Gemeenteblad van De Friese Meren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Friese Meren | Gemeenteblad 2014, 37361 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Friese Meren | Gemeenteblad 2014, 37361 | Verordeningen |
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren
besluit vast te stellen de Algemene subsidieregelingen
In deze subsidieregelingen wordt verstaan onder:
•Awb: Algemene wet bestuursrecht.
•ASV: Algemene Subsidie Verordening De Friese Meren 2014.
•Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten (artikel 4:21 Awb).
•Subsidieplafond: een bedrag dat gedurende een bepaald tijdvlak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift (artikel 4:22 Awb).
•Vastgesteld beleidskader: een door de raad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen op een bepaald terrein zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten dienen plaats te vinden.
•Inclusieve samenleving: een samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen, ongeacht culturele achtergrond, geslacht, leeftijd, talenten en/ of beperkingen. Iedereen neemt op gelijkwaardige manier deel aan de samenleving.
•Social Return: heeft als doel een bijdrage te leveren aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt.
De bepalingen in deze regeling zijn van toepassing op alle subsidieaanvragen die de gemeente De Friese Meren behandelt met uitzondering van de subsidies die direct en onverkort voortvloeien uit Europees, rijks- of provinciaal beleid. Subsidieaanvragen waarvoor geen subsidieregeling is, worden niet gehonoreerd.
De gemeente heeft een aantal algemene kaders opgesteld voor het verstrekken van subsidie. De subsidieaanvraag moet ten minste passen in de volgende kaders:
1.De aanvraag moet gericht zijn op de gemeente en haar inwoners: activiteiten moeten beschikbaar zijn voor en gericht zijn op alle inwoners van De Friese Meren. Subsidieaanvragen moeten een aantoonbare bijdrage leveren aan door het college en/ of de raad vastgestelde beleidsdoelen.
2.Doelmatigheid: er moet een realistische verhouding tussen de verwachte resultaten en gevraagde gemeentelijke bijdrage zijn.
3.Inclusieve samenleving: de gemeente wil de inclusieve samenleving stimuleren. Een samenleving waarin iedereen op gelijkwaardige manier, ongeacht culturele achtergrond, geslacht, leeftijd, talenten en/ of beperkingen, kan deelnemen. Dit betekent dat de gemeente eisen kan stellen dat een vereniging zich niet specifiek richt op één activiteit of één doelgroep, maar de activiteit openstelt voor alle inwoners.
4.Cofinanciering en samenwerking: bij subsidieverstrekking wordt verwacht dat de aanvrager cofinanciering zoekt of zelf een aanzienlijke bijdrage levert. Ook moet er zoveel mogelijk worden aangesloten bij de voorzieningen en organisaties in de keten.
5.Verantwoordelijkheidstrap: de verantwoordelijkheidstrap is een leidend principe bij subsidieverlening.
∘Eerste trede: eigen verantwoordelijkheid van de burger, mensen zorgen voor zichzelf. De subsidierelatie is eenmalige subsidies van provincie of rijk.
∘Tweede trede: mensen zorgen voor elkaar. De subsidierelatie is het geven van een extra stimulans door een eenmalige, regelarme, vraag gestuurde subsidieverstrekking.
∘Derde trede: algemene voorzieningen. De subsidierelatie is het realiseren van de beleidsdoelen van de gemeente door een proactieve samenwerking met de maatschappelijke partners.
∘Vierde trede: professionele ondersteuning. De subsidierelatie is het inzetten van middelen om wettelijke taken uit te voeren en het bieden van specifieke ondersteuning voor individuele inwoners.
Het college kan subsidieverlening weigeren wanneer:
a.de aanvraag niet gericht is op gemeente De Friese Meren en de inwoners van De Friese Meren;
b.de aanvraag niet past in de beleidsuitgangspunten van de inclusieve samenleving;
c.de subsidieaanvraag wordt ingediend na het plaatsvinden van de activiteit en/ of de aanvangsdatum van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d.activiteiten met een commercieel karakter of waarbij sprake is van winstoogmerk;
e.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet en/ of het algemeen belang of de openbare orde;
f.de organisatorische en/ of financiële continuïteit van de aanvrager en/ of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende is gewaarborgd;
g.de aanvrager geen sluitende begroting indient;de aanvrager in relatie tot de gevraagde subsidie zelf geen substantiële bijdrage levert aan het realiseren van het gestelde doel;
h.er geen evenwichtige verhouding is tussen de verwachte resultaten en de gevraagde bijdrage;
i.al in voldoende mate wordt voorzien in de activiteiten en/ of het doel dat wordt nagestreefd;
j.voor de activiteit al gemeentelijke subsidie is verstrekt;
k.wanneer er al gelijksoortige activiteiten zijn op het niveau van buurt, wijk, dorp of stad waar de aanvrager zich op richt;
l.een vereniging meerdere keren per jaar een aanvraag indient;
m.als een vereniging een negatieve steekproef heeft gehad in het voorafgaande jaar;
n.de aanvraag betrekking heeft op jubilea.
Het college kan verplichtingen opleggen ten aanzien van de bevordering van de toegankelijkheid van activiteiten voor mensen met een beperking. Het uitgangspunt is dat de aanvraag moet passen in de uitgangspunten van de inclusieve samenleving.
Het college kan verplichtingen opleggen ten aanzien van de bevordering van duurzaamheid en Social Return.
Het college kan de subsidieontvanger verplichten in haar communicatiemiddelen de gemeente De Friese Meren als subsidiegever te vermelden.
Het college kan de subsidieontvanger verplichten een verantwoording te geven over de opbouw van een algemene reserve en de bestemming hiervan.
Bij beëindiging van een structurele subsidie, geldt een afbouwperiode van 3 jaar. Een aanvrager ontvangt structurele subsidie wanneer zij vanaf het jaar 2012 jaarlijks subsidie toegekend hebben gekregen van de gemeente.
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren en de Algemene Subsidieregelingen
besluit vast te stellen de Subsidieregeling Amateurkunst
In deze regeling wordt verstaan onder:
•Amateurkunst: activiteiten op het gebied van muziek, zang en/of toneel in verenigingsverband beoefend in de vrije tijd. De uitvoerenden, uitgezonderd de artistieke leiding, ontvangen geen vergoeding voor hun medewerking.
•Lid/leden: contributie betalend lid/leden die op peildatum 1 september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar lid is van de vereniging en die de activiteiten ervan mede uitvoeren.
•Uitvoering: een openbaar toegankelijke activiteit waarbij de organisatie aantoonbaar haar kunsten vertoont aan minimaal 50 bezoekers binnen de gemeente.
•Concours: een wedstrijd waarbij een jury de winnaar bepaalt.
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 2:3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden aan statutair in de gemeente gevestigde verenigingen en stichtingen die actief zijn in het uitvoeren van activiteiten op het gebied van amateurkunst.
De hoogte van de subsidie voor de amateurkunst wordt als volgt bepaald:
Muziekvereniging
1.Een basissubsidie van maximaal € 500,- voor deskundige artistieke leiding;
2.Een basissubsidie van maximaal € 200,- voor deelname aan een concours.
