Verordening leerlingenvervoer gemeente Roerdalen
Onderwerp: Vaststelling "Verordening leerlingenvervoer gemeente Roerdalen".
 
De raad van de gemeente Roerdalen heeft;
 
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 mei 2014,
 
gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs;
 
vast te stellen de Verordening leerlingenvervoer gemeente Roerdalen.
§ 1 Algemene bepalingen
 
Artikel 1. Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder:
  • a.
    aangepast vervoer
    vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus, treintaxi of bustaxi;
  • b.
    afstand
afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
c. begeleider
ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
d. commissie van onderzoek 
commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;
e. commissie voor de begeleiding
commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; 
f. eigen vervoer
vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;
g. inkomen
inkomensgegevens als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
h. leerling
leerling van een school als bedoeld in dit artikel;
  • i.
    ondersteuningsplan
    • 1.
      Voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
    • 2.
      Voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • j.
    opdc
orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
k. openbaar vervoer
voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto;
l. opstapplaats
plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
m. ouders
ouders, voogden of verzorgers van de leerling;
n. regionale verwijzingscommissie
commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;
o. reistijd
totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;
  • p.
    samenwerkingsverband
    • 1.
      Voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
    • 2.
      Voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • q.
    school
    • 1.
      basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
    • 2.
      school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of
    • 3.
      school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
  • r.
    stage
praktische leertijd bij de beroepsopleiding;
s. toegankelijke school
school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school waarop de leerling is aangewezen;
t. vervoer
openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning of opstapplaats en de school. Het vervoer vindt plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
  • u.
    vervoer voorziening
    • 1.
      bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; of
    • 2.
      aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of laat verzorgen; of
    • 3.
      gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
  • v.
    woning
plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.
Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten vervoervoorziening
  • 1.
    Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoervoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
  • 2.
    Indien het college het eerste lid toepast verlangt zij, van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage. Dit ten hoogste tot het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Bij weigering tot of nalatigheid in de betaling van de hiervoor bedoelde bijdrage vervalt de aanspraak op de vervoervoorziening.
  • 3.
    De bepalingen in deze verordening doen niets af aan het feit dat de ouders verantwoordelijk zijn voor het schoolbezoek van hun kinderen.
  • 4.
    De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de ouders.
  • 5.
    Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoervoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.
Artikel 3. Vervoervoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
  • 1.
    Een vervoervoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Behalve wanneer vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
  • 2.
    Ouders kunnen een vervoervoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort. Er bestaat slechts aanspraak op een vervoervoorziening naar eerstgenoemde school als de ouders een schriftelijk verklaring overleggen. Daarin moeten zij aangeven overwegende bezwaren te hebben tegen:
    • a.
      het openbaar onderwijs; of
    • b.
      tegen de richting van het onderwijs van alle dichterbij gelegen bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen.
  • 3.
    Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoervoorziening het ondersteuningsplan zoals dat plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het college.
Artikel 4. Toekenning vervoervoorziening
Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoervoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking of de uitbetaling en de tijdsduur van de toegekende vervoervoorziening.
Artikel 5. Aanvraagprocedure
  • 1.
    Een aanvraag voor een vervoervoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevulde digitale aanvraag. Alle bij die aanvraag vermelde gegevens moeten worden verstrekt.
  • 2.
    Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.
  • 3.
    Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
  • 4.
    Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis.
  • 5.
    Indien een vervoervoorziening wordt toegekend geldt deze:
    • a.
      wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum. Onder voorwaarde dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;
    • b.
      wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Artikel 6. Doorgeven van wijzigingen
  • 1.
    Ouders zijn verplicht om wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoervoorziening, onmiddellijk schriftelijk te melden aan het college. De datum van wijziging dient men te vermelden.
  • 2.
    Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoervoorziening, vervalt de aanspraak daarop. Eventueel kent het college een nieuwe vervoervoorziening toe.
Artikel 7. Peildatum leeftijd leerling
Voor het toekennen van een vervoervoorziening op basis van artikel 11 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft bepalend.
Artikel 8. Andere vergoedingen
De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht of als eigen bijdrage in rekening gebracht.
§ 2 Bepalingen inzake het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
Artikel 9. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
  • 1.
    In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
  • a.
    een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of
  • b.
    een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
  • 2.
    Deze paragraaf geldt niet voor leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs volgen.
  • 3.
    Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoervoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en:
  • a.
    de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of
  • b.
    een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkings-verband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a.
  • 4.
    Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag leerlingenvervoer eventuele (vervoer) adviezen van deskundigen betrekken die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 10. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.
  • 2.
    Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.
Artikel 11. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider wanneer:
  • a.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de leerling jonger dan negen jaar is, en de ouders ten behoeve van het college voldoende aantonen dat de leerling niet in staat is zelfstandig van de fiets gebruik te maken, of
  • b.
    de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
  • 2.
    Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 12. Vervoervoorziening in de vorm van aangepast vervoer
  • 1.
    Het college verstrekt een vervoervoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt, wanneer:
  • a.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en de leerling per openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer bedraagt;
  • b.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college met of zonder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
  • c.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en de ouders ten behoeve van het college voldoende aantonen dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin leidt en een andere oplossing niet mogelijk is; of
  • d.
    de leerling, volgens het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken.
  • 2.
    Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerkosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.
Artikel 13. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
  • 1.
    Indien aanspraak bestaat op een vervoervoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
  • 2.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren of laten vervoeren:
