Verzamelmandaat wijziging bestuurlijk stelsel -2-(3B, 2014, 58)

Afdeling 3B

Nummer 58

Publicatiedatum 8 april 2014

Onderwerp

Verzamelmandaat wijziging bestuurlijk stelsel -2-

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

  • 1.In verband met de invoering van het nieuwe bestuurlijk stelsel, voor de bevoegdheden die voorheen door de dagelijks besturen van de stadsdelen werden uitgeoefend en die vanaf 19 maart terugvallen aan het college:

    • a.mandaat te verlenen aan de betreffende dienstdirecteur;

    • b.de betreffende dienstdirecteur toe te staan ondermandaat te verlenen.

  • 2.In verband met het besluit onder 1 worden de dienstspecifieke mandaat-besluiten van de volgende diensten vastgesteld zoals in de bijlage is opgenomen:

    • a.Waternet (bijlage 1)

    • b.DFM (bijlage 2)

    • c.DIVV (bijlage 3)

    • d.DMO (bijlage 4)

    • e.DRO (bijlage 5)

    • f.DWZS (bijlage 6)

  • 3.De burgemeester te mandateren om eventuele aanvullende bevoegdheden die nog geen plaats hebben gekregen in bijgevoegde mandaatbesluiten in de betreffende dienstspecifieke mandaatbesluiten op te nemen en deze besluiten namens het college te tekenen.

  • 4.In verband met de invoering van het nieuwe bestuurlijk stelsel inzake het afhandelen van de lopende bestuursrechtelijke procedures voor de bevoegdheden die voorheen door de dagelijks besturen van de stadsdelen werden uitgeoefend en die vanaf 19 maart terugvallen aan het college tot 1 juli 2014 bijgaande procesmachtigingen verlenen aan de ambtenaren van de stadsdelen (bijlage 7).

  • 5.De burgemeester te mandateren om eventuele aanvullende namen van ambtenaren en voorwaarden in de procesmachtigingen op te nemen en deze namens het college te tekenen.

  • 6.Dat alle benoemings- en aanwijzingsbesluiten in het kader van de uitvoering van het toezicht en de handhaving, alle benoemings- en aanwijzingsbesluiten in het kader van de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, alle uitvoeringsregelingen gemeentelijke belastingen en alle mandaatbesluiten gemeentelijke belastingen die door de dagelijks besturen van de stadsdelen zijn genomen en op 18 maart 2014 van kracht zijn, worden geacht te zijn genomen door het college.

  • 7.Te bepalen dat de onder 1, 2, 4 en 6 genoemde besluiten op 19 maart 2014 in werking treden.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Bijlage 1: geconsolideerd mandaatbesluit Waternet

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Overwegende:

• dat op 19 maart 2014 de Wet tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen in werking treedt en dat de stadsdelen dan in de vorm van deelgemeenten ophouden te bestaan;

• er in verband met deze wet een nieuw bestuurlijk stelsel in Amsterdam wordt ingevoerd waarbij voor elk stadsdeel een bestuurscommissie wordt ingesteld en aan deze bestuurscommissies minder taken en bevoegdheden worden toegekend dan voorheen bij de stadsdelen als deelgemeenten waren belegd;

• Waternet door hun College is/wordt belast met de uitvoering op het binnenwater van het bepaalde in de Wrakkenwet, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Binnenvaartwet, het Besluit administratieve bepalingen scheepvaart en in de Vob 2010 voor zover deze bevoegdheden niet zijn overgedragen aan de bestuurscommissies;

• dat het uit een oogpunt van efficiënte bedrijfsvoering ter uitvoering van de Wrakkenwet, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Binnenvaartwet, het Besluit administratieve bepalingen scheepvaart en de Vob 2010 wenselijk en noodzakelijk is mandaat respectievelijk machtiging te verlenen aan de algemeen directeur van Waternet en diens plaatsvervanger;

• dat het voor een adequate handhaving gewenst en noodzakelijk is functionarissen van Waternet aan te wijzen als toezichthouder en opsporingsambtenaren Vob 2010;

• dat hun College het bevoegd gezag en nautisch vaarwegbeheerder is van wateren binnen de gemeentegrenzen met uitzondering van het gebied zoals vermeld op de kaartbijlage behorende bij de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (Gemeenteblad 1997, afd. 3 nr.40; bijlage 1);

• dat hun College Waternet onder meer heeft belast met dit nautisch vaarwegbeheer inhoudende het handhaven van de orde en veiligheid op het binnenwater in het kader van onder andere de SVW, de Binnenvaartwet en het BPR;

• dat het voor een adequate uitvoering van de in de SVW en de in het BPR neergelegde bevoegdheden en verantwoordelijkheden nodig is de daartoe in aanmerking komende ambtenaren, werkzaam bij Waternet aan te wijzen als bevoegde autoriteit en als bevoegde personen tot het geven van verkeersaanwijzingen en -informatie;

• dat het voor een adequate handhaving gewenst en noodzakelijk is functionarissen van Waternet aan te wijzen als opsporingsambtenaren en/of als toezichthouder SVW;

Gelet op:

• artikel 125 van de Gemeentewet juncto de afdelingen 5.2, 5.3 en 5.4 Awb;

• artikelen 10:1 tot en met 10:12 Awb;

• de Vob 2010 (Gemeenteblad 2013, afd. 3A, nr. 194/744)

• artikel 5, eerste lid, sub b, van het Vaststellingsbesluit BPR (besluit van 26 oktober 1983; Staatsblad 1983, nr. 682);

• de SVW;

• artikel 9 van de SVW en artikel 2 van het Besluit verkeersinformatie en aanwijzingen scheepvaartverkeer van 4 december 2002 (Staatsblad 2003, nr. 7);

• artikel 40 Binnenvaartwet (Staatsblad 2009, nr.164)

• Wrakkenwet (Staatsblad 1934, 401);

• het Jaarmandaat van het college van B&W d.d. 10 december 2013 (nr. BD2013-012539) aan de algemeen directeur van Waternet ;

• de verordening tot het verlenen van alleenrecht aan Waternet betreffende de binnenwaterbeheertaken (Gemeenteblad 2010, afd. 3A, nr. 202/433).

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

  • I.in te trekken hun besluit van 30-11-2010 (Mandatering van bevoegdheden aan de algemeen directeur van de Stichting Waternet en aanwijzingen medewerkers BBA als bevoegde autoriteit, opsporingsambtenaren en toezichthouders op grond van diverse wet - en regelgeving (Scheepvaartverkeerswet (SVW), Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Verordening op de haven en het binnenwater 2010 (Vob 2010) etc.), gepubliceerd op 3 december 2010, Gemeenteblad 2010, afd. 3B, nr. 193;

  • II.te mandateren respectievelijk machtiging te verlenen aan de algemeen directeur van Waternet en diens plaatsvervanger de hierna volgende bevoegdheden:

  • a.Verordening op het binnenwater 2010 (Vob 2010)

    • 1.het geven van aanwijzingen op grond van artikel 1.2.9;

    • 2.het besluiten op aanvragen van vergunningen, ontheffingen of vrijstellingen op grond van de Vob 2010 met inbegrip van het het verbinden van voorschriften en beperkingen aan de vergunningen, ontheffingen of vrijstellingen met uitzondering van:

• het stellen van nadere regels

• het aanwijzen van categorieën van objecten (artikel 2.5.2)

• besluiten op grond van 2.3.5, vierde lid (ontheffing op grond van de zogeheten oud-schippersregeling)

• besluiten op grond van de artikelen 3.2.1 tot en met 3.2.5 en 3.2.7 en 3.2.8 en 3.3.4 tot en met 3.6.3 (vallende onder de werkzaamheden van de Haven Amsterdam.

