Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor in de raad vertegenwoordigende fracties bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moeten bij verordening worden geregeld.
In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de rol van schakel tussen raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie.
De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een bemiddelende en uiteindelijk een beslissende rol kunnen spelen. De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.
De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie, is er de behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de gemeentesecretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het college terzijde stond. In de duale verhouding staat de gemeentesecretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.
Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.
De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan.
In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden gebracht.
Artikelsgewijze toelichting
De verordening is uiteraard niet bedoeld om formele barrières op te werpen
die het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat
om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere
ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in
de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar
wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor
niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in de artikelen 25, 55
en 86 van de Gemeentewet. Deze rechten zijn uitgewerkt in het Reglement
van orde voor de raad, het Reglement van orde voor het college en de
Verordening op de raadscommissies.
Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de gemeentesecretaris de
ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. De bijstand wordt zo spoedig
mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste
termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van
de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er
voortgang blijft in het proces.
In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
tussen ambtenaren en de griffier (of medewerkers van de griffie). Als er over
ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke
organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn. Op grond van
het vierde lid is er bij twijfel een rol voor de gemeentesecretaris weggelegd. Deze zal
moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid of tweede lid,
Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich
voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd
van de reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover
overleg voert met de gemeentesecretaris en de griffier (en indien nodig ook het
betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover
de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan
zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een
hogere instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst
overleg te voeren met de gemeentesecretaris.
Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting
moeten worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De
fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel
garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten
ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair
gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de
bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt
onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden
gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk
(vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn
grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met
de bijdrage voor fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raadsleden die meestal worden georganiseerd door de griffie (r) dienen bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten. Cursussen gericht op het raadswerk zijn een aangelegenheid van de fracties en kunnen daarom bekostigd worden uit de fractieondersteuning en eigen bijdragen van fractieleden. Bij eventuele twijfel kan het verstandig de declaratie voor te leggen aan de burgemeester.
Het jaarlijkse bedrag aan fractieondersteuning komt met ingang van het nieuwe kalenderjaar vrij. Eventuele verrekeningen / terugstortingen in verband met de controle door de auditcommissie en de het vormen van een reserve worden later gecorrigeerd.
Het kan gebeuren dat de bijdrage aangepast moet worden aan veranderde verhoudingen in de raad tijdens de raadsperiode. Bij de splitsing van een fractie zal het gereserveerde bedrag aangepast worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot bedrag beschikken en zou het andere deel van de oorspronkelijke fractie juist helemaal geen bedrag aan fractie ondersteuning krijgen.
De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.
Artikel 10 De controle van de standaardverslag formulieren wordt door de auditcommissie van de raad verzorgd. De auditcommissie documenteert de controle met een controleverslag. Het spreekt vanzelf dat de raad sanctiemogelijkheden kan hanteren voor het geval een fractie niet handelt conform de verordening. Bijvoorbeeld wanneer uitgaven worden gedaan waar de financiële bijdrage niet voor bedoeld is, wanneer de verantwoording niet tijdig of volledig wordt ingediend of wanneer ten onrechte uitbetaalde bedragen niet tijdig worden terugbetaald.
Dit artikel behoeft geen toelichting.