3.Een basissubsidie voor het aantal actieve leden, waarbij onderstaande categorie-indeling wordt aangehouden om de hoogte van de subsidie te bepalen:
|
Totaal aantal leden muziekvereniging |
Basissubsidie |
|
20 – 35 |
€ 750,- |
|
36 – 50 |
€ 1.250,- |
|
51- 65 |
€ 1.750,- |
|
66 – 80 |
€ 2.250,- |
|
> 80 |
€ 2.275,- |
Toneelvereniging
1.Een basissubsidie per toneelvereniging van maximaal € 250,-.
Zangvereniging
1.Een basissubsidie van maximaal € 150,- voor deskundige artistieke leiding;
2.Een basissubsidie gebaseerd op het totaal aantal actieve leden, waarbij onderstaande categorie-indeling wordt aangehouden om de hoogte van de subsidie te bepalen:
|
Totaal aantal actieve leden zangvereniging |
Basissubsidie |
|
10 – 25 |
€ 200,- |
|
26 -40 |
€ 400,- |
|
> 40 |
€ 600,- |
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager aan de volgende criteria te voldoen:
1.De subsidieontvanger levert naar het oordeel van het college een redelijke eigen bijdrage in de kosten via contributie van de actieve leden en andere inkomstenbronnen.
2.De vereniging of stichting is gevestigd in de gemeente.
3.De vereniging of stichting heeft een minimum aantal leden van:
a.Muziekvereniging: minimaal 20 leden
b.Zangvereniging: minimaal 10 leden
c.Toneelvereniging: minimaal 10 leden
4.De vereniging of stichting verzorgt minimaal twee keer per jaar een uitvoering in de gemeente zelf.
1.Indien het totaal van de te verlenen subsidies meer bedraagt dan het subsidieplafond, worden de subsidiebedragen evenredig gekort.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij vermindering van de subsidie een afbouwperiode van 2 jaar.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij een verhoging van de subsidie een opbouwperiode van 2 jaar.
De daling of verhoging van de te ontvangen subsidie voor het jaar 2015 ten opzichte van 2014 bedraagt maximaal 25%.
1.De Nadere regels Amateurkunst van voormalig gemeente Skarsterlân worden ingetrokken.
2.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en hebben betrekking op de subsidieverstrekking over het kalenderjaar 2015 en volgende jaren.
3.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Amateurkunst.
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren en de Algemene Subsidieregelingen
besluit vast te stellen de Subsidieregeling culturele activiteiten
In deze regeling wordt verstaan onder:
•Culturele activiteit: openbare activiteiten op het gebied van cultuur die bijdragen aan een levendige en bruisende gemeente, zoals voorstellingen op het gebied van podiumkunsten, projecten en manifestaties door professionele of amateurkunstenaars.
•Incidentele subsidie: subsidie voor een eenmalige culturele activiteit of culturele activiteit waarvoor voor de eerste keer subsidie wordt verstrekt.
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3:3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden aan rechtspersonen voor eenmalige initiatieven op het gebied van culturele activiteiten die een bijdrage leveren aan het culturele leven in de gemeente met een nieuw, vernieuwend, spontaan, experimenteel of uitzonderlijk karakter.
De culturele activiteit dient:
ba.Een aanvulling te zijn op het bestaande aanbod.
bb.Plaats te vinden in de gemeente De Friese Meren.
bc.Voor iedereen toegankelijk te zijn, wat door publiciteit bekend wordt gemaakt.
bd.Niet concurrerend te zijn met een al bestaande culturele activiteit/evenement.
be.Een bijdrage te leveren aan het vergroten van de culturele participatie van de inwoners.
bf.Een bijdrage te leveren aan een levendige en bruisende gemeente.
bg.Een begroting met een degelijke financiële onderbouwing te hebben.
De gemeentelijke subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,- per activiteit.
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager aan de volgende criteria te voldoen:
1.De subsidieontvanger is verplicht tenminste 50% zelf bij te dragen in de organisatiekosten van de activiteit door middel van bijvoorbeeld inkomsten uit entree, sponsoring en fondsen.
2.Voor zover van toepassing is de subsidieontvanger verplicht een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit.
3.De subsidieontvanger is verplicht om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt volgens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.
4.Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.
5.De aanvrager dient over de benodigde vergunningen voor de culturele activiteit te beschikken en dient de in de vergunning opgenomen verplichtingen na te komen.
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ingediend.
Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, aanhef en onder f, van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren 2014 en als aanvulling op artikel 1:4 van deze regeling zijn onderstaande aanvullende weigeringsgronden van toepassing:
1.Het college neemt per aanvrager per kalenderjaar maximaal één aanvraag in behandeling;
2.Het college kan subsidieverstrekking weigeren wanneer door dezelfde aanvrager in de afgelopen twee jaar voor dezelfde of vergelijkbare activiteit subsidie is verstrekt in het kader van deze regeling;
3.Er worden geen subsidies verstrekt als bijdrage in:
a.De oprichting en vervaardiging van gedenktekens;
b.Uitgave van boekwerken en productie van beeld- en geluidsdragers;
c.Activiteiten die het karakter hebben van een feest of receptie.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij vermindering van de subsidie een afbouwperiode van 1 jaar.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij een verhoging van de subsidie een opbouwperiode van 1 jaar.
De daling of verhoging van de te ontvangen subsidie voor het jaar 2015 ten opzichte van 2014 bedraagt maximaal 25%.
Conform artikel 3:7, tweede lid, geldt dat wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie voor een culturele activiteit heeft ontvangen, het jaar 2015 geldt als het eerste subsidiejaar in het kader van deze regeling.
1.De Nadere regels Openbare manifestaties van voormalig gemeente Skarsterlân worden ingetrokken.
2.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en heeft betrekking op de subsidieverstrekking over het kalenderjaar 2015 en volgende jaren.
3.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling culturele activiteiten.
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren en de Algemene Subsidieregelingen
besluit vast te stellen de Subsidieregeling sociale samenhang en maatschappelijke ondersteuning
In deze regeling wordt verstaan onder:
•Vrijwillig ouderenwerk: werk, dat uitsluitend met behulp van vrijwilligers mogelijkheden biedt voor ontspanning en ondersteuning voor ouderen en hun belangen behartigd.
•Voorliggende, algemene Wmo voorzieningen: algemeen gebruikelijke, voorzieningen en collectieve voorzieningen die inwoners in staat stellen zelf hun verantwoordelijkheid te nemen en op eigen kracht hun problemen op te lossen of te beperken.
•Participatie: deelnemen aan de samenleving. Activiteiten op het gebied van participatie stellen kwetsbare inwoners in staat om deel te nemen aan de samenleving.
•Welzijnsactiviteiten: activiteiten die gericht zijn op de bevordering van het welbevinden en/ of participeren van bepaalde doelgroepen, zoals vrijwilligers, mantelzorgers, gehandicapten, ouderen.
•Incidentele subsidie: subsidie voor een eenmalige activiteit gericht op sociale samenhang, participatie en maatschappelijke ondersteuning of een activiteit gericht op sociale samenhang, participatie en maatschappelijke ondersteuning waarvoor voor de eerste keer subsidie wordt verstrekt.
