      vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten;
    • e.
      seizoenplaats : een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen eenzelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;
    • f.
      toeristische plaats : een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;
    • g.
      kampeerterrein : een terrein dat bestemd is voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt gebruikt;
    • h.
      arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een gezin, een echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag;
    • i.
      voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend de maand juni;
    • j.
      verlengd voorseizoenarrangement : een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli;
    • k.
      naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen;
    • l.
      maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september.
  • 2.
    Voor mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoensplaatsen of voor mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.
  • 3.
    Bij de forfaitaire berekening wordt het aantal overnachtingen per verblijfsruimte vastgesteld op het product van het voor die verblijfsruimte in het vierde lid vastgestelde aantal personen dat heeft overnacht en het voor die verblijfsruimte in het vijfde lid vastgestelde aantal malen dat is overnacht.
  • 4.
    Het aantal personen dat heeft overnacht wordt met betrekking tot:
    • m.
      mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen, bepaald op 2,4;
    • n.
      mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen, bepaald op 2,5;
    • o.
      mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen, vaste seizoenplaatsen of op seizoenplaatsen, in afwijking van de onderdelen a en b, bepaald op:
      • 1)
        2,6, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
      • 2)
        2,6, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
      • 3)
        2,4, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
      • 4)
        2,1, indien sprake is van een maandarrangement.
  • 5.
    Het aantal malen dat is overnacht wordt:
    • p.
      in geval van het vierde lid, sub a, bepaald op 65;
    • q.
      in geval van het vierde lid, sub b, bepaald op: 50;
    • r.
      in geval van het vierde lid, sub c, bepaald op:
      • 5)
        29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
      • 6)
        39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
      • 7)
        15, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
      • 8)
        13, indien sprake is van een maandarrangement.
Artikel 6 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per overnachting € 0,86.
Artikel 7 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Aanslaggrens
Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 10Termijn van betaling
  • 1.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  • 2.
    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 11Aanmeldingsplicht
  • 1.
    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet.
  • 2.
    De verplichting bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.
Artikel 12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.
Artikel 13Overgangsrecht
De Verordening toeristenbelasting 2014 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14Inwerkingtreding
  • 1.
    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
  • 2.
    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.
Artikel 15Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2015.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad
van de gemeente Goeree-Overflakkee op 13 november 2014.
griffier, plv. voorzitter,
drs. J. Mimpen C.J. van Dam
Inwerkingtreding: 1 januari 2015