Trasurystatuut

De raad der gemeente Rheden;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 20 januari 2014;

gelet op artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet, de Wet financiering decentrale overheden en de Wet regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden;

b e s l u i t :

vast te stellen het navolgende Treasurystatuut.

BEGRIPPEN EN DOELSTELLINGEN

Artikel 1 Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

  • -Daggeldrente: de daggeldrente is de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt door een panel van banken (EONIA, afgerond op 2 decimalen).

  • -Derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

  • -Financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

  • -Financieringsparagraaf: paragraaf in de begroting en jaarrekening waarin de beleidskaders van het Treasurystatuut worden vertaald in beleidsvoornemens (begroting) en realisatie (jaarrekening).

  • -Geldstromenbeheer: al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

  • -Intern liquiditeitsrisico: de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

  • -Kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar).

  • -Koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

  • -Kredietrisico: de risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.

  • -Liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.

  • -Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.

  • -Openbaar lichaam: een bestuursorgaan met rechtspersoon, zijnde de staat, zijn territoriale lichamen, publiekrechtelijke instellingen en verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of meer van deze publiekrechtelijke instellingen.

  • -Rating: de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier.

  • -Renterisico: het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

  • -Renterisiconorm: een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden.

  • -Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.

  • -Rentevisie: toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling.

  • -Saldobeheer: het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

  • -Solvabiliteitsratio van 0%: status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een onderneming kan worden toegekend.

  • -Treasuryfunctie: de treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.

  • -Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

Artikel 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie

De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:

  • 1Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.

  • 2Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.

  • 3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

  • 4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

RISICOBEHEER

Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ‘publieke taak’ uitsluitend verstrekken binnen de uitgangspunten van risicobeheer zoals deze blijken uit artikel 6

    lid 2. Voor de vraag of sprake is van een ‘publieke taak’ zijn de doelstellingen, zoals opgenomen in de programmabegroting, bepalend.

  • 2De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit Treasurystatuut.

  • 3Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de gemeente het advies in van een externe onafhankelijke adviseur.

Artikel 4 Renterisicobeheer

De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido.

De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido.

Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning.

De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.

De rentevisie van de gemeente wordt in de financieringsparagraaf van de begroting uiteengezet en indien noodzakelijk tussentijds bijgesteld.

Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen/uitzettingen.

Artikel 5 Koersrisicobeheer

De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, hierbij geldt als uitgangspunt de hoofdsomgarantie.

Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.

Artikel 6 Kredietrisicobeheer

a Het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury tot en met 3 maanden vindt uitsluitend plaats bij financiële ondernemingen met ten minste een A-rating van één van de volgende erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;

b uitzettingen van langer dan 3 maanden worden alleen gedaan bij een financiële onderneming met een rating van AA toegekend door minimaal twee van de drie erkende ratingbureaus (Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA).

Bij het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. In de financieringsparagraaf van de begroting wordt de publieke taak nader ingevuld en worden de voorwaarden waaronder leningen en garanties worden verstrekt, nader uitgewerkt.

Voor elk voornemen tot het verstrekken van een lening of garantie geeft de afdeling Bedrijfsvoering, een (financieel) advies waarbij de financiële positie en de kredietwaardigheid van de ‘vragende’ partij wordt beoordeeld.

Het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury vindt uitsluitend plaats bij financiële ondernemingen waarvan het land van vestiging tot de Europese Economische Ruimte behoort, (EU + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) en het land een minimale creditlandenrating van AA heeft, toegekend door minimaal twee van de drie erkende ratingsbureaus (Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA).

Tijdelijke overtollige gelden van aangetrokken leningen voor projectfinanciering worden uitsluitend uitgezet bij de financiële onderneming waar de leningen zijn aangegaan. Hiervoor wordt een netting-overereenkomst gesloten, zodat bij niet nakomen van de verplichtingen, vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen worden weggestreept. Indien een dergelijke overeenkomst niet is afgesloten, moet de financiële onderneming voldoen aan de rating vereisten zoals vermeld in artikel 6 lid 1 en 4.

Artikel 7 Intern liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 3 jaar.

Artikel 8 Valutarisicobeheer

De gemeente sluit valutarisico’s uit door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Nederlandse geldeenheid.

SCHATKISTBANKIEREN

Artikel 9 Overtollige liquide middelen

Er mogen uitsluitend ten behoeve van de publieke taak leningen worden aangegaan, middelen worden uitgezet of garanties worden verleend. Voor het overige worden de liquide middelen in ’s Rijks schatkist aangehouden. Deze middelen blijven te allen tijde beschikbaar voor de publieke taak.

In afwijking van het eerste lid, kunnen liquide middelen in de vorm van leningen worden uitgezet bij openbare lichamen. Met uitzondering van openbare lichamen waarvan de gemeente Rheden met het financiële toezicht is belast.

Artikel 10 Uitzonderingen

  • 1Uitgezonderd van het verplicht aanhouden in de schatkist zijn de volgende middelen:

    • amiddelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag, zoals bedoeld in het tweede lid, niet te boven gaan;

    • bmiddelen op een G-rekening als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 van het Rijk.