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 4:3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van de sociale samenhang, het stimuleren van participatie en de maatschappelijke ondersteuning bevorderen. Activiteiten die bedoeld zijn als voorliggende voorziening van de Wet maatschappelijke ondersteuning en voor iedereen toegankelijk zijn. Preventieve, innovatieve activiteiten gericht op het versterken van de eigen kracht en de zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners van De Friese Meren.
De hoogte van de subsidie voor sociale samenhang, participatie en maatschappelijke ontwikkeling wordt als volgt bepaald:
Vrijwillig ouderenwerk
1.Een basisbedrag van maximaal € 300,- voor vrijwillige ouderensozen, bejaardensociëteiten, vrouwenverenigingen en belangenbehartiging voor ouderen.
Voorliggende, algemene Wmo voorziening
1.De hoogte van de bijdrage wordt bepaald op basis van de ingediende begroting en het activiteiten- of projectplan. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 5.000,- per activiteit.
2.Van het voorafgaande lid kan worden afgeweken als er naar het oordeel van het college een aantoonbare bijdrage wordt geleverd aan de doelstellingen van het vastgestelde beleidskader van de gemeente.
Participatie
1.De hoogte van de bijdrage wordt bepaald op basis van de ingediende begroting en het activiteiten- of projectplan. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 5.000,- per activiteit.
2.Van het voorafgaande lid kan worden afgeweken als er naar het oordeel van het college een aantoonbare bijdrage wordt geleverd aan de doelstellingen van het vastgestelde beleidskader van de gemeente.
Welzijnsactiviteiten
1.De hoogte van de bijdrage wordt bepaald op basis van de ingediende begroting en het activiteiten- of projectplan. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 5.000,- per activiteit.
2.Van het voorafgaande lid kan worden afgeweken als er naar het oordeel van het college een aantoonbare bijdrage wordt geleverd aan de doelstellingen van het vastgestelde beleidskader van de gemeente.
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager aan de volgende criteria te voldoen:
1.De subsidieontvanger is verplicht een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren voor de uitvoering van de activiteiten.
2.Voor zover van toepassing is de subsidieontvanger verplicht een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit.
3.De subsidieontvanger is verplicht om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op de grond van deze regeling subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt volgens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.
4.Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.
5.De aanvrager dient over de benodigde vergunningen voor de activiteit te beschikken en dient de in de vergunning opgenomen verplichtingen na te komen.
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ingediend.
Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, aanhef en onder f, van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren 2014 en als aanvulling op artikel 1:4 van deze regeling zijn onderstaande aanvullende weigeringsgronden van toepassing:
1.De belangenbehartiging al op andere wijze wordt gefaciliteerd en/ of gesubsidieerd door de gemeente;
2.De activiteit in beginsel niet voor alle kwetsbare inwoners toegankelijk is.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij vermindering van de subsidie een afbouwperiode van 2 jaar.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij een verhoging van de subsidie een opbouwperiode van 2 jaar.
De daling van de te ontvangen subsidie voor het jaar 2015 ten opzichte van 2014 bedraagt maximaal 25%.
Conform artikel 4:7, eerste en tweede lid, geldt dat wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie voor een activiteit heeft ontvangen, dit geldt als het eerste subsidiejaar in het kader van deze regeling.
1.De Nadere regels bejaardensociëteiten van voormalig gemeente Skarsterlân worden ingetrokken.
2.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en heeft betrekking op de subsidieverstrekking over het kalenderjaar 2015 en volgende jaren.
3.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: sociale samenhang, participatie en maatschappelijke ondersteuning.
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren en de Algemene Subsidieregelingen
besluit vast te stellen de Subsidieregeling vrijwillig jongerenwerk
In deze regeling wordt verstaan onder:
•Vrijwillig jongerenwerk: werk, dat uitsluitend met behulp van vrijwilligers mogelijkheden biedt voor ontspanning en ontwikkeling van jongeren in de leeftijd tot 23 jaar.
•Speel-o-theek: centrum waar speelgoed wordt uitgeleend aan kinderen en jongeren.
•Huisvestingskosten:
1.kosten van afschrijving op gebouwen, inrichting, verwarmingsinstallatie en buitengewoon onderhoud
2.huur van gebouwen, zaalruimte en terreinen
3.kosten van elektriciteit, verwarming en water
4.kosten van buitenaccommodaties
5.premies van verzekeringen en overige lasten voortvloeiend uit de eigendom van gebouwen en terreinen
•Incidentele subsidie: subsidie voor een eenmalige activiteit gericht op vrijwillig jongerenwerk
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 5:3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor activiteiten die gericht zijn op ondersteuning en begeleiding voor en aan jongeren ten behoeve van hun ontwikkeling en maatschappelijke deelname, uitgevoerd door vrijwilligers. Activiteiten die gericht zijn op het bieden van ontspanning, het vormen en helpen van jongeren en een goed en veilig klimaat creëren voor jongeren. Stimuleren van activiteiten die bedacht en georganiseerd worden door jongeren.
De hoogte van de subsidie voor vrijwillig jongerenwerk wordt als volgt bepaald:
Vrijwillig jongerenwerk
1.Een basissubsidie van maximaal € 300,- voor vrijwillig jongerenwerk;
2.De subsidie bedraagt maximaal 50% van de eventuele huisvestingskosten, met een maximum van € 5.000,- per vereniging of stichting;
3.Het voorafgaande lid is niet van toepassing voor de uitvoering van een speel-o-theek.
Speel-o- theek
1.Een basissubsidie van maximaal € 1.000,- voor een speel-o-theek.
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager aan de volgende criteria te voldoen:
1.de subsidieontvanger is verplicht een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren voor de uitvoering van de activiteiten.
2.Voor zover van toepassing is de subsidieontvanger verplicht een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit.
3.De subsidieontvanger is verplicht om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op de grond van deze regeling subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt volgens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.
4.Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvestingskosten.
5.De aanvrager dient over de benodigde vergunningen voor de activiteit te beschikken en dient de in de vergunning opgenomen verplichtingen na te komen.
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ingediend.
Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, aanhef en onder f, van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren 2014 en als aanvulling op artikel 1:4 van deze regeling zijn onderstaande aanvullende weigeringsgronden van toepassing:
1.Het college neemt per aanvrager per indientermijn maximaal één aanvraag in behandeling;
2.Er worden geen subsidies verstrekt als bijdrage in:
a.Activiteiten die niet specifiek gericht zijn op jongeren onder de 23 jaar;
b.Activiteiten die het karakter hebben van een feest of receptie;
c.Het onderhouden van speeltuintjes.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij vermindering van de subsidie een afbouwperiode van 2 jaar.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij een verhoging van de subsidie een opbouwperiode van 2 jaar.
De daling van de te ontvangen subsidie voor het jaar 2015 ten opzichte van 2014 bedraagt maximaal 25%.
Conform artikel 5:7, tweede lid, geldt dat wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie voor vrijwillig jongerenwerk heeft ontvangen, dit geldt als het eerste subsidiejaar in het kader van deze regeling.
1.De Nadere regels vrijwilligers jeugd- en jongerenwerk van voormalig gemeente Skarsterlân worden ingetrokken.
2.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en heeft betrekking op de subsidieverstrekking over het kalenderjaar 2015 en volgende jaren.