  • b.Algemene wet bestuursrecht

    • 1.bestuursdwang en dwangsom

Het uitvaardigen van beschikkingen tot bestuursdwang, het (doen) treffen van maatregelen ter toepassing van bestuursdwang en het (doen) opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in de afdelingen 5.3 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht ten behoeve van het beëindigen van overtredingen van de bepalingen van de Vob 2010, SVW en BPR alsmede het nemen van invorderings- en executiemaatregelen overeenkomstig de artikelen 5:33 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht in verband daarmee.

  • 2.het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld (art. 4:5);

  • 3.het beslissen dat een aanvrager of derdebelanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen (art. 4:11);

  • 4.het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag (art. 4:14);

  • 5.het aanwijzen van toezichthouders als bedoeld in art. 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover de dienst of het bedrijf is belast met de uitvoering van een wettelijke regeling op grond waarvan toezichthouders kunnen worden aangewezen.

    • c.Wrakkenwet

  • 1.het op grond van artikel 1 nemen van besluiten tot opruiming van in openbaar water gestrande, gezonken of vastgeraakte vaartuigen of overblijfselen daarvan en andere voorwerpen;

  • 2.het op grond van artikel 2 doen van aankondigingen van dat opruimen aan de belanghebbenden of het verlenen van een vergunning zoals bedoeld in artikel 2 lid 2;

  • 3.het op grond van artikel 3 doen van kennisgevingen daaromtrent in een of meer nieuwsbladen

  • 4.het geven van een vergunning zoals bedoeld in artikel 4;

  • 5.het op grond van artikel 6 het verkopen van al hetgeen geborgen wordt.

    • d.de nautische taken en bevoegdheden zoals genoemd in:

  • 1.de Scheepvaartverkeerswet;

  • 2.het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;

  • 3.de Binnenvaartpolitiereglement en

    • III.te bepalen dat de algemeen directeur van Waternet jaarlijks, al dan niet door middel van een separaat jaarverslag, verslag doet aan ons College over deze gemandateerde bevoegdheden;

    • IV.te bepalen dat het de algemeen directeur van Waternet en diens plaatsvervanger is toegestaan om ten aanzien van de onder II vermelde bevoegdheden ondermandaat c.q. ondermachtiging te verlenen aan door hen aan te wijzen functionarissen werkzaam bij Waternet met inachtneming van de door hen daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen;

    • V.aan te wijzen

    • a.als toezichthouder als bedoeld in artikel 4.2 Vob 2010 en

    • b.als opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 4.3 Vob 2010:

de Handhaver werkzaam bij afdeling Handhaving van de sector Klant, Markt & Relaties van Waternet;

VI.aan te wijzen als bevoegde autoriteit in de zin van het BPR de hierna genoemde functionarissen van Waternet voor de achtereenvolgens genoemde bepalingen van het BPR:

­ vakspecialist, brugwachter en sluiswachter, werkzaam bij de afdeling Brug- en sluisbediening van de sector Watersysteem:

 artikel 6.26, 1e lid, 3e lid onder c. en 7e lid;

 artikel 6.28, 4e en l4e lid.

­ Handhaver en Adviseur (of diens plaatsvervanger) werkzaam bij afdeling Handhaving van de sector Klant, Markt & Relaties:

 artikel 1.10 4e lid;

 artikel 1.12, 3e lid en 4e lid;

 artikel 1.13 2e lid en 3e lid;

 artikel 1.14;

 artikel 1.15 2e lid;

 artikel 1.17 1e lid;

 artikel 1.20;

 artikel 6.19 6e lid;

 artikel 6.26 2e lid en 3e lid onder e.;

 artikel 6.28, 2e lid en 10e lid;

 artikel 7.01 4e lid;

 artikel 7.02 3e lid.

­ Teamleider (of diens plaatsvervanger) werkzaam bij afdeling Handhaving van de sector Klant, Markt & Relaties:

 artikel 1.21, 2e lid;

 artikel 1.23, 1e lid t/m 3e lid;

 artikel 3.25, 3e lid;

 artikel 3.28;

 artikel 3.29, 2e lid;

 artikel 4.05, 6e lid en 7e lid;

 artikel 4.06, 5e lid;

 artikel 6.21a, 1e lid en 4e lid;

 artikel 6.32, 1e lid;

 artikel 7.07, 3e lid;

 artikel 7.08, 1e lid en 2e lid;

 artikel 8.08, 3e lid

­ directeur (of diens plaatsvervanger):

 artikel 1.01 sub. 8 en sub. 14;

 artikel 3.15, 2e lid;

 artikel 3.20, 5e lid;

 artikel 6.08;

 artikel 6.28b, onder b.;

 artikel 6.31, 1e lid;

 artikel 7.01, 5e lid;

 artikel 7.02, 1e lid;

 artikel 8.06, 1e lid en 2e lid;

 artikel 8.08, 2e lid.

VII.aan te wijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar van de bij of krachtens de SVW strafbaar gestelde feiten, met uitzondering van de bepalingen, genoemd in de artikelen 27, 28, 28a, 29 en 29a van die wet en daarmee als toezichthouder op de naleving van het bepaalde in de SVW:

­ de Handhavers werkzaam bij afdeling Handhaving van de sector Klant, Markt & Relaties van Waternet;

VIII.aan te wijzen als personen die bevoegd zijn verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen te geven zoals bedoeld in de SVW:

­ de Teamleider, diens plaatsvervanger en de Handhavers werkzaam bij afdeling Handhaving van de sector Klant, Markt & Relaties van Waternet;

­ vakspecialist, de brug- en sluiswachters werkzaam bij de afdeling Brug- en sluisbediening van de sector Watersysteem van Waternet voor zover noodzakelijk voor veilige situaties tijdens de bediening van de bruggen en sluizen;

  • IX.te bepalen dat het mandaat ter acceptatie aan de algemeen directeur van Waternet wordt voorgelegd;

  • X.te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 19 maart 2014;

  • XI.te bepalen dat dit besluit zal worden bekendgemaakt in afdeling 3B van het

    Gemeenteblad.

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Bijlage 2: aanvulling mandaat besluit dienst Dienstverlening & Facilitair management (RVE Dienstverlening)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Overwegende:

  • In het kader van het nieuwe bestuurlijk stelsel komen taken en bevoegdheden voor dienstverlening vanaf 19 maart 2014 weer toe aan het college of de burgemeester. De betreffende taken en bevoegdheden moeten ambtelijk worden belegd.

  • Voor dienstverlening geldt dat er gewerkt wordt met leverancier (front-office) en producent (back-office). De producent is de ‘eigenaar’ van het product en dient zorg te dragen dat over de juiste bevoegdheden kan worden beschikt door zowel de leverancier als de producent. Dit geschiedt via ondermandaat. Het merendeel van de taken en bevoegdheden volgt die lijn. Voor de uitvoering van de taken dient de directeur over een aantal aanvullende algemene bevoegdheden te beschikken.

Gelet op:

  • afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht;

  • de Gemeentewet;

  • de wet inzake Rijksbelasting;

  • het algemeen mandaat besluit van 28 mei 2002, nr AB 2002/5681, zoals gewijzigd bij besluit van 11 januari 2005 en laatstelijk gewijzigd bij het college besluit van 24 april 2012 en

  • gelet op de specifieke besluiten ten aanzien van het mandaat dienst DFM management.