  • a.
    een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, als aanspraak bestaat op bekostiging op basis van de kosten voor openbaar vervoer. Met uitzondering van het bepaalde in het vijfde lid; of
  • b.
    een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reis-regeling binnenland, als aanspraak bestaat op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer. Met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid.
  • 3.
    Wanneer toestemming op grond van het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, of laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland. Met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid.
  • 4.
    Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
  • 5.
    Wanneer aanspraak bestaat op een vervoervoorziening en het college op aanvraag toestaat of van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.
Artikel 14. Drempelbedrag
  • 1.
    Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,00 wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
  • 2.
    Wanneer het college in plaats van toekenning van een bekostiging in geld het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basis-onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage. Deze bijdrage is gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand, wanneer het inkomen van de ouders tezamen meer bedraagt dan € 24.300,00.
  • 3.
    De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt. Ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem gelden.
  • 4.
    Het bedrag van € 24.300,00 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers ondergaat ten opzichte van het voorafgaande jaar. Dit bedrag wordt rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,00. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,00.
  • 5.
    Deze bepaling geldt niet voor leerlingen die vanwege hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aan-gewezen of vanwege die handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
Artikel 15. Financiële draagkracht
  • 1.
    Wanneer de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.
  • 2.
    Wanneer het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
  • 3.
    De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders.
Zij bedragen: 
Inkomen in euro’s
Eigen bijdragen in euro’s
0-32.500
Nihil
32.500-39.000
135
39.000-45.000
570
45.000-51.000
1.060
51.000-58.000
1.545
58.000-64.000
2.040
64.000 en verder
Voor elke extra € 5.000: € 500 erbij
  • 4.
    De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers ondergaat ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Deze bedragen worden rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,00.
  • 5.
    De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Deze bedragen worden rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,00.
  • 6.
    Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die vanwege hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen of vanwege een die handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
§ 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
Artikel 16.Algemene bepalingen inzake het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
  • 1.
    In deze paragraaf wordt verstaan onder school:
  • a.
    een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; of
  • b.
    een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
  • 2.
    Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoer)adviezen van deskundigen betrekken die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets
  • 1.
    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, wanneer de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
  • 2.
    Wanneer een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
  • 3.
    In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, wanneer de leerling volgens het college, wel of niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
Artikel 18. Vervoervoorziening in de vorm van aangepast vervoer
  • 1.
    Het college verstrekt een vervoervoorziening in de vorm van aangepast vervoeraan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt, wanneer:
  • a.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en de leerling per openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer bedraagt;
  • b.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en openbaar vervoer ontbreekt. Tenzij de leerling naar het oordeel van het college met of zonder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
  • c.
    aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en de ouders ten behoeve van het college voldoende aantonen dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is of ernstige benadeling van het gezin leidt en een andere oplossing niet mogelijk is; of
  • d.
    de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
  • 2.
    Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerkosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer.
Artikel 19. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
  • 1.
    Indien aanspraak bestaat op een vervoervoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
  • 2.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren of laten vervoeren:
  • a.
    een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, wanneer aanspraak bestaat op bekostiging van de kosten van het openbaar vervoer, uitgezonderd het bepaalde in het vijfde lid;
  • b.
    een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wanneer aanspraak zou bestaat op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, uitgezonderd het bepaalde in het vierde lid.
  • 3.
    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland. Met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid.
  • 4.
    Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
  • 5.
    Indien aanspraak bestaat op een vervoervoorziening en het college desgewenst toestaat of van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.
§ 4 Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer
Artikel 20. Toekenning vervoervoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders
Met inachtneming van artikel 3 kent het college op aanvraag een vervoervoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze paragraaf.
Artikel 21. Vervoervoorziening voor weekeinde en vakantie
  • 1.
    Het college kent aan de ouders een vervoervoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug. Dit voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.
  • 2.
    Het college kent aan de ouders een vervoervoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug. Dit voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.
  • 3.
    Paragraaf 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a.
§ 5 Slotbepalingen
Artikel 22. Intrekking, opschorten, wijzigen vervoervoorziening
Het college kan een besluit opschorten, wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken wanneer:
  • a.
    niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld in of op grond van deze verordening;
  • b.
    op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.
  • c.
    er sprake is van ernstig wangedrag van de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer.
Artikel 23. Terugvordering.
  • 1.
    Bij intrekking van een besluit tot verstrekking van een vervoervoorziening, kan op basis daarvan de reeds uitbetaalde vergoeding of de geldwaarde van de ten onrechte genoten vervoervoorziening geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd en worden verrekend met een eventueel nieuw te verstrekken vergoeding.
  • 2.
    Bij het niet of niet geheel gebruiken van een uitbetaalde vergoeding voor de bekostiging van de vervoervoorziening wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd.
Artikel 24. Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet.
In gevallen, betreffende de uitvoering van het leerlingenvervoer, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
Artikel 25. Afwijken van bepalingen
Het college kan in bijzondere gevallen, aangaande het vervoer voor onderwijs, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening. Zo nodig na het vragen van advies aan deskundigen.
Artikel 26. Intrekking oude regeling
De Verordening leerlingenvervoer vastgesteld op 2 juli 2009 wordt ingetrokken per 1 augustus 2014.
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2014. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening leerlingenvervoer gemeente Roerdalen”.
Artikel 28. Overgangsrecht
Op aanvragen voor een vervoervoorziening voor het schooljaar 2014-2015 zijn de regels van de Verordening leerlingenvervoer zoals vastgesteld op 2 juli 2009 nog van toepassing.
 
 
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering 10-7-2014
 
De gemeenteraad van Roerdalen,
 
De griffier, De voorzitter,
R.J.J. Notermans mr. M.D. de Boer-Beerta
Naar boven