3.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: subsidieregeling vrijwillig jongerenwerk.
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren en de Algemene Subsidieregelingen
besluit vast te stellen de Subsidieregeling Sport en bewegen
In deze regeling wordt verstaan onder:
•Sport- en beweegorganisatie: een organisatie, zoals een vereniging of een stichting die zich richt op het bevorderen of beoefenen van erkende sport- en beweegactiviteiten en welke niet direct is gerelateerd aan een bedrijf.
•Lid/leden/deelnemers: een bij de sport- en beweegorganisatie behorende en contributie betalend lid/leden/deelnemer, woonachtig in de gemeente.
•Trainer: degene die in opdracht van de sport- en beweegorganisatie de begeleiding van de leden/deelnemers bij de activiteit voor zijn of haar rekening neemt.
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 6:3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden aan statutair in de gemeente gevestigde verenigingen en stichtingen die activiteiten uitvoeren op het gebied van sport en bewegen.
De hoogte van de subsidie voor sport en bewegen wordt als volgt bepaald:
Subsidiëring bevordering jeugdsport en kadervorming bij een sportvereniging
Subsidie is beschikbaar per lid/deelnemer dat woonachtig is in de gemeente en maximaal 17 jaar oud is op peildatum 1 september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Het subsidiebedrag bestaat uit een algemene bijdrage per sport- en beweegorganisatie en een basisbedrag voor jeugdleden die tenminste eenmaal per week training krijgen van een trainer zonder enige bevoegdheid. Dit basisbedrag wordt verhoogd met de factor 1 ½, de factor 2 of de factor 3 al naar gelang de bevoegdheid van de trainer hoger is.
Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager aan de volgende criteria te voldoen:
1.De sport- en beweegorganisatie levert naar het oordeel van het college een redelijke eigen bijdrage in de kosten via contributie van de actieve leden/deelnemers en andere inkomstenbronnen.
2.De sport- en beweegorganisatie heeft een minimum aantal leden van 10.
3.Aan de activiteit voor de doelgroepen dienen minimaal 10 personen deel te nemen.
4.Deze activiteit dient gedurende het seizoen minimaal eenmaal per week plaats te vinden.
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ingediend.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij vermindering van de subsidie een afbouwperiode van 2 jaar.
Wanneer de aanvrager in het jaar 2014 subsidie van de gemeente heeft ontvangen, geldt bij een verhoging van de subsidie een opbouwperiode van 2 jaar.
De daling of verhoging van de te ontvangen subsidie voor het jaar 2015 ten opzichte van 2014 bedraagt maximaal 25%.
1.De Nadere regels Sport en bewegen van de voormalige gemeente Skarsterlân worden ingetrokken voor wat betreft artikel 4 – bevordering jeugdsport en kadervorming bij een sportvereniging;
2.De deelverordening jeugdzaalsport gemeente Gaasterlân-Sleat wordt ingetrokken.
3.Algemene regelen met betrekking tot het verlenen van de jaarlijkse jeugdsportsubsidie aan verenigingen in de gemeente Lemsterland wordt ingetrokken.
4.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en hebben betrekking op de subsidieverstrekking over het kalenderjaar 2015 en volgende jaren.
5.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Sport en bewegen.
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Friese Meren;
gelet op de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren
besluit vast te stellen de Subsidieregeling Verkeersveiligheid
In deze regeling wordt verstaan onder:
•aanvrager: een organisatie die activiteiten verricht in het kader van de bevordering van de veiligheid in het verkeer op de openbare weg;
•beleid verkeer: het meest recente Actieplan gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van De Friese Meren;
•organiserende partij: belangenorganisatie, school of vereniging;
•subsidieontvanger: een natuurlijk persoon die deelneemt aan een verkeersveiligheidstraining of een organisatie die activiteiten verricht in het kader van de bevordering van de veiligheid in het verkeer op de openbare weg;
•uitvoerende organisatie: de organisatie die is aangewezen om de activiteiten daadwerkelijk uit te voeren.
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 7:3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt zoals genoemd en beschreven in het beleid verkeer.
Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 7:3.
De hoogte van de subsidies is vastgelegd in het beleid verkeer.
Wanneer de hoogte van de subsidie niet is vastgelegd in het beleid verkeer is het college bevoegd de hoogte van de subsidie op basis van individuele omstandigheden vast te stellen, één en ander met in achtneming van de subsidieplafonds.
In aanvulling op artikel 6, eerste lid, van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren kan de aanvraag plaatsvinden door op enigerlei wijze contact op te nemen met de ambtenaar die belast is met het verstrekken van subsidies Verkeersveiligheid.
Indien de aanvrager niet tevens subsidieontvanger is, worden tevens de gegevens van de subsidieontvanger verstrekt.
Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren ingediend voordat de activiteiten plaatsvinden.
In aanvulling op artikel 12a van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren geldt de verplichting dat de activiteiten zijn verricht binnen 52 weken na de aanvraag.
In afwijking van artikel 16 van de Algemene Subsidieverordening De Friese Meren wordt de subsidie vastgesteld na afloop van de activiteiten als een (kopie)factuur is verstrekt.
De subsidie wordt betaald aan de subsidieontvanger, tenzij is afgesproken dat de subsidie rechtstreeks betaald dient te worden aan de uitvoerende organisatie.
De Nadere regels Verkeersveiligheid van voormalig gemeente Skarsterlân worden ingetrokken.
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en hebben betrekking op de subsidieverstrekking over het kalenderjaar 2014 en volgende jaren.
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Verkeersveiligheid De Friese Meren.
Voor wat betreft muziekverenigingen gaat het om verenigingen of stichtingen die op amateurkunst basis actief zijn op het terrein van muziek, zoals bijvoorbeeld een harmonieorkest, brassband, drumband, fanfareorkest of showband.
Bij een uitvoering wordt de grens van 50 bezoekers genoemd. Het doel hiervan is om aan te geven aan welke omvang moet worden gedacht. Dit is lastig meetbaar. In een aantal gevallen zal de aanvrager aan moeten geven hoeveel bezoekers worden verwacht. Mocht, bijvoorbeeld tijdens een steekproef, blijken dat het aantal verwachte bezoekers niet overeenkomst met het daadwerkelijke aantal bezoekers, dan wordt een afwijking van maximaal 25% geaccepteerd. Doel van de grens is met name om het concert-aan-huis karakter uit te sluiten. Verder is bewust gekozen voor bezoekers en niet voor betalende bezoekers, omdat optredens bijvoorbeeld ook in opdracht kunnen worden uitgevoerd.
Het optreden c.q. voorstelling moet naar het oordeel van het college openbaar toegankelijk zijn en geen besloten karakter hebben. De volgende zaken vallen hiermee buiten het begrip optreden/voorstelling:
a.Het verlenen van een bijdrage aan een jubileumfeest c.q. receptie;
b.Het verlenen van een bijdrage aan een bruiloft of rouwdienst;
c.Het verlenen van medewerking aan een eigen (kerk) dienst;
d.Het op eigen initiatief en zonder vergoeding verzorgen van optreden.