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

I.Het algemeen mandaat besluit voor de dienst Dienstverlening en Facilitair Management uit te breiden door middel van het mandateren van onderstaande bevoegdheden:

Bevoegdheid

grondslag

Mandaat/

machtiging

Ondermandaat/

machtiging

Algemene wet Bestuurs-recht

Besluiten op ingediende ingebrekestellingen als bedoeld in art 4:17 AWB

Art. 4:17 Algemene wet bestuursrecht

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Bevoegdheid tot onder-mandateren

Belastingen

Voorbereiden van de leges-verordening Amsterdam

artikel 229, lid 1, onder b Gemeentewet

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Tegemoetkomen aan onbillijk-heden als bedoeld in artikel 63 en kwijtschelden als bedoeld in artikel 66 voor zover het de leges betreft

Art. 63 en 66 Algemene wet inzake rijksbelasting, Leges-verordening Amsterdam (in 2014 ook Leges-verordeningen stadsdelen)

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Bevoegdheid tot onder-mandateren

Geheel of gedeeltelijk oninbaar-verklaren van leges

Art. 255, lid 5 Gemeentewet juncto Leges-verordening Amsterdam (in 2014 ook Leges-verordeningen stadsdelen)

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Bevoegdheid tot onder-mandateren

Algemene Zaken

Doorzenden van bezwaar- en beroepschriften. Art. 6.15 Algemene wet bestuursrecht

Art 6:15 Algemene wet bestuursrecht

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Bevoegdheid tot onder-mandateren

Nemen van verdagings-besluiten m.b.t. de behandeling van bezwaar-schriften

Art 7: 10 lid 3 Algemene wet bestuursrecht

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Bevoegdheid tot onder-mandateren

Het bevestigen van verder uitstel als bedoeld in artikel 7.10, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht

Art 7: 10 lid 4 Algemene wet bestuursrecht

De Directeur DFM en rechtsopvolger RVE manager Dienstverlening

Bevoegdheid tot onder-mandateren

  • I.Er wordt ingestemd met het besluit van de burgemeester om het ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de onder I. vermelde aangelegenheden op te dragen aan de directeur van de dienst Dienstverlening en Facilitair Management alsmede aan door hem aangewezen ambtenaren.

  • II.De directeur van de dienst Dienstverlening en Facilitair Management en zijn als zodanig aangewezen plaatsvervangers dienen bij de uitoefening van het mandaat en machtiging de aanwijzingen, richtlijnen en het daarover vastgestelde beleid van het college in acht te nemen.

  • III.In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht dat het besluit wordt genomen en de feitelijke handeling wordt verricht namens het college.

  • IV.te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 19 maart 2014;

  • V.te bepalen dat dit besluit zal worden bekendgemaakt in afdeling 3B van het Gemeenteblad.

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Bijlage 3: aanvulling mandaatbesluit dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer en CITION

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Overwegende:

• de gemeenteraad op 12 juni 2013 een besluit heeft genomen betreffende de nadere uitwerking van het nieuwe bestuurlijk stelsel waarbij de bevoegdheden zijn uitgewerkt in een (juridisch) bevoegdhedenregister en takenlijst.

• dat hiervoor aan de directeur van de dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer en directeur CITION naast hun reeds aanwezige aanvullende mandaatbesluiten een verdere aanvulling nodig is

Gelet op:

• afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht;

• het algemeen mandaatbesluit van Burgemeester en Wethouders van 28 mei 2002, nr. 2002/5681, gewijzigd bij besluit van 11 januari 2005, nr. 2004/16232, waarbij de directeuren van gemeentelijke diensten en bedrijven worden gemandateerd ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden, het verrichten van taken en de uitoefening van bevoegdheden waarmee in beginsel iedere dienst is belast dan wel mee te maken kan krijgen;

• het machtigingsbesluit van de Burgemeester van 10 juli 2003, nr. AB 2003/10198;

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

  • I.aan de directeur en plv. directeur van de dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer mandaat te verlenen voor de hierna te vermelden publiekrechtelijke rechtshandelingen:

    • 1.Beslissen art. 7:11 Algemene wet bestuursrecht en aanverwante bepalingen.op bezwaarschriften over beschikkingen over parkeervergunningen, bijzondere vergunningen en ander beschikkingen op grond van de Parkeerverordening 2013

    • 2.Aanwijzen ex art. 2.1 Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften ambtelijke commissie voor behandeling bezwaarschriften

    • 3.Nemen van verkeersbesluiten ex art. 15 en 18 Wegenverkeerswet en het plaatsen van verkeersborden op hoofdnet auto en hoofdnet rail

    • 4.Dagelijks beheer, onderhoud en gladheidsbestrijding ex art. 15 Wegenwet

    • 5.Onttrekken van wegen art. 9 Wegenwet aan het openbaar verkeer op hoofdnetten auto en rail

    • 6.Besluiten art. 5 Wegenwet omtrent gevraagde medewerking aan het geven van de bestemming openbare weg aan een weg op het hoofdnetten auto en rail

    • 7.Ter inzage leggen en mededeling doen ex art. 12 Wegenwet van een afschrift van een uitspraak in beroep waarbij een weg aan het openbaar verkeer wordt onttrokken op hoofdnetten auto en rail

    • 8.Het onderhoud ex art. 20 Wegenwet van een binnen de gemeente liggende weg ten laste van de gemeente brengen; het opleggen van de verplichting tot afkoopbare jaarlijkse uitkeringen aan degene, die van het onderhoud of het geven van bijdragen tot het onderhoud bevrijd worden op de hoofdnetten auto en rail

    • 9.Beslissen op aanvragen ex art. 8 lid 1, 9, 14,19 en 21 Verordening werken in de openbare ruimte voor het verkrijgen van een vergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte (incl. aanhouden, intrekken en overschrijven) op de hoofdnetten auto en rail

    • 10.Beslissen op aanvragen ex art. 5.4 lid 1 aanhef en onder b, Telecommunicatiewet voor het verkrijgen van een instemmingsbesluit voor het uitvoeren van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels op de hoofdnetten auto en rail

  • II.aan de directeur en plv. directeur van CITION mandaat te verlenen voor de hierna te vermelden publiekrechtelijke rechtshandelingen:

    • 1.Beslissen ex artt. 9 t/m 22, 32 en 33 Parkeerverordening 2013 op aanvragen van de volgende parkeervergunningen:

      • -bewonersvergunning

      • -bedrijfsvergunning

      • -bedrijfsvergunningen met wissend kenteken

      • -overloopvergunning

      • -sportverenigingvergunning

      • -volkstuinvergunning

      • -hulpverlenervergunning

      • -milieuparkeervergunning voor bewoners

      • -milieuparkeervergunning voor bedrijven

      • -maatschappelijke vergunning

      • -autodeelvergunning

      • -stadsbrede autodeelvergunning

      • -mantelzorgvergunning

      • -GA-parkeervergunning

    • 2.Beslissen ex art. 23 t/m 25, 32 en 33 Parkeerverordening 2013 op aanvragen van de volgende bijzondere vergunningen:

      • -kraskaartvergunning

      • -bezoekersvergunning

      • -belanghebbendenvergunning

    • 3.Aanvragen ex artt. 34 en 35 Parkeerverordening 2013 voor parkeervergunningen op de wachtlijst plaatsen en daarvan verwijderen

    • 4.Voorschriften ex art. 36, tweede en derde lid, Parkeerverordening 2013 verbinden aan vergunningen

    • 5.Intrekken en wijziging ex art. 37 Parkeerverordening 2013 van vergunningen

    • 6.Beslissen ex art. 40 Parkeerverordening 2013over toepassing hardheidsclausule

