Gemeenteblad van Brielle

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BrielleGemeenteblad 2014, 72394Beleidsregels
Regeling briefadres gemeente Brielle 2014
 
Burgemeester en wethouders van de gemeente Brielle;
 
Gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38, 2.39, 2.40, 2.45, 2.47 en 2.52 van de Wet basisregistratie personen, de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen, artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht en op de circulaire briefadres (BRP2012/000306843) van de minister van BZK van 1 juni 2012 en 6 december 2013 (BRP2013/0000746310);
 
Overwegende dat het noodzakelijk is om een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot de aangifte van een briefadres om het oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan;
 
besluiten vast te stellen:
 
Regeling briefadres gemeente Brielle 2014
 
Artikel 1 Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
  • a.
    Briefadres: adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 1.1 wet BRP);
  • b.
    Briefadresgever: een natuurlijke persoon die als ingezetene is ingeschreven of een rechtspersoon die zijn zetel heeft in Nederland en die door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden (artikel 2.42 wet BRP);
  • c.
    Briefadreshouder: de ingezetene in de basisregistratie personen die een briefadres houdt;
  • d.
    Gezinshuishouden:
    • 1.
      twee personen die volgens de basisregistratie personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren);
    • 2.
      twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);
    • 3.
      een alleenstaande ouder met kind(eren).
 
Artikel 2 Redenen briefadres
Redenen voor de aangifte van een briefadres zijn:
  • 1.
    het ontbreken van een woonadres (artikel 2.23 wet BRP) vanwege:
    • a.
      dak- of thuisloosheid;
    • b.
      korte overbrugging tussen twee woonadressen;
    • c.
      de uitoefening van een ambulant beroep;
    • d.
      kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derden van de tijd;
    • e.
      korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;
  • 2.
    verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen (artikel 2.40 Wet BRP);
  • 3.
    indien naar het oordeel van de burgemeester het opnemen van een woonadres om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 wet BRP). Een indicatie kan bijvoorbeeld een risico-analyse van de politie zijn.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om ambtshalve te besluiten tot het opnemen van een briefadres indien het woonadres ontbreekt en de betrokken ingezetene geen aangifte wordt gedaan van een briefadres (artikel 2.23 lid 2 wet BRP).
 
Artikel 3 Voorwaarden
  • 1.
    De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt;
  • 2.
    De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen;
  • 3.
    Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
    • a.
      een geldig identiteitsbewijs van briefadreshouder;
    • b.
      het volledig ingevulde formulier aangifte briefadres met de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;
    • c.
      een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van degene bij wie het briefadres wordt gehouden;
  • 4.
    De briefadresgever die als ingezeten in de BRP ingeschreven staat, kan maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee alleenstaanden toestemming geven een briefadres te houden.
 
Artikel 4 Onvolledige aangifte
  • 1.
    De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, zijn ingeleverd;
  • 2.
    Als één of meer gegevens ontbreken, dan wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen;
  • 3.
    Indien de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen;
  • 4.
    Indien de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte, aangevuld wordt of uitstel gevraagd wordt, wordt de aangifte buiten behandeling gesteld;
  • 5.
    Het is belangrijk te benadrukken dat de briefadreshouder verplicht is om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desverlangd in persoon, inlichtingen te komen verschaffen of een huur- of koopovereenkomst te overleggen.
 
Artikel 5 Weigeringsgronden
Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, indien:
  • a.
    de aangever een woonadres heeft;
  • b.
    de aangever niet varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan acht maanden gedurende één jaar in het buitenland verblijft;
  • c.
    de aangever varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft;
  • d.
    er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever;
  • e.
    het briefadres een adres betreft waarop reeds aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens een briefadres is verleend;
  • f.
    het briefadres geen bestaand adres betreft;
  • g.
    het briefadres een postbus is;
  • h.
    het briefadres is bij een rechtspersoon, welke niet door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen.
 
Artikel 6 Termijn briefadres
  • 1.
    In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes maanden;
  • 2.
    In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub d en e mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven;
  • 3.
    Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen woonadres heeft gekozen, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen;
  • 4.
    In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b kan de termijn voor een briefadres tot maximaal zes maanden verlengd worden;
  • 5.
    De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 5;
  • 6.
    Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het vijfde lid, is diegene waarop het briefadres betrekking heeft gehouden om binnen vier weken voor of vijf dagen na de wijziging van zijn adres hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.
 
Artikel 7 Beëindiging briefadres
Het briefadres dient door de aangever te worden beëindigd, indien de redenen genoemd in artikel 2 niet meer van toepassing zijn.
 
Indien de briefadresgever meldt dat betrokkene niet meer bereikbaar is, dient hij dit schriftelijk te verklaren. De gemeente moet hierop een onderzoek instellen naar de nieuwe woon- of verblijfplaats van betrokkene.
 
Artikel 8 Hardheidsclausule
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling.
 
Artikel 9 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
 
Artikel 10 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling briefadres gemeente Brielle 2014.
Brielle, 4 november 2014

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,  

P. Schouten   G.G.J. Rensen