De volgende activiteiten vallen wel onder het begrip optreden/voorstelling:
a.Het verlenen van een bijdrage bij herdenkingen, zoals Dodenherdenking;
b.Het op verzoek van derden en tegen vergoeding verzorgen van een optreden in de gemeente bij nationale feesten, zoals Koningsdag en Sinterklaas;
c.Een try-out voorstelling of optreden, mits het openbare karakter naar het oordeel van het college voldoende is gewaarborgd.
Voor wat betreft muziekverenigingen gaat het om verenigingen of stichtingen die op amateurkunst basis actief zijn op het terrein van muziek, zoals bijvoorbeeld een harmonieorkest, brassband, drumband, fanfareorkest of showband.
Bij een uitvoering wordt de grens van 50 bezoekers genoemd. Het doel hiervan is om aan te geven aan welke omvang moet worden gedacht. Dit is lastig meetbaar. In een aantal gevallen zal de aanvrager aan moeten geven hoeveel bezoekers worden verwacht. Mocht, bijvoorbeeld tijdens een steekproef, blijken dat het aantal verwachte bezoekers niet overeenkomst met het daadwerkelijke aantal bezoekers, dan wordt een afwijking van maximaal 25% geaccepteerd. Doel van de grens is met name om het concert-aan-huis karakter uit te sluiten. Verder is bewust gekozen voor bezoekers en niet voor betalende bezoekers, omdat optredens bijvoorbeeld ook in opdracht kunnen worden uitgevoerd.
Het optreden c.q. voorstelling moet naar het oordeel van het college openbaar toegankelijk zijn en geen besloten karakter hebben. De volgende zaken vallen hiermee buiten het begrip optreden/voorstelling:
a.Het verlenen van een bijdrage aan een jubileumfeest c.q. receptie;
b.Het verlenen van een bijdrage aan een bruiloft of rouwdienst;
c.Het verlenen van medewerking aan een eigen (kerk) dienst;
d.Het op eigen initiatief en zonder vergoeding verzorgen van optreden.
De volgende activiteiten vallen wel onder het begrip optreden/voorstelling:
a.Het verlenen van een bijdrage bij herdenkingen, zoals Dodenherdenking;
b.Het op verzoek van derden en tegen vergoeding verzorgen van een optreden in de gemeente bij nationale feesten, zoals Koningsdag en Sinterklaas;
c.Een try-out voorstelling of optreden, mits het openbare karakter naar het oordeel van het college voldoende is gewaarborgd.
Het doel van deze subsidiëring is in zijn algemeenheid een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de gemeente. Met de subsidiëring wordt beoogd dat de organisaties voor iedereen toegankelijk zijn, betaalbaar en zoveel mogelijk evenwichtig verspreid over de gemeente.
De gemeente is van mening dat rechtspersoonlijkheid in de vorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid c.q. een stichting past bij amateurorganisaties omdat hiermee o.a. de aansprakelijkheid, financieel beheer, verantwoordelijkheden en doel duidelijk geregeld zijn.
Het doel van deze subsidiëring is in zijn algemeenheid een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de gemeente. Met de subsidiëring wordt beoogd dat de organisaties voor iedereen toegankelijk zijn, betaalbaar en zoveel mogelijk evenwichtig verspreid over de gemeente.
De gemeente is van mening dat rechtspersoonlijkheid in de vorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid c.q. een stichting past bij amateurorganisaties omdat hiermee o.a. de aansprakelijkheid, financieel beheer, verantwoordelijkheden en doel duidelijk geregeld zijn.
Het betrekken van de organisatiekosten bij de systematiek is niet apart meegenomen en maakt onderdeel uit van de maximale basisbijdrage per categorie totaal aantal actieve leden. Het college is van mening dat de verenigingen zelf onderling afspraken kunnen maken over het gebruik van elkaars instrumenten en de bijbehorende kosten in de sfeer van onderhoud en afschrijving.
Wanneer er sprake is van een muziekvereniging die in meerdere categorieën valt, wordt slechts voor één dirigent of instructeur subsidie verleend. Reden hiervan is dat een muziekvereniging meestal uit meerdere orkesten bestaat met verschillende dirigenten (bijvoorbeeld A-orkest, B- orkest, jeugdorkest).
Het betrekken van de organisatiekosten bij de systematiek is niet apart meegenomen en maakt onderdeel uit van de maximale basisbijdrage per categorie totaal aantal actieve leden. Het college is van mening dat de verenigingen zelf onderling afspraken kunnen maken over het gebruik van elkaars instrumenten en de bijbehorende kosten in de sfeer van onderhoud en afschrijving.
Wanneer er sprake is van een muziekvereniging die in meerdere categorieën valt, wordt slechts voor één dirigent of instructeur subsidie verleend. Reden hiervan is dat een muziekvereniging meestal uit meerdere orkesten bestaat met verschillende dirigenten (bijvoorbeeld A-orkest, B- orkest, jeugdorkest).
Honorering van aanvragen geschiedt in volgorde van indiening, waarbij voor de volgorde van indiening de datum van de datum van ontvangst door de gemeente wordt aangehouden.
Wanneer het subsidieplafond is bereikt worden aanvragen voor subsidie geweigerd.
Honorering van aanvragen geschiedt in volgorde van indiening, waarbij voor de volgorde van indiening de datum van de datum van ontvangst door de gemeente wordt aangehouden.
Wanneer het subsidieplafond is bereikt worden aanvragen voor subsidie geweigerd.
•Podiumkunsten: zijn kunsten op het gebied van muziek, muziektheater, dans, toneel, mime, jeugdtheater en combinaties van deze disciplines.
•Professionele kunstenaars: zijn kunstenaars die een beroepsopleiding in één van de podiumkunstrichtingen hebben gevolgd of die beroepsmatig actief zijn met het podiumkunstvak.
•Amateurkunstenaars: zijn podiumkunstenaars die niet beroepsmatig als kunstenaar werkzaam zijn.
•Openbare activiteit: een openbaar toegankelijke uitvoering, die in de pers is aangekondigd en waarbij entree wordt geheven.
•Cultureel project: een eenmalige activiteit of openbare voorstelling, gedurende een afgeronde periode en met een bepaald thema.
•Manifestatie: is qua tijd en opzet een grootschalige, openbare voorstelling van één of meer podiumkunsten.
•Podiumkunsten: zijn kunsten op het gebied van muziek, muziektheater, dans, toneel, mime, jeugdtheater en combinaties van deze disciplines.
•Professionele kunstenaars: zijn kunstenaars die een beroepsopleiding in één van de podiumkunstrichtingen hebben gevolgd of die beroepsmatig actief zijn met het podiumkunstvak.
•Amateurkunstenaars: zijn podiumkunstenaars die niet beroepsmatig als kunstenaar werkzaam zijn.
•Openbare activiteit: een openbaar toegankelijke uitvoering, die in de pers is aangekondigd en waarbij entree wordt geheven.
•Cultureel project: een eenmalige activiteit of openbare voorstelling, gedurende een afgeronde periode en met een bepaald thema.
•Manifestatie: is qua tijd en opzet een grootschalige, openbare voorstelling van één of meer podiumkunsten.
Deze regeling is niet bedoeld voor het subsidiëren van feesten en recepties, zoals bijvoorbeeld de opening van een expositie, een dorpsfeest of een feest ter gelegenheid van een jubileum.