    • 7.Aanwijzen ex art. 44 Parkeerverordening 2013 toezichthouders

  • III.te bepalen, dat de directeur of zijn plaatsvervanger ondermandaat of ondermachtiging kan verlenen ten aanzien van hetgeen onder I en II van dit besluit opgenomen is met inachtneming van de door hen daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen;

  • IV.aan de directeur van de dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer en de directeur van de directie Juridische Zaken van de Bestuursdienst van de gemeente Amsterdam gezamenlijk mandaat wordt verleend om de medewerkers van CITION te machtigen om namens hen op te treden in gerechtelijke procedures als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht met inachtneming van de door hen daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen;

  • V.in te stemmen met het besluit van de Burgemeester het ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de onder I en II van dit besluit vermelde aangelegenheden op te dragen aan de directeur of zijn plaatsvervanger en te bepalen dat deze ondermachtiging kan verlenen aan door hen aan te wijzen functionarissen;

  • VI.te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 19 maart 2014;

  • VII.te bepalen dat dit besluit zal worden bekendgemaakt in afdeling 3B van het Gemeenteblad.

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Bijlage 4: aanvulling mandaatbesluit dienst Maatschappelijke Ontwikkeling

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

  • I.Dat met dit mandaatbesluit leerplicht, kinderopvangvoorzieningen en voor- en vroegschoolse educatie 2014 het Algemeen Mandaatbesluit van 28 mei 2002, gewijzigd op 11 januari 2005 en 28 juni 2011 en het DMO Mandaatbesluit 2014 wordt aangevuld;

  • II.Dat voor alle bevoegdheden in dit besluit de beperking geldt dat de directeur van de dienst maatschappelijke ontwikkeling en zijn plaatsvervangers (hierna gezamenlijk aangeduid als directeur van DMO) hiervan slechts gebruik kan maken, voor zover dit plaatsvindt binnen de door de bevoegde bestuursorganen vastgestelde kaders, vastgesteld in verordeningen, reglementen, beleidsregels, beleidsnota’s, beleidsvisies, budgetten etc.;

  • III.Dat de directeur van DMO het college betrekt bij het gebruik van de bevoegdheden, indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij er sprake is van bijzondere afbreukrisico’s of wanneer er strategische belangen van het gemeentebestuur in het geding zijn;

  • IV.Vast te stellen dat de directeur van DMO wordt gemandateerd en gemachtigd met betrekking tot de navolgende bevoegdheden:

  • A. Leerplicht

nr.

bevoegdheid

grondslag

b estuu rs- orgaan

soort over-dracht

1.

Het toezicht op naleving van de Leerplichtwet 1969 (Lpw)

Paragraaf 4 Lpw

College

Machtiging

2.

Het aanwijzen van leerplichtambtenaren

Artikel 16, eerste lid, Lpw

College

Mandaat

3.

Het beslissen op aanvragen over vervangende leerplicht alsmede de verlenging daarvan

Artikel 3a Lpw

College

Mandaat

4.

Het beslissen op aanvragen over vervangende leerplicht laatste schooljaar

Artikel 3b Lpw

College

Mandaat

5.

Het aanwijzen van een arts - niet zijnde de behandelend arts – of een academisch gevormde of daarmee bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagoog of psycholoog

Artikel 7 Lpw

College

Mandaat

6.

Het verlenen van vrijstelling wegens het volgen van ander onderwijs

Artikel 15 Lpw

College

Mandaat

7.

Het nemen van een gedoogbeslissing indien een leerling tijdelijk wegens een verkeerde opleidingskeuze geen onderwijsinstelling bezoekt, zonder dat hij hiervoor vrijgesteld is

College

Mandaat

8.

Het afnemen van de eed of de belofte van de leerplichtambtenaar bij de aanvaarding van het ambt alsmede het opmaken van het proces-verbaal hiervan

Artikel 16, tweede lid, Lpw

Burge-meester

Machtiging

9.

Het uitgeven van een legitimatiebewijs ten behoeve van de leerplichtambtenaar

Artikel 5:12, eerste lid, Awb

College

Machtiging

10.

Het opleggen, intrekken en wijzigen van een last onder dwangsom ten aanzien van ouders of kwalificatieplichtige leerlingen (16 of 17 jaar oud)

Artikel 125 Gemeente-wet, in samenhang met Titel 4.4 Awb en Afdeling 5.3.2 Awb ter

handhaving van de bij of krachtens de Lpw gegeven voorschriften

College

Mandaat

11.

Het op verzoek van ouders of kwalificatieplichtige leerlingen waaraan een last onder dwangsom is opgelegd, opschorten, opheffen of verminderen van een last onder dwangsom,

Artikel 5:34 Awb

College

Mandaat

12.

Het nemen van een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom van ouders of kwalificatieplichtige leerlingen

Artikel 5:37 Awb

College

Mandaat

13.

Het indienen van een aanvraag tot een akte van opsporingsbevoegdheid voor een leerplichtambtenaar

Artikel 9, eerste lid, Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (Besluit Boa)

College

Machtiging

14.

Het indienen van een aanvraag tot beëdiging van een leerplichtambtenaar tot een buitengewoon opsporingsambtenaar

Artikel 18, tweede lid, Besluit Boa

College

Machtiging

B. Kinderopvang (inclusief voorschool), voorziening voor gastouderopvang en gastouderbureaus

nr.

bevoegdheid

grondslag

b estuu rs- orgaan

soort over-dracht

1.

Het toezien op de naleving van de bij of krachtens afdeling 3 en 4 van hoofdstuk 1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) gestelde regels en voorschriften

Artikel 1.61 lid 1 Wkkp

College

Machtiging

2.

Het heffen van leges voor de aanvraag voor het in exploitatie nemen van een kindercentrum, een gastouderbureau

Artikel 5 en 6 Legesverordening 2013

College

Mandaat

3.

Het besluiten op een aanvraag voor het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau

Artikel 1.45 lid 1 Wkkp

College

Mandaat

4.

Het registreren van een kindercentrum in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP)

Artikel 6 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

College

Mandaat

5.

Het opnemen in het LRKP van de aanduiding dat op een kindercentrum gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden en de verwijdering hiervan indien het kindercentrum hieraan niet meer voldoet.

Artikel 6, eerste lid aanhef en onder g. en artikel 8, tweede lid Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

college

mandaat

6.

Het meedelen dat opneming van het kindercentrum onderscheidenlijk het gastouderbureau in het LRKP heeft plaatsgevonden

Artikel 1.46 lid 2 Wkkp

College

Mandaat

7.

Het geven van een schriftelijke aanwijzing aan een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang

Artikel 1.65 lid 1 en 2 Wkkp

College

Mandaat

8.

Het verlengen van de geldigheidsduur van een schriftelijk bevel van de toezichthouder

Artikel 1.65 lid 4 Wkkp

College

Mandaat

9.

Het verbieden van het in exploitatie nemen, dan wel de verdere voortzetting van de exploitatie van een kindercentrum, een gastouderbureau, of een voorziening van gastouderopvang

Artikel 1.66 Wkkp

College

Mandaat

10.

Het verwijderen van een kinderopvangvoorziening uit het LRKP

Artikel 8 lid 1 Besluit Registers Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

College

Mandaat

11.

Het ambtshalve wijzigen van gegevens van een kinderopvangvoorziening in het LRKP

Artikel 7 lid 6 Besluit Registers Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk.

College

Mandaat

12.