  • 2Het drempelbedrag genoemd in lid 1a wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van de gemeente Rheden. Indien het begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000,00 bedraagt. Indien het begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is, is het drempelbedrag gelijk aan € 3,75 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

  • 3Het drempelbedrag wordt jaarlijks in de financieringsparagraaf van de begroting opgenomen.

  • 4Over de benutting van het drempelbedrag wordt bij het jaarverslag gerapporteerd over de benutting per kwartaal.

  • 5Middelen van derden vallen buiten het schatkistbankieren; het zijn geen middelen van de gemeente Rheden.

  • 6Voor de uitgezonderde middelen gelden de reguliere regels rondom uitzettingen zoals ze verder in deze verordening staan.

GEMEENTEFINANCIERING

Artikel 11 Financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.

  • 2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, teneinde de renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren.

  • 3De gemeente vraagt offertes op bij tenminste 1 onderneming alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten.

Artikel 12 Langlopende uitzettingen

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie en voorzover niet in conflict met artikel 9 en 10, voor een periode van één jaar en langer gelden, naast de voorwaarden van artikel 3, 4, 5, en 6, dat de gemeente bij tenminste 1 onderneming een offerte vraagt alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan.

Middelen die aangehouden worden bij de schatkist, mogen binnen de schatkist geplaatst worden op een depositorekening. De looptijd hiervan is minimaal 2 dagen en maximaal 30 jaar met de mogelijkheid tot vervroegd vrijvallen tegen de actuele marktwaarde, zoals berekend in bijlage 1 van de Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden van het Rijk.

Artikel 13 Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de 3 jaar beoordeeld.

  • 2Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6 lid 1.

  • 3Financiële ondernemingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.

  • 4Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

KASBEHEER

Artikel 14 Geldstromenbeheer

Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:

  • 1het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

  • 2het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.

Artikel 15 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • 1de gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities welke voldoet aan de in artikel 6 lid 1 gestelde eisen;

  • 2indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt -conform artikel 4 lid 1- de kasgeldlimiet niet overschreden;

  • 3toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;

  • 4toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito’s, commercial papers en certificates of deposit. De instrumenten dienen te voldoen aan artikel 5 lid 1;

  • 5het is niet toegestaan om middelen aan te trekken enkel met doel deze middelen uit te zetten teneinde een hoger rendement te verkrijgen.

  • 6de gemeente vraagt bij ten minste 1 onderneming een offerte op alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.

ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INFORMATIEVOORZIENING

Artikel 16 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1eenduidige schriftelijke vastlegging van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten;

  • 2schriftelijke vastlegging van bevoegdheden via delegatie en mandaat;

  • 3functiescheiding bij treasuryactiviteiten met als belangrijkste voorwaarden:

  • aiedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);

  • bde uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

  • cde uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

  • 4Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties.

  • 5Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.

  • 6Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle.

Artikel 17 Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden van de raad en het college met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente zijn in onderstaande tabel nader uitgewerkt.

Functie

Verantwoordelijkheden

Delegatie

Raad

-Het vaststellen van het Treasurystatuut

-Het houden van toezicht op het treasurybeleid

-Het evalueren van het treasurybeleid

De raad delegeert de uitvoering van het treasurybeleid conform het statuut aan het college

College

-Stelt het treasurybeleid op en legt dit vast in een Treasurystatuut

-Legt verantwoording af aan de raad over het te voeren/uitgevoerde treasurybeleid

-De uitvoering van het treasurybeleid en ziet toe op een transparante functiescheiding bij de uitvoering

Het college geeft zonodig een nadere uitwerking van het treasurybeleid in de vorm van uitvoeringsrichtlijnen

Artikel 18 Informatievoorziening

De beleidsmatige informatie over de invulling van de treasuryfunctie wordt opgenomen in de financieringsparagraaf van de begroting. In het jaarverslag legt het college verantwoording af over de resultaten van het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie.

In de financieringsparagraaf van de begroting doet het college in ieder geval verslag van:

de algemene ontwikkelingen;

de doelstellingen en uitgangspunten van de treasuryfunctie;

het beleid inzake risicobeheer;

het beleid inzake de gemeentefinanciering;

de financieringspositie van de gemeente;

de financieringslasten en de renterisico’s;

het drempelbedrag zoals beschreven staat in artikel 10.

In de financieringsparagraaf van het jaarverslag legt het college verantwoording af over de resultaten van het gevoerde beleid zoals is opgenomen in de financieringsparagraaf van de begroting.

Artikel 19 Overgangsbepaling

Het schatkistbankieren heeft geen gevolgen voor de middelen die voor 4 juni 2012, 18.00 uur zijn uitgezet met een looptijd die eindigt na de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Ten aanzien van deze middelen blijven de regels gelden die van toepassing waren op het moment dat zij werden uitgezet tot het moment waarop de looptijd eindigt of zoveel eerder als zij worden geliquideerd voordat de looptijd eindigt.

Het drempelbedrag voor 2014 is 0,75% * € 109.279.000,00 = € 819.593,00.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Dit Treasurystatuut treedt één dag na publicatie in werking.

Het Treasurystatuut vastgesteld d.d. 1 december 2011 wordt gelijktijdig ingetrokken.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 februari 2014, nr. 4.

De Steeg, 25 februari 2014

De raad voornoemd,

voorzitter.

giffier.

Naar boven