Deze regeling is niet bedoeld voor het subsidiëren van feesten en recepties, zoals bijvoorbeeld de opening van een expositie, een dorpsfeest of een feest ter gelegenheid van een jubileum.
Voor een openbare manifestatie wordt slechts subsidie verstrekt wanneer sprake is van een unieke activiteit. Dit brengt met zich mee dat het bepalen van de hoogte van de subsidie maatwerk is, waarbij rekening moet worden gehouden met het beschikbare budget.
Verder wordt in dit artikel gesproken over een gemeentelijke subsidie van maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,- per activiteit. De subsidiabele kosten worden berekend door de begrote inkomsten, exclusief inkomsten uit overige subsidies/ fondsen/ leningen, van de begrote organisatiekosten af te trekken.
Voor een openbare manifestatie wordt slechts subsidie verstrekt wanneer sprake is van een unieke activiteit. Dit brengt met zich mee dat het bepalen van de hoogte van de subsidie maatwerk is, waarbij rekening moet worden gehouden met het beschikbare budget.
Verder wordt in dit artikel gesproken over een gemeentelijke subsidie van maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,- per activiteit. De subsidiabele kosten worden berekend door de begrote inkomsten, exclusief inkomsten uit overige subsidies/ fondsen/ leningen, van de begrote organisatiekosten af te trekken.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:
•kosten van consumpties voor bezoekers;
•kosten van voorzieningen langer dan de duur van het project/evenement;
•kosten die als niet redelijk worden beoordeeld.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:
•kosten van consumpties voor bezoekers;
•kosten van voorzieningen langer dan de duur van het project/evenement;
•kosten die als niet redelijk worden beoordeeld.
De gedachte achter dat subsidieverstrekking niet langer dan twee jaar voor dezelfde of vergelijkbare activiteit verstrekt kan worden is dat de subsidie gezien moet worden als een stimulans om een culturele activiteit op te starten.
De gedachte achter dat subsidieverstrekking niet langer dan twee jaar voor dezelfde of vergelijkbare activiteit verstrekt kan worden is dat de subsidie gezien moet worden als een stimulans om een culturele activiteit op te starten.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor culturele activiteiten. Volgens artikel 3:7 van deze regeling wordt subsidie niet langer dan twee jaar verstrekt voor dezelfde of vergelijkbare activiteit. Als overgangsbepaling geldt dat wanneer een organisatie in 2014 subsidie heeft ontvangen voor een culturele activiteit, pas 2015 telt als eerste jaar subsidie vanuit deze regeling. De gedachte achter een maximale subsidieverstrekking van twee jaar is dat op deze manier ook nieuwe initiatieven kans maken op subsidiëring uit dit budget.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor culturele activiteiten. Volgens artikel 3:7 van deze regeling wordt subsidie niet langer dan twee jaar verstrekt voor dezelfde of vergelijkbare activiteit. Als overgangsbepaling geldt dat wanneer een organisatie in 2014 subsidie heeft ontvangen voor een culturele activiteit, pas 2015 telt als eerste jaar subsidie vanuit deze regeling. De gedachte achter een maximale subsidieverstrekking van twee jaar is dat op deze manier ook nieuwe initiatieven kans maken op subsidiëring uit dit budget.
De activiteiten die subsidiabel zijn moeten naar het oordeel van het college passen binnen het doel van de subsidieverstrekking, namelijk het bevorderen van het welzijn en maximaliseren van de ontwikkelingskansen.
De activiteiten die subsidiabel zijn moeten naar het oordeel van het college passen binnen het doel van de subsidieverstrekking, namelijk het bevorderen van het welzijn en maximaliseren van de ontwikkelingskansen.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor ouderenactiviteiten. Door het samenvoegen van de subsidieregelingen zijn er voordelige en nadelige gevolgen voor subsidieontvangers, daarom is ervoor gekozen om een overgangsperiode in te voeren. De gedachte achter de harmonisatie is dat de regels voor iedereen gelijk zijn.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor ouderenactiviteiten. Door het samenvoegen van de subsidieregelingen zijn er voordelige en nadelige gevolgen voor subsidieontvangers, daarom is ervoor gekozen om een overgangsperiode in te voeren. De gedachte achter de harmonisatie is dat de regels voor iedereen gelijk zijn.
De activiteiten die subsidiabel zijn moeten naar het oordeel van het college passen binnen het doel van de subsidieverstrekking, namelijk het bevorderen van het welzijn en maximaliseren van de ontwikkelingskansen.
De activiteiten die subsidiabel zijn moeten naar het oordeel van het college passen binnen het doel van de subsidieverstrekking, namelijk het bevorderen van het welzijn en maximaliseren van de ontwikkelingskansen.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor jongerenactiviteiten. Door het samenvoegen van de subsidieregelingen zijn er voordelige en nadelige gevolgen voor subsidieontvangers, daarom is ervoor gekozen om een overgangsperiode in te voeren. De gedachte achter de harmonisatie is dat de regels voor iedereen gelijk zijn.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor jongerenactiviteiten. Door het samenvoegen van de subsidieregelingen zijn er voordelige en nadelige gevolgen voor subsidieontvangers, daarom is ervoor gekozen om een overgangsperiode in te voeren. De gedachte achter de harmonisatie is dat de regels voor iedereen gelijk zijn.
De gemeente streeft een hoogwaardige sportinfrastructuur na opdat:
•De inwoners van de gemeente de mogelijkheid wordt geboden om op een verantwoorde wijze en overeenkomstig eigen aanleg en behoefte sport- en beweegactiviteiten te beoefenen;
•De maatschappelijke betekenis van sport en bewegen (sport en bewegen als middel) optimaal benut wordt.
De gemeente streeft een hoogwaardige sportinfrastructuur na opdat:
•De inwoners van de gemeente de mogelijkheid wordt geboden om op een verantwoorde wijze en overeenkomstig eigen aanleg en behoefte sport- en beweegactiviteiten te beoefenen;
•De maatschappelijke betekenis van sport en bewegen (sport en bewegen als middel) optimaal benut wordt.
Sport- en beweegorganisaties, die trainingen verzorgen voor de jeugd en die de bevoegdheid van het kader dat deze jeugd traint, stimuleren, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie.
Een jeugdlid dat door de sport- en beweegorganisatie wordt aangedragen voor subsidie telt eenmaal mee; ook als hij/zij meerdere wekelijkse trainingen volgt.
Het basisbedrag behorende bij deze subsidie is een algemeen bedrag per sport- en beweegorganisatie van € 80,00 en een basisbedrag van € 2,50 per lid/deelnemer. Dit basisbedrag per lid/deelnemer wordt vermenigvuldigd met de factor 1, 1½, 2 of 3 al naar gelang de bevoegdheid van de trainer hoger is.
•Factor 1: trainer zonder enige erkende bevoegdheid.
•Factor 1½: trainer die een sporttechnische opleiding heeft afgerond met maximale duur van 75 lesuren (basisopleiding).
•Factor 2: trainer die een sporttechnische opleiding heeft afgerond met duur van 76 tot 200 lesuren (voortgezette opleidingen).