Het in kennis stellen van de directeur van de GGD dat de gegevens van een kinderopvangvoorziening gewijzigd of verwijderd dienen te worden uit het LRKP en de wijziging of verwijdering bekend gemaakt dient te worden in een lokaal verspreid dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad

College

Machtiging

13.

Het opleggen een bestuurlijke boete, het intrekken van een bestuurlijke boete en het terugbetalen van een onterecht opgelegde boete

Artikel 1.72 Wkkp en artikel 4:85 tot en met 4:87 Awb

College

Mandaat

14.

Het aan een kindercentrum, gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang opleggen van de last van bestuursdwang, de toepassing van bestuursdwang en het vaststellen van de kosten voor bestuursdwang, ter handhaving van hetgeen bij of krachtens Afdeling 3, paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 1 van de Wkkp is bepaald

Artikel 125 gemeentewet, in samenhang met Titel 4.4 en afdeling 5.3 Awb.

Artikel 1.65 en l 1.66 lid 1 en 2 Wkkp.

College

Mandaat

15.

Het aan een kindercentrum, gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang opleggen van een last onder dwangsom, ter handhaving van hetgeen bij of krachtens Afdeling 3, paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 1 van de Wkkp is bepaald

Artikel 125 gemeentewet, in samenhang met Titel 4.4 Awb en afdeling 5.3.2 Awb.

Artikel 1.65 en 1.66 lid 1 en 2 Wkkp.

College

Mandaat

16.

Het intrekken van de toepassing van bestuursdwang

Artikel 5:31b Awb

College

Mandaat

17.

Het op verzoek opschorten, opheffen of verminderen van de last onder dwangsom

Artikel 5:34 Awb.

College

Mandaat

18.

Het nemen van een invorderingsbeschikking.

Artikel 5:37 Awb.

College

Mandaat

19.

Het intrekken van de last onder dwangsom

Artikel 5:35 Awb

College

Mandaat

20.

Het desgevraagd verstrekken van gegevens en inlichtingen voor informatievoorziening, beleidsvorming en statistiek aan de Minister voor informatievoorziening, beleidsvorming en statistiek

Artikel 1.68 en 2.25 Wkkp

College

Mandaat

C. Peuterspeelzalen (inclusief voorschool)

nr.

bevoegdheid

grondslag

b estuu rs- orgaan

soort over-dracht

1.

Het toezien op de naleving van de bij of krachtens afdeling 2 en 3 van hoofdstuk 2 van de Wkkp gestelde regels en voorschriften. .

Artikel 2.19 lid 1 Wkkp

College

Machtiging

2.

Het heffen van leges voor de aanvraag voor het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal

Artikel 5 en 6 Legesverordening 2013

College

Mandaat

3.

Het besluiten op een aanvraag voor het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal

Artikel 2.23 lid 1 Wkkp

College

Mandaat

4.

Het registreren van een peuterspeelzaal in het LRKP

Artikel 12 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

College

Mandaat

5.

Het opnemen in het LRKP van de aanduiding dat op een peuterspeelzaal gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden en de verwijdering hiervan indien de peuterspeelzaal hieraan niet meer voldoet.

Artikel 12, eerste lid aanhef en onder a en artikel 14, tweede lid Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

college

mandaat

6.

Het meedelen dat opneming van een peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden

Artikel 2.3 lid 2 Wkkp

College

Mandaat

7.

Het geven van een schriftelijke aanwijzing aan een peuterspeelzaal

Artikel 2.23 lid 1 en 2 Wkkp

College

Mandaat

8.

Het verlengen van de geldigheidsduur van een schriftelijk bevel van de toezichthouder

Artikel 2.23 lid 3 Wkkp

College

Mandaat

9.

Het verbieden van het in exploitatie nemen, dan wel de verdere voortzetting van de exploitatie van een peuterspeelzaal.

Artikel 2.24 Wkkp

College

Mandaat

10.

Het verwijderen van een peuterspeelzaal uit het LRKP

Artikel 14 lid 1 Besluit Registers Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk

College

Mandaat

11.

Het ambtshalve wijzigen van gegevens van een peuterspeelzaal in het LRKP

Artikel 13 lid 3 Besluit Registers Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk.

College

Mandaat

12.

Het in kennis stellen van de directeur van de GGD dat de gegevens van een peuterspeelzaal gewijzigd of verwijderd dienen te worden uit het LRKP en de wijziging of verwijdering bekend gemaakt dient te worden in een lokaal verspreid dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad

College

Machtiging

13.

Het opleggen een bestuurlijke boete, het intrekken van een bestuurlijke boete en het terugbetalen van een onterecht opgelegde boete

Artikel 2.28 lid 1 Wkkp en artikel 4:85 tot en met 4:87 Awb

College

Mandaat

14.

Het aan een peuterspeelzaal opleggen van de last van bestuursdwang, de toepassing van bestuursdwang en het vaststellen van de kosten voor bestuursdwang, ter handhaving van hetgeen bij of krachtens Afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 2 van de Wkkp is bepaald

Artikel 125 Gemeentewet, in samenhang met Titel 4.4 en afdeling 5.3.2. Awb.

Artikel 2.23 en 2.24 lid 1 en 2 Wkkp

College

Mandaat

15.

Het aan een peuterspeelzaal opleggen van een last onder dwangsom, ter handhaving van hetgeen bij of krachtens Afdeling 3, paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 2 van de Wkkp is bepaald.

Artikel 125 gemeentewet, in samenhang met Titel 4.4 en Afdeling 5.3.2 Awb.

Artikel 2.23 en 2.24 lid 1 en 2 Wkkp.

College

Mandaat

16.

Het intrekken van de toepassing van bestuursdwang

Artikel 5:31b Awb

College

Mandaat

17.

Het op verzoek opschorten, opheffen of verminderen van de last onder dwangsom

Artikel 5:34 Awb.

College

Mandaat

18.

Het nemen van een invorderingsbeschikking.

Artikel 5:37 Awb.

College

Mandaat

19.

Het intrekken van de last onder dwangsom

Artikel 5:35 Awb

College

Mandaat

20.

Het desgevraagd verstrekken van gegevens en inlichtingen voor informatievoorziening, beleidsvorming en statistiek aan de Minister voor informatievoorziening, beleidsvorming en statistiek

Artikel 1.68 en 2.25 Wkkp

College

Mandaat

D . Kinderopvang sociaal medisch geïndiceerden

nr.

bevoegdheid

grondslag

b estuu rs- orgaan

soort over-dracht

1.

Het verstrekken van een kinderopvangvoorziening of voorziening voor buitenschoolse opvang aan ouder (s)/ verzorger(s) die niet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag in het kader van de Wkkp en waarvoor de GGD de voorziening sociaal medisch geïndiceerd heeft.

Gemeenteraad- besluit van 21 december 2005 (gemeenteblad 312/752)

College

Mandaat

2.

Het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage aan de hand van de bij het Besluit kinderopvangtoeslag behorende kindertoeslagtabel.

Artikel 6 Besluit kinderopvang-toeslag

College

Mandaat

3.

Het (besluiten tot het ) aangaan van een plaatsingsovereenkomst met een kinderopvangvoorziening of een voorziening voor buitenschoolse opvang voor een geïndiceerd kind.

Artikel 160 Gemeentewet art. 171 Gemeentewet

College en burgemeester

Mandaat en volmacht

4.

Het verstrekken van een ondermandaat, een –machtiging en

-volmacht voor de bevoegdheden genoemd in dit onderdeel onder punt 1 tot en met 3 aan een bemiddelingsbedrijf voor kinderopvang. .