•Factor 3: trainer met een afgeronde sporttechnische opleiding met een minimale duur van 200 lesuren (hoogste bondsdiploma, CIOS of akte lichamelijke opvoeding).
Sport- en beweegorganisaties, die trainingen verzorgen voor de jeugd en die de bevoegdheid van het kader dat deze jeugd traint, stimuleren, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie.
Een jeugdlid dat door de sport- en beweegorganisatie wordt aangedragen voor subsidie telt eenmaal mee; ook als hij/zij meerdere wekelijkse trainingen volgt.
Het basisbedrag behorende bij deze subsidie is een algemeen bedrag per sport- en beweegorganisatie van € 80,00 en een basisbedrag van € 2,50 per lid/deelnemer. Dit basisbedrag per lid/deelnemer wordt vermenigvuldigd met de factor 1, 1½, 2 of 3 al naar gelang de bevoegdheid van de trainer hoger is.
•Factor 1: trainer zonder enige erkende bevoegdheid.
•Factor 1½: trainer die een sporttechnische opleiding heeft afgerond met maximale duur van 75 lesuren (basisopleiding).
•Factor 2: trainer die een sporttechnische opleiding heeft afgerond met duur van 76 tot 200 lesuren (voortgezette opleidingen).
•Factor 3: trainer met een afgeronde sporttechnische opleiding met een minimale duur van 200 lesuren (hoogste bondsdiploma, CIOS of akte lichamelijke opvoeding).
Op basis van het jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Actieplan gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid kunnen organisaties en burgers een financiële bijdrage aanvragen voor activiteiten in het kader van de bevordering van de verkeersveiligheid.
De subsidies in het kader van Verkeersveiligheid worden wisselend door uitvoerende organisatie en organiserende partijen aangevraagd.
Voorbeeld: een school wil deelnemen aan de ANWB Streetwise campagne. De school is hierbij de organiserende partij en de ANWB de uitvoerende organisatie.
Deze werkwijze brengt met zich mee dat de gemeente De Friese Meren als subsidiërende instantie regelmatig rechtstreeks de factuur ontvangt van de uitvoerende organisatie terwijl de subsidie formeel gezien wordt verstrekt aan de organiserende partij. In deze situatie wordt de subsidie wel formeel verstrekt aan de organiserende partij maar kan deze rechtsreeks betaald worden aan de uitvoerende organisatie.
Daarnaast zijn er uitvoerende organisaties (bijvoorbeeld Stichting Bevordering Verkeerseducatie te Leeuwarden) die bij de gemeente De Friese Meren melden dat een natuurlijk persoon heeft deelgenomen aan een verkeersveiligheidstraining. Op basis van het Actieplan kan de deelnemer mogelijk aanspraak maken op een bijdrage in de kosten. De gemeente betaalt, na overlegging van bewijsstukken, de vastgestelde bijdrage aan de deelnemer.
Op basis van het jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Actieplan gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid kunnen organisaties en burgers een financiële bijdrage aanvragen voor activiteiten in het kader van de bevordering van de verkeersveiligheid.
De subsidies in het kader van Verkeersveiligheid worden wisselend door uitvoerende organisatie en organiserende partijen aangevraagd.
Voorbeeld: een school wil deelnemen aan de ANWB Streetwise campagne. De school is hierbij de organiserende partij en de ANWB de uitvoerende organisatie.
Deze werkwijze brengt met zich mee dat de gemeente De Friese Meren als subsidiërende instantie regelmatig rechtstreeks de factuur ontvangt van de uitvoerende organisatie terwijl de subsidie formeel gezien wordt verstrekt aan de organiserende partij. In deze situatie wordt de subsidie wel formeel verstrekt aan de organiserende partij maar kan deze rechtsreeks betaald worden aan de uitvoerende organisatie.
Daarnaast zijn er uitvoerende organisaties (bijvoorbeeld Stichting Bevordering Verkeerseducatie te Leeuwarden) die bij de gemeente De Friese Meren melden dat een natuurlijk persoon heeft deelgenomen aan een verkeersveiligheidstraining. Op basis van het Actieplan kan de deelnemer mogelijk aanspraak maken op een bijdrage in de kosten. De gemeente betaalt, na overlegging van bewijsstukken, de vastgestelde bijdrage aan de deelnemer.
Voor wat betreft muziekverenigingen gaat het om verenigingen of stichtingen die op amateurkunst basis actief zijn op het terrein van muziek, zoals bijvoorbeeld een harmonieorkest, brassband, drumband, fanfareorkest of showband.
Bij een uitvoering wordt de grens van 50 bezoekers genoemd. Het doel hiervan is om aan te geven aan welke omvang moet worden gedacht. Dit is lastig meetbaar. In een aantal gevallen zal de aanvrager aan moeten geven hoeveel bezoekers worden verwacht. Mocht, bijvoorbeeld tijdens een steekproef, blijken dat het aantal verwachte bezoekers niet overeenkomst met het daadwerkelijke aantal bezoekers, dan wordt een afwijking van maximaal 25% geaccepteerd. Doel van de grens is met name om het concert-aan-huis karakter uit te sluiten. Verder is bewust gekozen voor bezoekers en niet voor betalende bezoekers, omdat optredens bijvoorbeeld ook in opdracht kunnen worden uitgevoerd.
Het optreden c.q. voorstelling moet naar het oordeel van het college openbaar toegankelijk zijn en geen besloten karakter hebben. De volgende zaken vallen hiermee buiten het begrip optreden/voorstelling:
a.Het verlenen van een bijdrage aan een jubileumfeest c.q. receptie;
b.Het verlenen van een bijdrage aan een bruiloft of rouwdienst;
c.Het verlenen van medewerking aan een eigen (kerk) dienst;
d.Het op eigen initiatief en zonder vergoeding verzorgen van optreden.
De volgende activiteiten vallen wel onder het begrip optreden/voorstelling:
a.Het verlenen van een bijdrage bij herdenkingen, zoals Dodenherdenking;
b.Het op verzoek van derden en tegen vergoeding verzorgen van een optreden in de gemeente bij nationale feesten, zoals Koningsdag en Sinterklaas;
c.Een try-out voorstelling of optreden, mits het openbare karakter naar het oordeel van het college voldoende is gewaarborgd.
Het doel van deze subsidiëring is in zijn algemeenheid een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de gemeente. Met de subsidiëring wordt beoogd dat de organisaties voor iedereen toegankelijk zijn, betaalbaar en zoveel mogelijk evenwichtig verspreid over de gemeente.
De gemeente is van mening dat rechtspersoonlijkheid in de vorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid c.q. een stichting past bij amateurorganisaties omdat hiermee o.a. de aansprakelijkheid, financieel beheer, verantwoordelijkheden en doel duidelijk geregeld zijn.
Het betrekken van de organisatiekosten bij de systematiek is niet apart meegenomen en maakt onderdeel uit van de maximale basisbijdrage per categorie totaal aantal actieve leden. Het college is van mening dat de verenigingen zelf onderling afspraken kunnen maken over het gebruik van elkaars instrumenten en de bijbehorende kosten in de sfeer van onderhoud en afschrijving.