College en burgemeester

Ondermandaat, - machtiging en -volmacht

E . Overige

nr.

bevoegdheid

grondslag

b estuu rs- orgaan

soort over-dracht

1.

Het verrichten van feitelijke handelingen ter voorbereiding of uitvoering van publiekrechtelijke handelingen voor zover deze betrekking hebben op de in dit register verleende bevoegdheden.

College

Machtiging

  • I.De directeur van DMO of zijn plaatsvervanger is bevoegd ten aanzien van de bevoegdheden die hij krachtens dit mandaatbesluit kan uitoefenen ondermandaat of ondermachtiging te verstrekken aan door hem aan te wijzen functionarissen werkzaam voor zijn dienst, met in achtneming van de door hem daarbij te stellen voorwaarden;

  • II.te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 19 maart 2014;

  • III.te bepalen dat dit besluit zal worden bekendgemaakt in afdeling 3B van het Gemeenteblad.

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Bijlage 5: m andaatbesluit projectafwijkingsbesluit Wabo

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

overwegende:

  • dat op 19 maart 2014 de Wet tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen in werking treedt en dat de stadsdelen dan in de vorm van deelgemeenten ophouden te bestaan;

  • dat er in verband met deze wet een nieuw bestuurlijk stelsel in Amsterdam wordt ingevoerd waarbij voor elk stadsdeel een bestuurscommissie wordt ingesteld;

  • dat het wenselijk is om de bevoegdheid te beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid 1 aanhef en onder c juncto artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (projectafwijkingsbesluit) aan de stadsdeelsecretarissen van de bestuurscommissies te mandateren, zodat zij in het kader van deze bevoegdheid namens het college besluiten kunnen nemen;

  • dat daardoor wordt voorkomen dat alle besluiten op grond van deze bevoegdheid door het college genomen moeten worden.

Gelet op:

  • afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • titel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek;

  • Wet algemene bepalingen omgevingswet, Besluit omgevingsrecht;

  • Wet ruimtelijke Ordening, Besluit ruimtelijke ordening;

  • Gemeentewet.

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.burgemeester: de burgemeester van de gemeente Amsterdam;

  • b.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;

  • c.projectafwijkingsbesluit; omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid 1 aanhef en onder c juncto artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º van de Wet algemene bepalingen omgevingswet;

  • d.stadsdeelsecretaris: de stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissies van de stadsdelen als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

  • 1.Aan de stadsdeelsecretaris, alsmede diens plaatsvervanger, wordt voor zover het bevoegdheden van het college betreft om te beslissen over aanvragen voor projectafwijkingsbesluiten en de daarmee samenhangende besluiten mandaat, volmacht of machtiging verleend overeenkomstig het bij dit besluit behorende mandaatregister, dat is opgenomen als bijlage bij dit besluit.

  • 2.De stadsdeelsecretaris neemt bij de aan hem in mandaat, volmacht of machtiging opgedragen taken of bevoegdheden de algemene instructies en de instructies per geval als bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van het college onderscheidenlijk de burgemeester in acht.

  • 3.Het mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij dit register behorende kaart nr. 1 behorende bij het bevoegdheidsregister bestuurscommissie

  • 4.Het mandaat is beperkt tot projecten tot maximaal € 5 miljoen (geraamde omzet van de grondexploitatie) dan wel tot projecten waarvan de voorbereiding en uitvoering bij afzonderlijk besluit aan de bestuurscommissie is toebedeeld (minder complexe projecten).

  • 5.Het mandaat geldt niet als op grond van onderdeel 7 (Klimaat en energie) van het Bevoegdhedenregister bestuurscommissies behorende bij de Verordening op de bestuurscommissies 2013 de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving bij het college blijven.

  • 6.Het mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels.

Artikel 3. Ondermandaat

  • 1.De stadsdeelsecretaris kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, in ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging opdragen aan ondergeschikten, tenzij ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging is uitgesloten in het mandaatregister.

  • 2.De artikelen 2, derde lid en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat.

Artikel 4. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld:

  • a.de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en

  • b.de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 5. Ondertekening

1.Indien een besluit krachtens mandaat wordt genomen als bedoeld in artikel 2 luidt de ondertekening:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

namens deze,

de stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel ….,

gevolgd door de handtekening en naam van de stadsdeelsecretaris.

Of:

De burgemeester van de gemeente Amsterdam,

namens deze,

stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel ….,

gevolgd door de handtekening en naam van de stadsdeelsecretaris.

1.Indien een besluit krachtens ondermandaat wordt genomen als bedoeld in artikel 4, luidt de ondertekening:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

namens deze,

stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel ….,

voor deze,

(naam functie/ afdeling) van de ….,

gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.

Of:

De burgemeester van de gemeente Amsterdam,

namens deze,

de stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel ….,

voor deze,

(naam functie/ afdeling) van …,

gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.

1.Indien bij het nemen van een besluit krachtens mandaat als bedoeld in artikel 2 gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 5, luidt de ondertekening:

De gemeente Amsterdam,

namens deze,

de stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel ….,

gevolgd door de handtekening en naam van de stadsdeelsecretaris.

1.Indien bij het nemen van een besluit krachtens ondermandaat als bedoeld in artikel 4 gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 5, luidt de ondertekening:

De gemeente Amsterdam,

namens deze,

de stadsdeelsecretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel ….,

voor deze,

(naam functie/ afdeling) van de ….,

gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.

Artikel 7. Slotbepalingen

  • 1.Dit besluit treedt in werking op 19 maart 2014 en wordt bekendgemaakt in afdeling 3B van het Gemeenteblad.

  • 2.Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit projectafwijkingsbesluit Wabo.

Bijlage: M andaatregister projectafwijkingsbesluit Wabo van de gemeente Amsterdam

Aan de stadsdeelsecretaris sen van de bestuurscommissies gemandateerde bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam :

Awb: Algemene wet bestuursrecht

Bor: Besluit omgevingsrecht

Bro: Besluit ruimtelijke ordening

Gemw.: Gemeentewet

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wm: Wet milieubeheer

Wro: Wet ruimtelijke ordening

Ww: Woningwet

nr.

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag

Bijzonderheden

1.1.

Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º Wabo (projectafwijkingsbesluit)

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c van deze wet voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheers-verordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens art. 4.1, lid 3 of art. 4.3, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan art. 3.7, lid 4, tweede volzin, van die wet

(incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, opleggen van nadere eisen, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder c, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, art. 2.23. art. 2.24, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

Voor de navolgende samenhangende bevoegdheden geldt het mandaat uitsluitend indien deze verband houden met de bevoegdheid tot het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c juncto artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º Wabo (projectafwijkingsbesluit) als genoemd onder 1:

1.2

plegen van vooroverleg

Art. 6.18 Bor, art. 3.1.1, lid 1 Bro

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder a, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder b, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2,23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens art. 4.1, lid 3 of art. 4.3, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan art. 3.7, lid 4, tweede volzin, van die wet (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder c, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.12, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23. art. 2.24, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk met het oog op de brandveiligheid bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen (brandveilig gebruik) (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder d, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder g, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)

art. 2.1, lid 1, aanhef en onder i, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo

intrekken van een omgevingsvergunning

Art. 5.19, art. 2.33, art. 3.23 Wabo

beslissen tot het nemen van verhaal op de krachtens art. 4.1 Wabo gestelde financiële zekerheid bij niet-nakoming verplichting (incl. invorderen bij dwangbevel)

art. 4.1, lid 3 Wabo

beslissen op verzoeken tot toekennen van een naar billijkheid te bepalen vergoeding in de gevallen genoemd in art. 4.2, lid 1 Wabo

art. 4.2 Wabo

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing geluidhinder bij bouw- en sloopwerkzaamheden

art. 8.4, lid 2 Bouwbesluit 2012

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing trillingshinder bij bouw- en sloopwerkzaamheden

art. 8.5, lid 2 Bouwbesluit 2012

Gebruiksmelding Bouwbesluit

art. 1.20- 1.22 Bouwbesluit.

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing van in het Bouwbesluit gegeven voorschriften omtrent het slopen of het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, voor zover dat bij of krachtens Bouwbesluit is toegestaan

art. 6, lid 2, art. 2, lid 2 en 3 Ww

verlenen van de verklaring (als bedoeld in art. 2.4 Wabo) waarin wordt verklaard dat de omgevings-vergunning voor bouwen wordt verleend als de ontheffing van het Bouwbesluit door de minister wordt verleend

art. 7, lid 2 Ww

het bij omgevingsvergunning expliciet toestaan een bouwwerk te bouwen, dan wel deel daarvan in stand te laten voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften in de Bouwverordening omtrent het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem alsmede de bouwverordening kan voorschriften bevatten van stedenbouwkundige aard.

art. 7b, lid 1 en 2 art 8, lid 2 en lid 5 Ww

opleggen gedoogplicht aanbrengen, onderhouden, wijzigen of verwijderen NAP-peilmerken aan een bouwwerk of gebouw

art. 7 Verordening op de vastgoed-registratie Amsterdam 2011

vaststellen standplaatsen en ligplaatsen en de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen

art. 6, lid 2 en lid 3 Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) en art. 4, lid 1, aanhef en onder c, Verordening op de vastgoed-registratie Amsterdam 2011

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een gemeentelijk monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een gemeentelijk monument op een dusdanige wijze waardoor het wordt ontsierd of de monumentale waarden in gevaar worden gebracht

art. 2.2, lid 1, aanhef en onder b, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo juncto art. 10 Erfgoedverordening Amsterdam 2013

intrekken van een omgevingsvergunning voor het verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of gemeentelijke monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument of gemeentelijk monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht

art. 2.33 Wabo en art.14 Erfgoedverordening Amsterdam 2013

beslissen tot het toepassen van de coördinatieregeling

Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, heeft mandaat uitsluitend betrekking op:

-de beslissing om de coördinatie-regeling toe te passen

-beslissingen en handelingen die samenvallen/

-samenlopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmings-plan, wijzigings- en uitwerkings-plan en project-afwijkingsbesluit

beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst)

art. 6.1 lid 2, aanhef en onder c en 6.4a Wro (Wro, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Bro

Beslissen omtrent het vaststellen exploitatieplan, naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12 lid 1, onder a sub 3, van de Wabo (incl sluiten van overeenkomst)

Afdeling 6.4 Wro

Uitoefenen van de bevoegdheid tot jaarlijkse herziening van exploitatieplan voor zover de herziening uitsluitend betrekking heeft op niet-structurele onderdelen zoals bedoeld in artikel 6.15, derde lid Wro en het eerste exploitatieplan is vastgesteld naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3°, van de Wabo, van het bestemmingsplan is afgeweken

Art. 6.15, lid 1, Wro

verbinden voorschriften exploitatiebijdrage aan omgevingsvergunning en stellen termijn exploitatiebijdrage

art. 6.17 Wro

stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatiebijdrage

art. 6.21, lid 1, Wro

invorderen exploitatiebijdrage bij dwangbevel

art. 6.21, lid 2, Wro

geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning bij niet betalen van exploitatiebijdrage

art. 6.21, lid 3, Wro

Beslissen (op verzoeken) tot het vaststellen van hogere waarden vanwege een weg, industrieterrein en/of spoorweg als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder juncto het Besluit geluidhinder, in samenhang met het besluiten omtrent een omgevingsvergunning

art. 110a Wet geluidhinder

Zorgdragen voor de procedure inzake milieu-effectrapportage als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wm, voorzover de procedure van de milieu-effectrapportage moet worden doorlopen ten behoeve van de vergunningverlening op grond van de Wabo

Ho 7 Wm

alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en –besluiten die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

Beslissen inzake het geheel of gedeeltelijk - ambtshalve of op verzoek - intrekken, wijzigen, of verlengen van de onder dit mandaatregister vallende vergunningen, besluiten, toestemmingen, ontheffingen of verklaringen die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

het voeren van bestuursrechtelijke procedures, waaronder in ieder begrepen het voeren van verweer, het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders ter zitting in bestuursrechtelijke procedures, beslissen of hoger beroep wordt ingesteld ter zake van een door de rechtbank gedane uitspraak, verzoeken om opheffing of opschorting van een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

toepassen van bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering is gemandateerd (incl. alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en –besluiten) en die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

art. 125, lid 2 Gemw., afd. 5.3.1 Awb, titel 4.4 Awb

opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering is gemandateerd en die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

art. 125, lid 2 Gemw., afd. 5.3.2 Awb, titel 4.4 Awb

1.37

Uitvoering Wet publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) , waaronder in ieder geval begrepen het inzicht geven in de gemeentelijke beperkingenregistratie en de kadastrale registratie en het opnemen in de gemeentelijke beperkingenregistratie voor zover verband houdend met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

Wet publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb)

Digitale vastlegging, het digitaal beschikbaar maken, het digitaal afgeven of toezenden, het doen uitgaan van digitale publicaties, van omgevingsvergunningen, exploitatieplannen en andere (planologische) besluiten en die verband houden met vergunningverlening c.a. waarvoor mandaat is verleend

Wro en Bro

Bijlage 6: aanvulling mandaatbesluit dienst Wonen, Zorg en Samenleven 2013

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 hebben besloten:

I In verband met het feit dat de bevoegdheid om te handhaven op grond van artikel 30 van de Huisvestingswet wordt overgeheveld per 19 maart 2014 naar de centrale stad wordt het mandaatbesluit van de directeur van de dienst Wonen, Zorg en Samenleven van 13 januari 2013 (Gemeenteblad 2013, afd. 3B, nr. 39) aangevuld;

II Vast te stellen het aanvullende mandaatbesluit waarbij de directeur van de dienst Wonen Zorg en Samenleven c.q. diens plaatsvervanger wordt gemandateerd en gemachtigd met betrekking tot de navolgende bevoegdheden:

Handhaving onttrekking, samenvoeging en omzetten (artikel 30 Huisvestingswet)

  • 1.a. het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in art. 5:21 van de Awb;

    • b.het vaststellen van de hoogte van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in art. 5:25, lid 6 van de Awb;

    • c.het nemen van beslissingen inzake het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in art. 5:31a van de Awb;

  • 2.a. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in art. 5:31d van de Awb;

    • b.het bij beschikking beslissen omtrent het invorderen van een dwangsom als bedoeld in art. 5:37 van de Awb;

  • 3.het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 59 van de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013, wegens overtreding van art. 30 van de Huisvestingswet.

  • 4.het beslissen omtrent het invorderen van een dwangsom, kosten van bestuursdwang en bestuurlijke boete bij dwangbevel als bedoeld in art. 5:10, lid 2 van de Awb;

  • 5.het beslissen omtrent het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van de onder 4 bedoelde dwangbevelen.

  • 6.het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen bovenstaande besluiten en

    • a.te bepalen dat de voorbereiding, inclusief het horen van belanghebbenden van de door hen te nemen besluiten op bezwaarschriften, wordt opgedragen aan één persoon en

    • b.als persoon genoemd onder II, sub a, aan te wijzen de (senior)juristen werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de dienst Wonen, Zorg en Samenleven.