Wanneer er sprake is van een muziekvereniging die in meerdere categorieën valt, wordt slechts voor één dirigent of instructeur subsidie verleend. Reden hiervan is dat een muziekvereniging meestal uit meerdere orkesten bestaat met verschillende dirigenten (bijvoorbeeld A-orkest, B- orkest, jeugdorkest).
Honorering van aanvragen geschiedt in volgorde van indiening, waarbij voor de volgorde van indiening de datum van de datum van ontvangst door de gemeente wordt aangehouden.
Wanneer het subsidieplafond is bereikt worden aanvragen voor subsidie geweigerd.
•Podiumkunsten: zijn kunsten op het gebied van muziek, muziektheater, dans, toneel, mime, jeugdtheater en combinaties van deze disciplines.
•Professionele kunstenaars: zijn kunstenaars die een beroepsopleiding in één van de podiumkunstrichtingen hebben gevolgd of die beroepsmatig actief zijn met het podiumkunstvak.
•Amateurkunstenaars: zijn podiumkunstenaars die niet beroepsmatig als kunstenaar werkzaam zijn.
•Openbare activiteit: een openbaar toegankelijke uitvoering, die in de pers is aangekondigd en waarbij entree wordt geheven.
•Cultureel project: een eenmalige activiteit of openbare voorstelling, gedurende een afgeronde periode en met een bepaald thema.
•Manifestatie: is qua tijd en opzet een grootschalige, openbare voorstelling van één of meer podiumkunsten.
Deze regeling is niet bedoeld voor het subsidiëren van feesten en recepties, zoals bijvoorbeeld de opening van een expositie, een dorpsfeest of een feest ter gelegenheid van een jubileum.
Voor een openbare manifestatie wordt slechts subsidie verstrekt wanneer sprake is van een unieke activiteit. Dit brengt met zich mee dat het bepalen van de hoogte van de subsidie maatwerk is, waarbij rekening moet worden gehouden met het beschikbare budget.
Verder wordt in dit artikel gesproken over een gemeentelijke subsidie van maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,- per activiteit. De subsidiabele kosten worden berekend door de begrote inkomsten, exclusief inkomsten uit overige subsidies/ fondsen/ leningen, van de begrote organisatiekosten af te trekken.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:
•kosten van consumpties voor bezoekers;
•kosten van voorzieningen langer dan de duur van het project/evenement;
•kosten die als niet redelijk worden beoordeeld.
De gedachte achter dat subsidieverstrekking niet langer dan twee jaar voor dezelfde of vergelijkbare activiteit verstrekt kan worden is dat de subsidie gezien moet worden als een stimulans om een culturele activiteit op te starten.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor culturele activiteiten. Volgens artikel 3:7 van deze regeling wordt subsidie niet langer dan twee jaar verstrekt voor dezelfde of vergelijkbare activiteit. Als overgangsbepaling geldt dat wanneer een organisatie in 2014 subsidie heeft ontvangen voor een culturele activiteit, pas 2015 telt als eerste jaar subsidie vanuit deze regeling. De gedachte achter een maximale subsidieverstrekking van twee jaar is dat op deze manier ook nieuwe initiatieven kans maken op subsidiëring uit dit budget.
De activiteiten die subsidiabel zijn moeten naar het oordeel van het college passen binnen het doel van de subsidieverstrekking, namelijk het bevorderen van het welzijn en maximaliseren van de ontwikkelingskansen.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor ouderenactiviteiten. Door het samenvoegen van de subsidieregelingen zijn er voordelige en nadelige gevolgen voor subsidieontvangers, daarom is ervoor gekozen om een overgangsperiode in te voeren. De gedachte achter de harmonisatie is dat de regels voor iedereen gelijk zijn.
De activiteiten die subsidiabel zijn moeten naar het oordeel van het college passen binnen het doel van de subsidieverstrekking, namelijk het bevorderen van het welzijn en maximaliseren van de ontwikkelingskansen.
Vanuit de voormalige fusiegemeenten werden subsidies verstrekt met een structureel karakter voor jongerenactiviteiten. Door het samenvoegen van de subsidieregelingen zijn er voordelige en nadelige gevolgen voor subsidieontvangers, daarom is ervoor gekozen om een overgangsperiode in te voeren. De gedachte achter de harmonisatie is dat de regels voor iedereen gelijk zijn.
De gemeente streeft een hoogwaardige sportinfrastructuur na opdat:
•De inwoners van de gemeente de mogelijkheid wordt geboden om op een verantwoorde wijze en overeenkomstig eigen aanleg en behoefte sport- en beweegactiviteiten te beoefenen;
•De maatschappelijke betekenis van sport en bewegen (sport en bewegen als middel) optimaal benut wordt.
Sport- en beweegorganisaties, die trainingen verzorgen voor de jeugd en die de bevoegdheid van het kader dat deze jeugd traint, stimuleren, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie.
Een jeugdlid dat door de sport- en beweegorganisatie wordt aangedragen voor subsidie telt eenmaal mee; ook als hij/zij meerdere wekelijkse trainingen volgt.
Het basisbedrag behorende bij deze subsidie is een algemeen bedrag per sport- en beweegorganisatie van € 80,00 en een basisbedrag van € 2,50 per lid/deelnemer. Dit basisbedrag per lid/deelnemer wordt vermenigvuldigd met de factor 1, 1½, 2 of 3 al naar gelang de bevoegdheid van de trainer hoger is.
•Factor 1: trainer zonder enige erkende bevoegdheid.
•Factor 1½: trainer die een sporttechnische opleiding heeft afgerond met maximale duur van 75 lesuren (basisopleiding).
•Factor 2: trainer die een sporttechnische opleiding heeft afgerond met duur van 76 tot 200 lesuren (voortgezette opleidingen).
•Factor 3: trainer met een afgeronde sporttechnische opleiding met een minimale duur van 200 lesuren (hoogste bondsdiploma, CIOS of akte lichamelijke opvoeding).
Op basis van het jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Actieplan gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid kunnen organisaties en burgers een financiële bijdrage aanvragen voor activiteiten in het kader van de bevordering van de verkeersveiligheid.
De subsidies in het kader van Verkeersveiligheid worden wisselend door uitvoerende organisatie en organiserende partijen aangevraagd.
Voorbeeld: een school wil deelnemen aan de ANWB Streetwise campagne. De school is hierbij de organiserende partij en de ANWB de uitvoerende organisatie.
Deze werkwijze brengt met zich mee dat de gemeente De Friese Meren als subsidiërende instantie regelmatig rechtstreeks de factuur ontvangt van de uitvoerende organisatie terwijl de subsidie formeel gezien wordt verstrekt aan de organiserende partij. In deze situatie wordt de subsidie wel formeel verstrekt aan de organiserende partij maar kan deze rechtsreeks betaald worden aan de uitvoerende organisatie.
Daarnaast zijn er uitvoerende organisaties (bijvoorbeeld Stichting Bevordering Verkeerseducatie te Leeuwarden) die bij de gemeente De Friese Meren melden dat een natuurlijk persoon heeft deelgenomen aan een verkeersveiligheidstraining. Op basis van het Actieplan kan de deelnemer mogelijk aanspraak maken op een bijdrage in de kosten. De gemeente betaalt, na overlegging van bewijsstukken, de vastgestelde bijdrage aan de deelnemer.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-37361.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.