III te bepalen dat de directeur van de dienst of diens plaatsvervanger bevoegd is om de hoofden van de afde¬lingen van de diensttak (zo nodig onder beperkende voorwaarden) ondermandaat te verlenen en te machtigen tot het schriftelijk verlenen van beslis- en tekenbevoegdheid aan bij hun afde¬lingen aangestelde medewerk(st)ers;

IV in te stemmen met de opdracht van de Burgemeester, om de directeur en de plaatsvervangend directeur, alsmede andere door de directeur aan te wijzen ambtenaren, te machtigen om stukken te ondertekenen die betrekking hebben op de in het mandaatbesluit van de dienst vermelde aangelegenheden;

V te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 19 maart 2014;

VI te bepalen dat dit besluit zal worden bekendgemaakt in afdeling 3B van het

Gemeenteblad.

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Bijlage 7 : machtiging ambtenaren stadsdelen lopende procedures

Het college van burgemeester en w ethouders van Amsterdam

Gelet op:

  • het bepaalde in de Gemeentewet;

  • afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht en

  • artikel 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht volgens welk artikel een partij zich door een gemachtigde kan laten vertegenwoordigen;

Besluiten:

  • I.de ambtenaren van de stadsdelen toe te staan tot 1 juli 2014 de bezwaarschriften te behandelen die worden ingediend tegen de besluiten die vóór 19 maart 2014 door de dagelijks besturen van de stadsdelen zijn genomen en die zien op bevoegdheden die na 19 maart 2014 niet aan de bestuurscommissies toekomen. Dit met inachtneming van hetgeen onder 4 is bepaald bij de algemene bepalingen en beperkingen in het bevoegdhedenregister dat als bijlage 3 bij de Verordening op de bestuurscommissies is opgenomen;

  • II.de volgende ambtenaren te machtigen hen te vertegenwoordigen in procedures als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht bij:

  • a.de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;

  • b.de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;

  • c.de Centrale Raad van Beroep;

  • d.de Voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;

  • e.het College van Beroep voor het bedrijfsleven;

  • f.de Voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven;

  • g.de Rechtbank;

  • h.de Voorzieningenrechter van de Rechtbank;

  • i.de Kantonrechter en

  • j.bij bezwaarschriftencommissies

onder aantekening dat deze machtiging geldt voor de periode van 19 maart 2014 tot 1 juli 2014 en met inachtneming van hetgeen onder 3 en 5 is bepaald bij de algemene bepalingen en beperkingen in het bevoegdhedenregister dat als bijlage 3 bij de Verordening op de bestuurscommissies is opgenomen.

Van stadsdeel centrum:

mr M.G.A.M. Blom

mw mr N. Boelens

mw mr M.F.W. Boermans

mw mr F.W. Bredschneyder

mw mr C.L. Brinks

mw mr A.H.M. Buijs

mw mr R.M.P. Clarijs

mw mr L.C. van Elewoud

mw. mr S. van Gerven-Mandjes

mr H.D. Hosper

mw mr I.M. Jansma

mw mr J.E. Kenter

mw. mr R. Kramer

mw mr M.M.J.A. Langenhoff

mr M. Luttik

drs. Q. Niessen

mr A.J.A.P. Peters

mw mr L. Stové

E.P. Swijter

mr J.D. Tuijten

me mr E.C. Tessensohn

mr M. de Vries

mr G. van der Zee

en de medewerkers van de afdeling Specialistische vergunningen en de afdeling Maatwerk vergunningen van de directie Dienstverlening, alsmede de medewerkers van de Procesunit van de directie Toezicht en Handhaving.

Van stadsdeel nieuw-west:

mr A.H. Kes

mr A.P. Tecla

mw mr C. Delstra

mw C. Achthoven

mr F. Yeboah

mr G. van Driel

mr H. Koce Kocyigit

mw mr drs I.Y. de Raat

mr K.F. Mantiri

mr M.L. Vroom

mw mr T. Jansen

mr drs M.R. Kampers

mr F. van Beek

mr M.M. Neerincx

mw mr H. Enschedé-Philippart

mw P.E. Brouwer-Stam

mw mr N. Berg

mw ing M. Hettinga

mw mr S. Akgün

Van stadsdeel noord:

mw mr T.J. Bosman

D.M.B. Coumou

mr R. Docter

drs R. Helvrich

mw mr M. Hop

mw mr L.A. Kaan

mw Z. Karadeniz-Simsir

mw mr M.C. Lans

mr P.J.M. Nooij

G.W. Reuchlin

mr E.R. Slot

mw mr E. Zwiep

Van stadsdeel oost:

mw mr H. Bakker

mw mr M.J. Beelen

mw mr H. Boyaciyan-Cakici

mw M.E.R. Derby-Vink LLB

mr S.F.M. Heijsen

mw mr Y.H.M. Huisman

mw mr drs A.E. Jansen

mw mr F. Onasser

mr ing H. Pals

mw mr S.G.M. Rodenburg

mw E.H. Franchimont

mr drs C.R. Waal

mr R. Woesthoff

Van stadsdeel west:

mr P. Hartkamp

mw mr P. Bröcker

mw mr A. Dirkse

mw mr A.D. Gajadien

mr M. Isik

mw mr J. Niesten

mw mr S. Ramcharan

mw mr D.B. Smaalders

mw mr N. Smit

mw mr S. Ugur

drs D.J. van Vliet

mw mr J. Vogel

mr J.P. de Vries

mw mr K. el Kasah

mr M. Schoot

mr H. Nota

mr F. Arents

mr R.M. de Graaf

mr B. Bulucu-Wouters

mr J.R. Echteld

mw drs. M.M. Jorritsma

mr H.J. de Groot

R.R. Offenberg

Van stadsdeel zuid:

drs J. Berkhof

mw mr A. van Buuren

mw J.L. Cohen

mr M.C.A. Donker

mw mr A.G.J. van Dijk

mw mr J.S. van Dijk

mr T.M. van Gorsel

mw mr J. de Groot

mw mr R.M. Hofstra

mr G.A. Janssen

mr R. van der Keur

mw mr G. van der Kuil

mw mr C.J. Kruissink

mw mr R. Lantink

mr D. de Loos

mr R.J.B. Mekenkamp

mw mr L.M. Mulder

mw mr M. van Muijen

mr R. Nomden

mw mr S.C.H. Overwater-Fiedeldeij

mr A.J.A.P. Peters

mw mr W.T. Pietersen

mw mr S. Ramsoekh

mw M.G. Spiegelenburg

mw mr K. Visser-Homoet

mw mr N.G. van Zanten-Engering

mw mr H.A.T.M. Zuiderman-van den Berg

mw mr N. Zwagerman

Van stadsdeel zuid-oost:

mr K. Veenendaal

mr R.M.E. de Vries

mr D.R. van Ee

mw mr V. Goedhoop

mr H. Verhaar

mw mr N. Madrai

E.J. Hetebrij

mw mr P.A,M. Vunderink

mw mr M. Jong A Kiem

mw H. Kop

mw mr J. Pieternella

F.J.A. Gossink

mw mr N. Chan

mw mr F. Auf dem Brinke

B. Vringer

mw mr S. Klok

mw mr F. Hoedemaker

N. Hussainali BBA

mr D. Stillewagt

mw mr M.C. Esajas

Amsterdam, 11 maart 2014

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

secretaris, burgemeester,

mr A.H.P. van Gils mr E.E. van der Laan

Naar boven